III. 1.2.c. Kostprijs

 U kan hier het reglement  downloaden.


Tarieflijst voor arbitrage

1. De arbitragekosten omvatten de honoraria en de kosten van de arbiter, evenals de administratieve kosten van CEPINA.

1.1. De honoraria en de kosten van de arbiter worden door het Secretariaat vastgesteld overeenkomstig onderstaande tarieflijst. Voor geschillen met een beperkt geldelijk belang waarbij hoofd- en tegenvordering samen niet hoger zijn dan 12.500,00 EUR bedraagt het honorarium en de kosten van de alleenzetelende arbiter minimaal 625,00 EUR en maximaal 1.250,00 EUR.

Bedrag in geding Honoraria
(in EURO) Minimum Maximum
van
tot
0,00
12.500,00
625,00 1.250,00
van
tot
12.501,00
50.000,00
1.250,00 + 1,00%
vbb 12.500
1.250,00 +5,00%
vbb 12.500
van
tot
50.001,00
100.000,00
1.500,00 + 3,00%
vbb 50.000
3.000,00 + 4,00%
vbb 50.000
van
tot
100.001,00
500.000,00
3.000,00 + 1,50%
vbb 100.000
6.000,00 + 1,50%
vbb 100.000
van
tot
500.001,00
1.000.000,00
10.000,00 + 0,75%
vbb 500.000
12.500,00 + 1,50%
vbb 500.000
van
tot
1.000.001,00
5.000.000,00
17.000,00 + 0,70%
vbb 1.000.000
20.000,00 + 0,75%
vbb 1.000.000
van
tot
5.000.001,00
10.000.000,00

45.000,00 + 0,30%
vbb 5.000.000

60.000,00 + 0,30%
vbb 5.000.000
van
tot
10.000.001,00
50.000.000,00
70.000,00 + 0,025%
vbb 10.000.000
80.000,00 + 0,025%
vbb 10.000.000
  Boven 90.000,00 + 0,012%
vbb 50.000.000
140.000,00 + 0,012%
vbb 50.000.000

vbb = van bedrag boven

 

1.2. De administratieve kosten van CEPINA worden forfaitair bepaald op 10% van de honoraria en zijn aan de BTW onderworpen.
 
2. Ieder verzoek tot arbitrage overeenkomstig de bepalingen van dit reglement moet vergezeld gaan van een betaling van 500 EUR als voorschot op de administratiekosten. Dit bedrag is niet terugvorderbaar en wordt in mindering gebracht op het door de eiser verschuldigde deel van de provisie voor arbitragekosten.
Voor de arbitrages met een beperkt geldelijk belang bedragen de registratiekosten 250 EUR.
(Ingevoegd bij beslissing van de algemene vergadering van CEPINA op 13 juni 2007)*
 
 
3. Indien de arbiter onderworpen is aan de BTW meldt hij dit aan het Secretariaat, dat vervolgens de BTW op het ereloon van de arbiter van de partijen zal vorderen.
 
4. Indien bijzondere omstandigheden dit vereisen, kan het Secretariaat de arbitragekosten vaststellen op een hoger of lager bedrag dan wat uit de toepassing van de tarieflijst voor arbitrage voortvloeit.
 
5. Wanneer het scheidsgerecht uit drie arbiters bestaat, worden de bovengenoemde vastgestelde percentages en bedragen van kosten met 2,5 vermenigvuldigd.
    Bestaat het scheidsgerecht uit meer dan drie arbiters, dan worden de arbitragekosten door het Secretariaat bepaald, waarbij rekening gehouden wordt met deze omstandigheid.
 
6. Vooraleer op bevel van het scheidsgerecht een deskundigenonderzoek wordt aangevat, moeten de partijen, of één van hen, een door het scheidsgerecht vastgestelde provisie storten, waarvan het bedrag voldoende moet zijn om de honoraria en de waarschijnlijke uitgaven in verband hiermee te dekken. De honoraria en definitieve kosten van de deskundige worden door het scheidsgerecht vastgesteld.
 
De arbitrale uitspraak bepaalt ten laste van welke partij de kosten voor het deskundigenonderzoek vallen, of in welke verhouding zij door de partijen moeten worden gedragen.
 

*De betaling dient te gebeuren door overschrijving

FORTIS BANK, Warandeberg 3 te 1000 BRUSSEL
rekeningnr: 210-0076085-89 
IBAN: BE 45 2100 0760 8589
BIC: GEBABEBB

KBC
rekeningnr: 430-0169391-20

ING
rekeningnr: 310-0720414-81

met referentie:    eiser t/ verweerder

Na ontvangst van de betaling wordt aan de Klager een factuur toegestuurd.