Overslaan en naar de inhoud gaan
Cepani

Geschillen > € 25 000

Download het volledige arbitragereglement (2013)

Download het arbitragereglement (2007)

Download het arbitragereglement (2005)

Download het arbitragereglement in het Turks

Download het arbitragereglement in het Spaans

Het Secretariaat raadt aan om, in overeenstemming met artikel 8(2) van het CEPANI Arbitragereglement, uw Verzoek tot Arbitrage en Bijlagen in te dienen in elektronische vorm en in één papieren versie.

Reglement van toepassing vanaf 1 januari 2013

 

AFDELING I : ARBITRAGE

VOORAFGAANDE BEPALINGEN

Artikel 1. - Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie

Het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie (“CEPANI”) is een onafhankelijke instelling die de arbitrageprocedures administreert overeenkomstig zijn reglement. Het beslecht zelf geen geschillen en oefent niet de taak van arbiter uit.

Artikel 2. - Definities

In de volgende artikelen slaat:

(i) “secretariaat” op het secretariaat van CEPANI.

(ii) “voorzitter” op de voorzitter van CEPANI.

(iii) “benoemingscomité” op het benoemingsorgaan van CEPANI.

(iv) “wrakingscomité” op het wrakingsorgaan van CEPANI.

(v) “ arbitrageovereenkomst” op iedere vorm van wederzijds akkoord over arbitrage en, in ingeval van een investeringsgeschil, wanneer de overheid heeft ingestemd.

(vi) “scheidsgerecht” op één of meer arbiters.

(vii) “ eiser” en “verweerder” op één of meerdere eisers of verweerders.

(viii) “ arbitrale uitspraak” onder meer op een tussenuitspraak, een gedeeltelijke uitspraak of een einduitspraak.

(ix) “ beschikking” op de beslissingen van het scheidsgerecht die betrekking hebben op het verloop van de arbitrageprocedure.

(x) “dagen” op kalenderdagen.

(xi) “reglement” op het arbitragereglement van CEPANI.

 

HET INLEIDEN VAN DE PROCEDURE

Artikel 3. - Verzoek tot arbitrage

1. De partij die een beroep wenst te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement, dient daartoe een verzoek tot arbitrage in bij het secretariaat.
Het verzoek tot arbitrage bevat onder meer de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;

b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de eiser in de arbitrage vertegenwoordigen;

c) een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;

d) het voorwerp van de vordering, een samenvatting van de ingeroepen middelen en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen;

e) alle nodige inlichtingen om het aantal arbiters te bepalen en hun keuze mogelijk te maken overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 en de voordracht van de arbiter die zij dient aan te wijzen;

f) aanwijzingen betreffende de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.

Het verzoek moet vergezeld gaan van een kopie van de gesloten overeenkomsten en alleszins van de arbitrageovereenkomst en van alle overige nuttige stukken. Het verzoek tot arbitrage en de bijlagen moeten ingediend worden in zoveel exemplaren als er te benoemen arbiters zijn,  vermeerderd met één exemplaar voor het secretariaat.

2. De eiser moet bij het verzoek tot arbitrage het bewijs voegen van de kennisgeving van het verzoek en de bijlagen aan de verweerder.

3. De arbitrage vangt aan op de dag waarop het secretariaat in het bezit is van zowel het verzoek tot arbitrage als de bijlagen bij het verzoek, als de betaling van de registratiekosten zoals bepaald in punt 2 bijlage I. heeft ontvangen. Het secretariaat bevestigt de aanvangsdatum van de arbitrage aan de partijen.

Artikel 4. - Antwoord op het verzoek tot arbitrage en instellen van een tegenvordering

1. Binnen de termijn van één maand na de aanvangsdatum van de arbitrage, moet de verweerder zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage bij het secretariaat indienen.
Het antwoord bevat onder meer de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van de verweerder;

b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de verweerder in de arbitrage vertegenwoordigen;

c) de bondige commentaar van de verweerder op de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag liggen;

d) zijn standpunt over de onderdelen van de vordering;

e) zijn standpunt over het aantal en de keuze van de arbiters, rekening houdend met de voorstellen van de eiser en de voordracht van de arbiter die hij dient aan te wijzen;

f) aanduidingen over de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.

Het antwoord en de gebeurlijke bijlagen moeten ingediend worden in zoveel exemplaren als er te benoemen arbiters zijn, vermeerderd met één exemplaar voor het secretariaat.

2. De verweerder moet bij het antwoord het bewijs voegen van de kennisgeving, binnen dezelfde termijn van één maand, van het antwoord en van de bijlagen aan de eiser.

3. Elke tegenvordering van een verweerder, moet samen met het antwoord op het verzoek tot arbitrage worden ingediend en moet onder meer volgende gegevens bevatten:

a) een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de tegenvordering ten grondslag ligt; b) het voorwerp van de tegenvordering en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen.

4. De tegenvordering moet vergezeld gaan van alle nuttige stukken.

De eiser kan binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de tegenvordering meegedeeld door het secretariaat, een memorie indienen als antwoord op de tegenvordering.

Artikel 5. - Verlenging van de termijn voor het antwoord

Het secretariaat kan, op gemotiveerd verzoek van één van de partijen of zelfs ambtshalve, de in artikel 4 bepaalde termijnen verlengen.

Artikel 6. - Ontbreken prima facie van een arbitrageovereenkomst

Bij gebrek aan een prima facie arbitrageovereenkomst, kan de arbitrage geen doorgang vinden, indien de verweerder niet binnen de in artikel 4 voorgeschreven termijn van één maand zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage indient of indien hij de arbitrage onder het CEPANI- reglement afwijst.

Artikel 7. - Gevolgen van de arbitrageovereenkomst

1. Wanneer de partijen overeenkomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement, onderwerpen zij zich daardoor aan het reglement, met inbegrip van de bijlagen, dat van toepassing is op de aanvangsdatum van de arbitrage, tenzij zij uitdrukkelijk  overeengekomen zijn om zich te onderwerpen aan het reglement van toepassing op het tijdstip van de arbitrageovereenkomst.

2. Indien, niettegenstaande het bestaan van een prima facie arbitrageovereenkomst, één van de partijen weigert deel te nemen aan de arbitrage of zich van deelname onthoudt, zal de arbitrage desalniettemin doorgang vinden.

3. Indien, niettegenstaande het bestaan van een prima facie arbitrageovereenkomst, één van de partijen één of meer excepties opwerpt betreffende het bestaan, de geldigheid of de draagwijdte van de arbitrageovereenkomst, vindt de arbitrage doorgang zonder dat CEPANI beslist over de ontvankelijkheid of de gegrondheid van deze excepties. In dat geval moet het scheidsgerecht over zijn eigen bevoegdheid uitspraak doen.

4. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen, heeft de nietigheid of het niet bestaan van de overeenkomst niet tot gevolg dat het scheidsgerecht onbevoegd is, voor zover het de geldigheid van de arbitrageovereenkomst vaststelt.

Artikel 8. - Schriftelijke kennisgevingen of mededelingen en termijnen

1. De conclusies, memories en andere schriftelijke mededelingen vanwege de partijen en alle bijhorende stukken of documenten moeten door alle partijen tegelijkertijd toegezonden worden aan alle partijen, evenals aan iedere arbiter. Het secretariaat ontvangt een kopie van al deze mededelingen en documenten en van de mededelingen van het scheidsgerecht aan de partijen.

2. Het verzoek tot arbitrage, het antwoord op het verzoek tot arbitrage, de memories en conclusies en de benoeming van de arbiters kunnen geldig gebeuren per koerier tegen ontvangstbewijs, per aangetekende brief, per telefax of elektronisch. In deze gevallen draagt de verzender de bewijslast van de verzending. Onder voorbehoud van artikel 31 lid 2, kunnen de overige kennisgevingen en mededelingen gedaan bij toepassing van dit reglement geldig door iedere ander schriftelijk communicatiemiddel gebeuren.

3. Het scheidsgerecht kan andere regelingen inzake kennisgevingen en mededelingen vaststellen.

4. Indien een partij vertegenwoordigd wordt door een raadsman, gebeuren de kennisgevingen en mededelingen aan deze laatste, tenzij deze partij anders verzoekt.
De kennisgevingen en mededelingen zijn geldig, wanneer zij verstuurd zijn aan het laatst bekende adres van de bestemmeling, zoals dit meegedeeld werd door de bestemmeling zelf of, desgevallend, door de tegenpartij.

5. Een kennisgeving of een mededeling wordt geacht te zijn gedaan wanneer zij werd ontvangen of zou moeten ontvangen zijn, indien zij geldig gedaan werd in overeenstemming met lid 2 door de partij zelf, haar vertegenwoordiger of haar raadsman.

6. De in dit reglement bepaalde termijnen beginnen te lopen op de dag na die waarop een kennisgeving of mededeling overeenkomstig het voorgaande lid geacht wordt gedaan te zijn. Indien de laatste dag van de verleende termijn een officiële feestdag is of geen werkdag is in het land waar de kennisgeving of mededeling moet worden gedaan, verstrijkt de termijn aan het eind van de eerstvolgende werkdag. Een kennisgeving of mededeling die in overeenstemming met lid 2 van dit artikel verzonden werd vóór of op de laatste dag van de toegekende termijn, wordt geacht tijdig gedaan te zijn.

 

MEERDERE PARTIJEN, MEERDERE CONTRACTEN, TUSSENKOMST EN SAMENVOEGING

Artikel 9. - Meerdere partijen

1. Een arbitrage kan tussen meer dan twee partijen plaatsvinden, wanneer deze zijn overeengekomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement,

2. Iedere partij kan een vordering instellen tegen iedere andere partij, binnen de grenzen bepaald door artikel 23 lid 8 van het reglement.

Artikel 10. - Meerdere contracten

1. Vorderingen die ontstaan uit of in verband met meerdere contracten kunnen in één enkele arbitrage worden ingesteld. Dit is met name het geval wanneer de vorderingen worden ingediend op basis van meerdere arbitrageovereenkomsten:

a) indien de partijen zijn overeengekomen een beroep te doen op arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement, en

b) indien alle partijen in de arbitrage zijn overeengekomen om hun vorderingen te laten beslechten in één enkele arbitrage.

2. Verschillen inzake de toepasselijk rechtsregels of inzake de taal van de arbitrage doen geen vermoeden ontstaan dat de arbitrageovereenkomsten onverenigbaar zijn.

3. Arbitrageovereenkomsten inzake transacties die los van elkaar staan, doen een vermoeden ontstaan dat de partijen niet zijn overeengekomen om de vorderingen in één enkele procedure te laten beslechten.

4. In het kader van één enkele arbitrage kan iedere partij een vordering instellen tegen iedere andere partij, binnen de grenzen bepaald door artikel 23, lid 8, van het reglement.

Artikel 11. - Tussenkomst

1. Een derde kan vragen om tussen te komen in een procedure en iedere partij in een procedure kan een derde in tussenkomst roepen. De tussenkomst kan toegestaan worden wanneer de derde en de partijen in het geschil zijn overeengekomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement.

2. Een tussenkomst kan niet meer plaatsvinden nadat het benoemingscomité of de voorzitter ieder lid van het scheidsgerecht heeft benoemd of bevestigd, tenzij alle partijen inclusief de tussenkomende derde anders zijn overeengekomen.

3. Het verzoek tot tussenkomst wordt gericht aan het secretariaat en, indien het reeds is aangesteld, aan het scheidsgerecht. De eiser in tussenkomst moet bij het verzoek tot tussenkomst het bewijs voegen van de kennisgeving van het verzoek aan de partijen in de procedure, in voorkomend geval aan de derde om wiens tussenkomst verzocht wordt en, indien het reeds is benoemd, aan het scheidsgerecht.

4. Het verzoek tot tussenkomst bevat onder meer de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van de eiser in tussenkomst, van ieder der partijen en indien hij niet de eiser in tussenkomst is, van de derde;

b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de eiser in tussenkomst in de arbitrage vertegenwoordigen;

c) een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil dat aan de vordering ten grondslag ligt;

d) aanduidingen betreffende de plaats en de taal van de lopende arbitrage en de toepasselijke rechtsregels;

e) het voorwerp van de vordering tot tussenkomst, een samenvatting van de ingeroepen middelen en, indien mogelijk, een raming van de financiële impact van de vordering tot tussenkomst op de gevorderde bedragen.

Het verzoek tot tussenkomst moet vergezeld gaan van een kopie van de gesloten overeenkomsten en alleszins van de arbitrageovereenkomst die de partijen en de derde bindt en van alle overige nuttige stukken.

5. De tussenkomende derde kan een vordering instellen tegen iedere andere partij, binnen de grenzen bepaald door artikel 23 lid 8 van het reglement.

Artikel 12. - Bevoegdheid van het scheidsgerecht

1. Het scheidsgerecht beslist over alle betwistingen inzake de artikelen 9 tot 11 van het reglement, daarin begrepen ook over zijn eigen bevoegdheid.

2. Uit de beslissingen van het benoemingscomité of van de voorzitter inzake de benoeming of bevestiging van de leden van het scheidsgerecht kan niets worden afgeleid terzake van deze bevoegdheid.

Artikel 13. - Samenvoeging

1. Wanneer een of meerdere contracten een arbitrageovereenkomst bevatten die de toepassing ven het CEPANI reglement voorzien en wanneer deze aanleiding geven tot afzonderlijke arbitrages die onder elkaar een band van samenhang of van ondeelbaarheid vertonen, kan het benoemingscomité of de voorzitter de samenvoeging ervan bevelen. Deze beslissing wordt genomen, hetzij vóór ieder ander rechtsmiddel, op vraag van de partijen of van de meest gerede partij, hetzij op vraag van de scheidsgerechten of van één van hen. In elk geval wordt er geen beslissing genomen zonder dat de partijen en het scheidsgerecht of, in voorkomend geval, de scheidsgerechten uitgenodigd werden om hun opmerkingen schriftelijk mee delen binnen de termijn toegekend door het secretariaat.

2. Er wordt gevolg gegeven aan het verzoek tot samenvoeging, wanneer alle partijen dit ondersteunen en wanneer zij het ook eens zijn over de modaliteiten waaronder de samenvoeging dient te geschieden. In de andere gevallen kan het benoemingscomité of de voorzitter gevolg geven aan het verzoek tot samenvoeging, na onder meer onderzocht te hebben:

a) of de partijen de samenvoeging in hun arbitrageovereenkomst niet hebben uitgesloten;

b) of de vorderingen in de afzonderlijke arbitrages werden ingediend op basis van dezelfde arbitrageovereenkomst;

c) of wanneer de vorderingen werden ingediend onder verschillende arbitrageovereenkomsten, of deze verenigbaar zijn en of de procedures dezelfde partijen betreffen en betrekking hebben op geschillen die uit dezelfde rechtsverhouding zijn ontstaan. Het benoemingscomité of de voorzitter houdt onder meer ook rekening met:

a) de stand van ieder van de arbitrages en met name het feit dat een of meerdere arbiters reeds in meer dan een arbitrage werden benoemd of bevestigd en, in voorkomend geval, of het al dan niet dezelfde personen zijn die benoemd of bevestigd werden.

b) de plaats vastgesteld in de arbitrageovereenkomsten.

Bij zijn beoordeling houdt het benoemingscomité of de voorzitter rekening met artikel 15.

3. Behoudens andersluidende overeenkomst van de partijen over het beginsel van de samenvoeging en over de modaliteiten ervan, kan het benoemingscomité of de voorzitter geen samenvoeging van arbitrages bevelen wanneer reeds een beslissing alvorens recht te doen, een beslissing over de ontvankelijkheid of een beslissing over de grond van de vordering werd genomen.

 

HET SCHEIDSGERECHT

Artikel 14. - Algemene bepalingen

1. Uitsluitend personen die onafhankelijk zijn ten opzichte van de partijen en hun raadslieden en die de gedragsregels opgenomen in bijlage III naleven, kunnen als arbiter in een CEPANI-arbitrage optreden. Wanneer de arbiter wordt benoemd of bevestigd, verbindt hij zich ertoe onafhankelijk te blijven tot aan het einde van zijn opdracht. Hij is onpartijdig en verbindt zich eveneens ertoe dit te blijven en beschikbaar te blijven.

2. Voor zijn benoeming of bevestiging, ondertekent de voorgedragen arbiter een verklaring van aanvaarding, beschikbaarheid en onafhankelijkheid. Hij deelt schriftelijk aan het secretariaat de feiten en omstandigheden mee, die van dien aard zijn dat deze in de ogen van de partijen aanleiding zouden kunnen geven zijn onafhankelijkheid in twijfel te trekken. Het secretariaat deelt deze informatie schriftelijk mee aan de partijen en stelt een termijn waarbinnen zij eventuele opmerkingen kunnen indienen.

3. Indien in de loop van de arbitrageprocedure zich feiten en omstandigheden voordoen van dezelfde aard als deze vermeld in lid 2 van dit artikel, brengt de arbiter deze onmiddellijk schriftelijk ter kennis van het secretariaat en de partijen.

4. De beslissingen van het benoemingscomité of de voorzitter inzake de benoeming, de bevestiging of de vervanging van een arbiter zijn niet aanvechtbaar. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.

5. Door het aanvaarden van zijn opdracht, verbindt de arbiter er zich toe deze tot het einde uit te voeren in overeenstemming met dit reglement.

Artikel 15. - Keuze van de arbiters

1. Het benoemingscomité of de voorzitter stelt het scheidsgerecht aan of bevestigt het in overeenstemming met de hiernavolgende regels. Hierbij wordt meer bepaald rekening gehouden met de beschikbaarheid, de kwalificaties en de bekwaamheid van de arbiter om de arbitrage te voeren overeenkomstig dit reglement.

2. Indien de partijen overeengekomen zijn dat hun geschil door één arbiter wordt beslecht, kunnen zij de enkele arbiter in onderling akkoord onder voorbehoud van bevestiging door het benoemingscomité of de voorzitter voordragen. Bij gebrek aan overeenstemming tussen de partijen binnen een termijn van één maand na de kennisgeving van het verzoek tot arbitrage aan de verweerder, of binnen een andere termijn verleend door het secretariaat, wordt de enkele arbiter ambtshalve door het benoemingscomité of de voorzitter benoemd. Indien het benoemingscomité of de voorzitter weigert de voorgedragen arbiter te bevestigen, zorgt het binnen de termijn van één maand na de datum waarop de weigering ter kennis van de partijen wordt gebracht voor de vervanging.

3. Wanneer drie arbiters voorzien zijn, draagt elke partij, respectievelijk in het verzoek tot arbitrage en in het antwoord daarop, een arbiter voor ter bevestiging door het benoemingscomité of de voorzitter. Indien één van de partijen nalaat een arbiter voor te dragen of indien deze niet wordt bevestigd, benoemt het benoemingscomité of de voorzitter deze ambtshalve. De derde arbiter, die van rechtswege het voorzitterschap van het scheidsgerecht bekleedt, wordt door het benoemingscomité of de voorzitter aangesteld, tenzij de partijen een andere procedure voor de benoeming zijn overeengekomen. In dit laatste geval kan de benoeming van de derde arbiter slechts gebeuren na bevestiging door het benoemingscomité of de voorzitter. Indien deze procedure niet tot de voordracht van een derde arbiter leidt binnen de termijn die door de partijen of het secretariaat bepaald werd, wordt de derde arbiter ambtshalve door het benoemingscomité of de voorzitter benoemd.

4. Indien de partijen het aantal arbiters niet hebben bepaald, wordt het geschil door een enkele arbiter beslecht. Op verzoek van een partij, of zelfs ambtshalve, kan het benoemingscomité of de voorzitter evenwel beslissen dat het geschil aan een drieledig scheidsgerecht wordt voorgelegd. In dit geval draagt de eiser een arbiter voor binnen een termijn van vijftien dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de beslissing van het benoemingscomité of de voorzitter, en draagt de verweerder een arbiter voor binnen een termijn van vijftien dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de door de eiser gedane voordracht.

5. Indien er meerdere partijen zijn en het geschil aan drie arbiters voorgelegd wordt, moeten de eisers gezamenlijk en de verweerders gezamenlijk een arbiter ter bevestiging volgens de bepalingen van dit artikel voordragen. Indien er geen gezamenlijke voordacht wordt verricht of bij gebreke van een ander akkoord tussen de partijen over de wijze waarop het scheidsgerecht moet samengesteld worden, stelt het benoemingscomité of de voorzitter elk lid van het scheidsgerecht aan en duidt het één van hen als voorzitter aan.

6. Wanneer drie arbiters zijn voorzien en een verzoek tot tussenkomst bij het secretariaat wordt ingediend overeenkomstig artikel 11 lid 3 vooraleer het benoemingscomité of de voorzitter ieder lid van het scheidsgerecht heeft benoemd of bevestigd, kan de tussenkomende derde een arbiter voordragen gezamenlijk met de eiser(s) of met de verweerder(s). Wanneer één arbiter is voorzien en een verzoek tot tussenkomst bij het secretariaat wordt ingediend overeenkomstig artikel 11 lid 3 vooraleer het benoemingscomité of de voorzitter de enkele arbiter heeft benoemd of bevestigd, stelt het benoemingscomité de voorzitter aan rekening houdende met het verzoek tot tussenkomst.

7. Wanneer de partijen in de procedure zijn overeengekomen dat een verzoek tot tussenkomst kan ingediend worden nadat het benoemingscomité of de voorzitter ieder lid van het scheidsgerecht heeft benoemd of bevestigd, heeft het comité of de voorzitter de keuze om hetzij de tussengekomen benoemingen te bevestigingen te bekrachtigen, hetzij een einde te stellen aan de opdracht van de leden van het scheidsgerecht die voordien werden benoemd of bevestigd en vervolgens nieuwe leden aan te stellen en één van hen als voorzitter aan te duiden. In dergelijk geval, is het benoemingscomité of de voorzitter vrij het aantal arbiters te bepalen en personen naar eigen keuze aan te stellen.

8. Indien het verzoek tot samenvoeging overeenkomstig artikel 13 lid 1 wordt aanvaard, stelt het benoemingscomité of de voorzitter elk lid van het scheidsgerecht aan en duidt het één van hen als voorzitter aan.

Artikel 16. - Wraking van de arbiters

1. Een verzoek tot wraking, hetzij wegens gebrek aan onafhankelijkheid, hetzij om eender welke andere reden, wordt ingediend door de verzending aan het secretariaat van een schriftelijke verklaring waarin de feiten en de omstandigheden waarop dit verzoek berust duidelijk omschreven zijn.

2. De partij die een arbiter wil wraken, moet het verzoek tot wraking op straffe van verval instellen binnen de termijn van één maand na de ontvangst van de kennisgeving van de benoeming van de arbiter of binnen de termijn van één maand na de dag waarop zij werd ingelicht over de feiten en omstandigheden waarop zij het verzoek tot wraking baseert, voor zover deze dag valt na de ontvangst van bovenvermelde kennisgeving.

3. Het secretariaat nodigt de betrokken arbiter, de andere partijen, evenals de overige leden van het scheidsgerecht, voor zover deze er zijn, uit om binnen de termijn die het toekent, schriftelijk hun opmerkingen over te maken. Deze opmerkingen worden meegedeeld aan de partijen en aan de arbiters. Zij kunnen er nog een antwoord op formuleren binnen de door het secretariaat vastgestelde termijn. Het maakt vervolgens het verzoek en de ontvangen opmerkingen over aan het wrakingscomité. Dit laatste spreekt zich uit over de ontvankelijkheid en over de gegrondheid van het verzoek tot wraking.

4. De beslissing van het wrakingscomité over de wraking van een arbiter is zonder verhaal. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.

Artikel 17. - Vervanging van arbiters

1. Bij overlijden, wraking, behoorlijk aanvaarde terugtrekking, verhindering of op verzoek van alle partijen, wordt een arbiter vervangen.

2. Een arbiter wordt eveneens vervangen indien het benoemingscomité of de voorzitter vaststelt dat de arbiter de jure of de facto verhinderd is zijn opdracht uit te oefenen of zijn taken niet uitoefent in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement of binnen de toegekende termijnen. In dit geval, neemt het benoemingscomité of de voorzitter een beslissing nadat het de betrokken arbiter, de partijen en de overige leden van het scheidsgerecht, voor zover deze er zijn, heeft uitgenodigd om hun opmerkingen schriftelijk aan het secretariaat over te maken, binnen de door het secretariaat toegekende termijn. Deze opmerkingen worden meegedeeld aan de partijen en aan de arbiters.

3. Indien een arbiter wordt vervangen, beslist het benoemingscomité of de voorzitter naar eigen goeddunken of het al dan niet de oorspronkelijke benoemingsprocedure volgt. Zodra het opnieuw is samengesteld, en na de partijen te hebben uitgenodigd hun opmerkingen mee te delen, beslist het scheidsgerecht of, en in welke mate, de voorgaande procedure moet worden hernomen.

 

DE ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel 18. - Overhandiging van het dossier aan het scheidsgerecht

Het secretariaat overhandigt het dossier aan het scheidsgerecht nadat dit is samengesteld en wanneer de provisie voor arbitragekosten voorzien in artikel 35 integraal werd voldaan.

Artikel 19. - Bewijs van volmacht

Op ieder ogenblik na de inleiding van de arbitrage, kunnen het scheidsgerecht of het secretariaat een bewijs van de volmacht van iedere vertegenwoordiger van een partij verlangen.

Artikel 20. - Taal van de arbitrage

1. De partijen bepalen in onderlinge overeenstemming de taal of de talen van de arbitrage. Bij gebreke aan overeenstemming, bepaalt het scheidsgerecht de taal of talen van de arbitrage, rekening houdend met de omstandigheden en met name de taal van de overeenkomst.

2. Het scheidsgerecht beslist wie en in welke verhouding de eventuele vertaalkosten draagt.

Artikel 21. - Plaats van de arbitrage

1. Het benoemingscomité of de voorzitter bepaalt de plaats van de arbitrage, tenzij de partijen deze zijn overeengekomen.

2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen en na hen geraadpleegd te hebben, kan het scheidsgerecht op elke plaats die het daartoe geschikt acht, zittingen en bijeenkomsten houden.

3. Het scheidsgerecht kan beraadslagen op elke plaats die het daartoe geschikt acht.

Artikel 22. - Opdrachtakte van het scheidsgerecht en procedure-agenda

1. Alvorens het onderzoek van de zaak aan te vatten, stelt het scheidsgerecht, op basis van de stukken of in aanwezigheid van de partijen, op basis van hun meest recente verklaringen, een akte op waarin het zijn opdracht omschrijft. Deze opdrachtakte bevat onder meer de volgende gegevens: a) de naam, voornaam, volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mail adres van iedere partij en van iedere persoon of personen die een partij vertegenwoordigen in de arbitrage en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;

b) de adressen waar alle kennisgevingen of mededelingen in de loop van de arbitrage op geldige wijze kunnen gebeuren;

c) de bondige opgave van de omstandigheden van de zaak;

d) de uiteenzetting van de vorderingen van de partijen met, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen in hoofden gebeurlijke tegenvordering;

e) behoudens indien het scheidsgerecht het niet opportuun acht, de bepaling van de te beslechten geschilpunten;

f) de namen, voornamen, hoedanigheden en adressen van de leden van het scheidsgerecht;

g) de plaats van de arbitrage;

h) alle overige vermeldingen die het scheidsgerecht nuttig acht.
 

2. De opdrachtakte moet worden ondertekend door de partijen en door de leden van het scheidsgerecht. Het scheidsgerecht maakt deze tekst, binnen een termijn van twee maanden na de overhandiging van het dossier, aan het secretariaat over. Deze termijn kan op gemotiveerd verzoek van het scheidsgerecht of desnoods ambtshalve door een beslissing van het secretariaat worden verlengd. Indien één der partijen weigert deel te nemen aan het opstellen van de opdrachtakte of ze te ondertekenen, hoewel zij door een arbitrageovereenkomst is gebonden, wordt de procedure voortgezet na het verstrijken van de termijn die door het secretariaat aan het scheidsgerecht wordt toegekend om de ontbrekende handtekening te bekomen. De arbitrale uitspraak die gedaan wordt in omstandigheden waarin een partij geweigerd heeft de opdrachtakte te ondertekenen of deel te nemen aan de arbitrage, wordt geacht op tegenspraak te zijn gedaan.

3. Bij het opmaken van de opdrachtakte, of zo snel mogelijk erna, stelt het scheidsgerecht in een afzonderlijk document, en na raadpleging van de partijen, de voorziene procedure-agenda op die het beoogt te volgen bij het verloop van de procedure en deelt deze mee aan de partijen en aan het secretariaat. Iedere latere wijziging van deze agenda wordt aan de partijen en aan het secretariaat meegedeeld.

4. De voorziene procedure-agenda kan worden vastgesteld tijdens een overleg met de partijen dat door het scheidsgerecht georganiseerd wordt hetzij op eigen initiatief hetzij op verzoek van een partij. Dit overleg heeft tot doel de partijen te raadplegen over de procedurele maatregelen die overeenkomstig artikel 23 vereist zijn en over alle andere maatregelen die de administratie van de procedure kunnen vergemakkelijken. Zij kan worden georganiseerd door ieder communicatiemiddel.

5. Het scheidsgerecht kan enkel als goede personen naar billijkheid oordelen (“amiable composition”) indien de partijen het daartoe de bevoegdheid verlenen. Het scheidsgerecht moet zich in dit geval niettemin naar de bepalingen van dit reglement schikken.

Artikel 23. - Onderzoek van de zaak

1. Het scheidsgerecht en de partijen handelen snel en loyaal tijdens het verloop van de procedure. De partijen onthouden zich in het bijzonder van vertragingsmanoeuvres of van iedere andere handeling die tot doel of tot gevolg heeft de procedure te vertragen.

2. Het scheidsgerecht vat met alle geëigende middelen zo spoedig mogelijk het onderzoek van de zaak aan. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, stelt het scheidsgerecht vrij de modaliteiten van de bewijsvoering vast. Het kan onder meer getuigenissen inwinnen en één of meer deskundigen aanstellen.

3. Het scheidsgerecht mag uitspraak doen op grond van stukken, tenzij de partijen of één van hen, wensen gehoord te worden.

4. Op vraag van de partijen of één van hen, of ambtshalve, nodigt het scheidsgerecht de partijen tijdig uit te verschijnen op de dag en de plaats die het vaststelt.

5. Indien de partijen of één van hen niet opdagen, hoewel zij regelmatig zijn opgeroepen, is het scheidsgerecht gemachtigd om zijn opdracht niettemin te volbrengen, nadat het zich ervan heeft vergewist dat de oproep de partijen heeft bereikt en dat zij geen geldig excuus hebben aangevoerd om hun afwezigheid te rechtvaardigen. De arbitrale uitspraak wordt in ieder geval geacht op tegenspraak te zijn gedaan.

6. De zittingen zijn niet openbaar. Behoudens toestemming van het scheidsgerecht en van de partijen zijn de zittingen niet toegankelijk voor personen die niet in het geding betrokken zijn.

7. De partijen verschijnen in persoon, via een behoorlijk daartoe gevolmachtigde en/of raadsman.

8. Indien de partijen nieuwe vorderingen formuleren, hetzij als hoofdvordering hetzij als tegenvordering, moeten zij dit schriftelijk doen. Het scheidsgerecht kan weigeren van deze nieuwe vorderingen kennis te nemen, indien het oordeelt dat dit het onderzoek of de afhandeling van de oorspronkelijke vordering kan vertragen of de door de opdrachtakte vastgestelde grenzen overschrijdt. Het kan ook rekening houden met alle andere relevante omstandigheden.

Artikel 24. - Sluiting van de debatten

1. Zo spoedig mogelijk na de laatste zitting of na het indienen van de laatste toegestane procedure of andere stukken, verklaart het scheidsgerecht de debatten gesloten.

2. Het scheidsgerecht kan, indien het dit noodzakelijk acht, op eigen initiatief of op verzoek van een partij, op ieder ogenblik vooraleer de uitspraak is gedaan, beslissen om de debatten te heropenen.

Artikel 25. - Vertrouwelijkheid van de arbitrageprocedure

Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen of er een wettelijke verplichting is tot bekendmaking, is de arbitrageprocedure vertrouwelijk.

Artikel 26. - Voorlopige en bewarende maatregelen voorafgaand aan de samenstelling van het scheidsgerecht

1. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, kan ieder van hen dringende voorlopige en bewarende maatregelen verzoeken die niet kunnen wachten tot het scheidsgerecht is aangesteld. Het verzoek wordt ingediend in de overeengekomen taal of, bij gebreke daarvan, in de taal van de arbitrageovereenkomst.

2. Het verzoek van een partij voor voorlopige en bewarende maatregelen wordt gericht aan het secretariaat.

3. Het verzoek tot voorlopige en bewarende maatregelen bevat onder meer de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;

b) naam, voornaam en volledige benaming, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de eiser in de arbitrage vertegenwoordigen;

c) een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;

d) een uiteenzetting van de gevorderde maatregelen;

e) de redenen waarom de eiser voorlopige en bewarende maatregelen verzoekt die niet kunnen wachten tot het scheidsgerecht is samengesteld;

f) aanwijzingen betreffende de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels;

g) alle relevante overeenkomsten en alle overige nuttige stukken en alleszins de arbitrageovereenkomst;

h) het bewijs van de betaling van de procedurekosten vermeld in lid 11 van dit artikel.

4. Het benoemingscomité of de voorzitter stelt een arbiter aan die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen met de opdracht om over de verzochte dringende maatregelen te beslissen. Deze benoeming vindt in beginsel plaats binnen twee dagen na de ontvangst van het verzoek door het secretariaat. Zodra hij is aangesteld, ontvangt de arbiter het dossier van het secretariaat. De partijen worden daarover ingelicht en corresponderen vanaf dan rechtstreeks met de arbiter en zenden kopie daarvan aan de andere partij en aan het secretariaat.

5. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen moet onafhankelijk zijn en blijven gedurende de hele procedure. Hij moet eveneens onpartijdig zijn en blijven. Daartoe ondertekent hij een verklaring van onafhankelijkheid, aanvaarding en beschikbaarheid.

6. De arbiter die uitspraak doet bij voorraad over voorlopige en bewarende maatregelen kan niet als arbiter benoemd worden in een arbitrage betreffende het geschil dat aan het verzoek ten grondslag ligt.

7. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen kan gewraakt worden. Het verzoek tot wraking van de arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen moet op straffe van verval worden ingesteld binnen drie dagen hetzij na de ontvangst door de wrakende partij van de kennisgeving van de benoeming van de arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen hetzij vanaf de dag waarop deze partij werd ingelicht over de feiten en omstandigheden waarop zij het verzoek tot wraking baseert, voor zover deze dag valt na de ontvangst van bovenvermelde kennisgeving. Het secretariaat biedt de arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen en de andere partij de mogelijkheid hun opmerkingen over te maken binnen de termijn die het vaststelt. Het secretariaat maakt vervolgens het wrakingverzoek en de ontvangen opmerkingen over aan het wrakingcomité. Dit laatste spreekt zich in principe binnen de drie werkdagen uit over de ontvankelijkheid en over de gegrondheid van het wrakingverzoek. Het wrakingcomité beslist zonder mogelijkheid van beroep over de wraking van de arbiter. De redenen voor zijn beslissing worden niet meegedeeld.

8. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen stelt in beginsel binnen drie werkdagen na ontvangstvan het dossier een procedure-agenda op. Hij bezorgt het secretariaat een kopie van al zijn schriftelijke mededelingen aan de partijen.

9. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen voert de procedure op de wijze die hij het meest geschikt acht. In elk geval voert hij de procedure op onpartijdige wijze en waakt hij er over dat iedere partij de mogelijkheid heeft om voldoende gehoord te worden.

10. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen doet in beginsel uitspraak binnen de vijftien werkdagen na de ontvangst van het dossier. Zijn beslissing wordt schriftelijk gedaan en is met redenen omkleed. Zij maakt het voorwerp uit van een gemotiveerde beschikking of, indien de arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen dit aangewezen acht, van een arbitrale uitspraak. De arbiter zendt zijn beslissing aan de partijen en een kopie aan het secretariaat door een communicatiemiddel toegestaan door artikel 8 lid 2.

11. De aanvrager van voorlopige en bewarende maatregelen overeenkomstig artikel 26 moet een bedrag betalen dat de honoraria van de arbiter die bij voorraad uitspraak doet en de administratiekosten dekt. Het te storten bedrag is vastgesteld onder punt 7 van Bijlage 1. Het verzoek tot voorlopige en bewarende maatregelen wordt slechts aan het benoemingscomité of de voorzitter overgemaakt wanneer het secretariaat het voormelde bedrag heeft ontvangen. Indien de procedure krachtens dit artikel niet plaatsvindt of indien er een einde aan wordt gesteld vooraleer een uitspraak is gedaan, bepaalt het secretariaat het bedrag dat, in voorkomend geval, moet terugbetaald worden aan de eiser. In elk geval behoudt CEPANI het bedrag dat overeenkomstig punt 7 van Bijlage 1 de administratiekosten dekt.

Artikel 27. - Voorlopige en bewarende maatregelen na de samenstelling van het scheidsgerecht

1. Elke partij kan het scheidsgerecht, zodra het is aangesteld en voor zover de provisie voor arbitragekosten voorzien in artikel 35 is betaald, verzoeken voorlopige en bewarende maatregelen te bevelen, daarin begrepen het stellen van waarborgen of het toewijzen van een provisie. Dergelijke maatregelen maken het voorwerp uit van een gemotiveerde beschikking of, indien het scheidsgerecht dit aangewezen acht, een arbitrale uitspraak.

2. Alle voorlopige en bewarende maatregelen die de rechterlijke overheid neemt met betrekking tot het geschil, moeten onverwijld ter kennis worden gebracht van het scheidsgerecht en van het secretariaat.

 

DE ARBITRALE UITSPRAAK

Artikel 28. - Termijn voor de arbitrale uitspraak

1. Het scheidsgerecht moet uitspraak doen binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van de in artikel 22 bedoelde opdrachtakte.

2. Deze termijn kan op gemotiveerd verzoek van het scheidsgerecht of ambtshalve door een beslissing van het secretariaat worden verlengd.

Artikel 29. - Opstellen van de arbitrale uitspraak

1. Indien meerdere arbiters zijn benoemd, wordt de arbitrale uitspraak bij meerderheid van stemmen gedaan. Als er geen meerderheid kan worden bereikt, is de stem van de voorzitter van het scheidsgerecht beslissend.

2. De arbitrale uitspraak moet met redenen omkleed zijn.

3. De arbitrale uitspraak wordt geacht te zijn gedaan op de plaats van de arbitrage en op de datum die erin vermeld wordt.

Artikel 30. - Schikkingsuitspraak

Indien de partijen, na de overhandiging van het dossier aan het scheidsgerecht, een akkoord bereiken dat aan hun geschil een einde stelt, wordt dit akkoord, indien zij hierom verzoeken en met de toestemming van het scheidsgerecht, vastgelegd in een arbitrale schikkingsuitspraak.

Artikel 31. - Kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen - neerlegging van de arbitrale uitspraak

1. Wanneer de arbitrale uitspraak is gedaan, maakt het scheidsgerecht deze aan het secretariaat over in zoveel originele exemplaren als er partijen zijn, meer een bijkomend origineel exemplaar voor het secretariaat.

2. Het secretariaat brengt een origineel van de door de leden van het scheidsgerecht ondertekende uitspraak ter kennis van elke partij per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs en een kopie daarvan per e-mail, voorzover de arbitragekosten volledig aan CEPANI zijn betaald. De datum van de verzending per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs geldt als datum van kennisgeving.

3. Indien de plaats van arbitrage in België is, wordt de arbitrale uitspraak slechts ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats van de arbitrage neergelegd, wanneer één van de partijen er om verzoekt binnen de termijn van drie maanden na de kennisgeving ervan.

Artikel 32. - Definitief en uitvoerbaar karakter van de arbitrale uitspraak

1. De arbitrale uitspraak is definitief en wordt in laatste aanleg gedaan. De partijen verbinden zich ertoe de uitspraak onverwijld ten uitvoer te brengen.

2. Door hun geschil aan een CEPANI-arbitrage te onderwerpen, doen de partijen afstand van alle rechtsmiddelen waarvan zij geldig afstand kunnen doen, met uitzondering van de hypothese waar een uitdrukkelijke afstand door de wet vereist is.

Artikel 33. - Verbetering en interpretatie van de arbitrale uitspraak – Terugverwijzing van de arbitrale uitspraak

1. Het scheidsgerecht kan ambtshalve binnen één maand na de kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen elke materiële vergissing, rekenfout, schrijffout of andere dergelijke fouten in de tekst van de uitspraak verbeteren.

2. Een partij kan binnen één maand vanaf de kennisgeving van de arbitrale uitspraak bij het secretariaat een verzoek tot verbetering van een fout zoals vermeld in lid 1 indienen. Dit verzoek moet worden ingediend in het aantal exemplaren vermeld in artikel 3 lid 1.

3. Een partij kan binnen één maand vanaf de kennisgeving van de arbitrale uitspraak bij het secretariaat een verzoek tot interpretatie van een bepaald punt of specifieke passage van de arbitrale uitspraak indienen. Dit verzoek moet worden ingediend in het aantal exemplaren vermeld in artikel 3 lid 1.

4. Na ontvangst van een verzoek zoals vermeld in lid 2 en 3, verleent het scheidsgerecht aan de andere partij een korte termijn van hoogstens één maand vanaf het verzoek om haar opmerkingen over te maken.

5. De beslissing om de uitspraak te verbeteren of te interpreteren wordt genomen in de vorm van een addendum, dat integraal deel uitmaakt van de uitspraak. De bepalingen van de artikelen 28, 29 en 31 zijn mutatis mutandis van toepassing.

6. Wanneer een rechtbank een arbitrale uitspraak terugverwijst naar het scheidsgerecht, zijn de bepalingen van de artikelen 28, 29 en 31 en dit artikel 33 mutatis mutandis van toepassing op ieder addendum of uitspraak gedaan krachtens de terugverwijzing. CEPANI kan alle maatregelen nemen die nodig zijn om het scheidsgerecht toe te laten de bewoordingen van dergelijke terugverwijzing na te leven, en het kan een voorschot bepalen om bijkomende honoraria en kosten van het scheidsgerecht en bijkomende administratiekosten van CEPANI te dekken.

 

DE ARBITRAGEKOSTEN

Artikel 34. - Aard en bedrag van de arbitragekosten - Kosten van de partijen

1. De arbitragekosten omvatten de honoraria en kosten van de arbiters, evenals de administratiekosten van CEPANI. Ze worden door het secretariaat vastgesteld rekening houdend met het totaalbedrag van de hoofdvordering en de tegenvordering, overeenkomstig de tarieflijst voor arbitrage geldig op de aanvangsdatum van de arbitrage.

2. De partijkosten omvatten eveneens de kosten van de partijen, de kosten voor hun verdediging en deze met betrekking tot de bewijsvoering en met de hulp van deskundigen en getuigen. Zij maken het voorwerp uit van een aanbeveling opgenomen in Bijlage III.

3. Indien uitzonderlijke omstandigheden dit vereisen, kan het secretariaat de arbitragekosten vaststellen op een hoger of lager bedrag dan wat uit de toepassing van de tarieflijst voor arbitrage voortvloeit.

4. Bij gebrek aan een totale of gedeeltelijke raming van de vorderingen, stelt het secretariaat op basis van de beschikbare elementen, het totaalbedrag van het geschil vast, op basis waarvan de arbitragekosten berekend worden.

5. In de loop van de procedure kan het secretariaat het bedrag van de arbitragekosten aanpassen, indien uit de omstandigheden van de zaak of uit nieuwe vorderingen blijkt dat het geschil omvangrijker is dan aanvankelijk bevonden.

Artikel 35. - De provisie voor arbitragekosten

1. Ter dekking van de arbitragekosten bepaald overeenkomstig artikel 34, lid 1, moet vooraleer het secretariaat het dossier aan het scheidsgerecht overhandigt, aan CEPANI een provisie voor arbitragekosten worden betaald.

2. Indien de arbitragekosten in de loop van de procedure moeten aangepast worden, geeft dit, op dat ogenblik, aanleiding tot het vaststellen van een aanvullende provisie.

3. Zowel de provisie als de aanvullende provisie zijn in gelijke delen verschuldigd door de eiser en de verweerder. Niettemin, kan iedere partij de totaliteit van de provisie ten laste nemen, indien de andere partij nalaat haar deel van de provisie te betalen.

4. Indien een tegenvordering of een verzoek tot tussenkomst wordt ingediend, kan het secretariaat op verzoek van de partijen of één van hen, of indien nodig ambtshalve voor de hoofdvordering, de tegenvordering en het verzoek tot tussenkomst gescheiden provisies vaststellen. Indien gescheiden provisies worden vastgesteld, moet iedere partij de provisie overeenstemmend met haar hoofd- of tegenvordering of verzoek tot tussenkomst ten laste nemen. Het scheidsgerecht kan slechts uitspraak doen over vorderingen waarvoor de provisie betaald werd. 5. Indien het bedrag van de provisie € 50.000,00 overschrijdt, kan de betaling ervan door middel van een bankgarantie die onherroepelijk en op eerste verzoek is, geschieden.

6. Indien aan een verzoek tot betaling van een aanvullende provisie niet wordt voldaan, kan het secretariaat, na raadpleging van het scheidsgerecht, het uitnodigen zijn opdracht op te schorten en een termijn van minstens vijftien dagen vaststellen, na verloop waarvan de vordering of de tegenvordering, op basis waarvan de aanvullende provisie werd berekend, geacht wordt ingetrokken te zijn. Een dergelijke intrekking verhindert niet dat de betreffende partij dezelfde vordering of tegenvordering in een andere procedure opnieuw indient.

Artikel 36. - Beslissing over de arbitragekosten en de kosten van de partijen

1. Het definitieve eindbedrag van de arbitragekosten wordt door het secretariaat vastgesteld.

2. De arbitrale einduitspraak bepaalt ten laste van welke partij de arbitragekosten, zoals deze definitief werden vastgesteld door het secretariaat, vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen verdeeld worden.

3. De arbitrale einduitspraak bepaalt eveneens ten laste van welke partij uiteindelijk de kosten van de partijen vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen verdeeld worden. In voorkomend geval, stelt de arbitrale uitspraak het akkoord tussen de partijen over de verdeling van de arbitragekosten en van de kosten van de partijen vast.

 

SLOTBEPALINGEN

Artikel 37. - Beperking van de aansprakelijkheid

1. De arbiters zijn niet aansprakelijk voor enige handeling of nalatigheid met betrekking tot hun rechtsprekende functie, behalve in geval van bedrog.

2. De arbiters, CEPANI en zijn leden en personeel zijn niet aansprakelijk voor enige andere handeling of nalatigheid in het kader van een arbitrale procedure, behalve in geval van bedrog of zware fout.

Artikel 38. - Suppletieve bepaling

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, handelen het scheidsgerecht en de partijen, in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn voorzien in dit reglement, overeenkomstig de geest van dit reglement en leveren zij iedere redelijke inspanning opdat de uitspraak rechtens uitvoerbaar zou zijn.

 

BIJLAGEN

Bijlage I: Tarieflijst voor arbitrage

Bijlage II: Partijkosten

Bijlage III: Gedragsregels voor CEPANI-procedures

Bijlage IV: Bepalingen van het Belgisch Gerechterlijk Wetboek 

Bijlage V: Algemeen bestuur en secretariaat