Overslaan en naar de inhoud gaan
Cepani

Geschillen < € 25 000

Download het reglement (2013)

Download het reglement (2007)

Reglement van toepassing vanaf 1 januari 2013

VOORAFGAANDE BEPALINGEN

Artikel 1. - Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie

Het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie ("CEPANI") is een onafhankelijke instelling die de arbitrageprocedures administreert overeenkomstig zijn reglement. Het beslecht zelf geen geschillen en oefent niet de taak van arbiter uit.

Artikel 2. - Definities

In de volgende artikelen slaat:
(i) « secretariaat » op het secretariaat van CEPANI.
(ii) « voorzitter » op de voorzitter van CEPANI.
(iii) « benoemingscomité » op het benoemingsorgaan van CEPANI.
(iv) « wrakingscomité » op het wrakingsorgaan van CEPANI.
(v) « arbitrageovereenkomst » op iedere vorm van wederzijds akkoord over arbitrage.
(vi) « scheidsgerecht » uitsluitend op een alleenzetelende arbiter.
(vii) « eiser » en « verweerder » op één of meerdere eisers of verweerders.
(viii) « arbitrale uitspraak » onder meer op een tussenuitspraak, een gedeeltelijke uitspraak of een einduitspraak.
(ix) « beschikking » op de beslissingen van het scheidsgerecht die betrekking hebben op het verloop van de arbitrageprocedure.
(x) « dagen » op kalenderdagen.

(xi) « reglement » op het arbitragereglement met beperkt geldelijk belang van CEPANI.

Artikel 3. - Toepassingsgebied

1. Het arbitragereglement met beperkt geldelijk belang is van toepassing wanneer de hoofdvordering en de eventuele tegenvordering samen de waarde van 25.000,00 EUR niet overschrijden.
2. Indien in de loop van de procedure het totale bedrag van de hoofd- en tegenvordering samen wordt uitgebreid tot boven de waarde van 25.000,00 EUR, blijft het arbitragereglement met beperkt geldelijk belang van toepassing, behoudens andersluidend beding tussen de partijen. In dit laatste geval wordt de procedure voortgezet overeenkomstig het arbitragereglement, opgenomen in afdeling I van dit reglement.
 

HET INLEIDEN VAN DE PROCEDURE

Artikel 4. - Verzoek tot arbitrage met beperkt geldelijk belang

1. De partij die een beroep wenst te doen op de arbitrage met beperkt geldelijk belang overeenkomstig het CEPANI-reglement, dient daartoe een verzoek tot arbitrage in bij het secretariaat.
Het verzoek tot arbitrage bevat onder meer de volgende gegevens:
a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;
b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de eiser in de arbitrage vertegenwoordigen;
c) een uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;
d) het onderwerp van de vordering, een samenvatting van de ingeroepen middelen en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen;
e) aanwijzingen betreffende de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.
Het verzoek moet vergezeld zijn van een kopie van de gesloten overeenkomsten en alleszins van de arbitrageovereenkomst, van de briefwisseling tussen de partijen en van alle overige nuttige stukken.

Het verzoek tot arbitrage en de bijlagen bij dit verzoek moeten worden ingediend in twee exemplaren, het ene voor de te benoemen arbiter en het andere voor het secretariaat.
2. De eiser moet bovendien bij het verzoek tot arbitrage het bewijs voegen van de kennisgeving van het verzoek en de bijlagen hiertoe aan de verweerder.
3. De arbitrage met beperkt geldelijk belang vangt aan op de dag waarop het secretariaat in het bezit is van zowel het verzoek tot arbitrage als de bijlagen bij het verzoek, als de betaling van de registratiekosten zoals bepaald in punt 2 bijlage I. heeft ontvangen. Het secretariaat bevestigt de aanvangsdatum van de arbitrage aan de partijen.

Artikel 5. - Beantwoording van het verzoek tot arbitrage en instellen van een tegenvordering

1. Binnen een termijn van eenentwintig dagen na de aanvangsdatum van de arbitrage, moet de verweerder zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage bij het secretariaat indienen.
Het antwoord bevat onder meer de volgende gegevens:
a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval BTW-nummer van de verweerder;
b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de verweerder in de arbitrage vertegenwoordigen;
c) de bondige commentaar van de verweerder op de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;
d) zijn standpunt over de onderdelen van de vordering;
e) zijn houding betreffende de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.
Het antwoord en de bijlagen bij dit antwoord moeten ingediend worden in twee exemplaren, het ene voor de te benoemen arbiter en het andere voor het secretariaat.
2. De verweerder moet bovendien bij het antwoord het bewijs voegen van de kennisgeving binnen dezelfde termijn van eenentwintig dagen, van het antwoord en de bijlagen hiertoe aan de eiser.
3. Elke tegenvordering geformuleerd door een verweerder, moet samen met het antwoord op het verzoek tot arbitrage gebeuren en moet onder meer volgende gegevens bevatten:
a) een uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de tegenvordering ten grondslag ligt;
b) het voorwerp van de tegenvordering en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen.
4. De tegenvordering moet vergezeld gaan van alle nuttige stukken.
5. Op gemotiveerd verzoek van de verweerder of zelfs ambtshalve, kan het secretariaat de in lid 1 bepaalde termijn verlengen.

Artikel 6. - Uitwisselen van memories

1. De eiser beschikt over een termijn van éénentwintig dagen, te rekenen vanaf de datum waarop de verweerder zijn antwoord en de bijlagen hiertoe bij het secretariaat indiende, om een memorie van wederantwoord in te dienen bij het secretariaat, die hij tegelijkertijd aan de verweerder moet meedelen.
2. Binnen een termijn van eenentwintig dagen, na de datum waarop de eiser zijn memorie van wederantwoord en de bijlagen hiertoe indiende bij het secretariaat, kan de verweerder op zijn beurt een memorie van wederantwoord indienen bij het secretariaat, die hij tegelijkertijd aan de eiser moet meedelen.
3. Vervolgens beschikt de eiser over een termijn van veertien dagen, na de datum waarop de verweerder zijn memorie van wederantwoord en de bijlagen hiertoe indiende bij het secretariaat, om een laatste memorie in te dienen bij het secretariaat, die hij tezelfdertijd aan de verweerder moet meedelen.
4. Tot slot kan de verweerder binnen een termijn van veertien dagen, na de datum waarop de eiser zijn laatste memorie bij het secretariaat indiende, op zijn beurt een laatste memorie opstellen en bij het secretariat indienen en tezelfdertijd aan de eiser meedelen.
5. De in dit artikel bepaalde termijnen kunnen op gemotiveerd verzoek van één of beide partijen verlengd worden. Een verzoek hiertoe moet ingediend worden bij het scheidsgerecht of, indien dit nog niet benoemd is, bij het secretariaat. Indien nodig, kan het secretariaat de termijnen ambtshalve verlengen.

Artikel 7. - Ontbreken prima facie van een arbitrageovereenkomst

Bij gebrek aan een prima facie arbitrageovereenkomst, kan de arbitrage geen doorgang vinden, indien de verweerder niet binnen de in artikel 5 voorgeschreven termijn van één maand zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage indient of indien hij de arbitrage onder het CEPANI-reglement afwijst.

Artikel 8. - Gevolgen van de arbitrageovereenkomst

1. Indien de partijen overeenkomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement, onderwerpen zij zich aan het reglement, met inbegrip van de bijlagen hiertoe, dat van kracht is op de aanvangsdatum van de arbitrage, tenzij zij uitdrukkelijk overeenkomen om zich te onderwerpen aan het reglement van toepassing op het tijdstip van de totstandkoming van de arbitrageovereenkomst.
2. Indien, niettegenstaande het bestaan van een prima facie arbitrageovereenkomst, één van de partijen weigert deel te nemen aan de arbitrage of zich van deelname onthoudt, zal de arbitrage desalniettemin doorgaan.
3. Indien, niettegenstaande het bestaan van een prima facie arbitrageovereenkomst één van de partijen één of meer excepties opwerpt betreffende het bestaan, de geldigheid of de draagwijdte van de arbitrageovereenkomst, vindt de arbitrage plaats zonder dat CEPANI beslist over de ontvankelijkheid of gegrondheid van deze excepties. In dat geval moet het scheidsgerecht over zijn eigen bevoegdheid uitspraak doen.
4. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen, heeft de nietigheid of het niet bestaan van de overeenkomst niet tot gevolg dat het scheidsgerecht onbevoegd is, voor zover het de geldigheid van de arbitrageovereenkomst vaststelt.

Artikel 9. - Schriftelijke kennisgevingen of mededelingen en termijnen

1. De conclusies, memories en andere schriftelijke mededelingen vanwege de partijen en alle bijhorende stukken of documenten moeten door alle partijen tegelijkertijd toegezonden worden aan alle partijen, evenals aan de arbiter. Het secretariaat ontvangt een kopie van al deze mededelingen en documenten en van de mededelingen van het scheidsgerecht aan de partijen.
2. Het verzoek tot arbitrage, het antwoord op het verzoek tot arbitrage, de memories en conclusies en de benoeming van de arbiter kunnen geldig gebeuren per koerier tegen ontvangstbewijs, per aangetekende brief, per telefax of elektronisch. In deze gevallen draagt de verzender de bewijslast van de verzending. Onder voorbehoud van artikel 24 lid 2, kunnen de overige kennisgevingen en mededelingen gedaan bij toepassing van dit reglement geldig door iedere ander schriftelijk communicatiemiddel gebeuren.
3. Het scheidsgerecht kan andere regelingen inzake kennisgevingen en mededelingen vaststellen.
4. Indien een partij vertegenwoordigd wordt door een raadsman, gebeuren de kennisgevingen en mededelingen aan deze laatste, tenzij deze partij anders verzoekt.
De kennisgevingen en mededelingen zijn geldig, wanneer zij verstuurd zijn aan het laatst bekende adres van de bestemmeling, zoals dit meegedeeld werd door de bestemmeling zelf of, desgevallend, door de tegenpartij.
5. Een kennisgeving of een mededeling, verricht in overeenstemming met lid 2, wordt geacht te zijn gedaan wanneer zij werd ontvangen of zou moeten ontvangen zijn door de partij zelf, haar vertegenwoordiger of haar raadsman.
6. De in dit reglement bepaalde termijnen, beginnen te lopen op de dag na die waarop een kennisgeving of mededeling overeenkomstig het voorgaande lid geacht wordt gedaan te zijn. Indien de laatste dag van de verleende termijn een officiële feestdag is of geen werkdag is in het land waar de kennisgeving of mededeling moet worden gedaan, verstrijkt de termijn aan het eind van de eerstvolgende werkdag.
Een kennisgeving of mededeling die in overeenstemming met lid 2 van dit artikel verzonden werd vóór of op de laatste dag van de toegekende termijn, wordt geacht tijdig ingediend te zijn.
 

HET SCHEIDSGERECHT

Artikel 10. - Algemene bepalingen

1. Uitsluitend personen die onafhankelijk zijn ten opzichte van de partijen en hun raadslieden en die de gedragsregels opgenomen in bijlage III naleven, kunnen als arbiter in een CEPANI-arbitrage optreden.
Wanneer de arbiter wordt benoemd of bevestigd, verbindt hij zich ertoe onafhankelijk te blijven tot aan het einde van zijn opdracht. Hij is onpartijdig en verbindt zich eveneens ertoe dit te blijven en beschikbaar te blijven.
2. Het benoemingscomité of de voorzitter benoemt of bevestigt het scheidsgerecht. De partijen kunnen ook het scheidsgerecht in onderling akkoord ter aanvaarding voordragen aan het benoemingscomité of de voorzitter.
3. Voor zijn benoeming of bevestiging, ondertekent de voorgedragen arbiter een verklaring van aanvaarding, onafhankelijkheid en beschikbaarheid. Hij deelt schriftelijk aan het secretariaat de feiten en omstandigheden mee, die van dien aard zijn dat deze in de ogen van de partijen aanleiding zouden kunnen geven zijn onafhankelijkheidin twijfel te trekken. Het secretariaat deelt deze informatie schriftelijk mee aan de partijen en stelt hen een termijn waarbinnen zij eventuele opmerkingen kunnen indienen.
4. Indien in de loop van de arbitrageprocedure zich feiten en omstandigheden voordoen, van dezelfde aard als deze vermeld in lid 3 van dit artikel, brengt de arbiter deze onmiddellijk schriftelijk ter kennis van het secretariaat en de partijen.
5. De beslissingen van het benoemingscomité of de voorzitter inzake de benoeming, de aanvaarding, de wraking of de vervanging van een arbiter zijn niet aanvechtbaar. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.
6. Door het aanvaarden van zijn opdracht, verbindt de arbiter er zich toe om deze tot het einde uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement.

Artikel 11. - De benoeming van het scheidsgerecht

Het benoemingscomité of de voorzitter benoemt of bevestigt het scheidsgerecht binnen een termijn van acht dagen nadat de in artikel 28 voorziene provisie voor arbitragekosten werd betaald door de partijen of één van hen. Hierbij wordt meer bepaald rekening gehouden met de beschikbaarheid, de kwalificaties en de bekwaamheid van de arbiter om de arbitrage te voeren overeenkomstig dit reglement.

Artikel 12. - Wraking van de arbiter

1. Een verzoek tot wraking, hetzij wegens gebrek aan onafhankelijkheid, hetzij om eender welke andere reden, gebeurt door de verzending aan het secretariaat van een schriftelijke verklaring waarin de feiten en de omstandigheden waarop dit verzoek berust duidelijk omschreven zijn.
2. De partij die de arbiter wil wraken, moet het verzoek tot wraking op straffe van verval instellen binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de kennisgeving van de benoeming van de arbiter of binnen een termijn van één maand na de dag waarop zij kennis nam van de wrakinggrond, voor zover deze dag valt na de ontvangst van bovenvermelde kennisgeving.
3. Het secretariaat nodigt de betrokken arbiter en de andere partijen, uit om binnen de termijn die het toekent, schriftelijk hun opmerkingen over te maken. Deze opmerkingen worden meegedeeld aan de partijen en aan de arbiter. Zij kunnen er nog een antwoord op formuleren binnen de door het secretariaat vastgestelde termijn. Het maakt vervolgens het verzoek en de ontvangen opmerkingen over aan het wrakingscomité. Dit laatste spreekt zich uit over de ontvankelijkheid en over de gegrondheid van het verzoek tot wraking.
4. De beslissing van het wrakingscomité over de wraking van een arbiter is zonder verhaal. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.

Artikel 13. - Vervanging van de arbiter

1. Bij overlijden, wraking, behoorlijk aanvaarde terugtrekking, verhindering, ontslag of op verzoek van alle partijen, wordt de arbiter vervangen.
2. De arbiter wordt eveneens vervangen indien het benoemingscomité of de voorzitter vaststelt dat de arbiter de jure of de facto verhinderd is zijn functie uit te oefenen of zijn functie niet uitoefent in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement of binnen de toegekende termijnen. In voorkomend geval neemt het benoemingscomité of de voorzitter een beslissing nadat het de betrokken arbiter en de partijen heeft uitgenodigd om hun opmerkingen schriftelijk aan het secretariaat over te maken, binnen de door het secretariaat bepaalde termijn. Deze opmerkingen worden over en weer meegedeeld aan de partijen en aan de arbiter.
3. Indien de arbiter wordt vervangen, beslist het benoemingscomité of de voorzitter naar eigen goeddunken of het al dan niet de oorspronkelijke benoemingsprocedure volgt.

Het opnieuw samengestelde scheidsgerecht bepaalt onmiddellijk na de benoeming en na raadpleging van de partijen of en in welke mate de voorgaande gedingvoering moet worden overgedaan.
 

DE ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel 14. - Overhandiging van het dossier aan het scheidsgerecht

Het secretariaat overhandigt het dossier aan het scheidsgerecht na zijn benoeming of aanvaarding en wanneer de provisie voor arbitragekosten voorzien in artikel 28 integraal werd voldaan.

Artikel 15. - Bewijs van volmacht

Op ieder ogenblik na de inleiding van de arbitrage, kunnen het scheidsgerecht of het secretariaat een bewijs van de volmacht van iedere vertegenwoordiger van een partij verlangen.

Artikel 16. - Taal van de arbitrage

1. De partijen bepalen in onderlinge overeenstemming de taal of de talen van de arbitrage.
Bij gebreke aan overeenstemming, bepaalt het scheidsgerecht de taal of talen van de arbitrage, rekening houdend met de omstandigheden en met name de taal van de overeenkomst.
2. Het scheidsgerecht beslist wie en in welke verhouding de eventuele vertaalkosten draagt.

Artikel 17. - Plaats van de arbitrage

1. Het benoemingscomité of de voorzitter bepaalt de plaats van de arbitrage, tenzij de partijen deze onderling bepaalden.
2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen en na hen geraadpleegd te hebben, kan het scheidsgerecht op elke plaats die het daartoe geschikt acht zittingen en bijeenkomsten houden.
3. Het scheidsgerecht kan beraadslagen op elke plaats die het daartoe geschikt acht.

Artikel 18. - Onderzoek van de zaak

1. Het scheidsgerecht en de partijen handelen snel en loyaal tijdens het verloop van de procedure. De partijen onthouden zich in het bijzonder van vertragingsmanoeuvres of van iedere andere handeling die tot doel of tot gevolg heeft de procedure te vertragen.
2. Het scheidsgerecht vat met alle geëigende middelen zo spoedig mogelijk het onderzoek van de zaak aan. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, stelt het scheidsgerecht vrij de modaliteiten van de bewijsvoering vast. Het kan onder meer getuigenissen inwinnen en één of meer deskundigen aanstellen.
3. Het scheidsgerecht doet uitspraak op grond van stukken, tenzij de partijen of één van hen wensen gehoord te worden.
4. Op vraag van de partijen of één van hen, of ambtshalve, nodigt het scheidsgerecht de partijen tijdig uit voor hem te verschijnen op de dag en de plaats die het vaststelt.

5. Indien de partijen of één van hen niet opdagen, hoewel zij regelmatig zijn opgeroepen, is het scheidsgerecht gemachtigd om zijn opdracht niettemin te volbrengen, nadat het zich ervan heeft vergewist dat de oproep de partijen heeft bereikt en dat zij geen geldig excuus hebben aangevoerd om hun afwezigheid te rechtvaardigen. De arbitrale uitspraak wordt in ieder geval geacht op tegenspraak te zijn gedaan.

6. De zittingen zijn niet openbaar. Behoudens toestemming van het scheidsgerecht en van de partijen zijn de zittingen niet toegankelijk voor personen die niet in het geding betrokken zijn.
7. De partijen verschijnen ofwel persoonlijk, ofwel via een behoorlijk daartoe gevolmachtigde of raadsman.
8. Indien de partijen nieuwe vorderingen aanvoeren, hetzij in uitbreiding van de initiële vordering, hetzij in uitbreiding van de tegenvordering, moeten zij dat schriftelijk doen. Het scheidsgerecht kan weigeren van deze nieuwe vorderingen kennis te nemen, indien het oordeelt dat dit het onderzoek of de afhandeling van de oorspronkelijke vordering kan vertragen. Het kan ook rekening houden met alle andere relevante omstandigheden.

Artikel 19. - Vertrouwelijkheid van de arbitrageprocedure

Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen of er een wettelijke verplichting is tot bekendmaking, is de arbitrageprocedure vertrouwelijk.

Artikel 20. - Voorlopige en bewarende maatregelen

1. Elke partij kan het scheidsgerecht, zodra het is aangesteld en voor zover de provisie voor arbitragekosten voorzien in artikel 28 is betaald, verzoeken voorlopige en bewarende maatregelen te bevelen, daarin begrepen het stellen van waarborgen of het toewijzen van een provisie. Dergelijke maatregelen maken het voorwerp uit van een gemotiveerde beschikking of, indien het scheidsgerecht
dit aangewezen acht, een arbitrale uitspraak.
2. Alle voorlopige en bewarende maatregelen die de rechterlijke overheid neemt met betrekking tot het geschil, moeten onverwijld ter kennis worden gebracht van het scheidsgerecht en van het secretariaat.
 

DE ARBITRALE UITSPRAAK

Artikel 21. - Termijn voor de arbitrale uitspraak

1. Het scheidsgerecht moet uitspraak doen binnen een termijn van eenentwintig dagen, te rekenen vanaf de datum waarop de laatste memorie van antwoord bij het secretariaat werd ingediend of, wanneer de schriftelijke procedure niet wordt gevolgd, de datum waarop het scheidsgerecht de partijen een laatste maal heeft gehoord.

2. Deze termijn kan op gemotiveerd verzoek van het scheidsgerecht of ambtshalve door een beslissing van het secretariaat worden verlengd.

Artikel 22. - Opstellen van de arbitrale uitspraak

1. De arbitrale uitspraak moet met redenen omkleed zijn.
2. De arbitrale uitspraak wordt geacht te zijn gedaan op de plaats van de arbitrage en op de datum die erin vermeld wordt.

Artikel 23. - Schikkinguitspraak

Indien de partijen, na de benoeming van het scheidsgerecht, een akkoord bereiken dat aan hun geschil een einde maakt, wordt dit akkoord, indien zij hierom verzoeken en met de toestemming van het scheidsgerecht, vastgelegd in een arbitrale schikkinguitspraak.

Artikel 24. - Kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen; neerlegging van de arbitrale uitspraak

1. Wanneer de arbitrale uitspraak werd gedaan, maakt het scheidsgerecht deze aan het secretariaat over in zoveel originele exemplaren als er partijen zijn, vermeerderd met één origineel exemplaar voor het secretariaat.
2. Het secretariaat brengt een origineel van de door het scheidsgerecht ondertekende uitspraak ter kennis van elke partij per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs en een kopie daarvan per e-mail, voorzover de arbitragekosten volledig aan CEPANI zijn betaald. De datum van de verzending per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs geldt als datum van kennisgeving.
3. Indien de plaats van arbitrage in België is, wordt de arbitrale uitspraak slechts ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats van de arbitrage neergelegd, wanneer één van de partijen er om verzoekt binnen de termijn van drie maanden na de kennisgeving ervan.

Artikel 25. - Definitief en uitvoerbaar karakter van de arbitrale uitspraak

1. De arbitrale uitspraak is definitief en wordt in laatste aanleg gedaan. De partijen verbinden zich ertoe de te wijzen uitspraak onverwijld ten uitvoer te brengen.
2. Door hun geschil voor arbitrage aan CEPANI voor te leggen, doen de partijen afstand van alle rechtsmiddelen waarvan zij geldig afstand kunnen doen, met uitzondering van de hypothese waar een uitdrukkelijke afstand door de wet vereist is.

Artikel 26. - Verbetering en interpretatie van de arbitrale uitspraak
Terugverwijzing van de arbitrale uitspraak
1. Het scheidsgerecht kan ambtshalve binnen één maand na de kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen elke materiële vergissing, rekenfout, schrijffout of andere dergelijke fouten in de tekst van de uitspraak verbeteren.
2. Een partij kan binnen één maand vanaf de kennisgeving van de arbitrale uitspraak bij het secretariaat een verzoek tot verbetering van een fout zoals vermeld in lid 1 indienen. Dit verzoek moet worden ingediend in het aantal exemplaren vermeld in artikel 4 lid 1.
3. Een partij kan binnen één maand vanaf de kennisgeving van de arbitrale uitspraak bij het secretariaat een verzoek tot interpretatie van een bepaald punt of specifieke passage van de arbitrale uitspraak indienen. Dit verzoek moet worden ingediend in het aantal exemplaren vermeld in artikel 4 lid 1.
4. Na ontvangst van een verzoek zoals vermeld in lid 2 en 3, verleent het scheidsgerecht aan de andere partij een korte termijn van hoogstens één maand vanaf het verzoek om haar opmerkingen over te maken.
5. De beslissing om de uitspraak te verbeteren of te interpreteren wordt genomen in de vorm van een addendum, dat integraal deel uitmaakt van de uitspraak. De bepalingen van de artikelen 21, 22 en 24 zijn mutatis mutandis van toepassing.
6. Wanneer een rechtbank een arbitrale uitspraak terugverwijst naar het scheidsgerecht, zijn de bepalingen van de artikelen 21,22,24 en dit artikel 26 mutatis mutandis van toepassing op ieder addendum of uitspraak gedaan krachtens de terugverwijzing. CEPANI kan alle maatregelen nemen die nodig zijn om het scheidsgerecht toe te laten de bewoordingen van dergelijke terugverwijzing na te leven, en het kan een voorschot bepalen om bijkomende honoraria en kosten van het scheidsgerecht en bijkomende administratiekosten van CEPANI te dekken.
 

DE ARBITRAGEKOSTEN

Artikel 27. - Aard en bedrag van de arbitragekosten - Kosten van de partijen

1. De arbitragekosten omvatten de honoraria en kosten van de arbiter, evenals de administratiekosten van CEPANI. Ze worden door het secretariaat vastgesteld rekening houdend met het totaalbedrag van de hoofdvordering en de tegenvordering, en overeenkomstig de tarieflijst voor arbitrage geldig op de aanvangsdatum van de arbitrage.

2. De partijkosten omvatten eveneens de kosten van de partijen, de kosten voor hun verdediging en deze met betrekking tot de bewijsvoering en met de hulp van deskundigen en getuigen. Zij maken het voorwerp uit van een aanbeveling opgenomen in Bijlage II.

3. Indien bijzondere omstandigheden dit vereisen, kan het secretariaat de arbitragekosten vaststellen op een hoger of lager bedrag dan wat uit de toepassing van de tarieflijst voortvloeit.
4. Indien in de loop van de procedure de waarde van de hoofd- en tegenvordering samen uitgebreid wordt tot boven € 25.000,00 kan het secretariaat de arbitragekosten verhogen overeenkomstig de tarieflijst voor arbitrage.

Artikel 28. - Provisie voor arbitragekosten

1. Ter dekking van de arbitragekosten bepaald overeenkomstig artikel 27, lid 1, moet vooraleer het secretariaat het dossier aan het scheidsgerecht overhandigt, aan CEPANI een provisie voor arbitragekosten worden betaald.
2. Indien de arbitragekosten in de loop van de procedure moeten worden aangepast, geeft dit, op dat ogenblik, aanleiding tot het vaststellen van een aanvullende provisie.
3. Zowel de provisie als de aanvullende provisie is in gelijke delen verschuldigd door de eisende partij en de verwerende partij. Iedere partij kan evenwel de totaliteit van de provisie ten laste nemen, indien de andere partij nalaat haar deel van de provisie te betalen.
4. Indien een tegenvordering werd geformuleerd, kan het secretariaat hetzij op verzoek van de partijen of één van hen, hetzij ambtshalve voor de hoofdvordering en de tegenvordering gescheiden provisies vaststellen.
Indien gescheiden provisies worden vastgesteld, moet iedere partij de provisie overeenstemmend met haar hoofd- of tegenvordering ten laste nemen. Het scheidsgerecht kan slechts uitspraak verlenen over de vordering waarvoor de provisie betaald werd.
5. Indien aan een verzoek voor betaling van een aanvullende provisie niet wordt voldaan, kan het secretariaat, na raadpleging van het scheidsgerecht, het uitnodigen om zijn opdracht op te schorten en een termijn van minstens vijftien dagen vaststellen, na verloop van welke de vordering en/of de tegenvordering, op basis waarvan de aanvullende provisie werd berekend, geacht wordt ingetrokken te zijn. Een dergelijke intrekking verhindert niet dat de betreffende partij op een later tijdstip dezelfde vordering of tegenvordering opnieuw indient.

Artikel 29. - Beslissing over de arbitragekosten en kosten van de partijen

1. Het definitieve eindbedrag van de arbitragekosten wordt door het secretariaat vastgesteld.
2. De arbitrale einduitspraak bepaalt ten laste van welke partij de arbitragekosten, zoals deze definitief werden vastgesteld door het secretariaat, vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen worden verdeeld.
3. De arbitrale einduitspraak bepaalt eveneens ten laste van welke partij uiteindelijk de kosten van de partijen vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen verdeeld worden. In voorkomend geval, stelt de arbitrale uitspraak het akkoord tussen de partijen over de verdeling van de arbitragekosten en van de kosten van de partijen vast.
 

SLOTBEPALINGEN

Artikel 30. - Beperking van de aansprakelijkheid

1. De arbiter is niet aansprakelijk voor enige handeling of nalatigheid met betrekking tot zijn rechtsprekende functie, behalve in geval van bedrog.
2. De arbiter, CEPANI en zijn leden en personeel zijn niet aansprakelijk voor enige andere handeling of nalatigheid in het kader van een arbitrale procedure, behalve in geval van bedrog of zware fout.

Artikel 31. - Suppletieve bepaling

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, handelen het scheidsgerecht en de partijen, in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn voorzien in dit Reglement, overeenkomstig de geest van dit Reglement en leveren zij iedere redelijke inspanning opdat de uitspraak rechtens uitvoerbaar zou zijn.

 

BIJLAGEN

Bijlage I: Tarieflijst voor arbitrage

Bijlage II: Partijkosten

Bijlage III: Gedragsregels voor CEPANI-procedures

Bijlage IV: Bepalingen van het Belgisch Gerechterlijk Wetboek

Bijlage V: Algemeen Bestuur en Secretariaat