III. 1.2.b. Reglement

 U kan hier het reglement  downloaden.


VOORAFGAANDE BEPALINGEN
 
Artikel 1         Toepassingsgebied
 
1.  Afdeling II is van toepassing wanneer de hoofdvordering en de eventuele tegenvordering samen de waarde van 12.500,00 EUR niet overschrijden.
 
2.  Indien in de loop van de procedure het totale bedrag van de hoofd- en tegenvordering samen wordt uitgebreid tot boven de waarde van 12.500,00 EUR, blijft deze afdeling van toepassing, behoudens andersluidend beding tussen de partijen. In dit laatste geval wordt de procedure voortgezet overeenkomstig het arbitragereglement, opgenomen in afdeling I van dit reglement.
 
 
Artikel 2         Terminologie
 
In deze afdeling duidt de term ‘scheidsgerecht’ uitsluitend op een alleenzetelende arbiter, benoemd of aanvaard door het Benoemingscomité of de Voorzitter in overeenstemming met de hiernavolgende regels.
 
 
HET INLEIDEN VAN DE PROCEDURE
 
Artikel 3         Verzoek tot arbitrage met beperkt geldelijk belang
 
1.  De partij die een beroep wenst te doen op de arbitrage met beperkt geldelijk belang overeenkomstig het CEPINA-reglement, dient daartoe een verzoek tot arbitrage in bij het Secretariaat.
 
Het verzoek tot arbitrage bevat onder meer de volgende gegevens:
 
a)  naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;
 
b)  een uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;
 
c)  het onderwerp van de vordering, een samenvatting van de ingeroepen middelen en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen;
 
d)  aanwijzingen betreffende de zetel en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.
 
Het verzoek moet vergezeld zijn van een kopie van de gesloten overeenkomsten en alleszins van de arbitrageovereenkomst, van de briefwisseling tussen de partijen en van alle overige nuttige stukken.
 
Het verzoek tot arbitrage en de bijlagen bij dit verzoek moeten ingediend worden in twee exemplaren.
 
2.  De eiser moet bovendien bij het verzoek tot arbitrage het bewijs voegen van de kennisgeving van het verzoek en de bijlagen hiertoe aan de verweerder.
 
3.  De arbitrage met beperkt geldelijk belang wordt geacht aan te vangen op de dag waarop het Secretariaat zowel het verzoek tot arbitrage en de bijlagen bij het verzoek, als de betaling van de registratiekosten zoals bepaald in artikel 2 van bijlage I.I. heeft ontvangen. Het Secretariaat bevestigt de aanvangsdatum van de arbitrage aan de partijen.
(Gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van CEPINA op 13 juni 2007)
 
 
Artikel 4         Beantwoording van het verzoek tot arbitrage en instellen van een tegenvordering
 
1.  Binnen een termijn van éénentwintig dagen na de aanvangsdatum van de arbitrage, moet de verweerder zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage bij het Secretariaat indienen.
 
Het antwoord bevat onder meer de volgende gegevens:
 
a)  naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval BTW-nummer van de verweerder;
 
b)  zijn commentaar betreffende de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;
 
c)  zijn standpunt over de onderdelen van de vordering;
 
d)  zijn houding betreffende de zetel en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.
 
Het antwoord en de bijlagen bij dit antwoord moeten ingediend worden in twee exemplaren.
 
2.  De verweerder moet bovendien bij het antwoord het bewijs voegen van de kennisgeving binnen dezelfde termijn van éénentwintig dagen, van het antwoord en de bijlagen hiertoe aan de eiser.
 
3.  Elke tegenvordering geformuleerd door een verweerder, moet samen met het antwoord op het verzoek tot arbitrage gebeuren en moet onder meer volgende gegevens bevatten:
 
a)  een uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de tegenvordering ten grondslag ligt;
 
b)  het voorwerp van de tegenvordering en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen.
 
4.  Op gemotiveerd verzoek van de verweerder of zelfs ambtshalve, kan het Secretariaat de in lid 1 bepaalde termijn verlengen.
 
 
Artikel 5         Uitwisselen van memories
 
1.  De eiser beschikt over een termijn van éénentwintig dagen, te rekenen vanaf de datum waarop de verweerder zijn antwoord en de bijlagen hiertoe bij het Secretariaat indiende, om een memorie van wederantwoord in te dienen bij het Secretariaat, die hij tegelijkertijd aan de verweerder moet meedelen.
 
2.  Binnen een termijn van de éénentwintig dagen, na de datum waarop de eiser zijn memorie van wederantwoord en de bijlagen hiertoe indiende bij het Secretariaat, kan de verweerder op zijn beurt een memorie van wederantwoord indienen bij het Secretariaat, die hij tegelijkertijd aan de eiser moet meedelen.
 
3.  Vervolgens beschikt de eiser over een termijn van veertien dagen, na de datum waarop de verweerder zijn memorie van wederantwoord en de bijlagen hiertoe indiende bij het Secretariaat, om een laatste memorie in te dienen bij het Secretariaat, die hij tezelfdertijd aan de verweerder moet meedelen.
 
4.  Tot slot, kan de verweerder binnen een termijn van veertien dagen, na de datum waarop de eiser zijn laatste memorie bij het Secretariaat indiende, op zijn beurt een laatste memorie opstellen en bij het Secretariaat indienen en tezelfdertijd aan de eiser meedelen.
 
5.  De in dit artikel bepaalde termijnen kunnen op gemotiveerd verzoek van één of beide partijen verlengd worden. Een verzoek hiertoe moet ingediend worden bij het scheidsgerecht, of indien dit nog niet benoemd is bij het Secretariaat.
Indien nodig, kan het Secretariaat de termijnen ambtshalve verlengen.
 
 
Artikel 6         Ontbreken van een klaarblijkelijke arbitrageovereenkomst
 
Bij gebrek aan een klaarblijkelijke arbitrageovereenkomst, kan geen arbitrage plaatsvinden, indien de verweerder niet binnen de in artikel 4 voorgeschreven termijn van éénentwintig dagen zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage indient of indien hij de arbitrage overeenkomstig het CEPINA-reglement betwist.
 
 
Artikel 7         Gevolgen van de arbitrageovereenkomst
 
1.  Indien de partijen overeenkomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPINA-reglement, onderwerpen zij zich aan het reglement, met inbegrip van de bijlagen hiertoe, dat van kracht is op de aanvangsdatum van de arbitrage, tenzij zij uitdrukkelijk overeenkomen om zich te onderwerpen aan het reglement van toepassing op het tijdstip van de totstandkoming van de arbitrageovereenkomst.
 
2.  Als, niettegenstaande het bestaan van een klaarblijkelijke arbitrageovereenkomst, één van de partijen weigert deel te nemen aan de arbitrage of zich van deelname onthoudt, zal de arbitrage desalniettemin doorgaan.
 
3.  Indien, niettegenstaande het bestaan van een klaarblijkelijke arbitrageovereenkomst één van de partijen één of meer excepties opwerpt betreffende het bestaan, de geldigheid of de draagwijdte van de arbitrageovereenkomst, vindt de arbitrage plaats zonder dat CEPINA beslist over de ontvankelijkheid of gegrondheid van deze excepties. In dat geval moet het scheidsgerecht over zijn eigen bevoegdheid uitspraak doen.
 
4.  Behoudens andersluidend beding tussen de partijen, heeft de nietigheid of het niet bestaan van de overeenkomst, niet tot gevolg dat het scheidsgerecht onbevoegd is, voor zover het de geldigheid van de arbitrageovereenkomst vaststelt
 
 
Artikel 8         Documenten
 
De conclusies, memories en andere schriftelijke mededelingen vanwege de partijen en alle bijhorende stukken of documenten moeten worden toegezonden aan alle partijen, evenals aan de arbiter. Het Secretariaat ontvangt een kopie van al deze mededelingen en/of documenten.
 
Het Secretariaat ontvangt tevens een kopie van alle mededelingen van het scheidsgerecht aan de partijen.
 
 
Artikel 9         Schriftelijke kennisgevingen of mededelingen en termijnen
 
1.  Het verzoek tot arbitrage, het antwoord op het verzoek tot arbitrage, de memories of conclusies, de benoeming van de arbiter en de kennisgeving van de arbitrale uitspraak kunnen geldig gebeuren door afgifte tegen ontvangstbewijs, per aangetekende brief, per koerier, per telefax of door ieder ander telecommunicatiemiddel, dat toelaat een bewijs van verzending te bekomen. Alle andere kennisgevingen of mededelingen gedaan ter uitvoering van dit reglement kunnen geldig gebeuren door iedere andere vorm van schriftelijke communicatie.
 
Indien een partij vertegenwoordigd wordt door een raadsman, gebeuren de kennisgevingen en mededelingen aan deze laatste, tenzij deze partij anders verzoekt.
 
De kennisgevingen of mededelingen zijn geldig als zij verstuurd zijn aan het laatst bekende adres van de bestemmeling, zoals dit meegedeeld werd door de bestemmeling zelf of, desgevallend, door de tegenpartij.
 
2.  Een kennisgeving of een mededeling, verricht in overeenstemming met lid 1, wordt geacht te zijn gedaan wanneer zij werd ontvangen of zou moeten ontvangen zijn door de partij zelf, haar vertegenwoordiger of haar raadsman.
 
3.  De in dit reglement bepaalde termijnen, beginnen te lopen op de dag na die waarop een kennisgeving of mededeling overeenkomstig het voorgaande lid geacht wordt gedaan te zijn. Indien de laatste dag van de verleende termijn een officiële feestdag is of geen werkdag is in het land waar de kennisgeving of mededeling moet worden gedaan, verstrijkt de termijn aan het eind van de eerstvolgende werkdag.
 
Een kennisgeving of mededeling die in overeenstemming met lid 1 van dit artikel verzonden werd vóór of op de laatste dag van de toegekende termijn, wordt geacht tijdig ingediend te zijn.
 
 
HET SCHEIDSGERECHT
 
Artikel 10       Algemene bepalingen
 
1.  Uitsluitend personen die onafhankelijk zijn ten opzichte van de partijen en hun raadslieden en die de gedragsregels opgenomen in bijlage II naleven, kunnen als arbiter in een CEPINA-arbitrage optreden.
 
2.  Het Benoemingscomité of de Voorzitter benoemt of aanvaardt het scheidsgerecht. De partijen kunnen ook het scheidsgerecht in onderling akkoord ter aanvaarding voordragen aan het Benoemingscomité of de Voorzitter.
 
3.  De benoemde of aanvaarde arbiter ondertekent een onafhankelijkheidsverklaring. Hij deelt schriftelijk aan het Secretariaat de feiten en omstandigheden mee, die ertoe zouden kunnen leiden zijn onafhankelijkheid in de ogen van de partijen in twijfel te trekken. Het Secretariaat moet deze informatie schriftelijk meedelen aan de partijen en hen een termijn geven om hun eventuele opmerkingen te laten kennen.
 
4.  Indien in de loop van de arbitrageprocedure zich feiten en omstandigheden van dezelfde aard als deze vermeld in lid 2 van dit artikel, voordoen, brengt de arbiter deze onmiddellijk schriftelijk ter kennis van het Secretariaat en de partijen.
 
5.  De beslissingen van het Benoemingscomité of de Voorzitter inzake de benoeming, de aanvaarding, de wraking of de vervanging van een arbiter zijn niet aanvechtbaar. Deze beslissingen moeten niet gemotiveerd worden.
 
6.  Door het aanvaarden van zijn opdracht, verbindt de arbiter er zich toe om deze tot het einde uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement.
 
 
Artikel 11       De benoeming van het scheidsgerecht
 
Het Benoemingscomité of de Voorzitter benoemt of aanvaardt het scheidsgerecht binnen een termijn van acht dagen nadat de in artikel 26 voorziene provisie voor arbitragekosten werd betaald door de partijen of één van hen. Het houdt hierbij meer bepaald rekening met de beschikbaarheid, de kwalificaties en de bekwaamheid van de arbiter om de arbitrage te voeren overeenkomstig dit reglement.
 
 
Artikel 12       Wraking van de arbiter
 
1.  Een verzoek tot wraking, hetzij wegens gebrek aan onafhankelijkheid, hetzij om eender welke andere reden, gebeurt door de verzending aan het Secretariaat van een schriftelijke verklaring waarin de feiten en de omstandigheden waarop dit verzoek berust duidelijk omschreven zijn.
 
2.  De partij die de arbiter wil wraken, moet het verzoek tot wraking op straffe van verval instellen binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de kennisgeving van de benoeming van de arbiter of binnen een termijn van één maand na de dag waarop zij kennis nam van de wrakinggrond, voor zover deze dag valt na de ontvangst van bovenvermelde kennisgeving.
 
3.  Het Benoemingscomité of de Voorzitter spreekt zich uit over de ontvankelijkheid en, in voorkomend geval, tegelijkertijd over de gegrondheid van het verzoek tot wraking, nadat het Secretariaat de arbiter en de andere partijen uitnodigde om binnen een door het Secretariaat bepaalde termijn, schriftelijk hun opmerkingen over te maken. Deze opmerkingen worden over en weer meegedeeld aan de partijen en de arbiter.
 
 
Artikel 13       Vervanging van de arbiter
 
1.  Bij overlijden, wraking, behoorlijk aanvaarde terugtrekking, verhindering, ontslag of op verzoek van alle partijen, wordt de arbiter vervangen.
 
2.  De arbiter wordt eveneens vervangen indien het Benoemingscomité of de Voorzitter vaststelt dat de arbiter de jure of de facto verhinderd is zijn functie uit te oefenen of zijn functie niet uitoefent in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement of binnen de toegekende termijnen.
In voorkomend geval neemt het Benoemingscomité of de Voorzitter een beslissing nadat het de betrokken arbiter en de partijen heeft uitgenodigd om hun opmerkingen schriftelijk aan het Secretariaat over te maken, binnen de hen door het Secretariaat bepaalde termijn. Deze opmerkingen worden over en weer meegedeeld aan de partijen en aan de arbiter.
 
3. Indien de arbiter wordt vervangen, beslist het Benoemingscomité of de Voorzitter naar eigen goeddunken of het al dan niet de oorspronkelijke benoemingsprocedure volgt.
Het opnieuw samengestelde scheidsgerecht bepaalt onmiddellijk na de benoeming en na raadpleging van de partijen of en in welke mate de voorgaande gedingvoering moet worden overgedaan.
 
 
Artikel 14       Meerpartijenarbitrage
 
Indien meerdere overeenkomsten die het arbitragebeding van CEPINA bevatten, aanleiding geven tot geschillen die samenhangend of onsplitsbaar zijn, kan het Benoemingscomité of de Voorzitter de samenvoeging ervan bevelen.
Deze beslissing wordt genomen hetzij op verzoek van het scheidsgerecht, hetzij, vóór elk ander middel, op verzoek van de partijen of de meest gerede partij, hetzij ambtshalve.
 
Het Benoemingscomité of de Voorzitter neemt zijn beslissing nadat het de partijen en, in voorkomend geval, de benoemde arbiter heeft gehoord.
 
Het Benoemingscomité of de Voorzitter kan geen samenvoeging bevelen van geschillen waarvoor reeds een beslissing alvorens recht te doen, een beslissing betreffende de ontvankelijkheid of een beslissing over de grond van de zaak werd genomen.
 
 
DE ARBITRAGEPROCEDURE
 
Artikel 15       Overhandiging van het dossier aan het scheidsgerecht
 
Het Secretariaat overhandigt het dossier aan het scheidsgerecht na zijn benoeming of aanvaarding en wanneer de provisie voor arbitragekosten integraal werd voldaan.
 
 
Artikel 16       Taal van de arbitrage
 
1.  De partijen bepalen in onderling akkoord de taal waarin de arbitrage wordt gevoerd. Bij gebrek aan overeenstemming tussen de partijen, bepaalt het scheidsgerecht de taal of talen van de arbitrage, rekening houdend met de omstandigheden, waaronder de taal van de overeenkomst.
 
2.  Het scheidsgerecht beslist eigenmachtig wie en in welke verhouding de lasten van eventuele vertaalkosten draagt.
 
 
Artikel 17       Zetel van de arbitrage
 
1.  Het Benoemingscomité of de Voorzitter bepaalt de zetel van de arbitrage, tenzij de partijen deze onderling bepaalden.
 
2.  Behoudens andersluidend beding tussen de partijen en na hen geraadpleegd te hebben, kan het scheidsgerecht op elke plaats die het daartoe geschikt acht zittingen en bijeenkomsten houden.
 
3.  Het scheidsgerecht kan beraadslagen op elke plaats die het daartoe geschikt acht.
 
 
Artikel 18       Onderzoek van de zaak
 
1.  Het scheidsgerecht vat met alle mogelijke middelen zo spoedig mogelijk het onderzoek van de zaak aan. Het kan onder meer getuigenissen inwinnen en één of meer deskundigen aanstellen.
 
2.  Het scheidsgerecht doet uitspraak op grond van stukken, tenzij de partijen of één van hen wensen gehoord te worden.
 
3.  Op vraag van de partijen of één van hen, of ambtshalve, nodigt het scheidsgerecht de partijen tijdig uit voor hem te verschijnen op de dag en de plaats die het vaststelt.
 
4.  Indien de partijen of één van hen niet opdagen, hoewel zij regelmatig zijn opgeroepen, is het scheidsgerecht gemachtigd om zijn opdracht niettemin te volbrengen, nadat het zich ervan heeft vergewist dat de oproep de partijen heeft bereikt en dat zij geen geldig excuus hebben aangevoerd om hun afwezigheid te rechtvaardigen.
 
De arbitrale uitspraak wordt in ieder geval geacht op tegenspraak te zijn gedaan.
 
5.  De zittingen zijn niet openbaar. Behoudens toestemming van het scheidsgerecht en van de partijen zijn de zittingen niet toegankelijk voor personen die niet in het geding betrokken zijn.
 
6.  De partijen verschijnen ofwel persoonlijk, ofwel via een behoorlijk daartoe gevolmachtigde of raadsman.
 
7.  Indien de partijen nieuwe vorderingen aanvoeren, hetzij in uitbreiding van de initiële vordering, hetzij in uitbreiding van de tegenvordering, moeten zij dat schriftelijk doen. Het scheidsgerecht kan weigeren van deze nieuwe vorderingen kennis te nemen, indien het oordeelt dat dit het onderzoek of de afhandeling van de oorspronkelijke vordering kan vertragen. Het kan ook rekening houden met alle andere relevante omstandigheden.
 
 
Artikel 19       Voorlopige en bewarende maatregelen
 
1.  Onverminderd de toepassing van artikel 1679, paragraaf 2, van het Gerechtelijk Wetboek, kan elke partij het scheidsgerecht, zodra het is benoemd, verzoeken voorlopige of bewarende maatregelen te bevelen, het stellen van waarborgen of het toewijzen van een provisie inbegrepen. Dergelijke maatregelen maken het voorwerp uit van een gemotiveerde beschikking of, indien het scheidsgerecht dit aangewezen acht, een arbitrale uitspraak.
 
2.  Alle maatregelen die de rechterlijke overheid neemt met betrekking tot het geschil, moeten onverwijld ter kennis worden gebracht van het scheidsgerecht en van het Secretariaat.
 
 
DE ARBITRALE UITSPRAAK
 
Artikel 20       Termijn voor de arbitrale uitspraak
 
1.  Het scheidsgerecht moet uitspraak doen binnen een termijn van éénentwintig dagen, te rekenen vanaf de datum waarop de laatste memorie van antwoord bij het Secretariaat werd ingediend of, wanneer de schriftelijke procedure niet wordt gevolgd, de datum waarop het scheidsgerecht de partijen een laatste maal heeft gehoord.
 
2.  Deze termijn kan op gemotiveerd verzoek van het scheidsgerecht of ambtshalve door een beslissing van het Secretariaat worden verlengd.
 
 
Artikel 21       Schikkinguitspraak
 
Indien de partijen, na de benoeming van het scheidsgerecht, een akkoord bereiken dat aan hun geschil een einde maakt, wordt dit akkoord, indien zij hierom verzoeken en met de toestemming van het scheidsgerecht, vastgelegd in een arbitrale schikkinguitspraak.
 
 
Artikel 22       De arbitrale uitspraak zelf
 
De arbitrale uitspraak wordt geacht te zijn gedaan op de zetel van de arbitrage en op de datum die erin vermeld wordt.
 
 
Artikel 23       Kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen;
                        neerlegging van de arbitrale uitspraak
 
1.  Wanneer de arbitrale uitspraak werd gedaan, maakt het scheidsgerecht deze aan het Secretariaat over in zoveel originele exemplaren als er partijen zijn, vermeerderd met één origineel exemplaar voor het Secretariaat.
 
2.  Het Secretariaat brengt de door het scheidsgerecht ondertekende tekst ter kennis van de partijen, nadat zij of één van hen de arbitragekosten volledig aan CEPINA hebben betaald.
 
3.       De arbitrale uitspraak wordt slechts ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de zetel van de arbitrage neergelegd, wanneer één van de partijen er om verzoekt binnen een termijn van één maand na de kennisgeving ervan.
 
 
Artikel 24       Definitief en uitvoerbaar karakter van de arbitrale uitspraak
 
1.  De arbitrale uitspraak is definitief en wordt in laatste aanleg gedaan. De partijen verbinden zich ertoe de te wijzen uitspraak onverwijld ten uitvoer te brengen.
 
2.  Door hun geschil voor arbitrage aan CEPINA voor te leggen, doen de partijen afstand van alle rechtsmiddelen waarvan zij geldig afstand kunnen doen, met uitzondering van de hypothese waar een uitdrukkelijke afstand door de wet vereist is.
 
 
DE ARBITRAGEKOSTEN
 
Artikel 25       Aard en bedrag van de arbitragekosten
 
1.  De arbitragekosten omvatten de honoraria en kosten van de arbiter, evenals de administratieve kosten van CEPINA. Ze worden door het Secretariaat vastgesteld rekening houdend met het totaalbedrag van de hoofdvordering en de tegenvordering, en overeenkomstig de tarieflijst voor arbitrage geldig op de aanvangsdatum van de arbitrage.
 
2.  De andere kosten en uitgaven verbonden aan de arbitrage, zoals de honoraria en kosten van de, door het scheidsgerecht benoemde, deskundigen of de uitgaven gedaan door de partijen, behoren niet tot de arbitragekosten. Het scheidsgerecht kan een beslissing nemen over deze kosten en uitgaven.
 
3.  Indien bijzondere omstandigheden dit vereisen, kan het Secretariaat de arbitragekosten vaststellen op een hoger of lager bedrag dan wat uit de toepassing de tarieflijst voortvloeit.
 
4.  Indien in de loop van de procedure de waarde van de hoofd- en tegenvordering samen uitgebreid wordt tot boven € 12.500,00, kan het Secretariaat de arbitragekosten verhogen overeenkomstig de tarieflijst voor arbitrage.
 
 
Artikel 26       Provisie voor arbitragekosten
 
1.  Ter dekking van de overeenkomstig artikel 25, lid 1 bepaalde arbitragekosten wordt, voorafgaand aan de benoeming of aanvaarding van het scheidsgerecht door het Benoemingscomité of de Voorzitter, door de partijen aan CEPINA een provisie voor arbitragekosten betaald.
 
2.  Indien de arbitragekosten in de loop van de procedure moeten aangepast worden, geeft dit, op dat ogenblik, aanleiding tot het vaststellen van een aanvullende provisie.
 
3.  Zowel de provisie als de aanvullende provisie is in gelijke delen verschuldigd door de eisende partij en de verwerende partij. Iedere partij kan evenwel de totaliteit van de provisie ten laste nemen, indien de andere partij nalaat haar deel van de provisie te betalen.
 
4.  Indien een tegenvordering werd geformuleerd, kan het Secretariaat hetzij op verzoek van de partijen of één van hen, hetzij ambtshalve voor de hoofdvordering en de tegenvordering gescheiden provisies vaststellen.
     Indien gescheiden provisies worden vastgesteld, moet iedere partij de provisie overeenstemmend met haar hoofd- of tegenvordering ten laste nemen. Het scheidsgerecht kan slechts uitspraak verlenen over de vordering waarvoor de provisie betaald werd.
 
5.  Indien aan een verzoek voor betaling van een aanvullende provisie niet wordt voldaan, kan het Secretariaat, na raadpleging van het scheidsgerecht, het uitnodigen om zijn opdracht op te schorten en een termijn van minstens vijftien dagen vaststellen, na verloop van welke de vordering en/of de tegenvordering, op basis waarvan de aanvullende provisie werd berekend, geacht wordt ingetrokken te zijn. Een dergelijke intrekking verhindert niet dat de betreffende partij op een later tijdstip dezelfde vordering of tegenvordering opnieuw indient.
 
 
Artikel 27       Beslissing over de arbitragekosten
 
1.  Het definitieve eindbedrag van de arbitragekosten wordt door het Secretariaat vastgesteld.
 
2.  De arbitrale einduitspraak bepaalt ten laste van welke partij de arbitragekosten, zoals deze definitief werden bepaald door het Secretariaat, vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen worden verdeeld. In voorkomend geval, stelt de arbitrale uitspraak het akkoord tussen de partijen over de verdeling van de arbitragekosten vast.
 
 
AANVULLENDE BEPALINGEN
 
Artikel 28       Algemene regel
 
Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, verwijst dit reglement, voor alles wat niet uitdrukkelijk in de vorige artikelen is omschreven naar deel VI van het Belgisch Gerechtelijk Wetboek.