Arbitrage is een vorm van alternatieve geschillenbeslechting die een aantal niet te miskennen voordelen met zich meebrengt. Partijen die in een conflict verzeild raken, kunnen overeenkomen om dat geschil voor te leggen aan een scheidsgerecht. Zo’n geschil kan verband houden met een contractuele of andere verhouding die tussen hen bestaat. Het scheidsgerecht verleent een bindende arbitrale uitspraak nadat het beide partijen heeft gehoord. Indien nodig kan deze arbitrale uitspraak ook het voorwerp worden van een gedwongen tenuitvoerlegging.

Arbitrage kan slechts plaatsvinden mits het uitdrukkelijke akkoord van alle betrokken partijen. Dit akkoord kan deel uitmaken van een bestaande overeenkomst, maar kan ook na het ontstaan van het geschil worden gesloten.

WAAROM KIEZEN VOOR ARBITRAGE?

  • SNELHEID
    Een arbitrageprocedure bij CEPANI duurt gemiddeld 8 maanden tot één jaar. Deze beperkte tijdsduur is te danken aan de afwezigheid van hoger beroep, de flexibele en informele procedure, en de vereiste beschikbaarheid en deskundigheid van de arbiters. In het geval van een geschil met een beperkt geldelijk belang ( < 25.000 EUR) wordt die tijdsduur zelfs nog ingekort tot gemiddeld vier maanden. Deze procedure voor geschillen met een beperkt geldelijk belang verloopt in principe volledig schriftelijk en er wordt telkens slechts één arbiter benoemd.
  • VERTROUWELIJKHEID
    Een arbitrageprocedure is strikt vertrouwelijk, in tegenstelling tot een procedure bij de rechtbank die doorgaans openbaar is. De arbiters zijn gehouden tot strikte discretie, de betrokken partijen worden achter gesloten deuren gehoord en de arbitrale uitspraak kan enkel mits toestemming van de partijen publiek worden gemaakt. Dit klimaat van vertrouwen en discretie beoogt ook de relaties tussen de partijen optimaal te vrijwaren.
  • DESKUNDIGHEID
    Voor iedere nieuwe arbitrageprocedure wordt bekeken welke arbiters over de juiste expertise en kennis ter zake beschikken.
  • KOSTPRIJS 
    De kostprijs van een CEPANI-arbitrage wordt berekend in verhouding tot de financiële waarde van de vorderingen in het geding. CEPANI stelde tarieflijsten op die reeds op voorhand een nauwkeurige schatting van de kostprijs van de arbitrage moeten toelaten. Door de afwezigheid van hoger beroep en het snellere verloop van de procedure worden bovendien veel kosten bespaard.
Het Secretariaat raadt aan om, in overeenstemming met artikel 8(2) van het CEPANI Arbitragereglement, uw Verzoek tot Arbitrage en Bijlagen in te dienen in elektronische vorm en in één papieren versie.

Download het volledige arbitragereglement (2013)

Download het arbitragereglement (2007)

Download het arbitragereglement (2005)

Download het arbitragereglement in het Turks

Download het arbitragereglement in het Spaans

Reglement van toepassing vanaf 1 januari 2013

AFDELING I : ARBITRAGE

VOORAFGAANDE BEPALINGEN

Artikel 1. – Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie

Het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie (“CEPANI”) is een onafhankelijke instelling die de arbitrageprocedures administreert overeenkomstig zijn reglement. Het beslecht zelf geen geschillen en oefent niet de taak van arbiter uit.

Artikel 2. – Definities

In de volgende artikelen slaat:

(i) “secretariaat” op het secretariaat van CEPANI.

(ii) “voorzitter” op de voorzitter van CEPANI.

(iii) “benoemingscomité” op het benoemingsorgaan van CEPANI.

(iv) “wrakingscomité” op het wrakingsorgaan van CEPANI.

(v) “ arbitrageovereenkomst” op iedere vorm van wederzijds akkoord over arbitrage en, in ingeval van een investeringsgeschil, wanneer de overheid heeft ingestemd.

(vi) “scheidsgerecht” op één of meer arbiters.

(vii) “ eiser” en “verweerder” op één of meerdere eisers of verweerders.

(viii) “ arbitrale uitspraak” onder meer op een tussenuitspraak, een gedeeltelijke uitspraak of een einduitspraak.

(ix) “ beschikking” op de beslissingen van het scheidsgerecht die betrekking hebben op het verloop van de arbitrageprocedure.

(x) “dagen” op kalenderdagen.

(xi) “reglement” op het arbitragereglement van CEPANI.

HET INLEIDEN VAN DE PROCEDURE

Artikel 3. – Verzoek tot arbitrage

1. De partij die een beroep wenst te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement, dient daartoe een verzoek tot arbitrage in bij het secretariaat.
Het verzoek tot arbitrage bevat onder meer de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;

b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de eiser in de arbitrage vertegenwoordigen;

c) een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;

d) het voorwerp van de vordering, een samenvatting van de ingeroepen middelen en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen;

e) alle nodige inlichtingen om het aantal arbiters te bepalen en hun keuze mogelijk te maken overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 en de voordracht van de arbiter die zij dient aan te wijzen;

f) aanwijzingen betreffende de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.

Het verzoek moet vergezeld gaan van een kopie van de gesloten overeenkomsten en alleszins van de arbitrageovereenkomst en van alle overige nuttige stukken. Het verzoek tot arbitrage en de bijlagen moeten ingediend worden in zoveel exemplaren als er te benoemen arbiters zijn,  vermeerderd met één exemplaar voor het secretariaat.

2. De eiser moet bij het verzoek tot arbitrage het bewijs voegen van de kennisgeving van het verzoek en de bijlagen aan de verweerder.

3. De arbitrage vangt aan op de dag waarop het secretariaat in het bezit is van zowel het verzoek tot arbitrage als de bijlagen bij het verzoek, als de betaling van de registratiekosten zoals bepaald in punt 2 bijlage I. heeft ontvangen. Het secretariaat bevestigt de aanvangsdatum van de arbitrage aan de partijen.

Artikel 4. – Antwoord op het verzoek tot arbitrage en instellen van een tegenvordering

1. Binnen de termijn van één maand na de aanvangsdatum van de arbitrage, moet de verweerder zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage bij het secretariaat indienen.
Het antwoord bevat onder meer de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van de verweerder;

b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de verweerder in de arbitrage vertegenwoordigen;

c) de bondige commentaar van de verweerder op de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag liggen;

d) zijn standpunt over de onderdelen van de vordering;

e) zijn standpunt over het aantal en de keuze van de arbiters, rekening houdend met de voorstellen van de eiser en de voordracht van de arbiter die hij dient aan te wijzen;

f) aanduidingen over de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.

Het antwoord en de gebeurlijke bijlagen moeten ingediend worden in zoveel exemplaren als er te benoemen arbiters zijn, vermeerderd met één exemplaar voor het secretariaat.

2. De verweerder moet bij het antwoord het bewijs voegen van de kennisgeving, binnen dezelfde termijn van één maand, van het antwoord en van de bijlagen aan de eiser.

3. Elke tegenvordering van een verweerder, moet samen met het antwoord op het verzoek tot arbitrage worden ingediend en moet onder meer volgende gegevens bevatten:

a) een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de tegenvordering ten grondslag ligt; b) het voorwerp van de tegenvordering en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen.

4. De tegenvordering moet vergezeld gaan van alle nuttige stukken.

De eiser kan binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de tegenvordering meegedeeld door het secretariaat, een memorie indienen als antwoord op de tegenvordering.

Artikel 5. – Verlenging van de termijn voor het antwoord

Het secretariaat kan, op gemotiveerd verzoek van één van de partijen of zelfs ambtshalve, de in artikel 4 bepaalde termijnen verlengen.

Artikel 6. – Ontbreken prima facie van een arbitrageovereenkomst

Bij gebrek aan een prima facie arbitrageovereenkomst, kan de arbitrage geen doorgang vinden, indien de verweerder niet binnen de in artikel 4 voorgeschreven termijn van één maand zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage indient of indien hij de arbitrage onder het CEPANI- reglement afwijst.

Artikel 7. – Gevolgen van de arbitrageovereenkomst

1. Wanneer de partijen overeenkomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement, onderwerpen zij zich daardoor aan het reglement, met inbegrip van de bijlagen, dat van toepassing is op de aanvangsdatum van de arbitrage, tenzij zij uitdrukkelijk  overeengekomen zijn om zich te onderwerpen aan het reglement van toepassing op het tijdstip van de arbitrageovereenkomst.

2. Indien, niettegenstaande het bestaan van een prima facie arbitrageovereenkomst, één van de partijen weigert deel te nemen aan de arbitrage of zich van deelname onthoudt, zal de arbitrage desalniettemin doorgang vinden.

3. Indien, niettegenstaande het bestaan van een prima facie arbitrageovereenkomst, één van de partijen één of meer excepties opwerpt betreffende het bestaan, de geldigheid of de draagwijdte van de arbitrageovereenkomst, vindt de arbitrage doorgang zonder dat CEPANI beslist over de ontvankelijkheid of de gegrondheid van deze excepties. In dat geval moet het scheidsgerecht over zijn eigen bevoegdheid uitspraak doen.

4. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen, heeft de nietigheid of het niet bestaan van de overeenkomst niet tot gevolg dat het scheidsgerecht onbevoegd is, voor zover het de geldigheid van de arbitrageovereenkomst vaststelt.

Artikel 8. – Schriftelijke kennisgevingen of mededelingen en termijnen

1. De conclusies, memories en andere schriftelijke mededelingen vanwege de partijen en alle bijhorende stukken of documenten moeten door alle partijen tegelijkertijd toegezonden worden aan alle partijen, evenals aan iedere arbiter. Het secretariaat ontvangt een kopie van al deze mededelingen en documenten en van de mededelingen van het scheidsgerecht aan de partijen.

2. Het verzoek tot arbitrage, het antwoord op het verzoek tot arbitrage, de memories en conclusies en de benoeming van de arbiters kunnen geldig gebeuren per koerier tegen ontvangstbewijs, per aangetekende brief, per telefax of elektronisch. In deze gevallen draagt de verzender de bewijslast van de verzending. Onder voorbehoud van artikel 31 lid 2, kunnen de overige kennisgevingen en mededelingen gedaan bij toepassing van dit reglement geldig door iedere ander schriftelijk communicatiemiddel gebeuren.

3. Het scheidsgerecht kan andere regelingen inzake kennisgevingen en mededelingen vaststellen.

4. Indien een partij vertegenwoordigd wordt door een raadsman, gebeuren de kennisgevingen en mededelingen aan deze laatste, tenzij deze partij anders verzoekt.
De kennisgevingen en mededelingen zijn geldig, wanneer zij verstuurd zijn aan het laatst bekende adres van de bestemmeling, zoals dit meegedeeld werd door de bestemmeling zelf of, desgevallend, door de tegenpartij.

5. Een kennisgeving of een mededeling wordt geacht te zijn gedaan wanneer zij werd ontvangen of zou moeten ontvangen zijn, indien zij geldig gedaan werd in overeenstemming met lid 2 door de partij zelf, haar vertegenwoordiger of haar raadsman.

6. De in dit reglement bepaalde termijnen beginnen te lopen op de dag na die waarop een kennisgeving of mededeling overeenkomstig het voorgaande lid geacht wordt gedaan te zijn. Indien de laatste dag van de verleende termijn een officiële feestdag is of geen werkdag is in het land waar de kennisgeving of mededeling moet worden gedaan, verstrijkt de termijn aan het eind van de eerstvolgende werkdag. Een kennisgeving of mededeling die in overeenstemming met lid 2 van dit artikel verzonden werd vóór of op de laatste dag van de toegekende termijn, wordt geacht tijdig gedaan te zijn.

MEERDERE PARTIJEN, MEERDERE CONTRACTEN, TUSSENKOMST EN SAMENVOEGING

Artikel 9. – Meerdere partijen

1. Een arbitrage kan tussen meer dan twee partijen plaatsvinden, wanneer deze zijn overeengekomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement,

2. Iedere partij kan een vordering instellen tegen iedere andere partij, binnen de grenzen bepaald door artikel 23 lid 8 van het reglement.

Artikel 10. – Meerdere contracten

1. Vorderingen die ontstaan uit of in verband met meerdere contracten kunnen in één enkele arbitrage worden ingesteld. Dit is met name het geval wanneer de vorderingen worden ingediend op basis van meerdere arbitrageovereenkomsten:

a) indien de partijen zijn overeengekomen een beroep te doen op arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement, en

b) indien alle partijen in de arbitrage zijn overeengekomen om hun vorderingen te laten beslechten in één enkele arbitrage.

2. Verschillen inzake de toepasselijk rechtsregels of inzake de taal van de arbitrage doen geen vermoeden ontstaan dat de arbitrageovereenkomsten onverenigbaar zijn.

3. Arbitrageovereenkomsten inzake transacties die los van elkaar staan, doen een vermoeden ontstaan dat de partijen niet zijn overeengekomen om de vorderingen in één enkele procedure te laten beslechten.

4. In het kader van één enkele arbitrage kan iedere partij een vordering instellen tegen iedere andere partij, binnen de grenzen bepaald door artikel 23, lid 8, van het reglement.

Artikel 11. – Tussenkomst

1. Een derde kan vragen om tussen te komen in een procedure en iedere partij in een procedure kan een derde in tussenkomst roepen. De tussenkomst kan toegestaan worden wanneer de derde en de partijen in het geschil zijn overeengekomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement.

2. Een tussenkomst kan niet meer plaatsvinden nadat het benoemingscomité of de voorzitter ieder lid van het scheidsgerecht heeft benoemd of bevestigd, tenzij alle partijen inclusief de tussenkomende derde anders zijn overeengekomen.

3. Het verzoek tot tussenkomst wordt gericht aan het secretariaat en, indien het reeds is aangesteld, aan het scheidsgerecht. De eiser in tussenkomst moet bij het verzoek tot tussenkomst het bewijs voegen van de kennisgeving van het verzoek aan de partijen in de procedure, in voorkomend geval aan de derde om wiens tussenkomst verzocht wordt en, indien het reeds is benoemd, aan het scheidsgerecht.

4. Het verzoek tot tussenkomst bevat onder meer de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van de eiser in tussenkomst, van ieder der partijen en indien hij niet de eiser in tussenkomst is, van de derde;

b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de eiser in tussenkomst in de arbitrage vertegenwoordigen;

c) een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil dat aan de vordering ten grondslag ligt;

d) aanduidingen betreffende de plaats en de taal van de lopende arbitrage en de toepasselijke rechtsregels;

e) het voorwerp van de vordering tot tussenkomst, een samenvatting van de ingeroepen middelen en, indien mogelijk, een raming van de financiële impact van de vordering tot tussenkomst op de gevorderde bedragen.

Het verzoek tot tussenkomst moet vergezeld gaan van een kopie van de gesloten overeenkomsten en alleszins van de arbitrageovereenkomst die de partijen en de derde bindt en van alle overige nuttige stukken.

5. De tussenkomende derde kan een vordering instellen tegen iedere andere partij, binnen de grenzen bepaald door artikel 23 lid 8 van het reglement.

Artikel 12. – Bevoegdheid van het scheidsgerecht

1. Het scheidsgerecht beslist over alle betwistingen inzake de artikelen 9 tot 11 van het reglement, daarin begrepen ook over zijn eigen bevoegdheid.

2. Uit de beslissingen van het benoemingscomité of van de voorzitter inzake de benoeming of bevestiging van de leden van het scheidsgerecht kan niets worden afgeleid terzake van deze bevoegdheid.

Artikel 13. – Samenvoeging

1. Wanneer een of meerdere contracten een arbitrageovereenkomst bevatten die de toepassing ven het CEPANI reglement voorzien en wanneer deze aanleiding geven tot afzonderlijke arbitrages die onder elkaar een band van samenhang of van ondeelbaarheid vertonen, kan het benoemingscomité of de voorzitter de samenvoeging ervan bevelen. Deze beslissing wordt genomen, hetzij vóór ieder ander rechtsmiddel, op vraag van de partijen of van de meest gerede partij, hetzij op vraag van de scheidsgerechten of van één van hen. In elk geval wordt er geen beslissing genomen zonder dat de partijen en het scheidsgerecht of, in voorkomend geval, de scheidsgerechten uitgenodigd werden om hun opmerkingen schriftelijk mee delen binnen de termijn toegekend door het secretariaat.

2. Er wordt gevolg gegeven aan het verzoek tot samenvoeging, wanneer alle partijen dit ondersteunen en wanneer zij het ook eens zijn over de modaliteiten waaronder de samenvoeging dient te geschieden. In de andere gevallen kan het benoemingscomité of de voorzitter gevolg geven aan het verzoek tot samenvoeging, na onder meer onderzocht te hebben:

a) of de partijen de samenvoeging in hun arbitrageovereenkomst niet hebben uitgesloten;

b) of de vorderingen in de afzonderlijke arbitrages werden ingediend op basis van dezelfde arbitrageovereenkomst;

c) of wanneer de vorderingen werden ingediend onder verschillende arbitrageovereenkomsten, of deze verenigbaar zijn en of de procedures dezelfde partijen betreffen en betrekking hebben op geschillen die uit dezelfde rechtsverhouding zijn ontstaan. Het benoemingscomité of de voorzitter houdt onder meer ook rekening met:

a) de stand van ieder van de arbitrages en met name het feit dat een of meerdere arbiters reeds in meer dan een arbitrage werden benoemd of bevestigd en, in voorkomend geval, of het al dan niet dezelfde personen zijn die benoemd of bevestigd werden.

b) de plaats vastgesteld in de arbitrageovereenkomsten.

Bij zijn beoordeling houdt het benoemingscomité of de voorzitter rekening met artikel 15.

3. Behoudens andersluidende overeenkomst van de partijen over het beginsel van de samenvoeging en over de modaliteiten ervan, kan het benoemingscomité of de voorzitter geen samenvoeging van arbitrages bevelen wanneer reeds een beslissing alvorens recht te doen, een beslissing over de ontvankelijkheid of een beslissing over de grond van de vordering werd genomen.

HET SCHEIDSGERECHT

Artikel 14. – Algemene bepalingen

1. Uitsluitend personen die onafhankelijk zijn ten opzichte van de partijen en hun raadslieden en die de gedragsregels opgenomen in bijlage III naleven, kunnen als arbiter in een CEPANI-arbitrage optreden. Wanneer de arbiter wordt benoemd of bevestigd, verbindt hij zich ertoe onafhankelijk te blijven tot aan het einde van zijn opdracht. Hij is onpartijdig en verbindt zich eveneens ertoe dit te blijven en beschikbaar te blijven.

2. Voor zijn benoeming of bevestiging, ondertekent de voorgedragen arbiter een verklaring van aanvaarding, beschikbaarheid en onafhankelijkheid. Hij deelt schriftelijk aan het secretariaat de feiten en omstandigheden mee, die van dien aard zijn dat deze in de ogen van de partijen aanleiding zouden kunnen geven zijn onafhankelijkheid in twijfel te trekken. Het secretariaat deelt deze informatie schriftelijk mee aan de partijen en stelt een termijn waarbinnen zij eventuele opmerkingen kunnen indienen.

3. Indien in de loop van de arbitrageprocedure zich feiten en omstandigheden voordoen van dezelfde aard als deze vermeld in lid 2 van dit artikel, brengt de arbiter deze onmiddellijk schriftelijk ter kennis van het secretariaat en de partijen.

4. De beslissingen van het benoemingscomité of de voorzitter inzake de benoeming, de bevestiging of de vervanging van een arbiter zijn niet aanvechtbaar. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.

5. Door het aanvaarden van zijn opdracht, verbindt de arbiter er zich toe deze tot het einde uit te voeren in overeenstemming met dit reglement.

Artikel 15. – Keuze van de arbiters

1. Het benoemingscomité of de voorzitter stelt het scheidsgerecht aan of bevestigt het in overeenstemming met de hiernavolgende regels. Hierbij wordt meer bepaald rekening gehouden met de beschikbaarheid, de kwalificaties en de bekwaamheid van de arbiter om de arbitrage te voeren overeenkomstig dit reglement.

2. Indien de partijen overeengekomen zijn dat hun geschil door één arbiter wordt beslecht, kunnen zij de enkele arbiter in onderling akkoord onder voorbehoud van bevestiging door het benoemingscomité of de voorzitter voordragen. Bij gebrek aan overeenstemming tussen de partijen binnen een termijn van één maand na de kennisgeving van het verzoek tot arbitrage aan de verweerder, of binnen een andere termijn verleend door het secretariaat, wordt de enkele arbiter ambtshalve door het benoemingscomité of de voorzitter benoemd. Indien het benoemingscomité of de voorzitter weigert de voorgedragen arbiter te bevestigen, zorgt het binnen de termijn van één maand na de datum waarop de weigering ter kennis van de partijen wordt gebracht voor de vervanging.

3. Wanneer drie arbiters voorzien zijn, draagt elke partij, respectievelijk in het verzoek tot arbitrage en in het antwoord daarop, een arbiter voor ter bevestiging door het benoemingscomité of de voorzitter. Indien één van de partijen nalaat een arbiter voor te dragen of indien deze niet wordt bevestigd, benoemt het benoemingscomité of de voorzitter deze ambtshalve. De derde arbiter, die van rechtswege het voorzitterschap van het scheidsgerecht bekleedt, wordt door het benoemingscomité of de voorzitter aangesteld, tenzij de partijen een andere procedure voor de benoeming zijn overeengekomen. In dit laatste geval kan de benoeming van de derde arbiter slechts gebeuren na bevestiging door het benoemingscomité of de voorzitter. Indien deze procedure niet tot de voordracht van een derde arbiter leidt binnen de termijn die door de partijen of het secretariaat bepaald werd, wordt de derde arbiter ambtshalve door het benoemingscomité of de voorzitter benoemd.

4. Indien de partijen het aantal arbiters niet hebben bepaald, wordt het geschil door een enkele arbiter beslecht. Op verzoek van een partij, of zelfs ambtshalve, kan het benoemingscomité of de voorzitter evenwel beslissen dat het geschil aan een drieledig scheidsgerecht wordt voorgelegd. In dit geval draagt de eiser een arbiter voor binnen een termijn van vijftien dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de beslissing van het benoemingscomité of de voorzitter, en draagt de verweerder een arbiter voor binnen een termijn van vijftien dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de door de eiser gedane voordracht.

5. Indien er meerdere partijen zijn en het geschil aan drie arbiters voorgelegd wordt, moeten de eisers gezamenlijk en de verweerders gezamenlijk een arbiter ter bevestiging volgens de bepalingen van dit artikel voordragen. Indien er geen gezamenlijke voordacht wordt verricht of bij gebreke van een ander akkoord tussen de partijen over de wijze waarop het scheidsgerecht moet samengesteld worden, stelt het benoemingscomité of de voorzitter elk lid van het scheidsgerecht aan en duidt het één van hen als voorzitter aan.

6. Wanneer drie arbiters zijn voorzien en een verzoek tot tussenkomst bij het secretariaat wordt ingediend overeenkomstig artikel 11 lid 3 vooraleer het benoemingscomité of de voorzitter ieder lid van het scheidsgerecht heeft benoemd of bevestigd, kan de tussenkomende derde een arbiter voordragen gezamenlijk met de eiser(s) of met de verweerder(s). Wanneer één arbiter is voorzien en een verzoek tot tussenkomst bij het secretariaat wordt ingediend overeenkomstig artikel 11 lid 3 vooraleer het benoemingscomité of de voorzitter de enkele arbiter heeft benoemd of bevestigd, stelt het benoemingscomité de voorzitter aan rekening houdende met het verzoek tot tussenkomst.

7. Wanneer de partijen in de procedure zijn overeengekomen dat een verzoek tot tussenkomst kan ingediend worden nadat het benoemingscomité of de voorzitter ieder lid van het scheidsgerecht heeft benoemd of bevestigd, heeft het comité of de voorzitter de keuze om hetzij de tussengekomen benoemingen te bevestigingen te bekrachtigen, hetzij een einde te stellen aan de opdracht van de leden van het scheidsgerecht die voordien werden benoemd of bevestigd en vervolgens nieuwe leden aan te stellen en één van hen als voorzitter aan te duiden. In dergelijk geval, is het benoemingscomité of de voorzitter vrij het aantal arbiters te bepalen en personen naar eigen keuze aan te stellen.

8. Indien het verzoek tot samenvoeging overeenkomstig artikel 13 lid 1 wordt aanvaard, stelt het benoemingscomité of de voorzitter elk lid van het scheidsgerecht aan en duidt het één van hen als voorzitter aan.

Artikel 16. – Wraking van de arbiters

1. Een verzoek tot wraking, hetzij wegens gebrek aan onafhankelijkheid, hetzij om eender welke andere reden, wordt ingediend door de verzending aan het secretariaat van een schriftelijke verklaring waarin de feiten en de omstandigheden waarop dit verzoek berust duidelijk omschreven zijn.

2. De partij die een arbiter wil wraken, moet het verzoek tot wraking op straffe van verval instellen binnen de termijn van één maand na de ontvangst van de kennisgeving van de benoeming van de arbiter of binnen de termijn van één maand na de dag waarop zij werd ingelicht over de feiten en omstandigheden waarop zij het verzoek tot wraking baseert, voor zover deze dag valt na de ontvangst van bovenvermelde kennisgeving.

3. Het secretariaat nodigt de betrokken arbiter, de andere partijen, evenals de overige leden van het scheidsgerecht, voor zover deze er zijn, uit om binnen de termijn die het toekent, schriftelijk hun opmerkingen over te maken. Deze opmerkingen worden meegedeeld aan de partijen en aan de arbiters. Zij kunnen er nog een antwoord op formuleren binnen de door het secretariaat vastgestelde termijn. Het maakt vervolgens het verzoek en de ontvangen opmerkingen over aan het wrakingscomité. Dit laatste spreekt zich uit over de ontvankelijkheid en over de gegrondheid van het verzoek tot wraking.

4. De beslissing van het wrakingscomité over de wraking van een arbiter is zonder verhaal. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.

Artikel 17. – Vervanging van arbiters

1. Bij overlijden, wraking, behoorlijk aanvaarde terugtrekking, verhindering of op verzoek van alle partijen, wordt een arbiter vervangen.

2. Een arbiter wordt eveneens vervangen indien het benoemingscomité of de voorzitter vaststelt dat de arbiter de jure of de facto verhinderd is zijn opdracht uit te oefenen of zijn taken niet uitoefent in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement of binnen de toegekende termijnen. In dit geval, neemt het benoemingscomité of de voorzitter een beslissing nadat het de betrokken arbiter, de partijen en de overige leden van het scheidsgerecht, voor zover deze er zijn, heeft uitgenodigd om hun opmerkingen schriftelijk aan het secretariaat over te maken, binnen de door het secretariaat toegekende termijn. Deze opmerkingen worden meegedeeld aan de partijen en aan de arbiters.

3. Indien een arbiter wordt vervangen, beslist het benoemingscomité of de voorzitter naar eigen goeddunken of het al dan niet de oorspronkelijke benoemingsprocedure volgt. Zodra het opnieuw is samengesteld, en na de partijen te hebben uitgenodigd hun opmerkingen mee te delen, beslist het scheidsgerecht of, en in welke mate, de voorgaande procedure moet worden hernomen.

DE ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel 18. – Overhandiging van het dossier aan het scheidsgerecht

Het secretariaat overhandigt het dossier aan het scheidsgerecht nadat dit is samengesteld en wanneer de provisie voor arbitragekosten voorzien in artikel 35 integraal werd voldaan.

Artikel 19. – Bewijs van volmacht

Op ieder ogenblik na de inleiding van de arbitrage, kunnen het scheidsgerecht of het secretariaat een bewijs van de volmacht van iedere vertegenwoordiger van een partij verlangen.

Artikel 20. – Taal van de arbitrage

1. De partijen bepalen in onderlinge overeenstemming de taal of de talen van de arbitrage. Bij gebreke aan overeenstemming, bepaalt het scheidsgerecht de taal of talen van de arbitrage, rekening houdend met de omstandigheden en met name de taal van de overeenkomst.

2. Het scheidsgerecht beslist wie en in welke verhouding de eventuele vertaalkosten draagt.

Artikel 21. – Plaats van de arbitrage

1. Het benoemingscomité of de voorzitter bepaalt de plaats van de arbitrage, tenzij de partijen deze zijn overeengekomen.

2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen en na hen geraadpleegd te hebben, kan het scheidsgerecht op elke plaats die het daartoe geschikt acht, zittingen en bijeenkomsten houden.

3. Het scheidsgerecht kan beraadslagen op elke plaats die het daartoe geschikt acht.

Artikel 22. – Opdrachtakte van het scheidsgerecht en procedure-agenda

1. Alvorens het onderzoek van de zaak aan te vatten, stelt het scheidsgerecht, op basis van de stukken of in aanwezigheid van de partijen, op basis van hun meest recente verklaringen, een akte op waarin het zijn opdracht omschrijft. Deze opdrachtakte bevat onder meer de volgende gegevens: a) de naam, voornaam, volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mail adres van iedere partij en van iedere persoon of personen die een partij vertegenwoordigen in de arbitrage en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;

b) de adressen waar alle kennisgevingen of mededelingen in de loop van de arbitrage op geldige wijze kunnen gebeuren;

c) de bondige opgave van de omstandigheden van de zaak;

d) de uiteenzetting van de vorderingen van de partijen met, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen in hoofden gebeurlijke tegenvordering;

e) behoudens indien het scheidsgerecht het niet opportuun acht, de bepaling van de te beslechten geschilpunten;

f) de namen, voornamen, hoedanigheden en adressen van de leden van het scheidsgerecht;

g) de plaats van de arbitrage;

h) alle overige vermeldingen die het scheidsgerecht nuttig acht.
2. De opdrachtakte moet worden ondertekend door de partijen en door de leden van het scheidsgerecht. Het scheidsgerecht maakt deze tekst, binnen een termijn van twee maanden na de overhandiging van het dossier, aan het secretariaat over. Deze termijn kan op gemotiveerd verzoek van het scheidsgerecht of desnoods ambtshalve door een beslissing van het secretariaat worden verlengd. Indien één der partijen weigert deel te nemen aan het opstellen van de opdrachtakte of ze te ondertekenen, hoewel zij door een arbitrageovereenkomst is gebonden, wordt de procedure voortgezet na het verstrijken van de termijn die door het secretariaat aan het scheidsgerecht wordt toegekend om de ontbrekende handtekening te bekomen. De arbitrale uitspraak die gedaan wordt in omstandigheden waarin een partij geweigerd heeft de opdrachtakte te ondertekenen of deel te nemen aan de arbitrage, wordt geacht op tegenspraak te zijn gedaan.

3. Bij het opmaken van de opdrachtakte, of zo snel mogelijk erna, stelt het scheidsgerecht in een afzonderlijk document, en na raadpleging van de partijen, de voorziene procedure-agenda op die het beoogt te volgen bij het verloop van de procedure en deelt deze mee aan de partijen en aan het secretariaat. Iedere latere wijziging van deze agenda wordt aan de partijen en aan het secretariaat meegedeeld.

4. De voorziene procedure-agenda kan worden vastgesteld tijdens een overleg met de partijen dat door het scheidsgerecht georganiseerd wordt hetzij op eigen initiatief hetzij op verzoek van een partij. Dit overleg heeft tot doel de partijen te raadplegen over de procedurele maatregelen die overeenkomstig artikel 23 vereist zijn en over alle andere maatregelen die de administratie van de procedure kunnen vergemakkelijken. Zij kan worden georganiseerd door ieder communicatiemiddel.

5. Het scheidsgerecht kan enkel als goede personen naar billijkheid oordelen (“amiable composition”) indien de partijen het daartoe de bevoegdheid verlenen. Het scheidsgerecht moet zich in dit geval niettemin naar de bepalingen van dit reglement schikken.

Artikel 23. – Onderzoek van de zaak

1. Het scheidsgerecht en de partijen handelen snel en loyaal tijdens het verloop van de procedure. De partijen onthouden zich in het bijzonder van vertragingsmanoeuvres of van iedere andere handeling die tot doel of tot gevolg heeft de procedure te vertragen.

2. Het scheidsgerecht vat met alle geëigende middelen zo spoedig mogelijk het onderzoek van de zaak aan. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, stelt het scheidsgerecht vrij de modaliteiten van de bewijsvoering vast. Het kan onder meer getuigenissen inwinnen en één of meer deskundigen aanstellen.

3. Het scheidsgerecht mag uitspraak doen op grond van stukken, tenzij de partijen of één van hen, wensen gehoord te worden.

4. Op vraag van de partijen of één van hen, of ambtshalve, nodigt het scheidsgerecht de partijen tijdig uit te verschijnen op de dag en de plaats die het vaststelt.

5. Indien de partijen of één van hen niet opdagen, hoewel zij regelmatig zijn opgeroepen, is het scheidsgerecht gemachtigd om zijn opdracht niettemin te volbrengen, nadat het zich ervan heeft vergewist dat de oproep de partijen heeft bereikt en dat zij geen geldig excuus hebben aangevoerd om hun afwezigheid te rechtvaardigen. De arbitrale uitspraak wordt in ieder geval geacht op tegenspraak te zijn gedaan.

6. De zittingen zijn niet openbaar. Behoudens toestemming van het scheidsgerecht en van de partijen zijn de zittingen niet toegankelijk voor personen die niet in het geding betrokken zijn.

7. De partijen verschijnen in persoon, via een behoorlijk daartoe gevolmachtigde en/of raadsman.

8. Indien de partijen nieuwe vorderingen formuleren, hetzij als hoofdvordering hetzij als tegenvordering, moeten zij dit schriftelijk doen. Het scheidsgerecht kan weigeren van deze nieuwe vorderingen kennis te nemen, indien het oordeelt dat dit het onderzoek of de afhandeling van de oorspronkelijke vordering kan vertragen of de door de opdrachtakte vastgestelde grenzen overschrijdt. Het kan ook rekening houden met alle andere relevante omstandigheden.

Artikel 24. – Sluiting van de debatten

1. Zo spoedig mogelijk na de laatste zitting of na het indienen van de laatste toegestane procedure of andere stukken, verklaart het scheidsgerecht de debatten gesloten.

2. Het scheidsgerecht kan, indien het dit noodzakelijk acht, op eigen initiatief of op verzoek van een partij, op ieder ogenblik vooraleer de uitspraak is gedaan, beslissen om de debatten te heropenen.

Artikel 25. – Vertrouwelijkheid van de arbitrageprocedure

Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen of er een wettelijke verplichting is tot bekendmaking, is de arbitrageprocedure vertrouwelijk.

Artikel 26. – Voorlopige en bewarende maatregelen voorafgaand aan de samenstelling van het scheidsgerecht

1. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, kan ieder van hen dringende voorlopige en bewarende maatregelen verzoeken die niet kunnen wachten tot het scheidsgerecht is aangesteld. Het verzoek wordt ingediend in de overeengekomen taal of, bij gebreke daarvan, in de taal van de arbitrageovereenkomst.

2. Het verzoek van een partij voor voorlopige en bewarende maatregelen wordt gericht aan het secretariaat.

3. Het verzoek tot voorlopige en bewarende maatregelen bevat onder meer de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;

b) naam, voornaam en volledige benaming, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de eiser in de arbitrage vertegenwoordigen;

c) een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;

d) een uiteenzetting van de gevorderde maatregelen;

e) de redenen waarom de eiser voorlopige en bewarende maatregelen verzoekt die niet kunnen wachten tot het scheidsgerecht is samengesteld;

f) aanwijzingen betreffende de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels;

g) alle relevante overeenkomsten en alle overige nuttige stukken en alleszins de arbitrageovereenkomst;

h) het bewijs van de betaling van de procedurekosten vermeld in lid 11 van dit artikel.

4. Het benoemingscomité of de voorzitter stelt een arbiter aan die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen met de opdracht om over de verzochte dringende maatregelen te beslissen. Deze benoeming vindt in beginsel plaats binnen twee dagen na de ontvangst van het verzoek door het secretariaat. Zodra hij is aangesteld, ontvangt de arbiter het dossier van het secretariaat. De partijen worden daarover ingelicht en corresponderen vanaf dan rechtstreeks met de arbiter en zenden kopie daarvan aan de andere partij en aan het secretariaat.

5. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen moet onafhankelijk zijn en blijven gedurende de hele procedure. Hij moet eveneens onpartijdig zijn en blijven. Daartoe ondertekent hij een verklaring van onafhankelijkheid, aanvaarding en beschikbaarheid.

6. De arbiter die uitspraak doet bij voorraad over voorlopige en bewarende maatregelen kan niet als arbiter benoemd worden in een arbitrage betreffende het geschil dat aan het verzoek ten grondslag ligt.

7. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen kan gewraakt worden. Het verzoek tot wraking van de arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen moet op straffe van verval worden ingesteld binnen drie dagen hetzij na de ontvangst door de wrakende partij van de kennisgeving van de benoeming van de arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen hetzij vanaf de dag waarop deze partij werd ingelicht over de feiten en omstandigheden waarop zij het verzoek tot wraking baseert, voor zover deze dag valt na de ontvangst van bovenvermelde kennisgeving. Het secretariaat biedt de arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen en de andere partij de mogelijkheid hun opmerkingen over te maken binnen de termijn die het vaststelt. Het secretariaat maakt vervolgens het wrakingverzoek en de ontvangen opmerkingen over aan het wrakingcomité. Dit laatste spreekt zich in principe binnen de drie werkdagen uit over de ontvankelijkheid en over de gegrondheid van het wrakingverzoek. Het wrakingcomité beslist zonder mogelijkheid van beroep over de wraking van de arbiter. De redenen voor zijn beslissing worden niet meegedeeld.

8. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen stelt in beginsel binnen drie werkdagen na ontvangstvan het dossier een procedure-agenda op. Hij bezorgt het secretariaat een kopie van al zijn schriftelijke mededelingen aan de partijen.

9. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen voert de procedure op de wijze die hij het meest geschikt acht. In elk geval voert hij de procedure op onpartijdige wijze en waakt hij er over dat iedere partij de mogelijkheid heeft om voldoende gehoord te worden.

10. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen doet in beginsel uitspraak binnen de vijftien werkdagen na de ontvangst van het dossier. Zijn beslissing wordt schriftelijk gedaan en is met redenen omkleed. Zij maakt het voorwerp uit van een gemotiveerde beschikking of, indien de arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen dit aangewezen acht, van een arbitrale uitspraak. De arbiter zendt zijn beslissing aan de partijen en een kopie aan het secretariaat door een communicatiemiddel toegestaan door artikel 8 lid 2.

11. De aanvrager van voorlopige en bewarende maatregelen overeenkomstig artikel 26 moet een bedrag betalen dat de honoraria van de arbiter die bij voorraad uitspraak doet en de administratiekosten dekt. Het te storten bedrag is vastgesteld onder punt 7 van Bijlage 1. Het verzoek tot voorlopige en bewarende maatregelen wordt slechts aan het benoemingscomité of de voorzitter overgemaakt wanneer het secretariaat het voormelde bedrag heeft ontvangen. Indien de procedure krachtens dit artikel niet plaatsvindt of indien er een einde aan wordt gesteld vooraleer een uitspraak is gedaan, bepaalt het secretariaat het bedrag dat, in voorkomend geval, moet terugbetaald worden aan de eiser. In elk geval behoudt CEPANI het bedrag dat overeenkomstig punt 7 van Bijlage 1 de administratiekosten dekt.

Artikel 27. – Voorlopige en bewarende maatregelen na de samenstelling van het scheidsgerecht

1. Elke partij kan het scheidsgerecht, zodra het is aangesteld en voor zover de provisie voor arbitragekosten voorzien in artikel 35 is betaald, verzoeken voorlopige en bewarende maatregelen te bevelen, daarin begrepen het stellen van waarborgen of het toewijzen van een provisie. Dergelijke maatregelen maken het voorwerp uit van een gemotiveerde beschikking of, indien het scheidsgerecht dit aangewezen acht, een arbitrale uitspraak.

2. Alle voorlopige en bewarende maatregelen die de rechterlijke overheid neemt met betrekking tot het geschil, moeten onverwijld ter kennis worden gebracht van het scheidsgerecht en van het secretariaat.

DE ARBITRALE UITSPRAAK

Artikel 28. – Termijn voor de arbitrale uitspraak

1. Het scheidsgerecht moet uitspraak doen binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van de in artikel 22 bedoelde opdrachtakte.

2. Deze termijn kan op gemotiveerd verzoek van het scheidsgerecht of ambtshalve door een beslissing van het secretariaat worden verlengd.

Artikel 29. – Opstellen van de arbitrale uitspraak

1. Indien meerdere arbiters zijn benoemd, wordt de arbitrale uitspraak bij meerderheid van stemmen gedaan. Als er geen meerderheid kan worden bereikt, is de stem van de voorzitter van het scheidsgerecht beslissend.

2. De arbitrale uitspraak moet met redenen omkleed zijn.

3. De arbitrale uitspraak wordt geacht te zijn gedaan op de plaats van de arbitrage en op de datum die erin vermeld wordt.

Artikel 30. – Schikkingsuitspraak

Indien de partijen, na de overhandiging van het dossier aan het scheidsgerecht, een akkoord bereiken dat aan hun geschil een einde stelt, wordt dit akkoord, indien zij hierom verzoeken en met de toestemming van het scheidsgerecht, vastgelegd in een arbitrale schikkingsuitspraak.

Artikel 31. – Kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen – neerlegging van de arbitrale uitspraak

1. Wanneer de arbitrale uitspraak is gedaan, maakt het scheidsgerecht deze aan het secretariaat over in zoveel originele exemplaren als er partijen zijn, meer een bijkomend origineel exemplaar voor het secretariaat.

2. Het secretariaat brengt een origineel van de door de leden van het scheidsgerecht ondertekende uitspraak ter kennis van elke partij per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs en een kopie daarvan per e-mail, voorzover de arbitragekosten volledig aan CEPANI zijn betaald. De datum van de verzending per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs geldt als datum van kennisgeving.

3. Indien de plaats van arbitrage in België is, wordt de arbitrale uitspraak slechts ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats van de arbitrage neergelegd, wanneer één van de partijen er om verzoekt binnen de termijn van drie maanden na de kennisgeving ervan.

Artikel 32. – Definitief en uitvoerbaar karakter van de arbitrale uitspraak

1. De arbitrale uitspraak is definitief en wordt in laatste aanleg gedaan. De partijen verbinden zich ertoe de uitspraak onverwijld ten uitvoer te brengen.

2. Door hun geschil aan een CEPANI-arbitrage te onderwerpen, doen de partijen afstand van alle rechtsmiddelen waarvan zij geldig afstand kunnen doen, met uitzondering van de hypothese waar een uitdrukkelijke afstand door de wet vereist is.

Artikel 33. – Verbetering en interpretatie van de arbitrale uitspraak – Terugverwijzing van de arbitrale uitspraak

1. Het scheidsgerecht kan ambtshalve binnen één maand na de kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen elke materiële vergissing, rekenfout, schrijffout of andere dergelijke fouten in de tekst van de uitspraak verbeteren.

2. Een partij kan binnen één maand vanaf de kennisgeving van de arbitrale uitspraak bij het secretariaat een verzoek tot verbetering van een fout zoals vermeld in lid 1 indienen. Dit verzoek moet worden ingediend in het aantal exemplaren vermeld in artikel 3 lid 1.

3. Een partij kan binnen één maand vanaf de kennisgeving van de arbitrale uitspraak bij het secretariaat een verzoek tot interpretatie van een bepaald punt of specifieke passage van de arbitrale uitspraak indienen. Dit verzoek moet worden ingediend in het aantal exemplaren vermeld in artikel 3 lid 1.

4. Na ontvangst van een verzoek zoals vermeld in lid 2 en 3, verleent het scheidsgerecht aan de andere partij een korte termijn van hoogstens één maand vanaf het verzoek om haar opmerkingen over te maken.

5. De beslissing om de uitspraak te verbeteren of te interpreteren wordt genomen in de vorm van een addendum, dat integraal deel uitmaakt van de uitspraak. De bepalingen van de artikelen 28, 29 en 31 zijn mutatis mutandis van toepassing.

6. Wanneer een rechtbank een arbitrale uitspraak terugverwijst naar het scheidsgerecht, zijn de bepalingen van de artikelen 28, 29 en 31 en dit artikel 33 mutatis mutandis van toepassing op ieder addendum of uitspraak gedaan krachtens de terugverwijzing. CEPANI kan alle maatregelen nemen die nodig zijn om het scheidsgerecht toe te laten de bewoordingen van dergelijke terugverwijzing na te leven, en het kan een voorschot bepalen om bijkomende honoraria en kosten van het scheidsgerecht en bijkomende administratiekosten van CEPANI te dekken.

DE ARBITRAGEKOSTEN

Artikel 34. – Aard en bedrag van de arbitragekosten – Kosten van de partijen

1. De arbitragekosten omvatten de honoraria en kosten van de arbiters, evenals de administratiekosten van CEPANI. Ze worden door het secretariaat vastgesteld rekening houdend met het totaalbedrag van de hoofdvordering en de tegenvordering, overeenkomstig de tarieflijst voor arbitrage geldig op de aanvangsdatum van de arbitrage.

2. De partijkosten omvatten eveneens de kosten van de partijen, de kosten voor hun verdediging en deze met betrekking tot de bewijsvoering en met de hulp van deskundigen en getuigen. Zij maken het voorwerp uit van een aanbeveling opgenomen in Bijlage III.

3. Indien uitzonderlijke omstandigheden dit vereisen, kan het secretariaat de arbitragekosten vaststellen op een hoger of lager bedrag dan wat uit de toepassing van de tarieflijst voor arbitrage voortvloeit.

4. Bij gebrek aan een totale of gedeeltelijke raming van de vorderingen, stelt het secretariaat op basis van de beschikbare elementen, het totaalbedrag van het geschil vast, op basis waarvan de arbitragekosten berekend worden.

5. In de loop van de procedure kan het secretariaat het bedrag van de arbitragekosten aanpassen, indien uit de omstandigheden van de zaak of uit nieuwe vorderingen blijkt dat het geschil omvangrijker is dan aanvankelijk bevonden.

Artikel 35. – De provisie voor arbitragekosten

1. Ter dekking van de arbitragekosten bepaald overeenkomstig artikel 34, lid 1, moet vooraleer het secretariaat het dossier aan het scheidsgerecht overhandigt, aan CEPANI een provisie voor arbitragekosten worden betaald.

2. Indien de arbitragekosten in de loop van de procedure moeten aangepast worden, geeft dit, op dat ogenblik, aanleiding tot het vaststellen van een aanvullende provisie.

3. Zowel de provisie als de aanvullende provisie zijn in gelijke delen verschuldigd door de eiser en de verweerder. Niettemin, kan iedere partij de totaliteit van de provisie ten laste nemen, indien de andere partij nalaat haar deel van de provisie te betalen.

4. Indien een tegenvordering of een verzoek tot tussenkomst wordt ingediend, kan het secretariaat op verzoek van de partijen of één van hen, of indien nodig ambtshalve voor de hoofdvordering, de tegenvordering en het verzoek tot tussenkomst gescheiden provisies vaststellen. Indien gescheiden provisies worden vastgesteld, moet iedere partij de provisie overeenstemmend met haar hoofd- of tegenvordering of verzoek tot tussenkomst ten laste nemen. Het scheidsgerecht kan slechts uitspraak doen over vorderingen waarvoor de provisie betaald werd. 5. Indien het bedrag van de provisie € 50.000,00 overschrijdt, kan de betaling ervan door middel van een bankgarantie die onherroepelijk en op eerste verzoek is, geschieden.

6. Indien aan een verzoek tot betaling van een aanvullende provisie niet wordt voldaan, kan het secretariaat, na raadpleging van het scheidsgerecht, het uitnodigen zijn opdracht op te schorten en een termijn van minstens vijftien dagen vaststellen, na verloop waarvan de vordering of de tegenvordering, op basis waarvan de aanvullende provisie werd berekend, geacht wordt ingetrokken te zijn. Een dergelijke intrekking verhindert niet dat de betreffende partij dezelfde vordering of tegenvordering in een andere procedure opnieuw indient.

Artikel 36. – Beslissing over de arbitragekosten en de kosten van de partijen

1. Het definitieve eindbedrag van de arbitragekosten wordt door het secretariaat vastgesteld.

2. De arbitrale einduitspraak bepaalt ten laste van welke partij de arbitragekosten, zoals deze definitief werden vastgesteld door het secretariaat, vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen verdeeld worden.

3. De arbitrale einduitspraak bepaalt eveneens ten laste van welke partij uiteindelijk de kosten van de partijen vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen verdeeld worden. In voorkomend geval, stelt de arbitrale uitspraak het akkoord tussen de partijen over de verdeling van de arbitragekosten en van de kosten van de partijen vast.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 37. – Beperking van de aansprakelijkheid

1. De arbiters zijn niet aansprakelijk voor enige handeling of nalatigheid met betrekking tot hun rechtsprekende functie, behalve in geval van bedrog.

2. De arbiters, CEPANI en zijn leden en personeel zijn niet aansprakelijk voor enige andere handeling of nalatigheid in het kader van een arbitrale procedure, behalve in geval van bedrog of zware fout.

Artikel 38. – Suppletieve bepaling

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, handelen het scheidsgerecht en de partijen, in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn voorzien in dit reglement, overeenkomstig de geest van dit reglement en leveren zij iedere redelijke inspanning opdat de uitspraak rechtens uitvoerbaar zou zijn.

BIJLAGEN

Bijlage I: Tarieflijst voor arbitrage

Bijlage II: Partijkosten

Bijlage III: Gedragsregels voor CEPANI-procedures

Bijlage IV: Bepalingen van het Belgisch Gerechterlijk Wetboek

Het Secretariaat raadt aan om, in overeenstemming met artikel 8(2) van het CEPANI Arbitragereglement, uw Verzoek tot Arbitrage en Bijlagen in te dienen in elektronische vorm en in één papieren versie.

Download het reglement (2013)

Download het reglement (2007)

Reglement van toepassing vanaf 1 januari 2013

VOORAFGAANDE BEPALINGEN

Artikel 1. – Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie

Het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie (“CEPANI”) is een onafhankelijke instelling die de arbitrageprocedures administreert overeenkomstig zijn reglement. Het beslecht zelf geen geschillen en oefent niet de taak van arbiter uit.

Artikel 2. – Definities

In de volgende artikelen slaat:
(i) « secretariaat » op het secretariaat van CEPANI.
(ii) « voorzitter » op de voorzitter van CEPANI.
(iii) « benoemingscomité » op het benoemingsorgaan van CEPANI.
(iv) « wrakingscomité » op het wrakingsorgaan van CEPANI.
(v) « arbitrageovereenkomst » op iedere vorm van wederzijds akkoord over arbitrage.
(vi) « scheidsgerecht » uitsluitend op een alleenzetelende arbiter.
(vii) « eiser » en « verweerder » op één of meerdere eisers of verweerders.
(viii) « arbitrale uitspraak » onder meer op een tussenuitspraak, een gedeeltelijke uitspraak of een einduitspraak.
(ix) « beschikking » op de beslissingen van het scheidsgerecht die betrekking hebben op het verloop van de arbitrageprocedure.
(x) « dagen » op kalenderdagen.

(xi) « reglement » op het arbitragereglement met beperkt geldelijk belang van CEPANI.

Artikel 3. – Toepassingsgebied

1. Het arbitragereglement met beperkt geldelijk belang is van toepassing wanneer de hoofdvordering en de eventuele tegenvordering samen de waarde van 25.000,00 EUR niet overschrijden.
2. Indien in de loop van de procedure het totale bedrag van de hoofd- en tegenvordering samen wordt uitgebreid tot boven de waarde van 25.000,00 EUR, blijft het arbitragereglement met beperkt geldelijk belang van toepassing, behoudens andersluidend beding tussen de partijen. In dit laatste geval wordt de procedure voortgezet overeenkomstig het arbitragereglement, opgenomen in afdeling I van dit reglement.
HET INLEIDEN VAN DE PROCEDURE

Artikel 4. – Verzoek tot arbitrage met beperkt geldelijk belang

1. De partij die een beroep wenst te doen op de arbitrage met beperkt geldelijk belang overeenkomstig het CEPANI-reglement, dient daartoe een verzoek tot arbitrage in bij het secretariaat.
Het verzoek tot arbitrage bevat onder meer de volgende gegevens:
a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;
b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de eiser in de arbitrage vertegenwoordigen;
c) een uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;
d) het onderwerp van de vordering, een samenvatting van de ingeroepen middelen en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen;
e) aanwijzingen betreffende de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.
Het verzoek moet vergezeld zijn van een kopie van de gesloten overeenkomsten en alleszins van de arbitrageovereenkomst, van de briefwisseling tussen de partijen en van alle overige nuttige stukken.

Het verzoek tot arbitrage en de bijlagen bij dit verzoek moeten worden ingediend in twee exemplaren, het ene voor de te benoemen arbiter en het andere voor het secretariaat.
2. De eiser moet bovendien bij het verzoek tot arbitrage het bewijs voegen van de kennisgeving van het verzoek en de bijlagen hiertoe aan de verweerder.
3. De arbitrage met beperkt geldelijk belang vangt aan op de dag waarop het secretariaat in het bezit is van zowel het verzoek tot arbitrage als de bijlagen bij het verzoek, als de betaling van de registratiekosten zoals bepaald in punt 2 bijlage I. heeft ontvangen. Het secretariaat bevestigt de aanvangsdatum van de arbitrage aan de partijen.

Artikel 5. – Beantwoording van het verzoek tot arbitrage en instellen van een tegenvordering

1. Binnen een termijn van eenentwintig dagen na de aanvangsdatum van de arbitrage, moet de verweerder zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage bij het secretariaat indienen.
Het antwoord bevat onder meer de volgende gegevens:
a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval BTW-nummer van de verweerder;
b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de verweerder in de arbitrage vertegenwoordigen;
c) de bondige commentaar van de verweerder op de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;
d) zijn standpunt over de onderdelen van de vordering;
e) zijn houding betreffende de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.
Het antwoord en de bijlagen bij dit antwoord moeten ingediend worden in twee exemplaren, het ene voor de te benoemen arbiter en het andere voor het secretariaat.
2. De verweerder moet bovendien bij het antwoord het bewijs voegen van de kennisgeving binnen dezelfde termijn van eenentwintig dagen, van het antwoord en de bijlagen hiertoe aan de eiser.
3. Elke tegenvordering geformuleerd door een verweerder, moet samen met het antwoord op het verzoek tot arbitrage gebeuren en moet onder meer volgende gegevens bevatten:
a) een uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de tegenvordering ten grondslag ligt;
b) het voorwerp van de tegenvordering en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen.
4. De tegenvordering moet vergezeld gaan van alle nuttige stukken.
5. Op gemotiveerd verzoek van de verweerder of zelfs ambtshalve, kan het secretariaat de in lid 1 bepaalde termijn verlengen.

Artikel 6. – Uitwisselen van memories

1. De eiser beschikt over een termijn van éénentwintig dagen, te rekenen vanaf de datum waarop de verweerder zijn antwoord en de bijlagen hiertoe bij het secretariaat indiende, om een memorie van wederantwoord in te dienen bij het secretariaat, die hij tegelijkertijd aan de verweerder moet meedelen.
2. Binnen een termijn van eenentwintig dagen, na de datum waarop de eiser zijn memorie van wederantwoord en de bijlagen hiertoe indiende bij het secretariaat, kan de verweerder op zijn beurt een memorie van wederantwoord indienen bij het secretariaat, die hij tegelijkertijd aan de eiser moet meedelen.
3. Vervolgens beschikt de eiser over een termijn van veertien dagen, na de datum waarop de verweerder zijn memorie van wederantwoord en de bijlagen hiertoe indiende bij het secretariaat, om een laatste memorie in te dienen bij het secretariaat, die hij tezelfdertijd aan de verweerder moet meedelen.
4. Tot slot kan de verweerder binnen een termijn van veertien dagen, na de datum waarop de eiser zijn laatste memorie bij het secretariaat indiende, op zijn beurt een laatste memorie opstellen en bij het secretariat indienen en tezelfdertijd aan de eiser meedelen.
5. De in dit artikel bepaalde termijnen kunnen op gemotiveerd verzoek van één of beide partijen verlengd worden. Een verzoek hiertoe moet ingediend worden bij het scheidsgerecht of, indien dit nog niet benoemd is, bij het secretariaat. Indien nodig, kan het secretariaat de termijnen ambtshalve verlengen.

Artikel 7. – Ontbreken prima facie van een arbitrageovereenkomst

Bij gebrek aan een prima facie arbitrageovereenkomst, kan de arbitrage geen doorgang vinden, indien de verweerder niet binnen de in artikel 5 voorgeschreven termijn van één maand zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage indient of indien hij de arbitrage onder het CEPANI-reglement afwijst.

Artikel 8. – Gevolgen van de arbitrageovereenkomst

1. Indien de partijen overeenkomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement, onderwerpen zij zich aan het reglement, met inbegrip van de bijlagen hiertoe, dat van kracht is op de aanvangsdatum van de arbitrage, tenzij zij uitdrukkelijk overeenkomen om zich te onderwerpen aan het reglement van toepassing op het tijdstip van de totstandkoming van de arbitrageovereenkomst.
2. Indien, niettegenstaande het bestaan van een prima facie arbitrageovereenkomst, één van de partijen weigert deel te nemen aan de arbitrage of zich van deelname onthoudt, zal de arbitrage desalniettemin doorgaan.
3. Indien, niettegenstaande het bestaan van een prima facie arbitrageovereenkomst één van de partijen één of meer excepties opwerpt betreffende het bestaan, de geldigheid of de draagwijdte van de arbitrageovereenkomst, vindt de arbitrage plaats zonder dat CEPANI beslist over de ontvankelijkheid of gegrondheid van deze excepties. In dat geval moet het scheidsgerecht over zijn eigen bevoegdheid uitspraak doen.
4. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen, heeft de nietigheid of het niet bestaan van de overeenkomst niet tot gevolg dat het scheidsgerecht onbevoegd is, voor zover het de geldigheid van de arbitrageovereenkomst vaststelt.

Artikel 9. – Schriftelijke kennisgevingen of mededelingen en termijnen

1. De conclusies, memories en andere schriftelijke mededelingen vanwege de partijen en alle bijhorende stukken of documenten moeten door alle partijen tegelijkertijd toegezonden worden aan alle partijen, evenals aan de arbiter. Het secretariaat ontvangt een kopie van al deze mededelingen en documenten en van de mededelingen van het scheidsgerecht aan de partijen.
2. Het verzoek tot arbitrage, het antwoord op het verzoek tot arbitrage, de memories en conclusies en de benoeming van de arbiter kunnen geldig gebeuren per koerier tegen ontvangstbewijs, per aangetekende brief, per telefax of elektronisch. In deze gevallen draagt de verzender de bewijslast van de verzending. Onder voorbehoud van artikel 24 lid 2, kunnen de overige kennisgevingen en mededelingen gedaan bij toepassing van dit reglement geldig door iedere ander schriftelijk communicatiemiddel gebeuren.
3. Het scheidsgerecht kan andere regelingen inzake kennisgevingen en mededelingen vaststellen.
4. Indien een partij vertegenwoordigd wordt door een raadsman, gebeuren de kennisgevingen en mededelingen aan deze laatste, tenzij deze partij anders verzoekt.
De kennisgevingen en mededelingen zijn geldig, wanneer zij verstuurd zijn aan het laatst bekende adres van de bestemmeling, zoals dit meegedeeld werd door de bestemmeling zelf of, desgevallend, door de tegenpartij.
5. Een kennisgeving of een mededeling, verricht in overeenstemming met lid 2, wordt geacht te zijn gedaan wanneer zij werd ontvangen of zou moeten ontvangen zijn door de partij zelf, haar vertegenwoordiger of haar raadsman.
6. De in dit reglement bepaalde termijnen, beginnen te lopen op de dag na die waarop een kennisgeving of mededeling overeenkomstig het voorgaande lid geacht wordt gedaan te zijn. Indien de laatste dag van de verleende termijn een officiële feestdag is of geen werkdag is in het land waar de kennisgeving of mededeling moet worden gedaan, verstrijkt de termijn aan het eind van de eerstvolgende werkdag.
Een kennisgeving of mededeling die in overeenstemming met lid 2 van dit artikel verzonden werd vóór of op de laatste dag van de toegekende termijn, wordt geacht tijdig ingediend te zijn.
HET SCHEIDSGERECHT

Artikel 10. – Algemene bepalingen

1. Uitsluitend personen die onafhankelijk zijn ten opzichte van de partijen en hun raadslieden en die de gedragsregels opgenomen in bijlage III naleven, kunnen als arbiter in een CEPANI-arbitrage optreden.
Wanneer de arbiter wordt benoemd of bevestigd, verbindt hij zich ertoe onafhankelijk te blijven tot aan het einde van zijn opdracht. Hij is onpartijdig en verbindt zich eveneens ertoe dit te blijven en beschikbaar te blijven.
2. Het benoemingscomité of de voorzitter benoemt of bevestigt het scheidsgerecht. De partijen kunnen ook het scheidsgerecht in onderling akkoord ter aanvaarding voordragen aan het benoemingscomité of de voorzitter.
3. Voor zijn benoeming of bevestiging, ondertekent de voorgedragen arbiter een verklaring van aanvaarding, onafhankelijkheid en beschikbaarheid. Hij deelt schriftelijk aan het secretariaat de feiten en omstandigheden mee, die van dien aard zijn dat deze in de ogen van de partijen aanleiding zouden kunnen geven zijn onafhankelijkheidin twijfel te trekken. Het secretariaat deelt deze informatie schriftelijk mee aan de partijen en stelt hen een termijn waarbinnen zij eventuele opmerkingen kunnen indienen.
4. Indien in de loop van de arbitrageprocedure zich feiten en omstandigheden voordoen, van dezelfde aard als deze vermeld in lid 3 van dit artikel, brengt de arbiter deze onmiddellijk schriftelijk ter kennis van het secretariaat en de partijen.
5. De beslissingen van het benoemingscomité of de voorzitter inzake de benoeming, de aanvaarding, de wraking of de vervanging van een arbiter zijn niet aanvechtbaar. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.
6. Door het aanvaarden van zijn opdracht, verbindt de arbiter er zich toe om deze tot het einde uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement.

Artikel 11. – De benoeming van het scheidsgerecht

Het benoemingscomité of de voorzitter benoemt of bevestigt het scheidsgerecht binnen een termijn van acht dagen nadat de in artikel 28 voorziene provisie voor arbitragekosten werd betaald door de partijen of één van hen. Hierbij wordt meer bepaald rekening gehouden met de beschikbaarheid, de kwalificaties en de bekwaamheid van de arbiter om de arbitrage te voeren overeenkomstig dit reglement.

Artikel 12. – Wraking van de arbiter

1. Een verzoek tot wraking, hetzij wegens gebrek aan onafhankelijkheid, hetzij om eender welke andere reden, gebeurt door de verzending aan het secretariaat van een schriftelijke verklaring waarin de feiten en de omstandigheden waarop dit verzoek berust duidelijk omschreven zijn.
2. De partij die de arbiter wil wraken, moet het verzoek tot wraking op straffe van verval instellen binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de kennisgeving van de benoeming van de arbiter of binnen een termijn van één maand na de dag waarop zij kennis nam van de wrakinggrond, voor zover deze dag valt na de ontvangst van bovenvermelde kennisgeving.
3. Het secretariaat nodigt de betrokken arbiter en de andere partijen, uit om binnen de termijn die het toekent, schriftelijk hun opmerkingen over te maken. Deze opmerkingen worden meegedeeld aan de partijen en aan de arbiter. Zij kunnen er nog een antwoord op formuleren binnen de door het secretariaat vastgestelde termijn. Het maakt vervolgens het verzoek en de ontvangen opmerkingen over aan het wrakingscomité. Dit laatste spreekt zich uit over de ontvankelijkheid en over de gegrondheid van het verzoek tot wraking.
4. De beslissing van het wrakingscomité over de wraking van een arbiter is zonder verhaal. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.

Artikel 13. – Vervanging van de arbiter

1. Bij overlijden, wraking, behoorlijk aanvaarde terugtrekking, verhindering, ontslag of op verzoek van alle partijen, wordt de arbiter vervangen.
2. De arbiter wordt eveneens vervangen indien het benoemingscomité of de voorzitter vaststelt dat de arbiter de jure of de facto verhinderd is zijn functie uit te oefenen of zijn functie niet uitoefent in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement of binnen de toegekende termijnen. In voorkomend geval neemt het benoemingscomité of de voorzitter een beslissing nadat het de betrokken arbiter en de partijen heeft uitgenodigd om hun opmerkingen schriftelijk aan het secretariaat over te maken, binnen de door het secretariaat bepaalde termijn. Deze opmerkingen worden over en weer meegedeeld aan de partijen en aan de arbiter.
3. Indien de arbiter wordt vervangen, beslist het benoemingscomité of de voorzitter naar eigen goeddunken of het al dan niet de oorspronkelijke benoemingsprocedure volgt.

Het opnieuw samengestelde scheidsgerecht bepaalt onmiddellijk na de benoeming en na raadpleging van de partijen of en in welke mate de voorgaande gedingvoering moet worden overgedaan.
DE ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel 14. – Overhandiging van het dossier aan het scheidsgerecht

Het secretariaat overhandigt het dossier aan het scheidsgerecht na zijn benoeming of aanvaarding en wanneer de provisie voor arbitragekosten voorzien in artikel 28 integraal werd voldaan.

Artikel 15. – Bewijs van volmacht

Op ieder ogenblik na de inleiding van de arbitrage, kunnen het scheidsgerecht of het secretariaat een bewijs van de volmacht van iedere vertegenwoordiger van een partij verlangen.

Artikel 16. – Taal van de arbitrage

1. De partijen bepalen in onderlinge overeenstemming de taal of de talen van de arbitrage.
Bij gebreke aan overeenstemming, bepaalt het scheidsgerecht de taal of talen van de arbitrage, rekening houdend met de omstandigheden en met name de taal van de overeenkomst.
2. Het scheidsgerecht beslist wie en in welke verhouding de eventuele vertaalkosten draagt.

Artikel 17. – Plaats van de arbitrage

1. Het benoemingscomité of de voorzitter bepaalt de plaats van de arbitrage, tenzij de partijen deze onderling bepaalden.
2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen en na hen geraadpleegd te hebben, kan het scheidsgerecht op elke plaats die het daartoe geschikt acht zittingen en bijeenkomsten houden.
3. Het scheidsgerecht kan beraadslagen op elke plaats die het daartoe geschikt acht.

Artikel 18. – Onderzoek van de zaak

1. Het scheidsgerecht en de partijen handelen snel en loyaal tijdens het verloop van de procedure. De partijen onthouden zich in het bijzonder van vertragingsmanoeuvres of van iedere andere handeling die tot doel of tot gevolg heeft de procedure te vertragen.
2. Het scheidsgerecht vat met alle geëigende middelen zo spoedig mogelijk het onderzoek van de zaak aan. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, stelt het scheidsgerecht vrij de modaliteiten van de bewijsvoering vast. Het kan onder meer getuigenissen inwinnen en één of meer deskundigen aanstellen.
3. Het scheidsgerecht doet uitspraak op grond van stukken, tenzij de partijen of één van hen wensen gehoord te worden.
4. Op vraag van de partijen of één van hen, of ambtshalve, nodigt het scheidsgerecht de partijen tijdig uit voor hem te verschijnen op de dag en de plaats die het vaststelt.

5. Indien de partijen of één van hen niet opdagen, hoewel zij regelmatig zijn opgeroepen, is het scheidsgerecht gemachtigd om zijn opdracht niettemin te volbrengen, nadat het zich ervan heeft vergewist dat de oproep de partijen heeft bereikt en dat zij geen geldig excuus hebben aangevoerd om hun afwezigheid te rechtvaardigen. De arbitrale uitspraak wordt in ieder geval geacht op tegenspraak te zijn gedaan.

6. De zittingen zijn niet openbaar. Behoudens toestemming van het scheidsgerecht en van de partijen zijn de zittingen niet toegankelijk voor personen die niet in het geding betrokken zijn.
7. De partijen verschijnen ofwel persoonlijk, ofwel via een behoorlijk daartoe gevolmachtigde of raadsman.
8. Indien de partijen nieuwe vorderingen aanvoeren, hetzij in uitbreiding van de initiële vordering, hetzij in uitbreiding van de tegenvordering, moeten zij dat schriftelijk doen. Het scheidsgerecht kan weigeren van deze nieuwe vorderingen kennis te nemen, indien het oordeelt dat dit het onderzoek of de afhandeling van de oorspronkelijke vordering kan vertragen. Het kan ook rekening houden met alle andere relevante omstandigheden.

Artikel 19. – Vertrouwelijkheid van de arbitrageprocedure

Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen of er een wettelijke verplichting is tot bekendmaking, is de arbitrageprocedure vertrouwelijk.

Artikel 20. – Voorlopige en bewarende maatregelen

1. Elke partij kan het scheidsgerecht, zodra het is aangesteld en voor zover de provisie voor arbitragekosten voorzien in artikel 28 is betaald, verzoeken voorlopige en bewarende maatregelen te bevelen, daarin begrepen het stellen van waarborgen of het toewijzen van een provisie. Dergelijke maatregelen maken het voorwerp uit van een gemotiveerde beschikking of, indien het scheidsgerecht
dit aangewezen acht, een arbitrale uitspraak.
2. Alle voorlopige en bewarende maatregelen die de rechterlijke overheid neemt met betrekking tot het geschil, moeten onverwijld ter kennis worden gebracht van het scheidsgerecht en van het secretariaat.
DE ARBITRALE UITSPRAAK

Artikel 21. – Termijn voor de arbitrale uitspraak

1. Het scheidsgerecht moet uitspraak doen binnen een termijn van eenentwintig dagen, te rekenen vanaf de datum waarop de laatste memorie van antwoord bij het secretariaat werd ingediend of, wanneer de schriftelijke procedure niet wordt gevolgd, de datum waarop het scheidsgerecht de partijen een laatste maal heeft gehoord.

2. Deze termijn kan op gemotiveerd verzoek van het scheidsgerecht of ambtshalve door een beslissing van het secretariaat worden verlengd.

Artikel 22. – Opstellen van de arbitrale uitspraak

1. De arbitrale uitspraak moet met redenen omkleed zijn.
2. De arbitrale uitspraak wordt geacht te zijn gedaan op de plaats van de arbitrage en op de datum die erin vermeld wordt.

Artikel 23. – Schikkinguitspraak

Indien de partijen, na de benoeming van het scheidsgerecht, een akkoord bereiken dat aan hun geschil een einde maakt, wordt dit akkoord, indien zij hierom verzoeken en met de toestemming van het scheidsgerecht, vastgelegd in een arbitrale schikkinguitspraak.

Artikel 24. – Kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen; neerlegging van de arbitrale uitspraak

1. Wanneer de arbitrale uitspraak werd gedaan, maakt het scheidsgerecht deze aan het secretariaat over in zoveel originele exemplaren als er partijen zijn, vermeerderd met één origineel exemplaar voor het secretariaat.
2. Het secretariaat brengt een origineel van de door het scheidsgerecht ondertekende uitspraak ter kennis van elke partij per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs en een kopie daarvan per e-mail, voorzover de arbitragekosten volledig aan CEPANI zijn betaald. De datum van de verzending per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs geldt als datum van kennisgeving.
3. Indien de plaats van arbitrage in België is, wordt de arbitrale uitspraak slechts ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats van de arbitrage neergelegd, wanneer één van de partijen er om verzoekt binnen de termijn van drie maanden na de kennisgeving ervan.

Artikel 25. – Definitief en uitvoerbaar karakter van de arbitrale uitspraak

1. De arbitrale uitspraak is definitief en wordt in laatste aanleg gedaan. De partijen verbinden zich ertoe de te wijzen uitspraak onverwijld ten uitvoer te brengen.
2. Door hun geschil voor arbitrage aan CEPANI voor te leggen, doen de partijen afstand van alle rechtsmiddelen waarvan zij geldig afstand kunnen doen, met uitzondering van de hypothese waar een uitdrukkelijke afstand door de wet vereist is.

Artikel 26. – Verbetering en interpretatie van de arbitrale uitspraak
Terugverwijzing van de arbitrale uitspraak
1. Het scheidsgerecht kan ambtshalve binnen één maand na de kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen elke materiële vergissing, rekenfout, schrijffout of andere dergelijke fouten in de tekst van de uitspraak verbeteren.
2. Een partij kan binnen één maand vanaf de kennisgeving van de arbitrale uitspraak bij het secretariaat een verzoek tot verbetering van een fout zoals vermeld in lid 1 indienen. Dit verzoek moet worden ingediend in het aantal exemplaren vermeld in artikel 4 lid 1.
3. Een partij kan binnen één maand vanaf de kennisgeving van de arbitrale uitspraak bij het secretariaat een verzoek tot interpretatie van een bepaald punt of specifieke passage van de arbitrale uitspraak indienen. Dit verzoek moet worden ingediend in het aantal exemplaren vermeld in artikel 4 lid 1.
4. Na ontvangst van een verzoek zoals vermeld in lid 2 en 3, verleent het scheidsgerecht aan de andere partij een korte termijn van hoogstens één maand vanaf het verzoek om haar opmerkingen over te maken.
5. De beslissing om de uitspraak te verbeteren of te interpreteren wordt genomen in de vorm van een addendum, dat integraal deel uitmaakt van de uitspraak. De bepalingen van de artikelen 21, 22 en 24 zijn mutatis mutandis van toepassing.
6. Wanneer een rechtbank een arbitrale uitspraak terugverwijst naar het scheidsgerecht, zijn de bepalingen van de artikelen 21,22,24 en dit artikel 26 mutatis mutandis van toepassing op ieder addendum of uitspraak gedaan krachtens de terugverwijzing. CEPANI kan alle maatregelen nemen die nodig zijn om het scheidsgerecht toe te laten de bewoordingen van dergelijke terugverwijzing na te leven, en het kan een voorschot bepalen om bijkomende honoraria en kosten van het scheidsgerecht en bijkomende administratiekosten van CEPANI te dekken.
DE ARBITRAGEKOSTEN

Artikel 27. – Aard en bedrag van de arbitragekosten – Kosten van de partijen

1. De arbitragekosten omvatten de honoraria en kosten van de arbiter, evenals de administratiekosten van CEPANI. Ze worden door het secretariaat vastgesteld rekening houdend met het totaalbedrag van de hoofdvordering en de tegenvordering, en overeenkomstig de tarieflijst voor arbitrage geldig op de aanvangsdatum van de arbitrage.

2. De partijkosten omvatten eveneens de kosten van de partijen, de kosten voor hun verdediging en deze met betrekking tot de bewijsvoering en met de hulp van deskundigen en getuigen. Zij maken het voorwerp uit van een aanbeveling opgenomen in Bijlage II.

3. Indien bijzondere omstandigheden dit vereisen, kan het secretariaat de arbitragekosten vaststellen op een hoger of lager bedrag dan wat uit de toepassing van de tarieflijst voortvloeit.
4. Indien in de loop van de procedure de waarde van de hoofd- en tegenvordering samen uitgebreid wordt tot boven € 25.000,00 kan het secretariaat de arbitragekosten verhogen overeenkomstig de tarieflijst voor arbitrage.

Artikel 28. – Provisie voor arbitragekosten

1. Ter dekking van de arbitragekosten bepaald overeenkomstig artikel 27, lid 1, moet vooraleer het secretariaat het dossier aan het scheidsgerecht overhandigt, aan CEPANI een provisie voor arbitragekosten worden betaald.
2. Indien de arbitragekosten in de loop van de procedure moeten worden aangepast, geeft dit, op dat ogenblik, aanleiding tot het vaststellen van een aanvullende provisie.
3. Zowel de provisie als de aanvullende provisie is in gelijke delen verschuldigd door de eisende partij en de verwerende partij. Iedere partij kan evenwel de totaliteit van de provisie ten laste nemen, indien de andere partij nalaat haar deel van de provisie te betalen.
4. Indien een tegenvordering werd geformuleerd, kan het secretariaat hetzij op verzoek van de partijen of één van hen, hetzij ambtshalve voor de hoofdvordering en de tegenvordering gescheiden provisies vaststellen.
Indien gescheiden provisies worden vastgesteld, moet iedere partij de provisie overeenstemmend met haar hoofd- of tegenvordering ten laste nemen. Het scheidsgerecht kan slechts uitspraak verlenen over de vordering waarvoor de provisie betaald werd.
5. Indien aan een verzoek voor betaling van een aanvullende provisie niet wordt voldaan, kan het secretariaat, na raadpleging van het scheidsgerecht, het uitnodigen om zijn opdracht op te schorten en een termijn van minstens vijftien dagen vaststellen, na verloop van welke de vordering en/of de tegenvordering, op basis waarvan de aanvullende provisie werd berekend, geacht wordt ingetrokken te zijn. Een dergelijke intrekking verhindert niet dat de betreffende partij op een later tijdstip dezelfde vordering of tegenvordering opnieuw indient.

Artikel 29. – Beslissing over de arbitragekosten en kosten van de partijen

1. Het definitieve eindbedrag van de arbitragekosten wordt door het secretariaat vastgesteld.
2. De arbitrale einduitspraak bepaalt ten laste van welke partij de arbitragekosten, zoals deze definitief werden vastgesteld door het secretariaat, vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen worden verdeeld.
3. De arbitrale einduitspraak bepaalt eveneens ten laste van welke partij uiteindelijk de kosten van de partijen vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen verdeeld worden. In voorkomend geval, stelt de arbitrale uitspraak het akkoord tussen de partijen over de verdeling van de arbitragekosten en van de kosten van de partijen vast.
SLOTBEPALINGEN

Artikel 30. – Beperking van de aansprakelijkheid

1. De arbiter is niet aansprakelijk voor enige handeling of nalatigheid met betrekking tot zijn rechtsprekende functie, behalve in geval van bedrog.
2. De arbiter, CEPANI en zijn leden en personeel zijn niet aansprakelijk voor enige andere handeling of nalatigheid in het kader van een arbitrale procedure, behalve in geval van bedrog of zware fout.

Artikel 31. – Suppletieve bepaling

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, handelen het scheidsgerecht en de partijen, in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn voorzien in dit Reglement, overeenkomstig de geest van dit Reglement en leveren zij iedere redelijke inspanning opdat de uitspraak rechtens uitvoerbaar zou zijn.

BIJLAGEN

Bijlage I: Tarieflijst voor arbitrage

Bijlage II: Partijkosten

Bijlage III: Gedragsregels voor CEPANI-procedures

Bijlage IV: Bepalingen van het Belgisch Gerechtelijk Wetboek

  • Tijdschema van de procedure

Een van voornaamste voordelen van arbitrage, in het bijzonder in het geval van ondernemingen, is dat deze procedure het mogelijk maakt sneller een beslissing te verkrijgen in vergelijking met de traditionele rechtsgang. Een van de eerste taken van de alleenzetelende arbiter of van het scheidsgerecht bestaat er dan ook in de betrokken partijen zo snel mogelijk uit te nodigen om in overleg een procedurekalender op te stellen (art. 22 par. 3 van het Arbitragereglement). Deze procedurekalender bevat bij voorkeur korte termijnen, en het nauwgezet naleven van deze termijnen is één van de basiskenmerken van het succes van deze procedure. Elke termijnverlenging die door het scheidsgerecht bij het Secretariaat wordt aangevraagd moet dan ook uitvoerig gerechtvaardigd en gemotiveerd worden. De betrokken partijen zullen regelmatig door het Secretariaat geïnformeerd worden over eventuele beslissingen van het scheidsgerecht die gevolgen hebben voor de duur van de procedure (procedurekalender, verzoek om uitstel …).

  • BTW

Sommige arbiters zijn BTW-plichtig en moeten dientengevolge BTW aanrekenen op hun honoraria en kosten, terwijl andere daarvan zijn vrijgesteld. CEPANI is bereid deze BTW te innen wanneer de arbiter binnen een termijn van 8 dagen na zijn benoeming aan het Secretariaat laat weten dat hij BTW-plichtig is. Doet de arbiter dat niet, dan dient hij zelf rechtstreeks bij de partijen de BTW die deze verschuldigd zijn te vorderen.

  • Kosten gemaakt tijdens de arbitrage

Wanneer de arbitrale uitspraak werd gedaan, deelt iedere arbiter onverwijld aan het Secretariaat het bedrag mee van de kosten die hij persoonlijk heeft gemaakt (secretariaat, vervoer, hotel …).
De Voorzitter van het scheidsgerecht deelt tezelfdertijd aan het Secretariaat mee welke kosten het scheidsgerecht gezamenlijk heeft gemaakt (vertaalkosten, huur van lokalen …).

  • Honoraria

Op basis van de tarieflijst voor arbitrage, die als bijlage is toegevoegd aan het CEPANI-reglement, bepaalt het Secretariaat een provisie voor arbitragekosten ter dekking van de honoraria van het scheidsgerecht en administratieve kosten van het Secretariaat. De arbiter wordt pas aangewezen zodra de provisie voor arbitragekosten integraal is betaald.
Indien in de loop van de arbitrage blijkt dat het door de partijen gevorderde bedrag niet meer overeenstemt met de oorspronkelijke inzet van het geschil moet de alleenzetelende arbiter of de voorzitter van het scheidsgerecht het Secretariaat zo snel mogelijk vragen om de provisie aan te passen. Het is niet wenselijk het einde van de procedure af te wachten om een dergelijke aanpassing aan te vragen.

Van de uitspraak wordt aan de partijen pas kennis gegeven wanneer de integrale provisie werd betaald. Iedere vertraging in de mededeling van gegevens waardoor de oorspronkelijke provisie verhoogd kan worden, vertraagt bijgevolg de kennisgeving van de arbitrale uitspraak.

Wanneer het door de partijen gevorderde bedrag niet gepreciseerd is, bestaat de eerste taak van de arbiter of het scheidsgerecht erin het te kwantificeren.

Wanneer een drieledig scheidsgerecht is benoemd, ontvangt de voorzitter 40% van de gestorte provisie, verminderd met de administratieve kosten van het Secretariaat en de kosten van de arbiters, en de overige arbiters respectievelijk 30%. Indien de arbiters echter onderling overeenkomen dat de verdeelsleutel anders geregeld moet worden, dan dient dit ten laatste op het ogenblik van de verzending van de arbitrale uitspraak  aan het Secretariaat te worden meegedeeld.

Wanneer er tussen de partijen een minnelijke schikking tot stand komt vóór het einde van de procedure, dan wordt een deel van de provisie voor arbitragekosten aan de partijen terugbetaald. De omvang van deze terugbetaling is afhankelijk van het door de arbiters reeds verrichte werk en wordt vastgesteld door het Secretariaat.

Indien in de loop van de procedure blijkt dat het geschil bijzonder complex is, kan de alleenzetelende arbiter of de voorzitter van het scheidsgerecht dit melden aan het Secretariaat, dat vervolgens de mogelijkheid zal onderzoeken om een aanvullende provisie te vragen.

  • Kennisgeving

De alleenzetelende arbiter of de voorzitter van het scheidsgerecht deelt iedere procedurele ordonnantie mee aan het Secretariaat en aan de partijen. De arbitrale uitspraak dan wordt uitsluitend door het Secretariaat aan de partijen meegedeeld. Het is dus niet aan de arbiters om van deze uitspraak kennis te geven en evenmin om een datum op te geven waarop die aan de partijen zal worden meegedeeld.
Bij deze kennisgeving vraagt het Secretariaat aan de partijen of zij wensen dat het de uitspraak neerlegt bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de uitspraak is verleend.

  • Partijen

Bij de aanvang van de arbitrage, moeten de arbiters aan de partijen de naam, de hoedanigheid, het juiste adres, alsook het telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres vragen van de persoon aan wie de briefwisseling kan worden gericht. Dit is vooral van belang wanneer de partijen handelsvennootschappen zijn. Deze informatie moet onverwijld aan het Secretariaat worden meegedeeld.

  • Drie- of vijfledig scheidsgerecht

Wanneer meerdere arbiters worden benoemd om over een bepaald geschil te oordelen, gebeurt alle briefwisseling met het Secretariaat uitsluitend via de Voorzitter van het scheidsgerecht. Deze kan zich altijd, net zoals de alleenzetelende arbiter, informeren bij het Secretariaat over de praktische regelingen voor het verloop van een arbitrageprocedure, of zelfs over de juridische interpretatie van sommige bepalingen van het CEPANI-reglement.

  • De arbitrale uitspraak

De alleenzetelende arbiter of de voorzitter van het scheidsgerecht bezorgt de arbitrale uitspraak aan het Secretariaat in zoveel exemplaren als er partijen zijn, vermeerderd met één exemplaar voor het Secretariaat.
Tevens wordt de alleenzetelende arbiter of de voorzitter van het scheidsgerecht verzocht om een elektronische versie van de arbitrale uitspraak te bezorgen, hetzij per e-mail, hetzij op cd-rom, aan het Secretariaat en dit om de bewaring te vergemakkelijken van uitspraken die zijn gedaan in het kader van een CEPANI-arbitrageprocedure.

1. De Voorzitter en de Secretaris-Generaal van CEPANI, hun vennoten en medewerkers nemen aan geen enkele procedure deel die overeenkomstig het reglement van CEPANI wordt gevoerd, noch als arbiter, voorzitter van het mini-trialcomité, mediator, deskundige, derde belast met het aanpassen van contracten, noch als raadsman.

2. Door zijn benoeming door CEPANI te aanvaarden, stemt de arbiter, voorzitter van het mini-trialcomité, mediator, deskundige of derde belast met het aanpassen van overeenkomsten ermee in om het toepasselijke reglement integraal na te leven en loyaal samen te werken met het Secretariaat. Zo informeert hij het Secretariaat geregeld over de stand van de procedure.

3. De aangezochte arbiter, voorzitter van het mini-trialcomité, mediator, deskundige of derde aanvaardt zijn benoeming door CEPANI enkel indien hij onafhankelijk is ten opzichte van de partijen en van hun raadslieden. Zo er zich nadien enig feit voordoet dat bij hemzelf of bij de partijen twijfels kan doen rijzen omtrent die onafhankelijkheid, deelt hij dit onmiddellijk mee aan het Secretariaat dat de partijen hiervan in kennis stelt. Na kennisneming van hun opmerkingen, beslist het Benoemingscomité of de Voorzitter over de eventuele vervanging. Deze beslissing is soeverein en de motieven waarop ze gebaseerd is worden niet bekend gemaakt.

4. De op voorstel van een partij benoemde arbiter is noch haar vertegenwoordiger, noch haar mandataris.

5. De op voorstel van een partij benoemde arbiter verbindt zich er toe vanaf zijn benoeming geen enkele relatie te hebben met die partij of haar raadsman die betrekking heeft op het geschil dat het voorwerp is van de arbitrage. Ieder eventueel contact met die partij gebeurt via de voorzitter van het scheidsgerecht of met zijn uitdrukkelijke toestemming.

6. Tijdens het verloop van de procedure geeft de arbiter, voorzitter van het mini-trialcomité, mediator, deskundige of derde belast met het aanpassen van overeenkomsten in alle omstandigheden blijk van de grootste onpartijdigheid en onthoudt hij zich van iedere gedraging of uiting die bij een partij het vermoeden kan scheppen dat zijn mening al vaststaat, in het bijzonder wanneer hij vragen stelt tijdens de zitting.

7. Indien de omstandigheden het toelaten, kan de arbiter, met inachtneming van punt 6, de partijen verzoeken een minnelijke oplossing te vinden en, met het uitdrukkelijke akkoord van het Secretariaat en van de partijen, de procedure de nodige tijd opschorten.

8. Door zijn benoeming door CEPANI te aanvaarden, verbindt de aangezochte arbiter zich ertoe om ervoor te zorgen dat de uitspraak zo spoedig mogelijk wordt verleend. Dit betekent onder meer dat hij slechts verlenging van de door het reglement van CEPANI voorgeschreven termijnen vraagt in gevallen die terdege verantwoord zijn of met het uitdrukkelijke akkoord van de partijen.

9. De arbiter, voorzitter van het mini-trialcomité, mediator, deskundige of derde belast met het aanpassen van overeenkomsten neemt de geheimhouding in acht van de zaken die het Secretariaat hem toevertrouwt.

10. De uitspraken mogen slechts anoniem bekend worden gemaakt en mits het uitdrukkelijke akkoord van de partijen. Het Secretariaat wordt hiervan voorafgaandelijk op de hoogte gebracht. Deze regel is van toepassing op zowel de arbiters, als de partijen en hun raadslieden.

11. De ondertekening van de arbitrale uitspraak door een van de leden van een drieledig scheidsgerecht, veronderstelt niet noodzakelijk zijn akkoord met de inhoud van de arbitrale uitspraak.

In een CEPANI-arbitrage betalen de partijen bij de aanvang van de procedure en vóór de benoeming van het scheidsgerecht een provisie voor arbitragekosten. Deze provisie wordt berekend rekening houdend met de financiële waarde van de vordering en op basis van de tarieflijst voor arbitrage die integraal deel uitmaakt van het CEPANI-reglement (bijlage I).

Het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van de tarieflijst is bestemd voor de vergoeding van de honoraria en kosten van de leden van het scheidsgerecht. Ter dekking van de administratieve kosten van CEPANI wordt voormeld bedrag verhoogd met 10%. Samen vormen beide de provisie voor arbitragekosten.

Op het einde van de arbitrageprocedure verzoekt het Secretariaat van CEPANI aan iedere arbiter om een overzicht te bezorgen van zijn kosten en uitgaven in het kader van de arbitrage, samen met een raming van het aantal uren dat de betrokken arbiter aan de arbitrage spendeerde. Dit laatste is nodig om na te kunnen gaan of er een evenredige verdeling van de taken bestond tussen de leden van het scheidsgerecht.

Na ontvangst van deze overzichten brengt het Secretariaat eerst de kosten van het scheidsgerecht in mindering van het bedrag dat zij ter beschikking heeft om de honoraria en kosten van de arbiters te vergoeden. Van het aldus bekomen saldo wordt in principe – behoudens uitzonderlijke omstandigheden of andersluidende overeenkomsten tussen de arbiters – 40% toegekend aan de Voorzitter van het scheidsgerecht en ontvangt iedere co-arbiter 30% ter dekking van hun honoraria. Wanneer een alleenzetelende arbiter werd benoemd, ontvangt deze het integrale saldo als honorarium.

Het Secretariaat stelt de leden van het scheidsgerecht vervolgens in kennis van het overzicht van ieders kosten en honorarium en verzoekt hen een ereloonnota voor het hen toegekende bedrag over te maken. Na ontvangst van deze ereloonnota gaat CEPANI tot de betaling over.

Hoe kan men zich kandidaat stellen als arbiter?

CEPANI werkt niet met lijsten van ‘erkende’ of ‘aanvaarde’ arbiters. Strikt genomen kan u zich niet kandidaat stellen om als arbiter benoemd te worden bij CEPANI.
Bij de benoeming van een arbiter gaat het benoemingscomité of de voorzitter geval per geval na welke personen het best gekwalificeerd zijn om in de voorliggende arbitrage te zetelen. Hierbij wordt rekening gehouden met de aard van de zaak, de taal van het dossier, de identiteit van de co-arbiters, de kwalificaties en beschikbaarheid van een arbiter, het al dan niet dringende karakter van de zaak, de omvang van het geschil, enzovoort. CEPANI kan hiervoor beroep doen op een groot aantal gerenommeerde Belgische en internationale arbiters.
Ook aan jongere en minder ervaren arbiters biedt CEPANI de kans om zich in deze materie in te werken, door hen in eerste instantie als co-arbiter te benoemen of hen een eenvoudig geschil toe te wijzen, waarbij zij steeds kunnen rekenen op bijstand van het Secretariaat.

Wat verwacht CEPANI van een arbiter?

CEPANI verwacht dat een arbiter strikt de bepalingen van het arbitragereglement opvolgt, de gedragsregels naleeft en het Secretariaat getrouw op de hoogte houdt van de evolutie van de arbitrage. Eventuele vragen tot verlenging dienen te worden gemotiveerd en tijdig aan het Secretariaat te worden overgemaakt. CEPANI verwacht tevens dat de arbiters erop toezien dat de procedure niet nodeloos aansleept en dat zij de partijen er toe aanzetten om de overeengekomen termijnen te respecteren.

Wat kan een arbiter van CEPANI verwachten?

Arbiters kunnen van CEPANI de nodige bijstand verwachten wanneer er zich problemen van procedurele aard stellen. Het Secretariaat is steeds beschikbaar om uitleg te geven bij de bepalingen van het reglement, de berekening van de provisie, de gebruiken, enzovoort. CEPANI stelt bovendien een gespecialiseerde bibliotheek ter beschikking, die op afspraak geraadpleegd kan worden. Voor het houden van arbitrale zittingen of beraadslagingen kan – opnieuw op afspraak – gebruik gemaakt worden van de zalen van het Verbond van Belgische Ondernemingen, in wiens lokalen de kantoren van CEPANI gevestigd zijn.

Wanneer wordt de arbiter vergoed voor zijn prestaties en hoe wordt dit berekend?

In een CEPANI-arbitrage worden de arbiters normaliter pas op het einde van de procedure vergoed. Op basis van de meest recente statistieken blijkt dat zo’n arbitrage gemiddeld 8 maanden tot een jaar duurt. Wanneer door uitzonderlijke omstandigheden de arbitrage ongewoon lang aansleept en de arbiter reeds verschillende werkzaamheden heeft uitgevoerd (zoals het opstellen van een Akte van opdracht en een procedurekalender, het opmaken van ordonnanties, het verlenen van arbitrale tussenuitspraken …), dan kan uitzonderlijk een voorschot toegekend worden aan de arbiter in de loop van de arbitrage.

De vergoeding van de arbiters wordt door het Secretariaat bepaald en staat rechtstreeks in verhouding tot de financiële omvang van het geschil. Op basis van de tarieflijst voor arbitrage wordt de vergoeding voor de arbiters berekend. Aan de partijen wordt, voor de start van de procedure, een provisie voor arbitragekosten gevraagd. Het Benoemingscomité of de Voorzitter gaat slechts over tot benoeming van het scheidsgerecht wanneer de provisie voor arbitragekosten integraal werd betaald.

In een driekoppig scheidsgerecht, ontvangt de voorzitter 40% van de totale vergoeding voor de arbiters en zijn co-arbiters ontvangten elk 30%. Het scheidsgerecht kan onderling een andere verdeelsleutel overeenkomen en dient het Secretariaat hiervan in kennis te stellen ten laatste bij het overmaken van de arbitrale uitspraak.

Wat gedaan indien partijen hun geschil op minnelijke wijze geregeld hebben?

Wanneer de partijen hun geschil in de loop van een arbitrageprocedure op een minnelijke wijze hebben kunnen regelen, dan moet het Secretariaat hiervan in kennis worden gesteld. Het Secretariaat hoeft geen verder inzicht te krijgen in de inhoud van het tot stand gekomen akkoord maar enkel worden geïnformeerd over het feit dat er een einde is gekomen aan de betwisting. Het is noodzakelijk dat het bestaan van dit akkoord door alle betrokken partijen wordt bevestigd.

Wanneer alle partijen bevestigd hebben dat de procedure mag worden stopgezet, zal het Secretariaat overgaan tot het begroten van de arbitragekosten.

Partijen kunnen zelf of met de hulp van hun raadslieden, dan wel onder begeleiding of met behulp van het scheidsgerecht tot een minnelijke regeling van het geschil komen. De al dan niet actieve rol van het scheidsgerecht bij de tot standkoming van het akkoord speelt een rol bij de begroting van de arbitragekosten. Daarom is het belangrijk dat het scheidsgerecht aan het Secretariaat een gedetailleerd overzicht van de geleverde prestaties bezorgt.

Tenzij in uitzonderlijke omstandigheden zal CEPANI bij de totstandkoming van een minnelijk akkoord een deel van de provisie voor arbitragekosten aan de partijen terugbetalen.

In welke gevallen kan de provisie voor arbitragekosten worden verhoogd?

De provisie voor arbitragekosten kan enkel worden verhoogd wanneer de hoofd- en/of tegenvordering wordt verhoogd. In uitzonderlijke omstandigheden kan de provisie voor arbitragekosten verhoogd worden tot een bedrag dat hoger ligt dan hetgeen voortvloeit uit de toepassing van de tarieflijst. Dergelijke uitzonderlijke omstandigheden moeten worden gemotiveerd en zullen door het Secretariaat worden onderzocht.

Wat moet de arbiter melden in de onafhankelijkheidsverklaring?

In de onafhankelijkheidsverklaring moet melding worden gemaakt van ieder element dat bij de partijen ook maar het minste vermoeden van afhankelijkheid of partijdigheid kan doen ontstaan. Het Secretariaat van CEPANI zal de bemerkingen van de arbiter aan de partijen overmaken en hen verzoeken om schriftelijk te bevestigen dat zij geen bezwaar hebben tegen de verdere aanstelling van de arbiter in kwestie. Indien de partijen hiertegen toch – duidelijk gegronde – bezwaren uiten, zal ofwel het Benoemingscomité ofwel de Voorzitter overgaan tot de vervanging van de arbiter.

Waarom wordt afgeraden de procedurekalender in de Akte van opdracht op te nemen?

De Akte van opdracht is een document dat zowel door de leden van het scheidsgerecht als door alle in de arbitrage betrokken partijen moet worden ondertekend. Dit heeft concreet tot gevolg dat voor elke wijziging van een bepaling in de Akte van opdracht het akkoord van alle betrokken partijen vereist is.

Wanneer een procedurekalender wordt opgenomen in zo’n Akte van opdracht, zal een eventuele wijziging ervan onderhevig zijn aan het uitdrukkelijke akkoord van alle partijen en bovendien een wijziging van de Akte van opdracht met zich meebrengen. Immers, hoewel de procedurekalender in de mate van het mogelijke tussen arbiters en partijen in gemeenschappelijk overleg moet worden vastgesteld, kan deze ook opgelegd worden door het scheidsgerecht, bijvoorbeeld wanneer een partij obstructie voert. Om die redenen bepaalt het CEPANI-reglement dan ook uitdrukkelijk dat de procedurekalender in een afzonderlijk document moet worden opgenomen.

Waarom gaat CEPANI, en niet het scheidsgerecht, over tot kennisgeving van de arbitrale uitspraak?

Het CEPANI-reglement bepaalt dat de arbitrale uitspraak slechts ter kennis wordt gebracht van de partijen wanneer de arbitragekosten integraal door hen werden betaald. Daarom blijft, zolang de partijen of één van hen de arbitragekosten niet betaalden, de arbitrale uitspraak op het Secretariaat van CEPANI en wordt deze niet ter kennis gebracht van de partijen.

Tekst van kracht sinds 1 september 2013 (zoals gewijzigd op 25 december 2016)

DEEL VI: ARBITRAGE

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Art. 1676. § 1. Ieder geschil van vermogensrechtelijke aard kan het voorwerp van een arbitrage uitmaken. Niet-vermogensrechtelijke geschillen die vatbaar zijn voor dading, kunnen eveneens het voorwerp van een arbitrage uitmaken.

§ 2. Ieder die bekwaam of bevoegd is om een dading aan te gaan, kan een arbitrageovereenkomst sluiten.

§ 3. Onverminderd de bijzondere wetten, kunnen publiekrechtelijke rechtspersonen slechts een arbitrageovereenkomst sluiten indien de overeenkomst de beslechting van geschillen over een overeenkomst tot doel heeft. De arbitrageovereenkomst valt voor haar totstandkoming onder dezelfde voorwaarden van gelding als voor de overeenkomst die het voorwerp van de arbitrage vormt. Daarenboven mogen de publiekrechtelijke rechtspersonen in alle aangelegenheden bepaald bij wet of bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit arbitrageovereenkomsten sluiten. Het besluit mag eveneens de voorwaarden en de regels die moeten in acht genomen worden voor het sluiten van de overeenkomst, bepalen.

§ 4. De voorgaande bepalingen gelden, behoudens waar de wet anders voorziet

§ 5. Onder voorbehoud van de bij wet bepaalde uitzonderingen is van rechtswege nietig iedere arbitrage-overeenkomst gesloten voor het ontstaan van een geschil, waarvan de arbeidsrechtbank kennis moet nemen krachtens de artikelen 578 tot 583.

§ 6. Zolang de plaats van arbitrage nog niet is bepaald, zijn de Belgische rechters bevoegd om de in de artikelen 1682 en 1683 beoogde maatregelen te nemen.

§ 7. Het zesde deel van dit Wetboek is van toepassing, en de Belgische rechters zijn bevoegd wanneer de plaats van de arbitrage in de zin van artikel 1701, § 1, in België ligt, of wanneer de partijen dit zijn overeengekomen.

§ 8. In afwijking van § 7 gelden de bepalingen van de artikelen 1682, 1683, 1696 tot 1698, 1708 en 1719 tot 1722 ongeacht de plaats van de arbitrage en niettegenstaande elke andersluidende overeengekomen bepaling.

Art. 1677. § 1. In dit deel van het Wetboek,

1° betekent het woord “ scheidsgerecht “ een enkele arbiter of meerdere arbiters;

2° betekent het woord “ mededeling “ het overzenden van een schriftelijk stuk zowel onder partijen als tussen partijen en arbiters, als tussen partijen en derden die de arbitrage organiseren, met een communicatiemiddel of mits een manier van verzenden die een bewijs van verzending opleveren.

§ 2. Wanneer een bepaling van dit deel, met uitzondering van artikel 1710, aan de partijen toelaat over een bepaalde erin beoogde aangelegenheid te beslissen, omvat deze vrijheid het recht van de partijen om een derde toe te laten over deze aangelegenheid te beslissen.

Art. 1678. § 1. Tenzij de partijen anders overeenkomen, wordt de mededeling afgegeven of toegezonden aan de geadresseerde in persoon, of aan zijn woonplaats, of aan zijn verblijfplaats, of op zijn elektronisch adres, ofwel, wanneer het een rechtspersoon betreft, aan zijn statutaire zetel, of aan zijn voornaamste vestiging, of op zijn elektronisch adres. Indien  na  redelijk  onderzoek  geen  enkele  van  deze  plaatsen  kon worden gevonden, gebeurt de mededeling geldig door het afgeven of toezenden ervan aan de laatst gekende woonplaats of de laatst gekende verblijfplaats, ofwel, wanneer het een rechtspersoon betreft, aan de laatst gekende statutaire zetel, of de laatst gekende voornaamste vestiging, of het laatst gekende elektronische adres.

§ 2. Tenzij de partijen anders overeenkomen, worden de termijnen die ten aanzien van de geadresseerde be-ginnen te lopen vanaf de mededeling, berekend :

  1. wanneer de mededeling is gebeurd door afgifte tegen gedagtekend ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die erop volgt;
  2. wanneer de mededeling is gebeurd via elektronische post of via enig ander communicatiemiddel dat een bewijs van verzending oplevert, vanaf de eerste dag die volgt op de datum vermeld op het ontvangstbewijs;
  3. wanneer de mededeling is gebeurd bij aangetekende brief met ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden werd aan de geadresseerde in persoon, aan zijn woonplaats of verblijfplaats, hetzij aan zijn statutaire zetel of op zijn voornaamste vestiging, of, in voorkomend geval, op de laatst gekende woonplaats, of op de laatst gekende verblijfplaats, hetzij op de laatst gekende statutaire zetel of de laatst gekende voornaamste vestiging;
  4. wanneer de mededeling is gebeurd per aangetekende brief, vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.

§ 3. Dat artikel is niet van toepassing op mededelingen gedaan in het kader van een gerechtelijke procedure.

Art. 1679. Een partij die een onregelmatigheid kende en ze niet zonder gerechtvaardigde grond ten gepaste tijde inroept voor het scheidsgerecht, wordt geacht ervan afstand te doen om zich daarop te beroepen.

Art. 1680. § 1. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg zetelend zoals in kort geding stelt de arbiter aan, op eenzijdig verzoekschrift van de meest gerede partij, overeenkomstig artikel 1685, §§ 3 en 4.

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg zetelend zoals in kort geding na dagvaarding, beslist tot vervanging van de arbiter, overeenkomstig artikel 1689, § 2.

Tegen de beslissingen tot aanstelling of tot vervanging van de arbiter kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.

Evenwel kan tegen deze beslissing hoger beroep worden ingesteld wanneer de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg besliste om geen aanstelling te doen.

§ 2. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg zetelend zoals in kort geding beslist, na dagvaarding, over het ontslag van een arbiter overeenkomstig artikel 1685, § 7, over de wraking van een arbiter overeenkomstig artikel 1687, § 2, en over het in gebreke blijven of de onbekwaamheid van de arbiter in het geval voorzien in artikel 1688, §2. Tegen zijn beslissing kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.

§ 3. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg zetelend zoals in kort geding kan onder de voorwaarden voorzien in artikel 1713, § 2, aan de arbiter een termijn stellen voor het doen van zijn uitspraak. Tegen zijn beslissing kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.

§ 4. De voorzitter van de rechtbank van eerste  aanleg  zetelend zoals in kort geding neemt alle maatregelen die nodig zijn voor de bewijsverkrijging in overeenstemming met artikel 1708. Tegen zijn beslissing kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.

§ 5. Tenzij in de gevallen bedoeld in de paragrafen 1 tot 4, en in de artikelen 1683 en 1698, is de rechtbank van eerste aanleg bevoegd om te beslissen over de vorderingen bedoeld in het zesde deel van dit Wetboek. Zij beslist in eerste en laatste aanleg.

§ 6. Onder voorbehoud van de artikelen 1696, § 1, en 1720, § 2, vallen de in het zesde deel van dit Wetboek bedoelde vorderingen onder de territoriale bevoegdheid van de rechter wiens zetel die is van het hof van beroep met in zijn rechtsgebied de plaats waar de arbitrage is bepaald.

Wanneer die plaats niet bepaald is, of niet in België is gelegen, is de rechter territoriaal bevoegd wiens zetel die is van het hof van beroep met in zijn rechtsgebied de rechtbank die bevoegd zou zijn geweest kennis te nemen van het geschil, indien het niet aan arbitrage was onderworpen.

Hoofdstuk II. Arbitrage-overeenkomst

Art. 1681. Een arbitrageovereenkomst is een overeenkomst waarin de partijen alle geschillen of sommige geschillen die tussen hen gerezen zijn of zouden kunnen rijzen met betrekking tot een bepaalde, al dan niet contractuele, rechtsverhouding aan arbitrage voorleggen.

Art. 1682. . § 1. De rechter bij wie een geding aanhangig is gemaakt waarop een arbitrageovereenkomst betrekking heeft, verklaart zich, op verzoek van een partij, zonder rechtsmacht, tenzij de overeenkomst ten aanzien van dat geschil niet geldig is of geëindigd is. Op straffe van niet-ontvankelijkheid, moet de exceptie voor elke andere exceptie of verweer worden voorgedragen.

§ 2. Wanneer bij de rechter een in § 1 bedoelde vordering aanhangig is gemaakt, kan de arbitrageprocedure toch worden opgestart of voortgezet en kan een arbitrale uitspraak worden gedaan.

Art. 1683. Het instellen van een gerechtelijke vordering voor of tijdens een arbitrageprocedure, om voorlopige of bewarende maatregelen te bekomen en het toekennen van dergelijke maatregelen, vormen geen inbreuk op of geen afstand van de arbitrageovereenkomst.

Hoofdstuk III. Samenstelling van het scheidsgerecht

Art. 1684. § 1 De partijen kunnen het aantal arbiters, voor zover dit oneven is, overeenkomen. Een enkele arbiter is toegelaten.

§ 2. Ingeval de partijen in een even aantal arbiters hebben voorzien, wordt een bijkomende arbiter aangesteld.

§ 3. Bij afwezigheid van overeenkomst tussen partijen over het aantal arbiters, bestaat het scheidsgerecht uit drie arbiters.

Art. 1685. § 1. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, kan niemand omwille van zijn nationaliteit verhinderd worden zijn opdracht als arbiter te vervullen.

§ 2. Onverminderd §§ 3 en 4, evenals de algemene vereiste van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de arbiter of van de arbiters, kunnen de partijen de procedure voor de aanstelling van de arbiter of van de arbiters overeenkomen.

§ 3. Bij afwezigheid van dergelijke overeenkomst;

  1. in geval van een arbitrage door drie arbiters, stelt iedere partij een arbiter aan en kiezen de twee aangestelde arbiters de derde arbiter; indien een partij geen arbiter aanstelt binnen een periode van een maand te rekenen vanaf de ontvangst van een vordering daartoe vanwege de andere partij, of indien de twee arbiters het niet eens raken over de keuze van de derde arbiter binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de aanstelling van de tweede arbiter, wordt, op verzoek van de meest gerede partij, overgegaan tot de aanstelling van de arbiter of arbiters door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die beslist overeenkomstig artikel 1680, § 1;
  2. in geval van een arbitrage door een enkele arbiter, wanneer de partijen het niet eens raken over de keuze van de arbiter, wordt deze,

op verzoek van de meest gerede partij, aangesteld door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die beslist overeenkomstig artikel 1680, § 1;

  1. in geval van een arbitrage met meer dan drie arbiters, wanneer de partijen het niet eens raken over de samenstelling van het scheidsgerecht, wordt dit, op verzoek van de meest gerede partij, aangesteld door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die beslist overeenkomstig artikel 1680, § 1.

§ 4. Wanneer tijdens een door de partijen overeengekomen aanstellingsprocedure,

  1. een partij niet handelt volgens de voornoemde procedure; of
  2. de partijen, of twee arbiters, niet tot een akkoord komen volgens de voormelde procedure; of een derde, daarbij inbegrepen een instelling, een opdracht niet vervult die hem in de voornoemde procedure werd opgedragen, kan iedere partij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die beslist overeenkomstig artikel 1680, § 1, verzoeken om de gevorderde maatregel te nemen, tenzij de overeenkomst betreffende de procedure van aanstelling daarvoor in andere middelen voorziet.

§ 5. Wanneer de voorzitter van de rechtbank een arbiter aanstelt, houdt hij rekening met alle hoedanigheden vereist door de overeenkomst van de partijen en met alle overwegingen die van aard zijn om de aanstelling van een onafhankelijke en onpartijdige arbiter te verzekeren.

§ 6. De aanstelling van een arbiter kan niet meer worden ingetrokken, nadat de kennisgeving daarvan plaatsvond.

§ 7. De arbiter die zijn opdracht heeft aanvaard kan zich slechts terugtrekken met het akkoord van de partijen of middels een beslissing van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg overeenkomstig artikel 1680, § 2.

Art. 1686. § 1. Wanneer een persoon wordt aangezocht met het oog op zijn mogelijke aanstelling tot arbiter, deelt hij alle omstandigheden mee die van aard zijn om gerechtvaardigde twijfels te doen rijzen over zijn onafhankelijkheid of zijn onpartijdigheid. Vanaf de datum van zijn aanstelling en gedurende de hele arbitrageprocedure licht de arbiter de partijen onverwijld in over alle nieuwe omstandigheden van dien aard.

§ 2. Een arbiter kan slechts gewraakt worden, wanneer er omstandigheden zijn die van aard zijn gerechtvaardigde twijfels te doen rijzen over zijn onafhankelijkheid of zijn onpartijdigheid, of indien deze niet de door de partijen overeengekomen kwalificaties bezit. Een partij kan de arbiter die zij aangesteld heeft of aan wiens aanstelling zij heeft deelgenomen, slechts wraken om een reden die haar na deze aanstelling bekend is.

Art. 1687. § 1. De partijen kunnen de procedure tot wraking van een arbiter overeenkomen.

§ 2. Bij afwezigheid van dergelijke overeenkomst :

  1. geeft de partij die een arbiter wil wraken schriftelijk van de gronden van de wraking kennis aan de betrokken arbiter en, desgevallend, aan de andere arbiters van het scheidsgerecht, en aan de tegenpartij. Op straffe van niet-ontvankelijkheid, gebeurt deze mededeling binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de datum waarop de wrakende partij op de hoogte was van de samenstelling van het scheidsgerecht of vanaf de datum waarop zij op de hoogte was over de in artikel 1686, § 2, bedoelde omstandigheden.
  2. Indien de gewraakte arbiter zich niet terugtrekt binnen tien dagen nadat hem mededeling is gedaan van de wraking, of indien de andere partij de wraking niet aanvaardt, dagvaardt de wrakende partij, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen de tien dagen de arbiter en de andere partijen voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die beslist overeenkomstig artikel 1680, § 2. In afwachting van de beslissing van de voorzitter, kan het scheidsgerecht, inbegrepen de gewraakte arbiter, de arbitrageprocedure voortzetten en een arbitrale uitspraak doen.

Art. 1688. § 1. Tenzij de partijen anders overeenkomen, indien het voor een arbiter onmogelijk is om zijn opdracht in rechte of in feite te vervullen of indien hij zich om een andere reden niet van zijn opdracht kwijt binnen een redelijke termijn, eindigt zijn opdracht wanneer hij zich terugtrekt binnen de in artikel 1685, § 7, bepaalde voorwaarden of wanneer de partijen overeenkomen om de opdracht te beëindigen.

§ 2. Indien er onenigheid blijft bestaan over een van deze gronden, dagvaardt de meeste gerede partij de andere partijen en de in § 1 bedoelde arbiter voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die beslist overeenkomstig artikel 1680, § 2.

§ 3. Het feit dat een arbiter zich terugtrekt of dat een partij aanvaardt dat de opdracht beëindigd wordt krachtens dit artikel of artikel 1687, houdt geen erkenning in van de in artikel 1687 of in dit artikel vermelde gronden.

Art. 1689. § 1. In de gevallen waar een einde wordt gesteld aan de opdracht van de arbiter vooraleer de arbitrale einduitspraak is gedaan, wordt een vervangende arbiter aangesteld. Deze aanstelling gebeurt, volgens de regels die van toepassing waren voor de aanstelling van de arbiter die vervangen werd, tenzij de partijen anders overeenkomen.

§ 2. Indien de arbiter niet wordt vervangen volgens § 1, kan iedere partij zich wenden tot de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die beslist overeenkomstig artikel 1680, § 1.

§ 3. Eens de vervangende arbiter is aangesteld, beslissen de arbiters, na de partijen te hebben gehoord, of de procedure geheel of gedeeltelijk moet worden overgedaan zonder dat zij kunnen terugkomen op de definitieve gedeeltelijke uitspraak of uitspraken die zouden zijn gedaan.

Hoofdstuk IV. Bevoegdheid van het scheidsgerecht

Art. 1690. § 1. Het scheidsgerecht kan beslissen over zijn eigen rechtsmacht, en mede over iedere exceptie met betrekking tot het bestaan of de geldigheid van de arbitrageovereenkomst. Daartoe wordt een arbitrage-overeenkomst, als die onderdeel van een contract is, beschouwd als een overeenkomst die los staat van de andere contractuele bepalingen. De vaststelling door het scheidsgerecht dat het contract nietig is, brengt niet van rechtswege de nietigheid van de arbitrageovereenkomst met zich.

§ 2. De exceptie van gebrek aan rechtsmacht van het scheidsgerecht, moet worden opgeworpen uiterlijk in de eerste conclusie van de partij die ze inroept, binnen de termijn en volgens de nadere regels die overeenkomstig artikel 1704 vastgesteld zijn.

Het feit dat een partij een arbiter heeft aangewezen of aan diens aanwijzing heeft meegewerkt, ontneemt haar niet het recht om deze exceptie op te werpen.

De exceptie die stelt dat een geschilpunt buiten de rechtsmacht van het scheidsgerecht valt, moet worden opgeworpen van zodra dit geschilpunt in de procedure ter sprake komt.

In beide gevallen, kan het scheidsgerecht een laattijdig opgeworpen exceptie aanvaarden, indien het vindt dat de vertraging gerechtvaardigd is.

§ 3. Het scheidsgerecht kan over de in § 2 vermelde excepties beslissen, door er op voorhand of in zijn uitspraak ten gronde over te beslissen.

§ 4. Tegen de beslissing waarbij het scheidsgerecht verklaarde rechtsmacht te hebben, kan slechts tegelijk met de uitspraak ten gronde en langs dezelfde weg een vordering tot vernietging worden ingesteld. De rechtbank van eerste aanleg kan eveneens, op verzoek van een van de partijen, uitspraak doen over de gegrondheid van de beslissing waarbij het scheidsgerecht zich zonder rechtsmacht heeft verklaard.

Art. 1691. Onverminderd de bevoegdheden die krachtens artikel 1683 toegekend zijn aan de hoven en de rechtbanken, en tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, kan het scheidsgerecht op verzoek van een partij de voorlopige of bewarende maatregelen bevelen die het nodig acht.

Het scheidsgerecht kan evenwel geen bewarend beslag toestaan.

Art. 1692. Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een partij, een voorlopige of bewarende maatregel wijzigen, opschorten of intrekken.

Art. 1693. Het scheidsgerecht kan aan de partij die een voorlopige of bewarende maatregel vordert, een passende waarborg opleggen.

Art. 1694. Het scheidsgerecht kan beslissen dat een partij onverwijld iedere belangrijke wijziging meedeelt van de omstandigheden op basis waarvan de voorlopige of bewarende maatregel werd gevorderd of toegekend.

Art. 1695. De partij die overgaat tot de tenuitvoerlegging van een voorlopige of bewarende maatregel, is aansprakelijk voor alle kosten en alle schade door die maatregel aan een andere partij veroorzaakt, wanneer het scheidsgerecht later beslist dat de voorlopige of bewarende maatregel in dit geval niet had moeten bevolen worden. Het scheidsgerecht kan te allen tijde tijdens de procedure een vergoeding voor deze kosten en schade toekennen.

Art. 1696. § 1. Een door een scheidsgerecht genomen voorlopige of bewarende maatregel heeft bindende kracht, en, tenzij het scheidsgerecht daarover andere aanwijzingen geeft, wordt zij uitvoerbaar verklaard door de rechtbank van eerste aanleg, ongeacht het land waarin zij werd uitgesproken, onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 1697.

§ 1/1. De vordering wordt ingesteld en behandeld op eenzijdig verzoekschrift. De rechtbank van eerste aanleg beslist in eerste en laatste aanleg overeenkomstig artikel 1680, § 5.

§ 1/2. Wanneer de voorlopige of bewarende maatregel in het buitenland werd genomen, is de territoriaal bevoegde rechtbank de rechtbank van eerste aanleg van de zetel van het hof van beroep in wiens rechtsgebied de persoon tegen wie de uitvoerbaarverklaring wordt gevorderd zijn woonplaats of, bij afwezigheid daarvan, zijn gewone verblijfplaats, of, in voorkomend geval, zijn maatschappelijke zetel, of, bij afwezigheid daarvan, zijn vestiging of filiaal heeft. Indien die persoon in België geen woonplaats of gewone verblijfplaats, noch een maatschappelijke zetel, vestiging of filiaal heeft, wordt de vordering gebracht voor de rechtbank van eerste aanleg van de zetel van het hof van beroep in wiens rechtsgebied het arrondissement ligt waar de voorlopige of bewarende maatregel moet worden uitgevoerd.

§ 2. De partij die de erkenning of de uitvoerbaarverklaring van een voorlopige of bewarende maatregel vordert of heeft bekomen, informeert het scheidsgerecht daarvan onverwijld evenals over een intrekking, opschorting of wijziging van die maatregel.

§ 3. De rechtbank van eerste aanleg bij wie de erkenning of de uitvoerbaarverklaring van een voorlopige of bewarende maatregel wordt gevorderd, kan de verzoeker opleggen om een passende waarborg te stellen, wanneer het scheidsgerecht zich nog niet heeft uitgesproken over de waarborg of, wanneer een dergelijke beslissing nodig is, om de rechten van de verweerder en van derden te beschermen.

Art. 1697. § 1. De erkenning of uitvoerbaarverklaring van een voorlopige of bewarende maatregel kan slechts geweigerd worden :

  1. op vordering van de partij tegen wie deze maatregel is ingeroepen :
  1. indien deze weigering gerechtvaardigd is op grond van artikel 1721,

§ 1, a), i., ii., iii., iv. of v.; of

  1. indien de beslissing van het scheidsgerecht inzake het stellen van een waarborg niet werd nageleefd; of
  2. indien de voorlopige of bewarende maatregel werd ingetrokken of opgeschort door het scheidsgerecht of wanneer ze werd vernietigd of opgeschort door een daartoe gemachtigde rechtbank van het land waarin de arbitrage plaatsvindt of volgens het recht waaronder die maatregel werd toegekend;

of

b. indien de rechtbank van eerste aanleg vaststelt dat een van de in artikel 1721, § 1, b), bedoelde gronden van toepassing is op de erkenning en de uitvoerbaarverklaring van de voorlopige of bewarende maatregel.

§ 2. De uitwerking van de beslissingen genomen door de rechtbank van eerste aanleg op basis van een van de in § 1 bedoelde gronden is beperkt tot de vordering tot erkenning en uitvoerbaarverklaring van de voorlopige of bewarende maatregel. De rechtbank van eerste aanleg bij wie de erkenning of de uitvoerbaarverklaring wordt gevorderd, onderzoekt de voorlopige of bewarende maatregel niet ten gronde wanneer zij haar beslissing neemt.

Art. 1698. Om een voorlopige of bewarende maatregel te bevelen in verband met een arbitrageprocedure, ongeacht of deze al dan niet plaatsvindt op het Belgisch grondgebied, beschikt de kortgedingrechter over dezelfde rechtsmacht als met betrekking tot een gerechtelijke procedure. Hij oefent die rechtsmacht uit overeenkomstig zijn eigen procedures en houdt rekening met de bijzondere aard van een arbitrage.

Hoofdstuk V. Arbitrale gedingvoering

Art. 1699. Niettegenstaande elke andersluidende overeenkomst moeten de partijen op voet van gelijkheid behandeld worden en moet elke partij alle mogelijkheden hebben om haar rechten, middelen en argumenten te doen gelden met inachtneming van het beginsel van de tegenspraak. Het scheidsgerecht waakt over de naleving van deze verplichting alsook over het in acht nemen van de loyaliteit van de debatten.

Art. 1700. § 1. De partijen kunnen de door het scheidsgerecht te volgen procedure overeenkomen.

§ 2. Bij afwezigheid van dergelijke overeenkomst, kan het scheidsgerecht, onder voorbehoud van de bepalingen van het zesde deel van dit Wetboek, de procedureregels bepalen die van toepassing zijn op de arbitrage, die het gepast acht.

§ 3. Tenzij de partijen anders overeengekomen zijn, oordeelt het scheidsgerecht vrij over de toelaatbaarheid van de bewijsmiddelen en hun bewijskracht.

§ 4. Het scheidsgerecht stelt de nodige onderzoeksmaatregelen, tenzij de partijen toelaten dat het daartoe een van zijn leden opdracht geeft. Het  kan  ieder  persoon  verhoren.  Dit  verhoor  vindt  plaats  zonder eedaflegging.

Indien een partij een bewijsmiddel in haar bezit heeft, kan het scheidsgerecht haar opleggen om dit voor te leggen op de wijze die het bepaalt en indien nodig op straffe van een dwangsom.

§ 5. Met uitzondering van vorderingen betreffende authentieke akten, heeft het scheidsgerecht de bevoegdheid om te beslissen over vorderingen tot schriftonderzoek en om te oordelen over de beweerde valsheid van documenten.

Voor vorderingen betreffende authentieke akten geeft het scheidsgerecht aan de partijen de gelegenheid om zich binnen een bepaalde termijn tot de rechtbank van eerste aanleg te wenden.

In het in het tweede lid bedoelde geval, worden de termijnen van de arbitrage geschorst tot aan de dag waarop de meest gerede partij de in kracht van gewijsde gegane beslissing in het tussengeschil aan het scheidsgerecht meedeelde.

Art. 1701. § 1. De partijen kunnen de plaats van de arbitrage bepalen. Bij afwezigheid van overeenkomst, bepaalt het scheidsgerecht de plaats, rekening houdend met de omstandigheden van de zaak, met inbegrip van wat past voor de partijen.

Werd de plaats van arbitrage noch door de partijen noch door de arbiters bepaald, dan is de plaats van de uitspraak de plaats van arbitrage.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1 en tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, kan het scheidsgerecht zijn zittingen en bijeenkomsten houden op iedere plaats die het geschikt acht, na de partijen daarover geraadpleegd te hebben.

Art. 1702. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, vangt de arbitrageprocedure aan op de datum waarop de mededeling van het verzoek tot arbitrage werd gedaan overeenkomstig artikel 1678, § 1.

Art. 1703. § 1. De partijen kunnen de taal of talen overeenkomen die in de arbitrageprocedure gebruikt worden. Bij afwezigheid van dergelijke overeenkomst, beslist het scheidsgerecht over de in de procedure te gebruiken taal of talen. Behoudens andere overeenkomst of beslissing, slaat deze overeenkomst of deze beslissing op elke mededeling van partijen, op ieder mondeling debat en op iedere uitspraak, beslissing of andere mededeling van het scheidsgerecht.

§ 2. Het scheidsgerecht kan opleggen dat bij ieder stuk een vertaling wordt gevoegd in de taal of talen die de partijen zijn overeengekomen of die het scheidsgerecht heeft vastgesteld.

Art. 1704. § 1. Binnen de termijn en op de wijze overeengekomen door de partijen of vastgesteld door het scheidsgerecht, zetten de partijen hun gezamenlijke middelen en argumenten uiteen tot staving van hun vordering of verweer, alsook de feiten waarop die vordering of dat verweer steunt.

De partijen kunnen overeenkomen of het scheidsgerecht kan beslissen dat aanvullende conclusies worden uitgewisseld onder partijen alsook de nadere regels daarvoor.

De partijen voegen bij hun conclusies alle stukken die zij in de discussie willen brengen.

§ 2. Tenzij de partijen anders overeenkomen, kan iedere partij haar vordering of verweer wijzigen of aanvullen tijdens de arbitrageprocedure, tenzij het scheidsgerecht vindt dat het zo een aanpassing niet moet toestaan, met name wegens de vertraging waarmee ze geformuleerd wordt.

Art. 1705. § 1. Tenzij de partijen zijn overeengekomen dat er geen mondelinge behandeling komt, organiseert het scheidsgerecht een mondelinge behandeling in een geschikt stadium van de arbitrale gedingvoering, wanneer een partij dit vordert.

§ 2. De voorzitter van het scheidsgerecht bepaalt de gang van zaken ter zitting en leidt de debatten.

Art. 1706. Tenzij de partijen anders overeenkomen en niemand gerechtvaardigde verhindering inroept,

a) beëindigt het scheidsgerecht, wanneer de eiser zijn vordering niet uiteenzet overeenkomstig artikel 1704, § 1, de arbitrageprocedure onverminderd de behandeling van de vorderingen van een andere partij;

b) zet het scheidsgerecht, wanneer de verweerder zijn vordering niet uiteenzet overeenkomstig artikel 1704, § 1, de arbitrageprocedure voort, zonder dit in gebreke blijven op zich te kunnen beschouwen als een aanvaarding van de beweringen van de eiser;

c) kan het scheidsgerecht, wanneer een van de partijen niet deelneemt aan de mondelinge behandeling of documenten niet voorlegt, de arbitrageprocedure voortzetten en beslissen op basis van de gegevens waarover het beschikt.

Art. 1707. § 1. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, kan het scheidsgerecht,

  1. een of meer deskundigen aanstellen met als opdracht om verslag uit te brengen over de punten die het nauwkeurig bepaalt;
  2. aan een partij opleggen om de deskundige alle gepaste inlichtingen te bezorgen of om hem alle stukken of goederen of andere relevante voorwerpen over te leggen of ze aan hem toegankelijk te maken voor zijn onderzoek.

§ 2. Indien een partij dit vordert of indien het scheidsgerecht het noodzakelijk acht, neemt de deskundige deel aan een zitting waarin de partijen hem kunnen ondervragen.

§ 3. Paragraaf 2 is van toepassing op de technische raadslieden door de partijen aangesteld.

§ 4. Een deskundige kan gewraakt worden op de gronden vermeld in artikel 1686 en volgens de procedure voorzien in artikel 1687.

Art. 1708. Een partij kan, met instemming van het scheidsgerecht, de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend zoals in kort geding, vragen alle maatregelen te bevelen die nodig zijn voor de bewijsverkrijging, overeenkomstig artikel 1680, § 4.

Art. 1709. § 1. Iedere derde-belanghebbende kan het scheidsgerecht verzoeken om in de procedure tussen te komen. Dit verzoek wordt schriftelijk aan het scheidsgerecht gericht, dat het aan partijen meedeelt.

§ 2. Een derde kan door een partij worden opgeroepen om tussen te komen.

§ 3. In elk geval, om toelaatbaar te zijn, vereist de tussenkomst een arbitrageovereenkomst tussen de derde en de partijen in het geding. Zij is bovendien afhankelijk van de instemming van het scheidsgerecht, dat bij eenparigheid uitspraak doet.

Hoofdstuk VI. Arbitrale uitspraak en de afsluiting van de procedure

Art. 1710. § 1. Het scheidsgerecht beslist over het geschil volgens de rechtsregels die de partijen op de grond van het geschil van toepassing maken.

De keuze van het recht van een bepaald land wordt, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, beschouwd als een verwijzing naar het materiële recht van dat land en niet naar zijn conflictenregels.

§ 2. Indien de partijen een dergelijke keuze niet maken, past het scheidsgerecht de rechtsregels toe die het meest geschikt vindt.

§ 3. Het scheidsgerecht beslist als goede personen enkel indien de partijen het daartoe uitdrukkelijk machtiging hebben gegeven.

§ 4. Ongeacht of het uitspraak doet op basis van rechtsregels dan wel als goede personen, beslist het scheidsgerecht in overeenstemming met de bepalingen van het contract indien het geschil tussen de partijen van contractuele aard is en houdt het rekening met de handelsgebruiken indien het een geschil tussen handelaars betreft.

Art. 1711. § 1. Indien het scheidsgerecht uit meer dan een arbiter bestaat, beslist het na beraadslaging bij meerderheid van stemmen, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.

§ 2. Procedurele aangelegenheden kunnen evenwel beslist worden door de voorzitter van het scheidsgerecht, indien deze daartoe machtiging van de partijen heeft gekregen.

§ 3. De partijen kunnen ook overeenkomen dat, wanneer er geen meerderheid kan worden gevormd, de stem van de voorzitter beslissend is.

§ 4. Wanneer een arbiter weigert deel te nemen aan de beraadslaging of aan de stemming over de arbitrale uitspraak, kunnen de andere arbiters beslissen zonder hem, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De intentie om de arbitrale uitspraak te doen zonder de arbiter die weigerde aan de beraadslaging of aan de stemming deel te nemen, moet vooraf aan de partijen worden meegedeeld.

Art. 1712. § 1. Indien de partijen gedurende de arbitrageprocedure tot een schikking komen, beëindigt het scheidsgerecht de procedure. Indien de partijen dit vorderen, stelt het scheidsgerecht in een uitspraak de schikking tussen de partijen vast, behalve wanneer dit strijdig is met de openbare orde.

§ 2. Een arbitrale schikkingsuitspraak wordt gedaan overeenkomstig artikel 1713 en vermeldt dat zij een arbitrale uitspraak is. Dergelijke uitspraak heeft dezelfde juridische waarde en werking als iedere andere uitspraak ten gronde.

§ 3. De beslissing tot uitvoerbaarverklaring heeft geen gevolg voor zover het akkoord tussen partijen vernietigd is.

Art. 1713. § 1. Het scheidsgerecht beslist definitief of alvorens recht te doen door een of meerdere uitspraken.

§ 2. De partijen kunnen de termijn bepalen waarin de uitspraak moet worden gedaan of de wijze waarop deze termijn zal worden vastgelegd en, in voorkomend geval, zal worden verlengd.

Indien zij dat niet deden en het scheidsgerecht talmt met zijn uitspraak en indien er zes maanden zijn verstreken sedert de laatste arbiter werd aangesteld, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aan het scheidsgerecht een termijn opleggen overeenkomstig artikel 1680, § 3. De opdracht van de arbiters eindigt van rechtswege wanneer het scheidsgerecht bij het verstrijken van de opgelegde termijn geen uitspraak heeft gedaan.

§ 3. De arbitrale uitspraak wordt schriftelijk gedaan en wordt ondertekend door de arbiter. Indien het scheidsgerecht uit meer dan een arbiter is samengesteld, volstaat de ondertekening door de meerderheid van de leden van het scheidsgerecht, op voorwaarde dat de reden voor het ontbreken van de anderen wordt vermeld.

§ 4. De arbitrale uitspraak moet met redenen omkleed worden.

§ 5. Naast de eigenlijke beslissing omvat de uitspraak de volgende vermeldingen:

  1. de namen en woonplaatsen van de arbiters;
  2. de namen en woonplaatsen van de partijen;
  3. het voorwerp van het geschil;
  4. de datum waarop de uitspraak is gedaan;
  5. de plaats van de arbitrage bepaald overeenkomstig artikel 1701, §1.

§ 6. De arbitrale uitspraak stelt de arbitragekosten vast en beslist wie van de partijen de kosten draagt of in welke verhouding de kosten tussen de partijen gedeeld worden. Tenzij de partijen anders overeenkomen, omvatten deze kosten de erelonen en kosten van de arbiters en de erelonen en kosten van de raadslieden en vertegenwoordigers van de partijen, de kosten voor de dienstverlening door de instelling belast met de opvolging van de arbitrage en alle andere kosten in verband met de arbitrageprocedure.

§ 7. Het scheidsgerecht kan een partij veroordelen tot de betaling van een dwangsom. De artikelen 1385bis tot octies zijn mutatis mutandis van toepassing.

§ 8. Een exemplaar van de arbitrale uitspraak wordt overeenkomstig artikel 1678 aan iedere partij meegedeeld door de enkele arbiter of de voorzitter van het scheidsgerecht. Indien de wijze van mededeling overeenkomstig artikel 1678 niet geleid heeft tot de afgifte van een origineel, zendt de enkele arbiter of de voorzitter van het scheidsgerecht ook een dergelijk origineel aan de partijen.

§ 9. In de relaties tussen de partijen heeft de uitspraak dezelfde uitwerking als een rechterlijke beslissing.

Art. 1714. § 1. De arbitrageprocedure eindigt door de ondertekening van de arbitrale uitspraak die de rechtsmacht van het scheidsgerecht uitput of door een arbitrale beslissing tot sluiting overeenkomstig § 2.

§ 2. Het scheidsgerecht beveelt de sluiting van de arbitrageprocedure wanneer:

  1. de eiser afstand doet van zijn vordering, tenzij de verweerder daartegen bezwaar maakt en het scheidsgerecht erkent dat de verweerder een gerechtvaardigd belang heeft om het geschil definitief te doen beslechten;
  2. de partijen overeenkomen om de procedure af te sluiten.

§ 3. De opdracht van het scheidsgerecht eindigt met de sluiting van de arbitrageprocedure, en de mededeling van de uitspraak, onder voorbehoud van de artikelen 1715 en 1717, § 6.

Art. 1715. § 1. Binnen een maand na de mededeling van de uitspraak gedaan overeenkomstig artikel 1678, tenzij de partijen een andere termijn overeen kwamen :

  1. kan een van de partijen, mits mededeling aan de andere, van het scheidsgerecht vorderen om in de tekst van de uitspraak elke rekenfout, materiële vergissing, schrijffout of andere dergelijke fout te verbeteren;
  2. kan een partij, wanneer de partijen zulks zijn overeengekomen en mits mededeling aan de andere partijen, vorderen dat het scheidsgerecht een bepaald punt of specifieke passage van de uitspraak interpreteert. Vindt het scheidsgerecht deze vordering gegrond, dan doet het de verbetering of geeft het de interpretatie binnen een maand na ontvangst van de vordering. De interpretatie maakt integraal deel uit van de uitspraak.

§ 2. Het scheidsgerecht kan uit eigen beweging elke fout bedoeld in § 1, a), binnen een maand na de datum van de uitspraak verbeteren.

§ 3. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, kan een partij, mits mededeling aan de andere partij, binnen een maand na de mededeling van de uitspraak gedaan overeenkomstig artikel 1678, vorderen dat het scheidsgerecht een aanvullende uitspraak doet over de deelvorderingen die in de arbitrageprocedure werden ingediend maar waarover het scheidsgerecht naliet zich uit te spreken. Indien het scheidsgerecht het verzoek gegrond vindt, vult het binnen twee maanden zijn uitspraak aan, zelfs wanneer de in artikel 1713, § 2 bepaalde termijnen zijn verstreken.

§ 4. Het scheidsgerecht kan indien nodig de termijn verlengen waarover het krachtens § 1 of § 3 beschikt om de arbitrale uitspraak te verbeteren, te interpreteren of om aanvullend uitspraak te doen.

§ 5. Artikel 1713 is van toepassing op de verbetering of de interpretatie van de arbitrale uitspraak of op de aanvullende uitspraak.

§ 6. Wanneer dezelfde arbiters niet meer kunnen samenkomen, moet de vordering tot interpretatie, tot verbetering of tot aanvulling van de arbitrale uitspraak gebracht worden voor de rechtbank van eerste aanleg.

§ 7. Wanneer de rechtbank van eerste aanleg een arbitrale uitspraak krachtens artikel 1717, § 6, terugverwijst, zijn artikel 1713 en dit artikel mutatis mutandis van toepassing op de uitspraak die op basis van deze terugverwijzing wordt gedaan.

Hoofdstuk VII. Rechtsmiddelen tegen de arbitrale uitspraak Art. 1716 . Tegen een arbitrale uitspraak kan alleen hoger beroep worden

ingesteld, indien de partijen deze mogelijkheid hebben voorzien in de arbitrageovereenkomst. Tenzij anders werd bedongen, is de termijn om hoger beroep in te stellen een maand vanaf de mededeling van de arbitrale uitspraak gedaan overeenkomstig artikel 1678.

Art. 1717. § 1. Een vordering tot vernietiging is enkel ontvankelijk wanneer de uitspraak niet meer voor de arbiters kan worden aangevochten.

§ 2. Een arbitrale uitspraak kan slechts worden bestreden voor de rechtbank van eerste aanleg, na dagvaarding, zij beslist in eerste en laatste aanleg overeenkomstig artikel 1680, § 5. De uitspraak kan slechts worden vernietigd in de in dit artikel genoemde gevallen.

§ 3. De arbitrale uitspraak kan slechts worden vernietigd indien:

  1. de partij die de vordering instelt, het bewijs levert:
  1. dat een partij bij de in artikel 1681 bedoelde arbitrageovereenkomst onbekwaam was; of dat deze overeenkomst niet geldig was volgens het recht waaraan de partijen haar onderworpen hebben of, indien een rechtskeuze ontbreekt, volgens Belgisch recht; of
  2. dat haar niet behoorlijk mededeling werd gedaan van de aanstelling van een arbiter of van de arbitrageprocedure, of dat zij om andere redenen haar rechten onmogelijk kon verdedigen; in dit geval kan er evenwel geen vernietiging zijn indien vastgesteld wordt dat de onregelmatigheid geen invloed had op de arbitrale uitspraak; of
  3. dat de uitspraak betrekking heeft op een geschil dat niet beoogd werd door de termen van de arbitrageovereenkomst of er niet binnen valt, of dat de uitspraak beslissingen bevat die de termen van de arbitrageovereenkomst te buiten gaan, met dien verstande evenwel dat, indien de beslissingen betreffende vragen die aan arbitrage zijn onderworpen, gescheiden kunnen worden van de beslissingen betreffende vragen die er niet aan onderworpen zijn, enkel het gedeelte met de beslissingen over vragen die niet aan arbitrage onderworpen zijn, kan vernietigd worden; of
  4. dat de uitspraak niet met redenen omkleed is; of
  5. dat de samenstelling van het scheidsgerecht of de arbitrageprocedure niet in overeenstemming was met de overeenkomst van de partijen, voor zover de overeenkomst niet in strijd was met een bepaling van het zesde deel van dit Wetboek waarvan de partijen niet kunnen afwijken, of, bij afwezigheid van overeenkomst daaromtrent, voor zover zij niet in overeenstemming was met het zesde deel van dit Wetboek; deze onregelmatigheden kunnen niet leiden tot vernietiging van de arbitrale uitspraak, als blijkt dat zij op de uitspraak geen invloed hadden, behalve voor wat betreft een onregelmatigheid inzake de samenstelling van het scheidsgerecht; of
  6. dat het scheidsgerecht zijn bevoegdheden heeft overschreden; of

b.de rechtbank van eerste aanleg vaststelt:

  1. dat het voorwerp van het geschil niet vatbaar is voor arbitrage; of
  2. dat de uitspraak in strijd is met de openbare orde; of
  3. dat de uitspraak is verkregen door bedrog.

§ 4. Behalve in het in artikel 1690, § 4, eerste lid, bedoelde geval, kan een vordering tot vernietiging niet worden ingesteld na verloop van een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de uitspraak overeenkomstig artikel 1678 werd meegedeeld aan de partij die deze vordering instelt, of, wanneer een vordering werd ingesteld krachtens artikel 1715, te rekenen van de datum waarop mededeling overeenkomstig artikel 1678 werd gedaan van de beslissing van het scheidsgerecht over de vordering ingesteld krachtens artikel 1715 aan de partij die de vordering tot vernietiging instelt.

§ 5. De in § 2, a), i., ii., iii. en v., bedoelde gevallen worden niet als grond tot vernietiging van de arbitrale uitspraak weerhouden, indien de partij die ze aanvoert, daarvan kennis heeft gekregen tijdens de arbitrageprocedure en er zich toen niet heeft op beroepen.

§ 6. De rechtbank van eerste aanleg kan, wanneer zij een vordering tot vernietiging van een  arbitrale uitspraak krijgt, desgevallend, op vordering van een partij, de vernietigingsprocedure opschorten gedurende een door haar bepaalde termijn om aan het scheidsgerecht de mogelijkheid te geven de arbitrageprocedure te hervatten of iedere andere maatregel te nemen die het van aard acht om de gronden van vernietiging weg te werken.

§ 7. De partij die derdenverzet aantekent tegen een beslissing waardoor de uitspraak uitvoerbaar werd verklaard en die de vernietiging van de uitspraak wil bekomen zonder daartoe voorafgaandelijk een vordering te hebben ingesteld, moet haar vordering tot vernietiging, op straffe van verval, in dezelfde procedure instellen voor zover de termijn voorzien in § 4 niet is verstreken.

Art. 1718. De partijen kunnen door een uitdrukkelijke verklaring in de arbitrageovereenkomst of door een latere overeenkomst, elke vordering tot vernietiging van een arbitrale uitspraak uitsluiten, wanneer geen van hen een natuurlijke persoon met de Belgische nationaliteit of met woonplaats of gewone verblijfplaats in België is of een rechtspersoon die haar statutaire zetel, voornaamste vestiging of een bijkantoor in België heeft.

Hoofdstuk VIII. Erkenning en uitvoerbaarverklaring van de arbitrale uitspraken

Art. 1719. § 1. De gedwongen uitvoering van een arbitrale uitspraak, gedaan in België of in het buitenland, gebeurt slechts nadat zij, geheel of gedeeltelijk, is uitvoerbaar verklaard door de rechtbank van eerste aanleg overeenkomstig de in artikel 1720 bedoelde procedure.

§ 2. De rechtbank van eerste aanleg kan de uitvoerbaarverklaring slechts verlenen, indien de uitspraak niet meer voor de arbiters kan worden bestreden of door hen uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande hoger beroep werd verklaard.

Art. 1720. § 1. De rechtbank van eerste aanleg is bevoegd om kennis te nemen van een vordering inzake erkenning en uitvoerbaarverklaring van een in België of in het buitenland gedane arbitrale uitspraak.

§ 1/1. De vordering wordt ingesteld en behandeld op eenzijdig verzoekschrift. De rechtbank beslist in eerste en laatste aanleg overeenkomstig artikel 1680, § 5. De verzoeker moet woonplaats kiezen in het rechtsgebied van de rechtbank

§ 2. Wanneer de uitspraak in het buitenland werd gedaan, is de territoriaal bevoegde rechtbank de rechtbank van eerste aanleg van de zetel van het hof van beroep in wiens rechtsgebied de persoon tegen wie de uitvoerbaarverklaring wordt gevorderd zijn woonplaats of, bij afwezigheid daarvan, zijn gewone verblijfplaats, of, in voorkomend geval, zijn maatschappelijke zetel of bij afwezigheid daarvan, zijn vestigingsplaats of zijn bijkantoor heeft. Indien die persoon in België geen woonplaats of gewone verblijfplaats, geen zetel of vestigingsplaats of bijkantoor heeft, wordt de vordering gebracht voor de rechtbank van eerste aanleg van de zetel van het hof van beroep waarin het arrondissement ligt waar de uitspraak moet worden uitgevoerd.

§ 4. De verzoeker moet het origineel van de arbitrale uitspraak of een eensluidend verklaarde kopie ervan voorleggen.

§ 5. De arbitrale uitspraak mag alleen erkend of uitvoerbaar verklaard worden indien zij de in artikel 1721 gestelde voorwaarden niet schendt.

Art. 1721. § 1. De rechtbank van eerste aanleg weigert slechts de erkenning en uitvoerbaarverklaring van een arbitrale uitspraak, ongeacht het land waarin zij werd gedaan, in de volgende omstandigheden :

  1. op vordering van de partij tegen wie zij werd ingeroepen, wanneer die partij het bewijs levert:
  1. dat een partij bij de in artikel 1681 bedoelde arbitrageovereenkomst onbekwaam was; of dat deze overeenkomst niet geldig is krachtens de wet waaraan de partijen ze onderworpen hebben of, bij afwezigheid van rechtskeuze, krachtens het recht van het land waar de uitspraak is gedaan; of
  2. dat aan de partij tegen wie de uitspraak wordt ingeroepen geen behoorlijke mededeling werd gedaan van de aanstelling van een arbiter of van de arbitrageprocedure, of dat zij om een andere reden haar rechten onmogelijk kon verdedigen; in deze gevallen kan de erkenning of uitvoerbaarverklaring van de arbitrale uitspraak evenwel niet geweigerd worden, wanneer vastgesteld wordt dat de onregelmatigheid geen invloed heeft op de arbitrale uitspraak; of
  3. dat de uitspraak betrekking heeft op een geschil dat niet beoogd werd door de termen van de arbitrageovereenkomst of er niet onder valt, of dat de uitspraak beslissingen bevat die de termen van de arbitrageovereenkomst te buiten gaan, met dien verstande evenwel dat, indien de beslissingen betreffende vragen  die  aan  arbitrage zijn onderworpen, gescheiden kunnen worden van de beslissingen betreffende vragen die er niet aan onderworpen zijn, enkel het gedeelte van de de beslissingen over vragen die aan arbitrage onderworpen zijn, kan erkend en uitvoerbaar verklaard worden; of
  4. dat de uitspraak niet met redenen omkleed is terwijl een dergelijke motivering voorgeschreven wordt door de rechtsregels die van toepassing  zijn  op  de  arbitrageprocedure  in  het  kader  waarvan  de uitspraak gedaan is; of
  5. dat de samenstelling van het scheidsgerecht of de arbitrageprocedure niet in overeenstemming was met de overeenkomst van de partijen, of, bij afwezigheid van overeenkomst daaromtrent, met het recht van het land waar de arbitrage heeft plaatsgevonden; deze onregelmatigheden kunnen niet leiden tot weigering van erkenning of uitvoerbaarverklaring van de arbitrale uitspraak, als blijkt dat zij op de uitspraak geen invloed hadden, behalve voor wat betreft een onregelmatigheid inzake de samenstelling van het scheidsgerecht; of
  6. dat de uitspraak nog niet bindend is geworden voor de partijen of vernietigd of opgeschort werd door een rechtbank van het land waarin of krachtens welk recht zij gedaan werd
  7. dat het scheidsgerecht zijn bevoegdheden heeft overschreden; of
  1. indien de rechtbank van eerste aanleg vaststelt :
  1. dat het voorwerp van het geschil niet vatbaar is voor arbitrage; of
  2. dat de erkenning of uitvoerbaarverklaring van de uitspraak in strijd zou zijn met de openbare orde.

§ 2. De rechtbank van eerste aanleg stelt haar beslissing over de vordering van rechtswege uit zolang er overeenkomstig artikel 1713,

§ 3, tot staving van het verzoekschrift geen schriftelijke en door de arbiters ondertekende arbitrale uitspraak neergelegd wordt.

§ 3. Wanneer er een verdrag bestaat tussen België en het land waar de arbitrale uitspraak is gedaan, primeert het verdrag.

Hoofdstuk IX. Verjaring

Art. 1722. De veroordeling uitgesproken door een arbitrale uitspraak verjaart na verloop van tien jaar te rekenen vanaf de datum waarop mededeling is gedaan van de arbitrale uitspraak.

Welke geschillen kunnen door middel van CEPANI’s arbitragereglement beslecht worden?

 

Alle geschillen waarvoor partijen volgens de toepasselijke wetten een arbitrageovereenkomst kunnen afsluiten, kunnen aan CEPANI worden voorgelegd. Naar Belgisch recht kunnen de partijen een arbitrageovereenkomst afsluiten voor alle geschillen waarover dadingen kunnen worden aangegaan. De materies waarover geen dading kan worden aangegaan, moeten evenwel aan een overheidsrechter worden voorgelegd.

De geschillen die aan de arbitrage van CEPANI worden voorgelegd betreffen voornamelijk het economisch en vennootschapsrecht. Om een nauwkeurig beeld te krijgen van de aard van de behandelde zaken, het aantal en de waarde ervan, worden de jaarlijkse statistieken in CEPANI’s nieuwsbrief opgenomen.

 

Hoelang duurt de gemiddelde CEPANI-arbitrage?

 

De gemiddelde duur van een arbitrageprocedure ligt tussen de 8 à 12 maanden. Hieronder wordt verstaan de tijdsduur tussen het ogenblik waarop het scheidsgerecht wordt benoemd en de dossiers ontvangt, en de dag waarop de arbitrale uitspraak wordt verleend. De duur van de arbitrages voor geschillen van een beperkt geldelijk belang is zelfs beperkt tot slechts een viertal maanden.

 

 

Wat is het verschil tussen de gewone arbitrageprocedure en de procedure voor geschillen met een beperkt geldelijk belang?

Voor kleine geschillen voorziet CEPANI een snellere en goedkopere procedure, met name de arbitrage met een beperkt geldelijk belang. In een dergelijk geschil overschrijden de hoofdvordering en de eventuele tegenvordering samen de waarde van 25.000,00 EUR niet.

Deze laatste procedure verloopt sneller om volgende redenen:

  • het scheidsgerecht is altijd samengesteld uit één arbiter
  • in principe verloopt de procedure schriftelijk
  • de procedure is eenvoudiger; zo moet er bijvoorbeeld geen Akte van Opdracht worden opgesteld
  • de termijnen zijn ingekort; in principe mag de procedure vanaf de inleiding van de arbitrage tot aan de uitspraak niet langer dan 112 dagen duren.

 

Hoeveel bedraagt de kost van een arbitrageprocedure bij CEPANI?

De kosten van een CEPANI-arbitrage omvatten enerzijds de honoraria en gedane kosten van de arbiters, en anderzijds de administratieve kosten van het Secretariaat, die 10% van de honoraria en de kosten van de arbiters bedragen.

Onmiddellijk na ontvangst van het verzoek tot arbitrage vraagt CEPANI aan de betrokken partijen om binnen de maand een provisie voor arbitragekosten te voldoen. Deze provisie wordt berekend op basis van gekende tarieflijsten voor arbitrage, waarbij rekening wordt gehouden met de financiële waarde van het geschil. Aan iedere partij wordt gevraagd een gelijk deel van de provisie te voldoen.

Het is hierbij belangrijk te weten dat CEPANI slechts overgaat tot de benoeming van het scheidsgerecht nadat de provisie voor arbitragekosten integraal werd betaald. Wanneer één partij weigert haar deel van de provisie te voldoen, zal CEPANI, met het oog op de vlotte voortgang van de arbitrage, de andere partij verzoeken ook dit deel ten laste te nemen. Uiteindelijk zal het scheidsgerecht in zijn arbitrale uitspraak de definitieve verdeling van de arbitragekosten bepalen.

Hoe bereken ik de provisie voor arbitragekosten?

 

Een arbitrageprocedure met een totale financiële waarde van 250.000,00 EUR wordt ingeleid. Partijen vragen de benoeming van een drieledig scheidsgerecht. De provisie voor arbitragekosten kan dan als volgt berekend worden:

  1. a) Honoraria van de arbiters
    Toepasselijk barema van 100.000 à 500.000 EUR:
    Minimum: 3.250 + 1.5 % van het bedrag boven 100.000
    250 + 1.5 % van (250.000 – 100.000)
    3.250 + 1.5 % van 150.000
    3.250 + 2250 = 5.500 EUR
    Maximum: 6.000 + 1.5 % van het bedrag boven 100.000
    6.000 + 1.5 % van (250.000 – 100.000)
    6.000 + 1.5 % van 150.000
    6.000 + 2.250 = 8.250 EUR
    Weerhouden provisie voor honoraria: 6.750 EUR
  2. b) Administratieve kosten
    10 % van de provisie voor de honoraria = 675,00 EUR
    te vermeerderen met 21 % BTW = 141,25 EUR
  3. c) Totale provisie voor arbitragekosten 
    = 7.566,25 EUR
  4. d) Te vermenigvuldigen met drie voor een drieledig scheidsgerecht
    TOTAAL = 22.698,75 EUR

! Het Benoemingscomité gaat pas over tot de benoeming van het scheidsgerecht wanneer de provisie voor arbitragekosten volledig is betaald door (één van) de partijen.

 

Hoe lever ik het bewijs van verzending van het verzoek tot arbitrage en de bijlagen hiertoe aan de tegenpartij?

 

Het bewijs van de verzending van het verzoek tot arbitrage aan de tegenpartij kan geleverd worden door het overmaken van een kopie van het afgestempelde bewijs van aangetekende verzending, een kopie van het verzendingsbewijs per koerier, een kopie van het faxrapport waaruit de verzending blijkt, enzovoort.
Het is van belang dat dit bewijs ook bij het verzoek tot arbitrage gevoegd wordt, zodat het Secretariaat met zekerheid kan vaststellen dat de verweerder reeds in kennis werd gesteld van het verzoek tot arbitrage en de bijbehorende stukken. Het laattijdig overmaken van het verzoek tot arbitrage aan de verweerder verhindert dat de arbitrage vlot van start gaat en vertraagt de procedure nodeloos.

 

De verwerende partij formuleerde een antwoord op het verzoek tot arbitrage. Heb ik nu nog de mogelijkheid om hierop te antwoorden en binnen welke termijn?

 

De partijen worden niet verondersteld in het verzoek tot arbitrage of in het antwoord daarop hun integrale standpunt weer te geven. Beiden gelden veeleer als een summiere samenvatting van hoofd- en/of tegenvordering. Niets verhindert de eisende partij evenwel om – zonder dat daarvoor enige strikte termijn bestaat – een wederantwoord te formuleren.

 

Wanneer gaat het benoemingscomité of de voorzitter over tot benoeming van het scheidsgerecht?

 

Het benoemingscomité of de voorzitter gaat over tot benoeming van het scheidsgerecht nadat de provisie voor arbitragekosten integraal werd voldaan door één of beide partijen. Wanneer één van de partijen weigert haar deel van de provisie voor arbitragekosten te voldoen, kan de andere partij dit deel voorlopig ten laste nemen.

 

Wat is de eerste taak van het Scheidsgerecht na zijn benoeming?

 

De eerste taak van het Scheidsgerecht bestaat erin om samen met de partijen de redactie van enerzijds een Akte van Opdracht en anderzijds een Procedurekalender te verzorgen. Hiertoe stelt het Scheidsgerecht normaliter een ontwerp op dat aan de partijen wordt voorgelegd. Het zal ook een eerste samenkomst beleggen, met het oog op de ondertekening van de Akte van Opdracht en om overleg te plegen over de Procedurekalender.

 

Wat is een Akte van Opdracht en wat is het nut ervan?

 

In de Akte van Opdracht omschrijft het scheidsgerecht o.m. duidelijk de vorderingen van de partijen, de correspondentieadressen, de taal en de zetel van de arbitrage en in principe ook de lijst van de te beslechten geschilpunten. De Akte van Opdracht biedt het voordeel dat voor zowel de partijen als het scheidsgerecht een duidelijk kader voor de arbitrage wordt beschreven.

 

Wat zijn de gevolgen voor de provisie voor arbitragekosten wanneer de verwerende partij een tegenvordering instelt of de eisende partij zijn vordering uitbreidt?

 

Wanneer de verweerder een tegenvordering instelt of de eiser zijn hoofdvordering uitbreidt, geeft dit aanleiding tot het vorderen van een aanvullende provisie voor arbitragekosten. In principe zijn beide partijen gehouden tot de betaling van een evenredig deel van de aanvullende provisie.

 

Hoe kunnen de termijnen die zijn bepaald in het reglement verlengd worden?

Er bestaan twee soorten termijnen.

Enerzijds zijn er de termijnen die door het CEPANI-reglement worden opgelegd aan de partijen of het scheidsgerecht.
Anderzijds zijn er de termijnen die door het scheidsgerecht in samenspraak met de partijen worden bepaald.
In beide gevallen dient een aanvraag tot verlenging van een termijn steeds te worden gemotiveerd.

In het eerste geval moet, om een verlenging te bekomen van een door CEPANI opgelegde termijn, het scheidsgerecht of de partij een gemotiveerd verzoek richten aan het Secretariaat van CEPANI. Dit verzoek moet het Secretariaat bereiken vóór het verstrijken van de termijn waarvan de verlenging wordt gevraagd.

In het tweede geval, moet de verlenging van een termijn toegekend door het scheidsgerecht bij het scheidsgerecht aangevraagd worden. CEPANI heeft hierin geen enkele bevoegdheid.

 

Hoe verloopt een expertise tijdens een arbitrage?

Een expertise die door het scheidsgerecht wordt georganiseerd is nauw verwant aan de gerechtelijke expertise opgelegd door de gewone rechtbanken. Het scheidsgerecht zal in samenspraak met de partijen de deskundige benoemen, rekening houdend met de aard en de omstandigheden van de opdracht en de specifieke wensen van de partijen. CEPANI adviseert dat, vooraleer de deskundige zijn opdracht aanvat, het scheidsgerecht de partijen verzoekt om een provisie voor de expertisekosten te betalen op een door het scheidsgerecht bepaalde rekening. Bij gebrek aan andersluidende overeenkomst tussen de partijen, wordt deze provisie betaald door de meest gerede partij. Het uiteindelijke verslag van de deskundige zal als advies gelden voor het scheidsgerecht, tenzij de partijen dit anders bepalen.

 

Hoe verloopt de kennisgeving van de arbitrale uitspraak?

Het secretariaat van CEPANI zorgt voor de kennisgeving van de arbitrale uitspraak, doch slechts nadat de partijen (of één van hen) de arbitragekosten integraal hebben betaald. Zolang de arbitragekosten niet betaald zijn, wordt de arbitrale uitspraak in geen geval ter kennis van de partijen gebracht. Een partij kan de kennisgeving van de arbitrale uitspraak evenwel bespoedigen door het nog openstaande saldo te betalen.
Het secretariaat brengt een origineel van de door de leden van het scheidsgerecht ondertekende uitsprak ter kennis van elke partij per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs en een kopie daarvan per e-mail, voorzover de arbitragekosten volledig aan CEPANI zijn betaald. De datum van de verzending per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs geldt als datum van kennisgeving.

 

Wie staat in voor de neerlegging van de arbitrale uitspraak?

Het Secretariaat van CEPANI legt de arbitrale uitspraak neer ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de zetel van de arbitrage, indien een van de partijen hierom verzoekt binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving ervan. Deze termijn is geen vervaltermijn. Het staat de partijen vrij om na het verstrijken van deze termijn zelf in te staan voor de neerlegging ter griffie.

 

Hoe kan een partij er toe bijdragen dat de arbitrage snel en vlot verloopt?

Partijen kunnen het verloop van de arbitrage bespoedigen door in eerste instantie de provisie voor arbitragekosten tijdig te betalen; vervolgens door de nodige medewerking te verlenen bij het opstellen en ondertekenen van de Akte van opdracht, en ten slotte door strikte termijnen vast te leggen in de procedurekalender en geen onnodige verlengingen te vragen.

Het CEPANI-reglement kent aan het scheidsgerecht een termijn van 2 maanden toe om de akte van opdracht en de procedurekalender op te stellen. Vervolgens beschikt het scheidsgerecht over een termijn van 6 maanden om de arbitrale uitspraak te verlenen. Wanneer de partijen evenwel conclusietermijnen overeenkomen die deze termijn overschrijden, zal deze in navolging van dit akkoord tussen de partijen worden verlengd.

 

Moet van alle communicatie een kopie aan het Secretariaat worden overgemaakt?

Het Secretariaat van CEPANI moet inderdaad een kopie ontvangen van alle communicatie tussen de partijen en het scheidsgerecht. Op die manier blijft het Secretariaat op de hoogte van het verloop van de procedure en kan het toezien op een vlot verloop ervan.

 

Wat gebeurt er met de arbitrage in geval van een minnelijke regeling?

Indien de partijen in de loop van de arbitrage tot een minnelijke regeling komen, dan beschikken zij over twee opties. Zij kunnen het scheidsgerecht verzoeken om het tot stand gekomen akkoord op te nemen in een arbitrale schikkinguitspraak. Het voordeel van deze gang van zaken is dat het akkoord in een uitvoerbare titel wordt gegoten en zo afdwingbaar wordt.

Of de partijen kunnen oordelen dat het tot stand gekomen akkoord geen opname in een arbitrale uitspraak behoeft. In dit geval dienen zij het Secretariaat gezamenlijk op de hoogte te brengen van het feit dat een akkoord tot stand is gekomen dat een einde maakt aan het tussen hen bestaande geschil en dus ook aan de arbitrage.

In beide gevallen zal het Secretariaat van CEPANI aan het scheidsgerecht vragen om een overzicht te maken van de geleverde prestaties en te preciseren of het akkoord al dan niet onder begeleiding van het scheidsgerecht tot stand kwam. Op basis van deze gegevens zal het Secretariaat de arbitragekosten begroten en, in voorkomend geval, het teveel aan de partijen terugstorten.