Het Secretariaat raadt aan om, in overeenstemming met artikel 8(2) van het CEPANI Arbitragereglement, uw Verzoek tot Arbitrage en Bijlagen in te dienen in elektronische vorm en in één papieren versie.

Download het arbitragereglement (2013)

Download het arbitragereglement (2007)

Download het arbitragereglement (2005)

Download het arbitragereglement in het Turks

Download het arbitragereglement in het Spaans

Reglement van toepassing vanaf 1 januari 2013

AFDELING I : ARBITRAGE

VOORAFGAANDE BEPALINGEN

Artikel 1. – Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie

Het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie (“CEPANI”) is een onafhankelijke instelling die de arbitrageprocedures administreert overeenkomstig zijn reglement. Het beslecht zelf geen geschillen en oefent niet de taak van arbiter uit.

Artikel 2. – Definities

In de volgende artikelen slaat:

(i) “secretariaat” op het secretariaat van CEPANI.

(ii) “voorzitter” op de voorzitter van CEPANI.

(iii) “benoemingscomité” op het benoemingsorgaan van CEPANI.

(iv) “wrakingscomité” op het wrakingsorgaan van CEPANI.

(v) “ arbitrageovereenkomst” op iedere vorm van wederzijds akkoord over arbitrage en, in ingeval van een investeringsgeschil, wanneer de overheid heeft ingestemd.

(vi) “scheidsgerecht” op één of meer arbiters.

(vii) “ eiser” en “verweerder” op één of meerdere eisers of verweerders.

(viii) “ arbitrale uitspraak” onder meer op een tussenuitspraak, een gedeeltelijke uitspraak of een einduitspraak.

(ix) “ beschikking” op de beslissingen van het scheidsgerecht die betrekking hebben op het verloop van de arbitrageprocedure.

(x) “dagen” op kalenderdagen.

(xi) “reglement” op het arbitragereglement van CEPANI.

HET INLEIDEN VAN DE PROCEDURE

Artikel 3. – Verzoek tot arbitrage

1. De partij die een beroep wenst te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement, dient daartoe een verzoek tot arbitrage in bij het secretariaat.
Het verzoek tot arbitrage bevat onder meer de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;

b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de eiser in de arbitrage vertegenwoordigen;

c) een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;

d) het voorwerp van de vordering, een samenvatting van de ingeroepen middelen en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen;

e) alle nodige inlichtingen om het aantal arbiters te bepalen en hun keuze mogelijk te maken overeenkomstig de bepalingen van artikel 15 en de voordracht van de arbiter die zij dient aan te wijzen;

f) aanwijzingen betreffende de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.

Het verzoek moet vergezeld gaan van een kopie van de gesloten overeenkomsten en alleszins van de arbitrageovereenkomst en van alle overige nuttige stukken. Het verzoek tot arbitrage en de bijlagen moeten ingediend worden in zoveel exemplaren als er te benoemen arbiters zijn,  vermeerderd met één exemplaar voor het secretariaat.

2. De eiser moet bij het verzoek tot arbitrage het bewijs voegen van de kennisgeving van het verzoek en de bijlagen aan de verweerder.

3. De arbitrage vangt aan op de dag waarop het secretariaat in het bezit is van zowel het verzoek tot arbitrage als de bijlagen bij het verzoek, als de betaling van de registratiekosten zoals bepaald in punt 2 bijlage I. heeft ontvangen. Het secretariaat bevestigt de aanvangsdatum van de arbitrage aan de partijen.

Artikel 4. – Antwoord op het verzoek tot arbitrage en instellen van een tegenvordering

1. Binnen de termijn van één maand na de aanvangsdatum van de arbitrage, moet de verweerder zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage bij het secretariaat indienen.
Het antwoord bevat onder meer de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van de verweerder;

b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de verweerder in de arbitrage vertegenwoordigen;

c) de bondige commentaar van de verweerder op de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag liggen;

d) zijn standpunt over de onderdelen van de vordering;

e) zijn standpunt over het aantal en de keuze van de arbiters, rekening houdend met de voorstellen van de eiser en de voordracht van de arbiter die hij dient aan te wijzen;

f) aanduidingen over de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.

Het antwoord en de gebeurlijke bijlagen moeten ingediend worden in zoveel exemplaren als er te benoemen arbiters zijn, vermeerderd met één exemplaar voor het secretariaat.

2. De verweerder moet bij het antwoord het bewijs voegen van de kennisgeving, binnen dezelfde termijn van één maand, van het antwoord en van de bijlagen aan de eiser.

3. Elke tegenvordering van een verweerder, moet samen met het antwoord op het verzoek tot arbitrage worden ingediend en moet onder meer volgende gegevens bevatten:

a) een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de tegenvordering ten grondslag ligt; b) het voorwerp van de tegenvordering en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen.

4. De tegenvordering moet vergezeld gaan van alle nuttige stukken.

De eiser kan binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de tegenvordering meegedeeld door het secretariaat, een memorie indienen als antwoord op de tegenvordering.

Artikel 5. – Verlenging van de termijn voor het antwoord

Het secretariaat kan, op gemotiveerd verzoek van één van de partijen of zelfs ambtshalve, de in artikel 4 bepaalde termijnen verlengen.

Artikel 6. – Ontbreken prima facie van een arbitrageovereenkomst

Bij gebrek aan een prima facie arbitrageovereenkomst, kan de arbitrage geen doorgang vinden, indien de verweerder niet binnen de in artikel 4 voorgeschreven termijn van één maand zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage indient of indien hij de arbitrage onder het CEPANI- reglement afwijst.

Artikel 7. – Gevolgen van de arbitrageovereenkomst

1. Wanneer de partijen overeenkomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement, onderwerpen zij zich daardoor aan het reglement, met inbegrip van de bijlagen, dat van toepassing is op de aanvangsdatum van de arbitrage, tenzij zij uitdrukkelijk  overeengekomen zijn om zich te onderwerpen aan het reglement van toepassing op het tijdstip van de arbitrageovereenkomst.

2. Indien, niettegenstaande het bestaan van een prima facie arbitrageovereenkomst, één van de partijen weigert deel te nemen aan de arbitrage of zich van deelname onthoudt, zal de arbitrage desalniettemin doorgang vinden.

3. Indien, niettegenstaande het bestaan van een prima facie arbitrageovereenkomst, één van de partijen één of meer excepties opwerpt betreffende het bestaan, de geldigheid of de draagwijdte van de arbitrageovereenkomst, vindt de arbitrage doorgang zonder dat CEPANI beslist over de ontvankelijkheid of de gegrondheid van deze excepties. In dat geval moet het scheidsgerecht over zijn eigen bevoegdheid uitspraak doen.

4. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen, heeft de nietigheid of het niet bestaan van de overeenkomst niet tot gevolg dat het scheidsgerecht onbevoegd is, voor zover het de geldigheid van de arbitrageovereenkomst vaststelt.

Artikel 8. – Schriftelijke kennisgevingen of mededelingen en termijnen

1. De conclusies, memories en andere schriftelijke mededelingen vanwege de partijen en alle bijhorende stukken of documenten moeten door alle partijen tegelijkertijd toegezonden worden aan alle partijen, evenals aan iedere arbiter. Het secretariaat ontvangt een kopie van al deze mededelingen en documenten en van de mededelingen van het scheidsgerecht aan de partijen.

2. Het verzoek tot arbitrage, het antwoord op het verzoek tot arbitrage, de memories en conclusies en de benoeming van de arbiters kunnen geldig gebeuren per koerier tegen ontvangstbewijs, per aangetekende brief, per telefax of elektronisch. In deze gevallen draagt de verzender de bewijslast van de verzending. Onder voorbehoud van artikel 31 lid 2, kunnen de overige kennisgevingen en mededelingen gedaan bij toepassing van dit reglement geldig door iedere ander schriftelijk communicatiemiddel gebeuren.

3. Het scheidsgerecht kan andere regelingen inzake kennisgevingen en mededelingen vaststellen.

4. Indien een partij vertegenwoordigd wordt door een raadsman, gebeuren de kennisgevingen en mededelingen aan deze laatste, tenzij deze partij anders verzoekt.
De kennisgevingen en mededelingen zijn geldig, wanneer zij verstuurd zijn aan het laatst bekende adres van de bestemmeling, zoals dit meegedeeld werd door de bestemmeling zelf of, desgevallend, door de tegenpartij.

5. Een kennisgeving of een mededeling wordt geacht te zijn gedaan wanneer zij werd ontvangen of zou moeten ontvangen zijn, indien zij geldig gedaan werd in overeenstemming met lid 2 door de partij zelf, haar vertegenwoordiger of haar raadsman.

6. De in dit reglement bepaalde termijnen beginnen te lopen op de dag na die waarop een kennisgeving of mededeling overeenkomstig het voorgaande lid geacht wordt gedaan te zijn. Indien de laatste dag van de verleende termijn een officiële feestdag is of geen werkdag is in het land waar de kennisgeving of mededeling moet worden gedaan, verstrijkt de termijn aan het eind van de eerstvolgende werkdag. Een kennisgeving of mededeling die in overeenstemming met lid 2 van dit artikel verzonden werd vóór of op de laatste dag van de toegekende termijn, wordt geacht tijdig gedaan te zijn.

MEERDERE PARTIJEN, MEERDERE CONTRACTEN, TUSSENKOMST EN SAMENVOEGING

Artikel 9. – Meerdere partijen

1. Een arbitrage kan tussen meer dan twee partijen plaatsvinden, wanneer deze zijn overeengekomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement,

2. Iedere partij kan een vordering instellen tegen iedere andere partij, binnen de grenzen bepaald door artikel 23 lid 8 van het reglement.

Artikel 10. – Meerdere contracten

1. Vorderingen die ontstaan uit of in verband met meerdere contracten kunnen in één enkele arbitrage worden ingesteld. Dit is met name het geval wanneer de vorderingen worden ingediend op basis van meerdere arbitrageovereenkomsten:

a) indien de partijen zijn overeengekomen een beroep te doen op arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement, en

b) indien alle partijen in de arbitrage zijn overeengekomen om hun vorderingen te laten beslechten in één enkele arbitrage.

2. Verschillen inzake de toepasselijk rechtsregels of inzake de taal van de arbitrage doen geen vermoeden ontstaan dat de arbitrageovereenkomsten onverenigbaar zijn.

3. Arbitrageovereenkomsten inzake transacties die los van elkaar staan, doen een vermoeden ontstaan dat de partijen niet zijn overeengekomen om de vorderingen in één enkele procedure te laten beslechten.

4. In het kader van één enkele arbitrage kan iedere partij een vordering instellen tegen iedere andere partij, binnen de grenzen bepaald door artikel 23, lid 8, van het reglement.

Artikel 11. – Tussenkomst

1. Een derde kan vragen om tussen te komen in een procedure en iedere partij in een procedure kan een derde in tussenkomst roepen. De tussenkomst kan toegestaan worden wanneer de derde en de partijen in het geschil zijn overeengekomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement.

2. Een tussenkomst kan niet meer plaatsvinden nadat het benoemingscomité of de voorzitter ieder lid van het scheidsgerecht heeft benoemd of bevestigd, tenzij alle partijen inclusief de tussenkomende derde anders zijn overeengekomen.

3. Het verzoek tot tussenkomst wordt gericht aan het secretariaat en, indien het reeds is aangesteld, aan het scheidsgerecht. De eiser in tussenkomst moet bij het verzoek tot tussenkomst het bewijs voegen van de kennisgeving van het verzoek aan de partijen in de procedure, in voorkomend geval aan de derde om wiens tussenkomst verzocht wordt en, indien het reeds is benoemd, aan het scheidsgerecht.

4. Het verzoek tot tussenkomst bevat onder meer de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van de eiser in tussenkomst, van ieder der partijen en indien hij niet de eiser in tussenkomst is, van de derde;

b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de eiser in tussenkomst in de arbitrage vertegenwoordigen;

c) een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil dat aan de vordering ten grondslag ligt;

d) aanduidingen betreffende de plaats en de taal van de lopende arbitrage en de toepasselijke rechtsregels;

e) het voorwerp van de vordering tot tussenkomst, een samenvatting van de ingeroepen middelen en, indien mogelijk, een raming van de financiële impact van de vordering tot tussenkomst op de gevorderde bedragen.

Het verzoek tot tussenkomst moet vergezeld gaan van een kopie van de gesloten overeenkomsten en alleszins van de arbitrageovereenkomst die de partijen en de derde bindt en van alle overige nuttige stukken.

5. De tussenkomende derde kan een vordering instellen tegen iedere andere partij, binnen de grenzen bepaald door artikel 23 lid 8 van het reglement.

Artikel 12. – Bevoegdheid van het scheidsgerecht

1. Het scheidsgerecht beslist over alle betwistingen inzake de artikelen 9 tot 11 van het reglement, daarin begrepen ook over zijn eigen bevoegdheid.

2. Uit de beslissingen van het benoemingscomité of van de voorzitter inzake de benoeming of bevestiging van de leden van het scheidsgerecht kan niets worden afgeleid terzake van deze bevoegdheid.

Artikel 13. – Samenvoeging

1. Wanneer een of meerdere contracten een arbitrageovereenkomst bevatten die de toepassing ven het CEPANI reglement voorzien en wanneer deze aanleiding geven tot afzonderlijke arbitrages die onder elkaar een band van samenhang of van ondeelbaarheid vertonen, kan het benoemingscomité of de voorzitter de samenvoeging ervan bevelen. Deze beslissing wordt genomen, hetzij vóór ieder ander rechtsmiddel, op vraag van de partijen of van de meest gerede partij, hetzij op vraag van de scheidsgerechten of van één van hen. In elk geval wordt er geen beslissing genomen zonder dat de partijen en het scheidsgerecht of, in voorkomend geval, de scheidsgerechten uitgenodigd werden om hun opmerkingen schriftelijk mee delen binnen de termijn toegekend door het secretariaat.

2. Er wordt gevolg gegeven aan het verzoek tot samenvoeging, wanneer alle partijen dit ondersteunen en wanneer zij het ook eens zijn over de modaliteiten waaronder de samenvoeging dient te geschieden. In de andere gevallen kan het benoemingscomité of de voorzitter gevolg geven aan het verzoek tot samenvoeging, na onder meer onderzocht te hebben:

a) of de partijen de samenvoeging in hun arbitrageovereenkomst niet hebben uitgesloten;

b) of de vorderingen in de afzonderlijke arbitrages werden ingediend op basis van dezelfde arbitrageovereenkomst;

c) of wanneer de vorderingen werden ingediend onder verschillende arbitrageovereenkomsten, of deze verenigbaar zijn en of de procedures dezelfde partijen betreffen en betrekking hebben op geschillen die uit dezelfde rechtsverhouding zijn ontstaan. Het benoemingscomité of de voorzitter houdt onder meer ook rekening met:

a) de stand van ieder van de arbitrages en met name het feit dat een of meerdere arbiters reeds in meer dan een arbitrage werden benoemd of bevestigd en, in voorkomend geval, of het al dan niet dezelfde personen zijn die benoemd of bevestigd werden.

b) de plaats vastgesteld in de arbitrageovereenkomsten.

Bij zijn beoordeling houdt het benoemingscomité of de voorzitter rekening met artikel 15.

3. Behoudens andersluidende overeenkomst van de partijen over het beginsel van de samenvoeging en over de modaliteiten ervan, kan het benoemingscomité of de voorzitter geen samenvoeging van arbitrages bevelen wanneer reeds een beslissing alvorens recht te doen, een beslissing over de ontvankelijkheid of een beslissing over de grond van de vordering werd genomen.

HET SCHEIDSGERECHT

Artikel 14. – Algemene bepalingen

1. Uitsluitend personen die onafhankelijk zijn ten opzichte van de partijen en hun raadslieden en die de gedragsregels opgenomen in bijlage III naleven, kunnen als arbiter in een CEPANI-arbitrage optreden. Wanneer de arbiter wordt benoemd of bevestigd, verbindt hij zich ertoe onafhankelijk te blijven tot aan het einde van zijn opdracht. Hij is onpartijdig en verbindt zich eveneens ertoe dit te blijven en beschikbaar te blijven.

2. Voor zijn benoeming of bevestiging, ondertekent de voorgedragen arbiter een verklaring van aanvaarding, beschikbaarheid en onafhankelijkheid. Hij deelt schriftelijk aan het secretariaat de feiten en omstandigheden mee, die van dien aard zijn dat deze in de ogen van de partijen aanleiding zouden kunnen geven zijn onafhankelijkheid in twijfel te trekken. Het secretariaat deelt deze informatie schriftelijk mee aan de partijen en stelt een termijn waarbinnen zij eventuele opmerkingen kunnen indienen.

3. Indien in de loop van de arbitrageprocedure zich feiten en omstandigheden voordoen van dezelfde aard als deze vermeld in lid 2 van dit artikel, brengt de arbiter deze onmiddellijk schriftelijk ter kennis van het secretariaat en de partijen.

4. De beslissingen van het benoemingscomité of de voorzitter inzake de benoeming, de bevestiging of de vervanging van een arbiter zijn niet aanvechtbaar. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.

5. Door het aanvaarden van zijn opdracht, verbindt de arbiter er zich toe deze tot het einde uit te voeren in overeenstemming met dit reglement.

Artikel 15. – Keuze van de arbiters

1. Het benoemingscomité of de voorzitter stelt het scheidsgerecht aan of bevestigt het in overeenstemming met de hiernavolgende regels. Hierbij wordt meer bepaald rekening gehouden met de beschikbaarheid, de kwalificaties en de bekwaamheid van de arbiter om de arbitrage te voeren overeenkomstig dit reglement.

2. Indien de partijen overeengekomen zijn dat hun geschil door één arbiter wordt beslecht, kunnen zij de enkele arbiter in onderling akkoord onder voorbehoud van bevestiging door het benoemingscomité of de voorzitter voordragen. Bij gebrek aan overeenstemming tussen de partijen binnen een termijn van één maand na de kennisgeving van het verzoek tot arbitrage aan de verweerder, of binnen een andere termijn verleend door het secretariaat, wordt de enkele arbiter ambtshalve door het benoemingscomité of de voorzitter benoemd. Indien het benoemingscomité of de voorzitter weigert de voorgedragen arbiter te bevestigen, zorgt het binnen de termijn van één maand na de datum waarop de weigering ter kennis van de partijen wordt gebracht voor de vervanging.

3. Wanneer drie arbiters voorzien zijn, draagt elke partij, respectievelijk in het verzoek tot arbitrage en in het antwoord daarop, een arbiter voor ter bevestiging door het benoemingscomité of de voorzitter. Indien één van de partijen nalaat een arbiter voor te dragen of indien deze niet wordt bevestigd, benoemt het benoemingscomité of de voorzitter deze ambtshalve. De derde arbiter, die van rechtswege het voorzitterschap van het scheidsgerecht bekleedt, wordt door het benoemingscomité of de voorzitter aangesteld, tenzij de partijen een andere procedure voor de benoeming zijn overeengekomen. In dit laatste geval kan de benoeming van de derde arbiter slechts gebeuren na bevestiging door het benoemingscomité of de voorzitter. Indien deze procedure niet tot de voordracht van een derde arbiter leidt binnen de termijn die door de partijen of het secretariaat bepaald werd, wordt de derde arbiter ambtshalve door het benoemingscomité of de voorzitter benoemd.

4. Indien de partijen het aantal arbiters niet hebben bepaald, wordt het geschil door een enkele arbiter beslecht. Op verzoek van een partij, of zelfs ambtshalve, kan het benoemingscomité of de voorzitter evenwel beslissen dat het geschil aan een drieledig scheidsgerecht wordt voorgelegd. In dit geval draagt de eiser een arbiter voor binnen een termijn van vijftien dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de beslissing van het benoemingscomité of de voorzitter, en draagt de verweerder een arbiter voor binnen een termijn van vijftien dagen na de ontvangst van de kennisgeving van de door de eiser gedane voordracht.

5. Indien er meerdere partijen zijn en het geschil aan drie arbiters voorgelegd wordt, moeten de eisers gezamenlijk en de verweerders gezamenlijk een arbiter ter bevestiging volgens de bepalingen van dit artikel voordragen. Indien er geen gezamenlijke voordacht wordt verricht of bij gebreke van een ander akkoord tussen de partijen over de wijze waarop het scheidsgerecht moet samengesteld worden, stelt het benoemingscomité of de voorzitter elk lid van het scheidsgerecht aan en duidt het één van hen als voorzitter aan.

6. Wanneer drie arbiters zijn voorzien en een verzoek tot tussenkomst bij het secretariaat wordt ingediend overeenkomstig artikel 11 lid 3 vooraleer het benoemingscomité of de voorzitter ieder lid van het scheidsgerecht heeft benoemd of bevestigd, kan de tussenkomende derde een arbiter voordragen gezamenlijk met de eiser(s) of met de verweerder(s). Wanneer één arbiter is voorzien en een verzoek tot tussenkomst bij het secretariaat wordt ingediend overeenkomstig artikel 11 lid 3 vooraleer het benoemingscomité of de voorzitter de enkele arbiter heeft benoemd of bevestigd, stelt het benoemingscomité de voorzitter aan rekening houdende met het verzoek tot tussenkomst.

7. Wanneer de partijen in de procedure zijn overeengekomen dat een verzoek tot tussenkomst kan ingediend worden nadat het benoemingscomité of de voorzitter ieder lid van het scheidsgerecht heeft benoemd of bevestigd, heeft het comité of de voorzitter de keuze om hetzij de tussengekomen benoemingen te bevestigingen te bekrachtigen, hetzij een einde te stellen aan de opdracht van de leden van het scheidsgerecht die voordien werden benoemd of bevestigd en vervolgens nieuwe leden aan te stellen en één van hen als voorzitter aan te duiden. In dergelijk geval, is het benoemingscomité of de voorzitter vrij het aantal arbiters te bepalen en personen naar eigen keuze aan te stellen.

8. Indien het verzoek tot samenvoeging overeenkomstig artikel 13 lid 1 wordt aanvaard, stelt het benoemingscomité of de voorzitter elk lid van het scheidsgerecht aan en duidt het één van hen als voorzitter aan.

Artikel 16. – Wraking van de arbiters

1. Een verzoek tot wraking, hetzij wegens gebrek aan onafhankelijkheid, hetzij om eender welke andere reden, wordt ingediend door de verzending aan het secretariaat van een schriftelijke verklaring waarin de feiten en de omstandigheden waarop dit verzoek berust duidelijk omschreven zijn.

2. De partij die een arbiter wil wraken, moet het verzoek tot wraking op straffe van verval instellen binnen de termijn van één maand na de ontvangst van de kennisgeving van de benoeming van de arbiter of binnen de termijn van één maand na de dag waarop zij werd ingelicht over de feiten en omstandigheden waarop zij het verzoek tot wraking baseert, voor zover deze dag valt na de ontvangst van bovenvermelde kennisgeving.

3. Het secretariaat nodigt de betrokken arbiter, de andere partijen, evenals de overige leden van het scheidsgerecht, voor zover deze er zijn, uit om binnen de termijn die het toekent, schriftelijk hun opmerkingen over te maken. Deze opmerkingen worden meegedeeld aan de partijen en aan de arbiters. Zij kunnen er nog een antwoord op formuleren binnen de door het secretariaat vastgestelde termijn. Het maakt vervolgens het verzoek en de ontvangen opmerkingen over aan het wrakingscomité. Dit laatste spreekt zich uit over de ontvankelijkheid en over de gegrondheid van het verzoek tot wraking.

4. De beslissing van het wrakingscomité over de wraking van een arbiter is zonder verhaal. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.

Artikel 17. – Vervanging van arbiters

1. Bij overlijden, wraking, behoorlijk aanvaarde terugtrekking, verhindering of op verzoek van alle partijen, wordt een arbiter vervangen.

2. Een arbiter wordt eveneens vervangen indien het benoemingscomité of de voorzitter vaststelt dat de arbiter de jure of de facto verhinderd is zijn opdracht uit te oefenen of zijn taken niet uitoefent in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement of binnen de toegekende termijnen. In dit geval, neemt het benoemingscomité of de voorzitter een beslissing nadat het de betrokken arbiter, de partijen en de overige leden van het scheidsgerecht, voor zover deze er zijn, heeft uitgenodigd om hun opmerkingen schriftelijk aan het secretariaat over te maken, binnen de door het secretariaat toegekende termijn. Deze opmerkingen worden meegedeeld aan de partijen en aan de arbiters.

3. Indien een arbiter wordt vervangen, beslist het benoemingscomité of de voorzitter naar eigen goeddunken of het al dan niet de oorspronkelijke benoemingsprocedure volgt. Zodra het opnieuw is samengesteld, en na de partijen te hebben uitgenodigd hun opmerkingen mee te delen, beslist het scheidsgerecht of, en in welke mate, de voorgaande procedure moet worden hernomen.

DE ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel 18. – Overhandiging van het dossier aan het scheidsgerecht

Het secretariaat overhandigt het dossier aan het scheidsgerecht nadat dit is samengesteld en wanneer de provisie voor arbitragekosten voorzien in artikel 35 integraal werd voldaan.

Artikel 19. – Bewijs van volmacht

Op ieder ogenblik na de inleiding van de arbitrage, kunnen het scheidsgerecht of het secretariaat een bewijs van de volmacht van iedere vertegenwoordiger van een partij verlangen.

Artikel 20. – Taal van de arbitrage

1. De partijen bepalen in onderlinge overeenstemming de taal of de talen van de arbitrage. Bij gebreke aan overeenstemming, bepaalt het scheidsgerecht de taal of talen van de arbitrage, rekening houdend met de omstandigheden en met name de taal van de overeenkomst.

2. Het scheidsgerecht beslist wie en in welke verhouding de eventuele vertaalkosten draagt.

Artikel 21. – Plaats van de arbitrage

1. Het benoemingscomité of de voorzitter bepaalt de plaats van de arbitrage, tenzij de partijen deze zijn overeengekomen.

2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen en na hen geraadpleegd te hebben, kan het scheidsgerecht op elke plaats die het daartoe geschikt acht, zittingen en bijeenkomsten houden.

3. Het scheidsgerecht kan beraadslagen op elke plaats die het daartoe geschikt acht.

Artikel 22. – Opdrachtakte van het scheidsgerecht en procedure-agenda

1. Alvorens het onderzoek van de zaak aan te vatten, stelt het scheidsgerecht, op basis van de stukken of in aanwezigheid van de partijen, op basis van hun meest recente verklaringen, een akte op waarin het zijn opdracht omschrijft. Deze opdrachtakte bevat onder meer de volgende gegevens: a) de naam, voornaam, volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mail adres van iedere partij en van iedere persoon of personen die een partij vertegenwoordigen in de arbitrage en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;

b) de adressen waar alle kennisgevingen of mededelingen in de loop van de arbitrage op geldige wijze kunnen gebeuren;

c) de bondige opgave van de omstandigheden van de zaak;

d) de uiteenzetting van de vorderingen van de partijen met, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen in hoofden gebeurlijke tegenvordering;

e) behoudens indien het scheidsgerecht het niet opportuun acht, de bepaling van de te beslechten geschilpunten;

f) de namen, voornamen, hoedanigheden en adressen van de leden van het scheidsgerecht;

g) de plaats van de arbitrage;

h) alle overige vermeldingen die het scheidsgerecht nuttig acht.
2. De opdrachtakte moet worden ondertekend door de partijen en door de leden van het scheidsgerecht. Het scheidsgerecht maakt deze tekst, binnen een termijn van twee maanden na de overhandiging van het dossier, aan het secretariaat over. Deze termijn kan op gemotiveerd verzoek van het scheidsgerecht of desnoods ambtshalve door een beslissing van het secretariaat worden verlengd. Indien één der partijen weigert deel te nemen aan het opstellen van de opdrachtakte of ze te ondertekenen, hoewel zij door een arbitrageovereenkomst is gebonden, wordt de procedure voortgezet na het verstrijken van de termijn die door het secretariaat aan het scheidsgerecht wordt toegekend om de ontbrekende handtekening te bekomen. De arbitrale uitspraak die gedaan wordt in omstandigheden waarin een partij geweigerd heeft de opdrachtakte te ondertekenen of deel te nemen aan de arbitrage, wordt geacht op tegenspraak te zijn gedaan.

3. Bij het opmaken van de opdrachtakte, of zo snel mogelijk erna, stelt het scheidsgerecht in een afzonderlijk document, en na raadpleging van de partijen, de voorziene procedure-agenda op die het beoogt te volgen bij het verloop van de procedure en deelt deze mee aan de partijen en aan het secretariaat. Iedere latere wijziging van deze agenda wordt aan de partijen en aan het secretariaat meegedeeld.

4. De voorziene procedure-agenda kan worden vastgesteld tijdens een overleg met de partijen dat door het scheidsgerecht georganiseerd wordt hetzij op eigen initiatief hetzij op verzoek van een partij. Dit overleg heeft tot doel de partijen te raadplegen over de procedurele maatregelen die overeenkomstig artikel 23 vereist zijn en over alle andere maatregelen die de administratie van de procedure kunnen vergemakkelijken. Zij kan worden georganiseerd door ieder communicatiemiddel.

5. Het scheidsgerecht kan enkel als goede personen naar billijkheid oordelen (“amiable composition”) indien de partijen het daartoe de bevoegdheid verlenen. Het scheidsgerecht moet zich in dit geval niettemin naar de bepalingen van dit reglement schikken.

Artikel 23. – Onderzoek van de zaak

1. Het scheidsgerecht en de partijen handelen snel en loyaal tijdens het verloop van de procedure. De partijen onthouden zich in het bijzonder van vertragingsmanoeuvres of van iedere andere handeling die tot doel of tot gevolg heeft de procedure te vertragen.

2. Het scheidsgerecht vat met alle geëigende middelen zo spoedig mogelijk het onderzoek van de zaak aan. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, stelt het scheidsgerecht vrij de modaliteiten van de bewijsvoering vast. Het kan onder meer getuigenissen inwinnen en één of meer deskundigen aanstellen.

3. Het scheidsgerecht mag uitspraak doen op grond van stukken, tenzij de partijen of één van hen, wensen gehoord te worden.

4. Op vraag van de partijen of één van hen, of ambtshalve, nodigt het scheidsgerecht de partijen tijdig uit te verschijnen op de dag en de plaats die het vaststelt.

5. Indien de partijen of één van hen niet opdagen, hoewel zij regelmatig zijn opgeroepen, is het scheidsgerecht gemachtigd om zijn opdracht niettemin te volbrengen, nadat het zich ervan heeft vergewist dat de oproep de partijen heeft bereikt en dat zij geen geldig excuus hebben aangevoerd om hun afwezigheid te rechtvaardigen. De arbitrale uitspraak wordt in ieder geval geacht op tegenspraak te zijn gedaan.

6. De zittingen zijn niet openbaar. Behoudens toestemming van het scheidsgerecht en van de partijen zijn de zittingen niet toegankelijk voor personen die niet in het geding betrokken zijn.

7. De partijen verschijnen in persoon, via een behoorlijk daartoe gevolmachtigde en/of raadsman.

8. Indien de partijen nieuwe vorderingen formuleren, hetzij als hoofdvordering hetzij als tegenvordering, moeten zij dit schriftelijk doen. Het scheidsgerecht kan weigeren van deze nieuwe vorderingen kennis te nemen, indien het oordeelt dat dit het onderzoek of de afhandeling van de oorspronkelijke vordering kan vertragen of de door de opdrachtakte vastgestelde grenzen overschrijdt. Het kan ook rekening houden met alle andere relevante omstandigheden.

Artikel 24. – Sluiting van de debatten

1. Zo spoedig mogelijk na de laatste zitting of na het indienen van de laatste toegestane procedure of andere stukken, verklaart het scheidsgerecht de debatten gesloten.

2. Het scheidsgerecht kan, indien het dit noodzakelijk acht, op eigen initiatief of op verzoek van een partij, op ieder ogenblik vooraleer de uitspraak is gedaan, beslissen om de debatten te heropenen.

Artikel 25. – Vertrouwelijkheid van de arbitrageprocedure

Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen of er een wettelijke verplichting is tot bekendmaking, is de arbitrageprocedure vertrouwelijk.

Artikel 26. – Voorlopige en bewarende maatregelen voorafgaand aan de samenstelling van het scheidsgerecht

1. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, kan ieder van hen dringende voorlopige en bewarende maatregelen verzoeken die niet kunnen wachten tot het scheidsgerecht is aangesteld. Het verzoek wordt ingediend in de overeengekomen taal of, bij gebreke daarvan, in de taal van de arbitrageovereenkomst.

2. Het verzoek van een partij voor voorlopige en bewarende maatregelen wordt gericht aan het secretariaat.

3. Het verzoek tot voorlopige en bewarende maatregelen bevat onder meer de volgende gegevens:

a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;

b) naam, voornaam en volledige benaming, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de eiser in de arbitrage vertegenwoordigen;

c) een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;

d) een uiteenzetting van de gevorderde maatregelen;

e) de redenen waarom de eiser voorlopige en bewarende maatregelen verzoekt die niet kunnen wachten tot het scheidsgerecht is samengesteld;

f) aanwijzingen betreffende de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels;

g) alle relevante overeenkomsten en alle overige nuttige stukken en alleszins de arbitrageovereenkomst;

h) het bewijs van de betaling van de procedurekosten vermeld in lid 11 van dit artikel.

4. Het benoemingscomité of de voorzitter stelt een arbiter aan die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen met de opdracht om over de verzochte dringende maatregelen te beslissen. Deze benoeming vindt in beginsel plaats binnen twee dagen na de ontvangst van het verzoek door het secretariaat. Zodra hij is aangesteld, ontvangt de arbiter het dossier van het secretariaat. De partijen worden daarover ingelicht en corresponderen vanaf dan rechtstreeks met de arbiter en zenden kopie daarvan aan de andere partij en aan het secretariaat.

5. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen moet onafhankelijk zijn en blijven gedurende de hele procedure. Hij moet eveneens onpartijdig zijn en blijven. Daartoe ondertekent hij een verklaring van onafhankelijkheid, aanvaarding en beschikbaarheid.

6. De arbiter die uitspraak doet bij voorraad over voorlopige en bewarende maatregelen kan niet als arbiter benoemd worden in een arbitrage betreffende het geschil dat aan het verzoek ten grondslag ligt.

7. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen kan gewraakt worden. Het verzoek tot wraking van de arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen moet op straffe van verval worden ingesteld binnen drie dagen hetzij na de ontvangst door de wrakende partij van de kennisgeving van de benoeming van de arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen hetzij vanaf de dag waarop deze partij werd ingelicht over de feiten en omstandigheden waarop zij het verzoek tot wraking baseert, voor zover deze dag valt na de ontvangst van bovenvermelde kennisgeving. Het secretariaat biedt de arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen en de andere partij de mogelijkheid hun opmerkingen over te maken binnen de termijn die het vaststelt. Het secretariaat maakt vervolgens het wrakingverzoek en de ontvangen opmerkingen over aan het wrakingcomité. Dit laatste spreekt zich in principe binnen de drie werkdagen uit over de ontvankelijkheid en over de gegrondheid van het wrakingverzoek. Het wrakingcomité beslist zonder mogelijkheid van beroep over de wraking van de arbiter. De redenen voor zijn beslissing worden niet meegedeeld.

8. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen stelt in beginsel binnen drie werkdagen na ontvangstvan het dossier een procedure-agenda op. Hij bezorgt het secretariaat een kopie van al zijn schriftelijke mededelingen aan de partijen.

9. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen voert de procedure op de wijze die hij het meest geschikt acht. In elk geval voert hij de procedure op onpartijdige wijze en waakt hij er over dat iedere partij de mogelijkheid heeft om voldoende gehoord te worden.

10. De arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen doet in beginsel uitspraak binnen de vijftien werkdagen na de ontvangst van het dossier. Zijn beslissing wordt schriftelijk gedaan en is met redenen omkleed. Zij maakt het voorwerp uit van een gemotiveerde beschikking of, indien de arbiter die uitspraak bij voorraad doet over voorlopige en bewarende maatregelen dit aangewezen acht, van een arbitrale uitspraak. De arbiter zendt zijn beslissing aan de partijen en een kopie aan het secretariaat door een communicatiemiddel toegestaan door artikel 8 lid 2.

11. De aanvrager van voorlopige en bewarende maatregelen overeenkomstig artikel 26 moet een bedrag betalen dat de honoraria van de arbiter die bij voorraad uitspraak doet en de administratiekosten dekt. Het te storten bedrag is vastgesteld onder punt 7 van Bijlage 1. Het verzoek tot voorlopige en bewarende maatregelen wordt slechts aan het benoemingscomité of de voorzitter overgemaakt wanneer het secretariaat het voormelde bedrag heeft ontvangen. Indien de procedure krachtens dit artikel niet plaatsvindt of indien er een einde aan wordt gesteld vooraleer een uitspraak is gedaan, bepaalt het secretariaat het bedrag dat, in voorkomend geval, moet terugbetaald worden aan de eiser. In elk geval behoudt CEPANI het bedrag dat overeenkomstig punt 7 van Bijlage 1 de administratiekosten dekt.

Artikel 27. – Voorlopige en bewarende maatregelen na de samenstelling van het scheidsgerecht

1. Elke partij kan het scheidsgerecht, zodra het is aangesteld en voor zover de provisie voor arbitragekosten voorzien in artikel 35 is betaald, verzoeken voorlopige en bewarende maatregelen te bevelen, daarin begrepen het stellen van waarborgen of het toewijzen van een provisie. Dergelijke maatregelen maken het voorwerp uit van een gemotiveerde beschikking of, indien het scheidsgerecht dit aangewezen acht, een arbitrale uitspraak.

2. Alle voorlopige en bewarende maatregelen die de rechterlijke overheid neemt met betrekking tot het geschil, moeten onverwijld ter kennis worden gebracht van het scheidsgerecht en van het secretariaat.

DE ARBITRALE UITSPRAAK

Artikel 28. – Termijn voor de arbitrale uitspraak

1. Het scheidsgerecht moet uitspraak doen binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van de in artikel 22 bedoelde opdrachtakte.

2. Deze termijn kan op gemotiveerd verzoek van het scheidsgerecht of ambtshalve door een beslissing van het secretariaat worden verlengd.

Artikel 29. – Opstellen van de arbitrale uitspraak

1. Indien meerdere arbiters zijn benoemd, wordt de arbitrale uitspraak bij meerderheid van stemmen gedaan. Als er geen meerderheid kan worden bereikt, is de stem van de voorzitter van het scheidsgerecht beslissend.

2. De arbitrale uitspraak moet met redenen omkleed zijn.

3. De arbitrale uitspraak wordt geacht te zijn gedaan op de plaats van de arbitrage en op de datum die erin vermeld wordt.

Artikel 30. – Schikkingsuitspraak

Indien de partijen, na de overhandiging van het dossier aan het scheidsgerecht, een akkoord bereiken dat aan hun geschil een einde stelt, wordt dit akkoord, indien zij hierom verzoeken en met de toestemming van het scheidsgerecht, vastgelegd in een arbitrale schikkingsuitspraak.

Artikel 31. – Kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen – neerlegging van de arbitrale uitspraak

1. Wanneer de arbitrale uitspraak is gedaan, maakt het scheidsgerecht deze aan het secretariaat over in zoveel originele exemplaren als er partijen zijn, meer een bijkomend origineel exemplaar voor het secretariaat.

2. Het secretariaat brengt een origineel van de door de leden van het scheidsgerecht ondertekende uitspraak ter kennis van elke partij per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs en een kopie daarvan per e-mail, voorzover de arbitragekosten volledig aan CEPANI zijn betaald. De datum van de verzending per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs geldt als datum van kennisgeving.

3. Indien de plaats van arbitrage in België is, wordt de arbitrale uitspraak slechts ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats van de arbitrage neergelegd, wanneer één van de partijen er om verzoekt binnen de termijn van drie maanden na de kennisgeving ervan.

Artikel 32. – Definitief en uitvoerbaar karakter van de arbitrale uitspraak

1. De arbitrale uitspraak is definitief en wordt in laatste aanleg gedaan. De partijen verbinden zich ertoe de uitspraak onverwijld ten uitvoer te brengen.

2. Door hun geschil aan een CEPANI-arbitrage te onderwerpen, doen de partijen afstand van alle rechtsmiddelen waarvan zij geldig afstand kunnen doen, met uitzondering van de hypothese waar een uitdrukkelijke afstand door de wet vereist is.

Artikel 33. – Verbetering en interpretatie van de arbitrale uitspraak – Terugverwijzing van de arbitrale uitspraak

1. Het scheidsgerecht kan ambtshalve binnen één maand na de kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen elke materiële vergissing, rekenfout, schrijffout of andere dergelijke fouten in de tekst van de uitspraak verbeteren.

2. Een partij kan binnen één maand vanaf de kennisgeving van de arbitrale uitspraak bij het secretariaat een verzoek tot verbetering van een fout zoals vermeld in lid 1 indienen. Dit verzoek moet worden ingediend in het aantal exemplaren vermeld in artikel 3 lid 1.

3. Een partij kan binnen één maand vanaf de kennisgeving van de arbitrale uitspraak bij het secretariaat een verzoek tot interpretatie van een bepaald punt of specifieke passage van de arbitrale uitspraak indienen. Dit verzoek moet worden ingediend in het aantal exemplaren vermeld in artikel 3 lid 1.

4. Na ontvangst van een verzoek zoals vermeld in lid 2 en 3, verleent het scheidsgerecht aan de andere partij een korte termijn van hoogstens één maand vanaf het verzoek om haar opmerkingen over te maken.

5. De beslissing om de uitspraak te verbeteren of te interpreteren wordt genomen in de vorm van een addendum, dat integraal deel uitmaakt van de uitspraak. De bepalingen van de artikelen 28, 29 en 31 zijn mutatis mutandis van toepassing.

6. Wanneer een rechtbank een arbitrale uitspraak terugverwijst naar het scheidsgerecht, zijn de bepalingen van de artikelen 28, 29 en 31 en dit artikel 33 mutatis mutandis van toepassing op ieder addendum of uitspraak gedaan krachtens de terugverwijzing. CEPANI kan alle maatregelen nemen die nodig zijn om het scheidsgerecht toe te laten de bewoordingen van dergelijke terugverwijzing na te leven, en het kan een voorschot bepalen om bijkomende honoraria en kosten van het scheidsgerecht en bijkomende administratiekosten van CEPANI te dekken.

DE ARBITRAGEKOSTEN

Artikel 34. – Aard en bedrag van de arbitragekosten – Kosten van de partijen

1. De arbitragekosten omvatten de honoraria en kosten van de arbiters, evenals de administratiekosten van CEPANI. Ze worden door het secretariaat vastgesteld rekening houdend met het totaalbedrag van de hoofdvordering en de tegenvordering, overeenkomstig de tarieflijst voor arbitrage geldig op de aanvangsdatum van de arbitrage.

2. De partijkosten omvatten eveneens de kosten van de partijen, de kosten voor hun verdediging en deze met betrekking tot de bewijsvoering en met de hulp van deskundigen en getuigen. Zij maken het voorwerp uit van een aanbeveling opgenomen in Bijlage III.

3. Indien uitzonderlijke omstandigheden dit vereisen, kan het secretariaat de arbitragekosten vaststellen op een hoger of lager bedrag dan wat uit de toepassing van de tarieflijst voor arbitrage voortvloeit.

4. Bij gebrek aan een totale of gedeeltelijke raming van de vorderingen, stelt het secretariaat op basis van de beschikbare elementen, het totaalbedrag van het geschil vast, op basis waarvan de arbitragekosten berekend worden.

5. In de loop van de procedure kan het secretariaat het bedrag van de arbitragekosten aanpassen, indien uit de omstandigheden van de zaak of uit nieuwe vorderingen blijkt dat het geschil omvangrijker is dan aanvankelijk bevonden.

Artikel 35. – De provisie voor arbitragekosten

1. Ter dekking van de arbitragekosten bepaald overeenkomstig artikel 34, lid 1, moet vooraleer het secretariaat het dossier aan het scheidsgerecht overhandigt, aan CEPANI een provisie voor arbitragekosten worden betaald.

2. Indien de arbitragekosten in de loop van de procedure moeten aangepast worden, geeft dit, op dat ogenblik, aanleiding tot het vaststellen van een aanvullende provisie.

3. Zowel de provisie als de aanvullende provisie zijn in gelijke delen verschuldigd door de eiser en de verweerder. Niettemin, kan iedere partij de totaliteit van de provisie ten laste nemen, indien de andere partij nalaat haar deel van de provisie te betalen.

4. Indien een tegenvordering of een verzoek tot tussenkomst wordt ingediend, kan het secretariaat op verzoek van de partijen of één van hen, of indien nodig ambtshalve voor de hoofdvordering, de tegenvordering en het verzoek tot tussenkomst gescheiden provisies vaststellen. Indien gescheiden provisies worden vastgesteld, moet iedere partij de provisie overeenstemmend met haar hoofd- of tegenvordering of verzoek tot tussenkomst ten laste nemen. Het scheidsgerecht kan slechts uitspraak doen over vorderingen waarvoor de provisie betaald werd. 5. Indien het bedrag van de provisie € 50.000,00 overschrijdt, kan de betaling ervan door middel van een bankgarantie die onherroepelijk en op eerste verzoek is, geschieden.

6. Indien aan een verzoek tot betaling van een aanvullende provisie niet wordt voldaan, kan het secretariaat, na raadpleging van het scheidsgerecht, het uitnodigen zijn opdracht op te schorten en een termijn van minstens vijftien dagen vaststellen, na verloop waarvan de vordering of de tegenvordering, op basis waarvan de aanvullende provisie werd berekend, geacht wordt ingetrokken te zijn. Een dergelijke intrekking verhindert niet dat de betreffende partij dezelfde vordering of tegenvordering in een andere procedure opnieuw indient.

Artikel 36. – Beslissing over de arbitragekosten en de kosten van de partijen

1. Het definitieve eindbedrag van de arbitragekosten wordt door het secretariaat vastgesteld.

2. De arbitrale einduitspraak bepaalt ten laste van welke partij de arbitragekosten, zoals deze definitief werden vastgesteld door het secretariaat, vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen verdeeld worden.

3. De arbitrale einduitspraak bepaalt eveneens ten laste van welke partij uiteindelijk de kosten van de partijen vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen verdeeld worden. In voorkomend geval, stelt de arbitrale uitspraak het akkoord tussen de partijen over de verdeling van de arbitragekosten en van de kosten van de partijen vast.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 37. – Beperking van de aansprakelijkheid

1. De arbiters zijn niet aansprakelijk voor enige handeling of nalatigheid met betrekking tot hun rechtsprekende functie, behalve in geval van bedrog.

2. De arbiters, CEPANI en zijn leden en personeel zijn niet aansprakelijk voor enige andere handeling of nalatigheid in het kader van een arbitrale procedure, behalve in geval van bedrog of zware fout.

Artikel 38. – Suppletieve bepaling

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, handelen het scheidsgerecht en de partijen, in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn voorzien in dit reglement, overeenkomstig de geest van dit reglement en leveren zij iedere redelijke inspanning opdat de uitspraak rechtens uitvoerbaar zou zijn.

BIJLAGEN

Bijlage I: Tarieflijst voor arbitrage

Bijlage II: Partijkosten

Bijlage III: Gedragsregels voor CEPANI-procedures

Bijlage IV: Bepalingen van het Belgisch Gerechterlijk Wetboek

Het Secretariaat raadt aan om, in overeenstemming met artikel 8(2) van het CEPANI Arbitragereglement, uw Verzoek tot Arbitrage en Bijlagen in te dienen in elektronische vorm en in één papieren versie.

Download het reglement (2013)

Download het reglement (2007)

Reglement van toepassing vanaf 1 januari 2013

VOORAFGAANDE BEPALINGEN

Artikel 1. – Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie

Het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie (“CEPANI”) is een onafhankelijke instelling die de arbitrageprocedures administreert overeenkomstig zijn reglement. Het beslecht zelf geen geschillen en oefent niet de taak van arbiter uit.

Artikel 2. – Definities

In de volgende artikelen slaat:
(i) « secretariaat » op het secretariaat van CEPANI.
(ii) « voorzitter » op de voorzitter van CEPANI.
(iii) « benoemingscomité » op het benoemingsorgaan van CEPANI.
(iv) « wrakingscomité » op het wrakingsorgaan van CEPANI.
(v) « arbitrageovereenkomst » op iedere vorm van wederzijds akkoord over arbitrage.
(vi) « scheidsgerecht » uitsluitend op een alleenzetelende arbiter.
(vii) « eiser » en « verweerder » op één of meerdere eisers of verweerders.
(viii) « arbitrale uitspraak » onder meer op een tussenuitspraak, een gedeeltelijke uitspraak of een einduitspraak.
(ix) « beschikking » op de beslissingen van het scheidsgerecht die betrekking hebben op het verloop van de arbitrageprocedure.
(x) « dagen » op kalenderdagen.

(xi) « reglement » op het arbitragereglement met beperkt geldelijk belang van CEPANI.

Artikel 3. – Toepassingsgebied

1. Het arbitragereglement met beperkt geldelijk belang is van toepassing wanneer de hoofdvordering en de eventuele tegenvordering samen de waarde van 25.000,00 EUR niet overschrijden.
2. Indien in de loop van de procedure het totale bedrag van de hoofd- en tegenvordering samen wordt uitgebreid tot boven de waarde van 25.000,00 EUR, blijft het arbitragereglement met beperkt geldelijk belang van toepassing, behoudens andersluidend beding tussen de partijen. In dit laatste geval wordt de procedure voortgezet overeenkomstig het arbitragereglement, opgenomen in afdeling I van dit reglement.
HET INLEIDEN VAN DE PROCEDURE

Artikel 4. – Verzoek tot arbitrage met beperkt geldelijk belang

1. De partij die een beroep wenst te doen op de arbitrage met beperkt geldelijk belang overeenkomstig het CEPANI-reglement, dient daartoe een verzoek tot arbitrage in bij het secretariaat.
Het verzoek tot arbitrage bevat onder meer de volgende gegevens:
a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval het BTW-nummer van ieder der partijen;
b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de eiser in de arbitrage vertegenwoordigen;
c) een uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;
d) het onderwerp van de vordering, een samenvatting van de ingeroepen middelen en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen;
e) aanwijzingen betreffende de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.
Het verzoek moet vergezeld zijn van een kopie van de gesloten overeenkomsten en alleszins van de arbitrageovereenkomst, van de briefwisseling tussen de partijen en van alle overige nuttige stukken.

Het verzoek tot arbitrage en de bijlagen bij dit verzoek moeten worden ingediend in twee exemplaren, het ene voor de te benoemen arbiter en het andere voor het secretariaat.
2. De eiser moet bovendien bij het verzoek tot arbitrage het bewijs voegen van de kennisgeving van het verzoek en de bijlagen hiertoe aan de verweerder.
3. De arbitrage met beperkt geldelijk belang vangt aan op de dag waarop het secretariaat in het bezit is van zowel het verzoek tot arbitrage als de bijlagen bij het verzoek, als de betaling van de registratiekosten zoals bepaald in punt 2 bijlage I. heeft ontvangen. Het secretariaat bevestigt de aanvangsdatum van de arbitrage aan de partijen.

Artikel 5. – Beantwoording van het verzoek tot arbitrage en instellen van een tegenvordering

1. Binnen een termijn van eenentwintig dagen na de aanvangsdatum van de arbitrage, moet de verweerder zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage bij het secretariaat indienen.
Het antwoord bevat onder meer de volgende gegevens:
a) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres en in voorkomend geval BTW-nummer van de verweerder;
b) naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, e-mailadres van de persoon of personen die de verweerder in de arbitrage vertegenwoordigen;
c) de bondige commentaar van de verweerder op de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;
d) zijn standpunt over de onderdelen van de vordering;
e) zijn houding betreffende de plaats en de taal van de arbitrage en de toepasselijke rechtsregels.
Het antwoord en de bijlagen bij dit antwoord moeten ingediend worden in twee exemplaren, het ene voor de te benoemen arbiter en het andere voor het secretariaat.
2. De verweerder moet bovendien bij het antwoord het bewijs voegen van de kennisgeving binnen dezelfde termijn van eenentwintig dagen, van het antwoord en de bijlagen hiertoe aan de eiser.
3. Elke tegenvordering geformuleerd door een verweerder, moet samen met het antwoord op het verzoek tot arbitrage gebeuren en moet onder meer volgende gegevens bevatten:
a) een uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de tegenvordering ten grondslag ligt;
b) het voorwerp van de tegenvordering en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen.
4. De tegenvordering moet vergezeld gaan van alle nuttige stukken.
5. Op gemotiveerd verzoek van de verweerder of zelfs ambtshalve, kan het secretariaat de in lid 1 bepaalde termijn verlengen.

Artikel 6. – Uitwisselen van memories

1. De eiser beschikt over een termijn van éénentwintig dagen, te rekenen vanaf de datum waarop de verweerder zijn antwoord en de bijlagen hiertoe bij het secretariaat indiende, om een memorie van wederantwoord in te dienen bij het secretariaat, die hij tegelijkertijd aan de verweerder moet meedelen.
2. Binnen een termijn van eenentwintig dagen, na de datum waarop de eiser zijn memorie van wederantwoord en de bijlagen hiertoe indiende bij het secretariaat, kan de verweerder op zijn beurt een memorie van wederantwoord indienen bij het secretariaat, die hij tegelijkertijd aan de eiser moet meedelen.
3. Vervolgens beschikt de eiser over een termijn van veertien dagen, na de datum waarop de verweerder zijn memorie van wederantwoord en de bijlagen hiertoe indiende bij het secretariaat, om een laatste memorie in te dienen bij het secretariaat, die hij tezelfdertijd aan de verweerder moet meedelen.
4. Tot slot kan de verweerder binnen een termijn van veertien dagen, na de datum waarop de eiser zijn laatste memorie bij het secretariaat indiende, op zijn beurt een laatste memorie opstellen en bij het secretariat indienen en tezelfdertijd aan de eiser meedelen.
5. De in dit artikel bepaalde termijnen kunnen op gemotiveerd verzoek van één of beide partijen verlengd worden. Een verzoek hiertoe moet ingediend worden bij het scheidsgerecht of, indien dit nog niet benoemd is, bij het secretariaat. Indien nodig, kan het secretariaat de termijnen ambtshalve verlengen.

Artikel 7. – Ontbreken prima facie van een arbitrageovereenkomst

Bij gebrek aan een prima facie arbitrageovereenkomst, kan de arbitrage geen doorgang vinden, indien de verweerder niet binnen de in artikel 5 voorgeschreven termijn van één maand zijn antwoord op het verzoek tot arbitrage indient of indien hij de arbitrage onder het CEPANI-reglement afwijst.

Artikel 8. – Gevolgen van de arbitrageovereenkomst

1. Indien de partijen overeenkomen een beroep te doen op de arbitrage overeenkomstig het CEPANI-reglement, onderwerpen zij zich aan het reglement, met inbegrip van de bijlagen hiertoe, dat van kracht is op de aanvangsdatum van de arbitrage, tenzij zij uitdrukkelijk overeenkomen om zich te onderwerpen aan het reglement van toepassing op het tijdstip van de totstandkoming van de arbitrageovereenkomst.
2. Indien, niettegenstaande het bestaan van een prima facie arbitrageovereenkomst, één van de partijen weigert deel te nemen aan de arbitrage of zich van deelname onthoudt, zal de arbitrage desalniettemin doorgaan.
3. Indien, niettegenstaande het bestaan van een prima facie arbitrageovereenkomst één van de partijen één of meer excepties opwerpt betreffende het bestaan, de geldigheid of de draagwijdte van de arbitrageovereenkomst, vindt de arbitrage plaats zonder dat CEPANI beslist over de ontvankelijkheid of gegrondheid van deze excepties. In dat geval moet het scheidsgerecht over zijn eigen bevoegdheid uitspraak doen.
4. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen, heeft de nietigheid of het niet bestaan van de overeenkomst niet tot gevolg dat het scheidsgerecht onbevoegd is, voor zover het de geldigheid van de arbitrageovereenkomst vaststelt.

Artikel 9. – Schriftelijke kennisgevingen of mededelingen en termijnen

1. De conclusies, memories en andere schriftelijke mededelingen vanwege de partijen en alle bijhorende stukken of documenten moeten door alle partijen tegelijkertijd toegezonden worden aan alle partijen, evenals aan de arbiter. Het secretariaat ontvangt een kopie van al deze mededelingen en documenten en van de mededelingen van het scheidsgerecht aan de partijen.
2. Het verzoek tot arbitrage, het antwoord op het verzoek tot arbitrage, de memories en conclusies en de benoeming van de arbiter kunnen geldig gebeuren per koerier tegen ontvangstbewijs, per aangetekende brief, per telefax of elektronisch. In deze gevallen draagt de verzender de bewijslast van de verzending. Onder voorbehoud van artikel 24 lid 2, kunnen de overige kennisgevingen en mededelingen gedaan bij toepassing van dit reglement geldig door iedere ander schriftelijk communicatiemiddel gebeuren.
3. Het scheidsgerecht kan andere regelingen inzake kennisgevingen en mededelingen vaststellen.
4. Indien een partij vertegenwoordigd wordt door een raadsman, gebeuren de kennisgevingen en mededelingen aan deze laatste, tenzij deze partij anders verzoekt.
De kennisgevingen en mededelingen zijn geldig, wanneer zij verstuurd zijn aan het laatst bekende adres van de bestemmeling, zoals dit meegedeeld werd door de bestemmeling zelf of, desgevallend, door de tegenpartij.
5. Een kennisgeving of een mededeling, verricht in overeenstemming met lid 2, wordt geacht te zijn gedaan wanneer zij werd ontvangen of zou moeten ontvangen zijn door de partij zelf, haar vertegenwoordiger of haar raadsman.
6. De in dit reglement bepaalde termijnen, beginnen te lopen op de dag na die waarop een kennisgeving of mededeling overeenkomstig het voorgaande lid geacht wordt gedaan te zijn. Indien de laatste dag van de verleende termijn een officiële feestdag is of geen werkdag is in het land waar de kennisgeving of mededeling moet worden gedaan, verstrijkt de termijn aan het eind van de eerstvolgende werkdag.
Een kennisgeving of mededeling die in overeenstemming met lid 2 van dit artikel verzonden werd vóór of op de laatste dag van de toegekende termijn, wordt geacht tijdig ingediend te zijn.
HET SCHEIDSGERECHT

Artikel 10. – Algemene bepalingen

1. Uitsluitend personen die onafhankelijk zijn ten opzichte van de partijen en hun raadslieden en die de gedragsregels opgenomen in bijlage III naleven, kunnen als arbiter in een CEPANI-arbitrage optreden.
Wanneer de arbiter wordt benoemd of bevestigd, verbindt hij zich ertoe onafhankelijk te blijven tot aan het einde van zijn opdracht. Hij is onpartijdig en verbindt zich eveneens ertoe dit te blijven en beschikbaar te blijven.
2. Het benoemingscomité of de voorzitter benoemt of bevestigt het scheidsgerecht. De partijen kunnen ook het scheidsgerecht in onderling akkoord ter aanvaarding voordragen aan het benoemingscomité of de voorzitter.
3. Voor zijn benoeming of bevestiging, ondertekent de voorgedragen arbiter een verklaring van aanvaarding, onafhankelijkheid en beschikbaarheid. Hij deelt schriftelijk aan het secretariaat de feiten en omstandigheden mee, die van dien aard zijn dat deze in de ogen van de partijen aanleiding zouden kunnen geven zijn onafhankelijkheidin twijfel te trekken. Het secretariaat deelt deze informatie schriftelijk mee aan de partijen en stelt hen een termijn waarbinnen zij eventuele opmerkingen kunnen indienen.
4. Indien in de loop van de arbitrageprocedure zich feiten en omstandigheden voordoen, van dezelfde aard als deze vermeld in lid 3 van dit artikel, brengt de arbiter deze onmiddellijk schriftelijk ter kennis van het secretariaat en de partijen.
5. De beslissingen van het benoemingscomité of de voorzitter inzake de benoeming, de aanvaarding, de wraking of de vervanging van een arbiter zijn niet aanvechtbaar. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.
6. Door het aanvaarden van zijn opdracht, verbindt de arbiter er zich toe om deze tot het einde uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement.

Artikel 11. – De benoeming van het scheidsgerecht

Het benoemingscomité of de voorzitter benoemt of bevestigt het scheidsgerecht binnen een termijn van acht dagen nadat de in artikel 28 voorziene provisie voor arbitragekosten werd betaald door de partijen of één van hen. Hierbij wordt meer bepaald rekening gehouden met de beschikbaarheid, de kwalificaties en de bekwaamheid van de arbiter om de arbitrage te voeren overeenkomstig dit reglement.

Artikel 12. – Wraking van de arbiter

1. Een verzoek tot wraking, hetzij wegens gebrek aan onafhankelijkheid, hetzij om eender welke andere reden, gebeurt door de verzending aan het secretariaat van een schriftelijke verklaring waarin de feiten en de omstandigheden waarop dit verzoek berust duidelijk omschreven zijn.
2. De partij die de arbiter wil wraken, moet het verzoek tot wraking op straffe van verval instellen binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de kennisgeving van de benoeming van de arbiter of binnen een termijn van één maand na de dag waarop zij kennis nam van de wrakinggrond, voor zover deze dag valt na de ontvangst van bovenvermelde kennisgeving.
3. Het secretariaat nodigt de betrokken arbiter en de andere partijen, uit om binnen de termijn die het toekent, schriftelijk hun opmerkingen over te maken. Deze opmerkingen worden meegedeeld aan de partijen en aan de arbiter. Zij kunnen er nog een antwoord op formuleren binnen de door het secretariaat vastgestelde termijn. Het maakt vervolgens het verzoek en de ontvangen opmerkingen over aan het wrakingscomité. Dit laatste spreekt zich uit over de ontvankelijkheid en over de gegrondheid van het verzoek tot wraking.
4. De beslissing van het wrakingscomité over de wraking van een arbiter is zonder verhaal. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.

Artikel 13. – Vervanging van de arbiter

1. Bij overlijden, wraking, behoorlijk aanvaarde terugtrekking, verhindering, ontslag of op verzoek van alle partijen, wordt de arbiter vervangen.
2. De arbiter wordt eveneens vervangen indien het benoemingscomité of de voorzitter vaststelt dat de arbiter de jure of de facto verhinderd is zijn functie uit te oefenen of zijn functie niet uitoefent in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement of binnen de toegekende termijnen. In voorkomend geval neemt het benoemingscomité of de voorzitter een beslissing nadat het de betrokken arbiter en de partijen heeft uitgenodigd om hun opmerkingen schriftelijk aan het secretariaat over te maken, binnen de door het secretariaat bepaalde termijn. Deze opmerkingen worden over en weer meegedeeld aan de partijen en aan de arbiter.
3. Indien de arbiter wordt vervangen, beslist het benoemingscomité of de voorzitter naar eigen goeddunken of het al dan niet de oorspronkelijke benoemingsprocedure volgt.

Het opnieuw samengestelde scheidsgerecht bepaalt onmiddellijk na de benoeming en na raadpleging van de partijen of en in welke mate de voorgaande gedingvoering moet worden overgedaan.
DE ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel 14. – Overhandiging van het dossier aan het scheidsgerecht

Het secretariaat overhandigt het dossier aan het scheidsgerecht na zijn benoeming of aanvaarding en wanneer de provisie voor arbitragekosten voorzien in artikel 28 integraal werd voldaan.

Artikel 15. – Bewijs van volmacht

Op ieder ogenblik na de inleiding van de arbitrage, kunnen het scheidsgerecht of het secretariaat een bewijs van de volmacht van iedere vertegenwoordiger van een partij verlangen.

Artikel 16. – Taal van de arbitrage

1. De partijen bepalen in onderlinge overeenstemming de taal of de talen van de arbitrage.
Bij gebreke aan overeenstemming, bepaalt het scheidsgerecht de taal of talen van de arbitrage, rekening houdend met de omstandigheden en met name de taal van de overeenkomst.
2. Het scheidsgerecht beslist wie en in welke verhouding de eventuele vertaalkosten draagt.

Artikel 17. – Plaats van de arbitrage

1. Het benoemingscomité of de voorzitter bepaalt de plaats van de arbitrage, tenzij de partijen deze onderling bepaalden.
2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen en na hen geraadpleegd te hebben, kan het scheidsgerecht op elke plaats die het daartoe geschikt acht zittingen en bijeenkomsten houden.
3. Het scheidsgerecht kan beraadslagen op elke plaats die het daartoe geschikt acht.

Artikel 18. – Onderzoek van de zaak

1. Het scheidsgerecht en de partijen handelen snel en loyaal tijdens het verloop van de procedure. De partijen onthouden zich in het bijzonder van vertragingsmanoeuvres of van iedere andere handeling die tot doel of tot gevolg heeft de procedure te vertragen.
2. Het scheidsgerecht vat met alle geëigende middelen zo spoedig mogelijk het onderzoek van de zaak aan. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, stelt het scheidsgerecht vrij de modaliteiten van de bewijsvoering vast. Het kan onder meer getuigenissen inwinnen en één of meer deskundigen aanstellen.
3. Het scheidsgerecht doet uitspraak op grond van stukken, tenzij de partijen of één van hen wensen gehoord te worden.
4. Op vraag van de partijen of één van hen, of ambtshalve, nodigt het scheidsgerecht de partijen tijdig uit voor hem te verschijnen op de dag en de plaats die het vaststelt.

5. Indien de partijen of één van hen niet opdagen, hoewel zij regelmatig zijn opgeroepen, is het scheidsgerecht gemachtigd om zijn opdracht niettemin te volbrengen, nadat het zich ervan heeft vergewist dat de oproep de partijen heeft bereikt en dat zij geen geldig excuus hebben aangevoerd om hun afwezigheid te rechtvaardigen. De arbitrale uitspraak wordt in ieder geval geacht op tegenspraak te zijn gedaan.

6. De zittingen zijn niet openbaar. Behoudens toestemming van het scheidsgerecht en van de partijen zijn de zittingen niet toegankelijk voor personen die niet in het geding betrokken zijn.
7. De partijen verschijnen ofwel persoonlijk, ofwel via een behoorlijk daartoe gevolmachtigde of raadsman.
8. Indien de partijen nieuwe vorderingen aanvoeren, hetzij in uitbreiding van de initiële vordering, hetzij in uitbreiding van de tegenvordering, moeten zij dat schriftelijk doen. Het scheidsgerecht kan weigeren van deze nieuwe vorderingen kennis te nemen, indien het oordeelt dat dit het onderzoek of de afhandeling van de oorspronkelijke vordering kan vertragen. Het kan ook rekening houden met alle andere relevante omstandigheden.

Artikel 19. – Vertrouwelijkheid van de arbitrageprocedure

Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen of er een wettelijke verplichting is tot bekendmaking, is de arbitrageprocedure vertrouwelijk.

Artikel 20. – Voorlopige en bewarende maatregelen

1. Elke partij kan het scheidsgerecht, zodra het is aangesteld en voor zover de provisie voor arbitragekosten voorzien in artikel 28 is betaald, verzoeken voorlopige en bewarende maatregelen te bevelen, daarin begrepen het stellen van waarborgen of het toewijzen van een provisie. Dergelijke maatregelen maken het voorwerp uit van een gemotiveerde beschikking of, indien het scheidsgerecht
dit aangewezen acht, een arbitrale uitspraak.
2. Alle voorlopige en bewarende maatregelen die de rechterlijke overheid neemt met betrekking tot het geschil, moeten onverwijld ter kennis worden gebracht van het scheidsgerecht en van het secretariaat.
DE ARBITRALE UITSPRAAK

Artikel 21. – Termijn voor de arbitrale uitspraak

1. Het scheidsgerecht moet uitspraak doen binnen een termijn van eenentwintig dagen, te rekenen vanaf de datum waarop de laatste memorie van antwoord bij het secretariaat werd ingediend of, wanneer de schriftelijke procedure niet wordt gevolgd, de datum waarop het scheidsgerecht de partijen een laatste maal heeft gehoord.

2. Deze termijn kan op gemotiveerd verzoek van het scheidsgerecht of ambtshalve door een beslissing van het secretariaat worden verlengd.

Artikel 22. – Opstellen van de arbitrale uitspraak

1. De arbitrale uitspraak moet met redenen omkleed zijn.
2. De arbitrale uitspraak wordt geacht te zijn gedaan op de plaats van de arbitrage en op de datum die erin vermeld wordt.

Artikel 23. – Schikkinguitspraak

Indien de partijen, na de benoeming van het scheidsgerecht, een akkoord bereiken dat aan hun geschil een einde maakt, wordt dit akkoord, indien zij hierom verzoeken en met de toestemming van het scheidsgerecht, vastgelegd in een arbitrale schikkinguitspraak.

Artikel 24. – Kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen; neerlegging van de arbitrale uitspraak

1. Wanneer de arbitrale uitspraak werd gedaan, maakt het scheidsgerecht deze aan het secretariaat over in zoveel originele exemplaren als er partijen zijn, vermeerderd met één origineel exemplaar voor het secretariaat.
2. Het secretariaat brengt een origineel van de door het scheidsgerecht ondertekende uitspraak ter kennis van elke partij per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs en een kopie daarvan per e-mail, voorzover de arbitragekosten volledig aan CEPANI zijn betaald. De datum van de verzending per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs geldt als datum van kennisgeving.
3. Indien de plaats van arbitrage in België is, wordt de arbitrale uitspraak slechts ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats van de arbitrage neergelegd, wanneer één van de partijen er om verzoekt binnen de termijn van drie maanden na de kennisgeving ervan.

Artikel 25. – Definitief en uitvoerbaar karakter van de arbitrale uitspraak

1. De arbitrale uitspraak is definitief en wordt in laatste aanleg gedaan. De partijen verbinden zich ertoe de te wijzen uitspraak onverwijld ten uitvoer te brengen.
2. Door hun geschil voor arbitrage aan CEPANI voor te leggen, doen de partijen afstand van alle rechtsmiddelen waarvan zij geldig afstand kunnen doen, met uitzondering van de hypothese waar een uitdrukkelijke afstand door de wet vereist is.

Artikel 26. – Verbetering en interpretatie van de arbitrale uitspraak
Terugverwijzing van de arbitrale uitspraak
1. Het scheidsgerecht kan ambtshalve binnen één maand na de kennisgeving van de arbitrale uitspraak aan de partijen elke materiële vergissing, rekenfout, schrijffout of andere dergelijke fouten in de tekst van de uitspraak verbeteren.
2. Een partij kan binnen één maand vanaf de kennisgeving van de arbitrale uitspraak bij het secretariaat een verzoek tot verbetering van een fout zoals vermeld in lid 1 indienen. Dit verzoek moet worden ingediend in het aantal exemplaren vermeld in artikel 4 lid 1.
3. Een partij kan binnen één maand vanaf de kennisgeving van de arbitrale uitspraak bij het secretariaat een verzoek tot interpretatie van een bepaald punt of specifieke passage van de arbitrale uitspraak indienen. Dit verzoek moet worden ingediend in het aantal exemplaren vermeld in artikel 4 lid 1.
4. Na ontvangst van een verzoek zoals vermeld in lid 2 en 3, verleent het scheidsgerecht aan de andere partij een korte termijn van hoogstens één maand vanaf het verzoek om haar opmerkingen over te maken.
5. De beslissing om de uitspraak te verbeteren of te interpreteren wordt genomen in de vorm van een addendum, dat integraal deel uitmaakt van de uitspraak. De bepalingen van de artikelen 21, 22 en 24 zijn mutatis mutandis van toepassing.
6. Wanneer een rechtbank een arbitrale uitspraak terugverwijst naar het scheidsgerecht, zijn de bepalingen van de artikelen 21,22,24 en dit artikel 26 mutatis mutandis van toepassing op ieder addendum of uitspraak gedaan krachtens de terugverwijzing. CEPANI kan alle maatregelen nemen die nodig zijn om het scheidsgerecht toe te laten de bewoordingen van dergelijke terugverwijzing na te leven, en het kan een voorschot bepalen om bijkomende honoraria en kosten van het scheidsgerecht en bijkomende administratiekosten van CEPANI te dekken.
DE ARBITRAGEKOSTEN

Artikel 27. – Aard en bedrag van de arbitragekosten – Kosten van de partijen

1. De arbitragekosten omvatten de honoraria en kosten van de arbiter, evenals de administratiekosten van CEPANI. Ze worden door het secretariaat vastgesteld rekening houdend met het totaalbedrag van de hoofdvordering en de tegenvordering, en overeenkomstig de tarieflijst voor arbitrage geldig op de aanvangsdatum van de arbitrage.

2. De partijkosten omvatten eveneens de kosten van de partijen, de kosten voor hun verdediging en deze met betrekking tot de bewijsvoering en met de hulp van deskundigen en getuigen. Zij maken het voorwerp uit van een aanbeveling opgenomen in Bijlage II.

3. Indien bijzondere omstandigheden dit vereisen, kan het secretariaat de arbitragekosten vaststellen op een hoger of lager bedrag dan wat uit de toepassing van de tarieflijst voortvloeit.
4. Indien in de loop van de procedure de waarde van de hoofd- en tegenvordering samen uitgebreid wordt tot boven € 25.000,00 kan het secretariaat de arbitragekosten verhogen overeenkomstig de tarieflijst voor arbitrage.

Artikel 28. – Provisie voor arbitragekosten

1. Ter dekking van de arbitragekosten bepaald overeenkomstig artikel 27, lid 1, moet vooraleer het secretariaat het dossier aan het scheidsgerecht overhandigt, aan CEPANI een provisie voor arbitragekosten worden betaald.
2. Indien de arbitragekosten in de loop van de procedure moeten worden aangepast, geeft dit, op dat ogenblik, aanleiding tot het vaststellen van een aanvullende provisie.
3. Zowel de provisie als de aanvullende provisie is in gelijke delen verschuldigd door de eisende partij en de verwerende partij. Iedere partij kan evenwel de totaliteit van de provisie ten laste nemen, indien de andere partij nalaat haar deel van de provisie te betalen.
4. Indien een tegenvordering werd geformuleerd, kan het secretariaat hetzij op verzoek van de partijen of één van hen, hetzij ambtshalve voor de hoofdvordering en de tegenvordering gescheiden provisies vaststellen.
Indien gescheiden provisies worden vastgesteld, moet iedere partij de provisie overeenstemmend met haar hoofd- of tegenvordering ten laste nemen. Het scheidsgerecht kan slechts uitspraak verlenen over de vordering waarvoor de provisie betaald werd.
5. Indien aan een verzoek voor betaling van een aanvullende provisie niet wordt voldaan, kan het secretariaat, na raadpleging van het scheidsgerecht, het uitnodigen om zijn opdracht op te schorten en een termijn van minstens vijftien dagen vaststellen, na verloop van welke de vordering en/of de tegenvordering, op basis waarvan de aanvullende provisie werd berekend, geacht wordt ingetrokken te zijn. Een dergelijke intrekking verhindert niet dat de betreffende partij op een later tijdstip dezelfde vordering of tegenvordering opnieuw indient.

Artikel 29. – Beslissing over de arbitragekosten en kosten van de partijen

1. Het definitieve eindbedrag van de arbitragekosten wordt door het secretariaat vastgesteld.
2. De arbitrale einduitspraak bepaalt ten laste van welke partij de arbitragekosten, zoals deze definitief werden vastgesteld door het secretariaat, vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen worden verdeeld.
3. De arbitrale einduitspraak bepaalt eveneens ten laste van welke partij uiteindelijk de kosten van de partijen vallen of in welke verhouding zij tussen de partijen verdeeld worden. In voorkomend geval, stelt de arbitrale uitspraak het akkoord tussen de partijen over de verdeling van de arbitragekosten en van de kosten van de partijen vast.
SLOTBEPALINGEN

Artikel 30. – Beperking van de aansprakelijkheid

1. De arbiter is niet aansprakelijk voor enige handeling of nalatigheid met betrekking tot zijn rechtsprekende functie, behalve in geval van bedrog.
2. De arbiter, CEPANI en zijn leden en personeel zijn niet aansprakelijk voor enige andere handeling of nalatigheid in het kader van een arbitrale procedure, behalve in geval van bedrog of zware fout.

Artikel 31. – Suppletieve bepaling

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, handelen het scheidsgerecht en de partijen, in alle gevallen die niet uitdrukkelijk zijn voorzien in dit Reglement, overeenkomstig de geest van dit Reglement en leveren zij iedere redelijke inspanning opdat de uitspraak rechtens uitvoerbaar zou zijn.

BIJLAGEN

Bijlage I: Tarieflijst voor arbitrage

Bijlage II: Partijkosten

Bijlage III: Gedragsregels voor CEPANI-procedures

Bijlage IV: Bepalingen van het Belgisch Gerechterlijk Wetboek

Download het mediatiereglement

Tekst van toepassing vanaf 1 januari 2018

De wettelijke bepalingen waarnaar in huidig reglement wordt verwezen, zijn deze die golden op datum van de inwerkingtreding van huidig reglement.

TYPE BEDING VOOR MEDIATIE

“De partijen verbinden zich ertoe voor alle geschillen die uit of met betrekking tot deze overeenkomst mochten ontstaan, het mediatiereglement van CEPANI toe te passen.”

Dit type beding kan worden aangevuld met de volgende bepalingen:

“ De mediatie zal plaatsvinden te [    ].”

“ De taal van de procedure is [   ].”

“ Indien de mediatie niet tot een akkoord leidt, zal het geschil definitief beslechtworden volgens het arbitragereglement van CEPANI, door één of meer arbiters die conform het arbitragereglement worden benoemd.

De taal van de arbitrage is [             ]. De arbitrage zal plaatsvinden te [                              ].”

INLEIDING

Dit reglement is van toepassing wanneer één of meerdere partijen voor de oplossing van een geschil beroep willen doen op mediatie volgens dit CEPANI-reglement. Het is niet vereist dat voorafgaandelijk aan het geschil een mediatieovereenkomst werd afgesloten, noch dat een mediatieclausule vooraf werd opgenomen in een contract dat de partijen bindt en waarover het geschil is ontstaan.

Dit reglement is tevens van toepassing op geschillen gerezen in het kader van contracten die verwijzen naar het Informatie- en Communicatietechnologie (ICT)-Mediationreglement, dat door huidig reglement wordt afgeschaft en erdoor vervangen wordt.

Mediatie is een geschiloplossingsmethode waarbij de partijen aan een derde persoon (de mediator) vragen hen te helpen om een minnelijke regeling te vinden van een geschil dat voortvloeit uit een juridische verhouding, van eender welke aard.

Indien de aard van het geschil een complementariteit aan specialisaties (bvb. juridisch en technisch) vereist, kunnen er meerdere mediatoren worden benoemd. In dat geval wordt de term “mediator” begrepen als een verwijzing naar meerdere mediatoren.

Indien er meer dan twee partijen bij het geschil betrokken zijn, moet de term “verzoekende partij” en/of “wederpartij” begrepen worden als een verwijzing naar meerdere partijen.

Artikel 1. Eenzijdig of gezamenlijk verzoek tot mediatie

1. Indien een partij van mediatie gebruik wenst te maken, dient zij, dan wel haar vertegenwoordiger of raadsman, daartoe een verzoek in bij CEPANI. Het verzoek en de bijlagen bij dit verzoek dienen elektronisch alsook in één papieren exemplaar op de zetel van CEPANI te worden ingediend. Het moet in beide gevallen ondertekend zijn door de verzoekende partij, haar vertegenwoordiger of raadsman.

Na ontvangst zendt CEPANI een exemplaar van het verzoek per e-mail aan de wederpartij en/of aan de andere betrokken partijen.

In het geval er geen bekend e-mailadres voorhanden is voor de wederpartij en/of de andere betrokken partijen, dient het eenzijdig verzoek tot mediatie te worden ingediend in zoveel originele en ondertekende exemplaren als er betrokken partijen zijn, en één exemplaar voor het secretariaat.

2. Het verzoek tot mediatie kan tevens gezamenlijk worden ingediend door alle bij het geschil betrokken partijen.

Dit gezamenlijk verzoek en de bijlagen bij dit verzoek dienen elektronisch alsook in één papieren exemplaar te worden ingediend. Het dient ondertekend te worden door alle partijen of door hun vertegenwoordiger of raadsman.

3. In het verzoek wordt in het bijzonder vermeld:

  1. naam, adres en vestigingsplaats, telefoon- en faxnummer, geldig e-mailadres en in voorkomend geval het ondernemingsnummer van de verzoekende partij evenals de identiteit van iedere vertegenwoordiger of raadsman die voor de verzoekende partij kan optreden;
  2. één enkele elektronische communicatiemethode voor mededelingen in de mediatie (met inbegrip van de naam van de contactpersoon en de geldige  e-mailadressen);
  3. in een verzoek overeenkomstig artikel 1.1: de naam van de wederpartij of wederpartijen, evenals alle informatie waarover de verzoekende partij beschikt om de wederpartij(en) of haar (hun) vertegenwoordiger of raadsman te contacteren (zoals post en geldig e-mailadres, telefoon- en faxnummers, het ondernemingsnummer, inclusief informatie verworven uit vorige contacten;
  4. een korte omschrijving van het geschil;
  5. het bewijs van de betaling van de registratiekosten zoals bepaald in artikel 4 van bijlage I.A bij dit reglement.

 

4. In geval van een eenzijdig verzoek zoals vermeld in artikel 1.1 van dit reglement, dient de verzoekende partij desgevallend, indien haar verzoek een aanspraak bevat op een recht, de formaliteiten na te leven van artikel 1730 Ger.W., opdat de in die wetsbepaling vermelde schorsing van de verjaringstermijn zou intreden en het verzoek de gevolgen van een ingebrekestelling zou hebben.

In geval van een gezamenlijk verzoek zoals vermeld in artikel 1.2 van dit reglement, aanvaarden partijen dat, indien hun gezamenlijk verzoek tot mediatie een aanspraak bevat op een recht, de verjaring van de aan dat recht verbonden vordering gedurende een maand wordt geschorst, met ingang van de datum van dit gezamenlijk verzoek en dat deze de gevolgen van een ingebrekestelling met zich brengt.

Artikel 2. Beantwoording van het verzoek tot mediatie

De wederpartij zal binnen twee weken na het doorzenden van het verzoek zoals bedoeld in artikel 1.1, aan het secretariaat van CEPANI meedelen of zij wil deelnemen aan de mediatie. Deze termijn kan met het akkoord van de partijen worden verlengd.

Indien binnen voormelde termijn geen schriftelijke instemmende reactie van de wederpartij is ontvangen, wordt het verzoek om deel te nemen aan de mediatie geacht te zijn afgewezen door de wederpartij.

Een onenigheid over de door de verzoekende partij gestelde voorwaarden wordt eveneens beschouwd als een afwijzing om deel te nemen aan de mediatie, tenzij de verzoekende partij zich schriftelijk met de door de wederpartij gestelde voorwaarden akkoord verklaart of indien beide partijen aan CEPANI de voorwaarden meedelen waarover zij een akkoord gesloten hebben.

Artikel 3. Gevolgen van de overeenkomst tot mediatie

Indien de partijen overeenkomen een beroep te doen op mediatie overeenkomstig het CEPANI-reglement, onderwerpen zij zich aan het reglement, met inbegrip van de bijlagen bij dit reglement, zoals het van kracht is op de datum van de ontvangst door het secretariaat van CEPANI van het verzoek tot mediatie.

Artikel 4. Benoeming van de mediator(en)

1. Het benoemingscomité of de voorzitter van CEPANI benoemt een mediator uiterlijk binnen een termijn van twee weken na ontvangst van het bevestigend antwoord zoals bedoeld in artikel 2. Het houdt hierbij meer bepaald rekening met de beschikbaarheid, de specialisatie en de bekwaamheid van de mediator om de mediatie te voeren overeenkomstig dit reglement.

De partijen kunnen ook in onderling akkoord de naam van een mediator voorstellen aan het benoemingscomité of de voorzitter van CEPANI.

2. Samen met de identiteit van de door CEPANI benoemde mediator deelt het secretariaat van CEPANI aan de partijen mee:

  • de aan CEPANI verschuldigde administratiekosten;
  • het bedrag van de provisie voor mediatiekosten;
  • de betalingsvoorwaarden ervan;
  • de plaats en aanvangsdatum van de mediatie.

 

3. Het secretariaat van CEPANI overhandigt het dossier aan de mediator na zijn/haar aanstelling en na de integrale betaling van de initiële provisie voor mediatiekosten.

4. Indien meerdere mediatoren worden benoemd, treden zij als college op.

Artikel 5. Onafhankelijkheid van de mediator

De mediator moet onafhankelijk zijn. Voor zijn/haar benoeming, ondertekent de mediator een verklaring van aanvaarding, beschikbaarheid en onafhankelijkheid en verbindt hij/zij er zich toe de gedragsregels opgenomen in bijlage II bij dit reglement te eerbiedigen.

De mediator deelt schriftelijk aan het secretariaat de feiten of omstandigheden mee, die van dien aard zijn dat deze in de ogen van de partijen aanleiding zouden kunnen geven zijn onafhankelijkheid in twijfel te trekken. Het secretariaat deelt deze informatie schriftelijk mee aan de partijen en stelt hen een termijn om hun eventuele opmerkingen kenbaar te maken.

Wanneer nadien nieuwe omstandigheden aan het licht komen die twijfel omtrent de onafhankelijkheid van de mediator kunnen doen ontstaan, delen de mediator en/of de partijen deze omstandigheden onmiddellijk mee aan het secretariaat van CEPANI. In voorkomend geval, indien de partijen of een van hen er om vraagt, heeft CEPANI de bevoegdheid de mediator te vervangen.

Artikel 6. Mediatieprotocol

De mediator leidt in overeenstemming met dit reglement de mediatie op de wijze die hij/zij geschikt acht.

Voor de aanvang ervan sluit hij/zij daartoe met de partijen een mediatieprotocol, overeenkomstig artikel 1731 van het Gerechtelijk Wetboek, waarin in het bijzonder wordt aangeduid:

  • het tarief en de wijze waarop de honoraria van de mediator worden bepaald;
  • hoe de mediatiekosten tussen de partijen worden verdeeld en het bedrag van de provisie ter dekking van deze kosten zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 12 van dit reglement;
  • indien er zijn, de overeengekomen communicatiewijze(n) tussen de partijen en de mediator.

 

Een exemplaar van het mediatieprotocol, ondertekend door de mediator en door de partijen of hun vertegenwoordigers of raadslieden, wordt aan het secretariaat van CEPANI overgemaakt.

Artikel 7. Bevoegdheden van de mediator

1. De mediator waakt er over dat de mediatie goed verloopt. Hij/zij schept een klimaat waarbinnen het geschil door de partijen zelf kan worden opgelost.

2. De mediator waakt er over dat de partijen steeds evenwichtig worden behandeld.

3. Indien de deelnemers tijdens de mediatie oordelen dat het nuttig is dat de mediator kennis neemt van de stukken of van zekere stukken van het dossier, of indien hij/zij zelf oordeelt dat dit nuttig zou kunnen zijn, worden dezen hem overhandigd samen met de inventaris ervan. Deze mededeling mag, desgevallend, aan de andere partij(en) onthouden worden.

4. De mediator bezit niet de bevoegdheid om een oplossing aan de partijen op te leggen.

5. Indien niets anders werd overeengekomen voor of tijdens de mediatie, zal de aanpak van de mediator er voornamelijk in bestaan het vindenvan een akkoord tussen de partijen te vergemakkelijken. Op verzoek van de partijen, mag de mediator evenwel, indien hij/zij dat zelf nuttig acht, waarbij hij/zij zich enkel laat leiden door zijn bekommernis omtrent de efficiëntie van de mediatie, adviezen geven en opinies formuleren betreffende de stellingen van partijen, zowel in feite als in rechte. Noch de partijen noch de mediator zullen evenwel door deze adviezen gebonden zijn; deze worden enkel opgevat als zijnde bestemd om aan de partijen het gezichtspunt te geven van een neutrale en onafhankelijke derde met de bedoeling hen te helpen bij het zoeken naar een oplossing van hun geschil.

6. In het kader en ten behoeve van zijn/haar opdracht kan de mediator, met instemming van de partijen, derden horen die daarmee instemmen of, wanneer dit opportuun lijkt voor het zoeken naar een oplossing, een beroep doen op een deskundige in één of meer bijzondere gebieden teneinde de partijen te helpen.

7. De mediator kan, na de partijen te hebben geraadpleegd, op elke plaats die hij/zij daartoe geschikt acht, bijeenkomsten houden.

Artikel 8. Vervanging van de mediator

1. Bij overlijden, verhindering, ontslag of op verzoek van alle partijen, wordt de mediator door CEPANI vervangen.

2. De mediator wordt eveneens vervangen indien het benoemingscomité of de voorzitter vaststelt dat de mediator de jure of de facto verhinderd is zijn/haar functie uit te oefenen of zijn/haar functie niet uitoefent in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement of binnen de toegekende termijnen.

Artikel 9. Plicht tot geheimhouding van de mediator, van de partijen en van hun vertegenwoordigers en raadslieden

De mediator, de partijen, hun vertegenwoordigers en hun raadslieden, alsook de deskundigen en derden waarop gebeurlijk beroep wordt gedaan, zijn tot geheimhouding verplicht overeenkomstig artikel 1728 van het Gerechtelijk Wetboek.

Behoudens toestemming van de mediator en van de partijen, zijn de bijeenkomsten in het kader van de mediatie niet toegankelijk voor personen die niet bij de mediatie betrokken zijn. Indien alle partijen daarmee evenwel akkoord gaan, kunnen andere partijen zich voegen bij de mediatie.

De partijen verschijnen in de regel persoonlijk, in voorkomend geval door een of meer vertegenwoordigers, al dan niet bijgestaan door een raadsman. Hun vertegenwoordigers dienen een goede kennis van het geschil te hebben en over de nodige beslissingsbevoegdheid te beschikken om er een einde aan te stellen.

Artikel 10. Vertrouwelijkheid van de mededelingen

Alle mededelingen tussen de partijen en/of de mediator vanaf zijn/haar aanstelling door CEPANI of die door deze worden gedaan in de loop en ten behoeve van de mediatie, zijn vertrouwelijk. Het is partijen verboden om er melding van te maken buiten het kader van de mediatie. Behoudens andersluidend akkoord van de partijen, geldt dit evenwel niet voor het mediatieprotocol, noch voor de kennisgeving van de beëindiging van de mediatie zoals voorzien in artikel 11 hierna, noch voor het akkoord dat tussen partijen zou gesloten worden bij het einde van de mediatie.

Vooraf bestaande documenten of documenten die een partij ontvangt buiten het kader van de mediatie en die medegedeeld worden tijdens de mediatie en ten behoeve ervan tussen partijen, aan de mediator of door de mediator aan de partijen of aan één van hen, zijn niet gedekt door deze vertrouwelijkheidsregel. Zij kunnen, desgevallend, door de partijen gebruikt worden voor andere doelstellingen dan deze van de mediatie, behoudens wanneer zij specifiek onder de dekking van de vertrouwelijkheid van de mediatie werden meegedeeld. Behoudens toestemming van alle partijen in de mediatie, is het de partijen verboden om, op welkdanige wijze dan ook, melding te maken van het feit dat de mededeling van deze documenten gebeurd is in het kader van de mediatie.

Artikel 11. Akkoord / geen akkoord en einde van de mediatie

Akkoord / geen akkoord

1. Wanneer de mediatie tot een akkoord tussen partijen leidt, wordt dit in een gedateerd en door hen en, op verzoek van de partijen door de mediator, ondertekend geschrift vastgelegd. Deze akte bevat de precieze verbintenissen van iedere partij en de afrekening van de mediatiekosten indien die verschilt van hetgeen in het mediatieprotocol werd voorzien.

De mediator stuurt een origineel van dit akkoord aan het secretariaat van CEPANI.

2. Wordt er geen akkoord bereikt, of beslist de mediator dat het voortzetten van de mediatie niet langer zinvol is, dan deelt de mediator dit mee aan het secretariaat van CEPANI en aan de partijen.

Einde van de mediatie

3. Indien de mediatie tot een akkoord leidt, neemt deze een einde door de mededeling van het door de partijen en desgevallend door de mediator ondertekend akkoord aan het secretariaat van CEPANI. De partijen kunnen evenwel overeenkomen, en dit uitdrukkelijk in het akkoord voorzien, dat de mediatie pas later beëindigd zal worden, bijvoorbeeld om de mediator in functie te laten tijdens de uitvoering van het akkoord.

4. Elke partij mag, op ieder ogenblik, weigeren de mediatie voort te zetten. Wanneer de mediatie niet tot een akkoord leidt, stellen de partijen en de mediator dit vast en licht deze laatste of een van de partijen het secretariaat van CEPANI daarover in, met kopie van zijn/haar mededeling aan de andere partijen.

5. Bij mislukking van de mediatie, kan de mediator, behoudens andersluidend beding tussen de partijen, niet de functie van arbiter, vertegenwoordiger of raadsman van een partij vervullen in een arbitrale of gerechtelijke procedure betreffende een geschil dat het voorwerp is geweest van een mediatie.

Artikel 12. Kosten van de mediatie

1. De mediatiekosten omvatten de honoraria en de kosten van de mediator, de administratiekosten van CEPANI, evenals alle kosten in het kader van de mediatie waarmee de partijen akkoord zijn gegaan. Ter dekking van de mediatiekosten moet, vooraleer de mediator door het benoemingscomité of door de voorzitter benoemd wordt, aan CEPANI een provisie voor de mediatiekosten betaald worden. Deze provisie wordt door het secretariaat vastgesteld rekening houdend met het totaalbedrag van de hoofdvordering en de tegenvordering, overeenkomstig de tarieflijst voor mediatie geldig op de aanvangsdatum van de mediatie.

2. De andere kosten en uitgaven verbonden aan de mediatie, zoals uitgaven gedaan door de partijen, behoren niet tot de mediatiekosten. Zij vallen ten laste van de partij die ze maakt, behoudens andersluidend akkoord tussen partijen, dat schriftelijk moet worden vastgelegd.

3. Indien CEPANI in de loop van de procedure, na raadpleging van de mediator, vaststelt dat de oorspronkelijke provisie moet worden aangepast, zal door het secretariaat aan de partijen de betaling van een aanvullende provisie worden gevraagd.

Zowel de oorspronkelijke provisie als de gebeurlijk aanvullende provisie(s) zijn, behoudens andersluidend akkoord tussen partijen, in gelijke delen verschuldigd door elk van de partijen.

Indien aan het verzoek tot betaling van een aanvullende provisie niet wordt voldaan, kan het secretariaat van CEPANI, na raadpleging van de mediator, deze uitnodigen zijn/haar opdracht op te schorten in afwachting van de betaling.

4. Na de beëindiging van de mediatie worden de mediatiekosten verrekend met de door CEPANI ontvangen provisie. Het eventuele saldo wordt, overeenkomstig het akkoord tussen de partijen, aan hen terugbetaald.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 13. Beperking van de aansprakelijkheid

De mediator, CEPANI en zijn leden en personeel zijn niet aansprakelijk voor enige handeling of nalatigheid in het kader van een mediatie, behalve in geval van bedrog of zware fout.

Bijlage I: Tarieflijst voor mediatie

Bijlage II: Gedragsregels voor de CEPANI-procedures

Bijlage III: De partijkosten

Bijlage IV:  Bepalingen van het Belgisch gerechtelijk wetboek (zoals gewijzigd op 18 juni 2018)

Download het reglement

TYPE BEDING VOOR MINI-TRIAL

De partijen die naar het mini-trial reglement van CEPANI willen verwijzen, wordt aanbevolen om in hun contracten het hiernavolgende type beding op te nemen.

“De partijen verbinden zich ertoe voor ieder geschil dat uit of met betrekking tot deze overeenkomst mochtontstaan, het mini-trial reglement van CEPANI toe te passen.”

Dit type beding kan worden aangevuld met de volgende bepalingen:

“De zetel van de mini-trial is [    ].” “De taal van de mini-trial is [            ].”

“Indien de mini-trial niet lukt, zal het geschil definitief beslechtworden overeenkomstig het arbitragereglement van CEPANI, door een of meerdere arbiters benoemd conform dit reglement”.

VOORAFGAANDE  BEPALINGEN

Artikel 1. – Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie

Het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie (“CEPANI”) is een onafhankelijke instelling die de mini-trial administreert overeenkomstig zijn reglement. Het lost zelf geen geschillen op en oefent niet de taak van voorzitter van het mini-trialcomité uit.

INLEIDING

Artikel 2. Toepassingsgebied

Een mini-trialovereenkomst kan het voorwerp uitmaken van een beding in een contract of kan na het ontstaan van het geschil worden gesloten.

HET INLEIDEN VAN DE PROCEDURE

Artikel 3. Verzoek tot mini-trial

1. De partij die een beroep wenst te doen op de mini-trial overeenkomstig het CEPANI-reglement, dient daartoe een verzoek tot mini-trial in bij het secretariaat.

Het verzoek tot mini-trial bevat onder meer de volgende gegevens:

  1. naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, geldig e-mailadres en in voorkomend geval het BTW- nummer van elk der partijen;
  2. een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil dat aan de vordering ten grondslag ligt;
  3. het onderwerp van de vordering, een samenvatting van de ingeroepen middelen en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen;
  4. naam, voornaam, hoedanigheid, adres en een geldig e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de bijzitter die de eiser aanduidt om te zetelen in het mini-trialcomité;
  5. aanwijzingen betreffende de plaats en de taal van de mini-trial en de toepasselijke  rechtsregels.

​Het verzoek moet vergezeld zijn van een kopie van de gesloten overeenkomsten en alleszins van de mini-trialovereenkomst, van de algemene of bijzondere volmacht van de bijzitter, van de briefwisseling tussen de partijen en van alle overige nuttige stukken.

Het verzoek tot mini-trial en de bijlagen bij dit verzoek dienen elektronisch alsook in één papieren exemplaar te worden ingediend.

2. De eiser moet bovendien bij het verzoek tot mini-trial het bewijs voegen van de kennisgeving van het verzoek en de bijlagen hiertoe aan de verweerder.

3. De mini-trial wordt geacht aan te vangen op de dag waarop het secretariaat zowel het verzoek tot mini-trial en de bijlagen bij het verzoek als de betaling van de registratiekosten zoals bepaald in artikel 4 bijlage I.B heeft ontvangen. Het secretariaat bevestigt de aanvangsdatum van de mini-trial aan de partijen.

Artikel 4. Beantwoording van het verzoek tot mini-trial en het instellen van een tegenvordering

1. Binnen een termijn van eenentwintig dagen na de aanvangsdatum van de mini-trial moet de verweerder zijn/haar antwoord op het verzoek tot mini-trial bij het secretariaat indienen.

Het antwoord bevat onder meer de volgende gegevens:

  1. naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, geldig e-mailadres en in voorkomend geval het BTW- nummer van de verweerder;
  2. zijn/haar commentaar betreffende de aard en de omstandigheden van het geschil dat aan de vordering ten grondslag ligt;
  3. zijn/haar standpunt over de onderdelen van de vordering, zijn/haar eventuele voorstellen en eigen aanspraken;
  4. naam, voornaam, hoedanigheid, adres en een geldig e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de bijzitter die de verweerder aanduidt om te zetelen in het mini-trialcomité;
  5. zijn/haar houding betreffende de plaats en de taal van de mini-trial en de  toepasselijke rechtsregels.

Het antwoord moet vergezeld zijn van de algemene of bijzondere volmacht van de bijzitter en van alle overige nuttige stukken.

Het antwoord en de bijlagen bij dit antwoord dienen elektronisch alsook in één papieren exemplaar te worden ingediend.

2. De verweerder moet bovendien bij het antwoord het bewijs voegen van de kennisgeving, binnen dezelfde termijn van eenentwintig dagen, van het antwoord en bijlagen hiertoe aan de eiser.

3. Elke tegenvordering geformuleerd door een verweerder, moet samen met het antwoord op het verzoek tot mini-trial gebeuren en moet onder meer volgende gegevens bevatten:

  1. een uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de tegenvordering ten grondslag ligt;
  2. het voorwerp van de tegenvordering en, indien mogelijk, een raming van de gevorderde bedragen.

Op gemotiveerd verzoek van de verweerder of zelfs ambtshalve kan het secretariaat de in lid 1 bepaalde termijn verlengen.

Artikel 5. Ontbreken van een prima facie mini-trialovereenkomst

Bij gebrek aan een prima facie mini-trialovereenkomst kan geen mini- trial plaatsvinden, indien de verweerder niet binnen de in artikel 4 voorgeschreven termijn van eenentwintig dagen zijn/haar antwoord op het verzoek tot mini-trial indient of indien hij/zij de mini-trial overeenkomstig het CEPANI-reglement betwist.

Artikel 6. Gevolgen van de mini-trialovereenkomst

1. Indien de partijen overeenkomen een beroep te doen op de mini-trial overeenkomstig het CEPANI-reglement, onderwerpen zij zich aan het reglement, met inbegrip van de bijlagen, dat van toepassing is op het ogenblik van de aanvangsdatum van de mini-trial, tenzij zij uitdrukkelijk overeenkomen om zich te onderwerpen aan het reglement van toepassing op het tijdstip van de totstandkoming van de mini-trialovereenkomst.

2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen, verloopt de procedure in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement.

3. De voorzitter van het mini-trialcomité kan, indien hij/zij dit nodig acht en na overleg met zijn/haar bijzitters, van de in dit reglement vastgelegde procedure afwijken.

Artikel 7. Schriftelijke kennisgevingen of mededelingen en termijnen

1. Het verzoek tot mini-trial, het antwoord op het verzoek tot mini-trial, de memories of conclusies en de benoeming van het mini-trialcomité kunnen geldig gebeuren wanneer de kennisgeving of mededeling in elektronische vorm aan een geldig e-mailadres wordt gedaan. In deze gevallen draagt de verzender de bewijslast van de verzending. In geval er geen bekend e-mailadres voorhanden is voor een partij, zal de kennisgeving of mededeling geldig kunnen gebeuren wanneer zij gedaan wordt per koerier tegen ontvangstbewijs, per aangetekende brief of per telefax.

2. Indien een partij vertegenwoordigd wordt door een raadsman, gebeuren de kennisgevingen en mededelingen aan deze laatste, tenzij deze partij anders verzoekt.

De kennisgevingen of mededelingen zijn geldig als zij verstuurd zijn aan het laatst bekende adres van de bestemmeling, zoals dit meegedeeld werd door de bestemmeling zelf of, desgevallend, door de wederpartij.

3. Een kennisgeving of een mededeling verricht in overeenstemming met lid 1 wordt geacht te zijn gedaan, wanneer zij werd ontvangen of zou moeten zijn ontvangen door de partij zelf, haar vertegenwoordiger of haar raadsman.

4. De in dit reglement bepaalde termijnen beginnen te lopen op de dag na die waarop een kennisgeving of mededeling overeenkomstig het voorgaande lid geacht wordt gedaan te zijn. Indien de laatste dag van de verleende termijn een officiële feestdag is of geen werkdag is in het land waar de kennisgeving of mededeling moet worden gedaan, verstrijkt de termijn aan het eind van de eerstvolgende werkdag.

5. Een kennisgeving of mededeling die in overeenstemming met lid 1 van dit artikel verzonden werd vóór of op de laatste dag van de toegekende termijn, wordt geacht tijdig ingediend te zijn.

Artikel 8. Gerechtelijke of arbitrale procedures

1. De partijen verbinden zich ertoe om, gedurende de mini-trialprocedure met betrekking tot het geschil dat geheel of gedeeltelijk aan de voorliggende procedure onderworpen is, geen gerechtelijke noch arbitrale procedure in te leiden of voort te zetten, behoudens ten bewarende titel.

2. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kunnen de partijen zich tot de rechter of de arbiter wenden voor het vorderen van voorlopige of bewarende maatregelen. Zij zien hierdoor niet af van de mini-trial.

HET MINI-TRIALCOMITÉ

Artikel 9. Algemene bepalingen

1. Uitsluitend personen die onafhankelijk zijn ten opzichte van de partijen en hun raadslieden en die de gedragsregels voor de CEPANI procedures naleven, kunnen als voorzitter van het mini-trialcomité in een CEPANI-mini-trial optreden.

2. Het benoemingscomité of de voorzitter benoemt de voorzitter van het mini-trialcomité. De partijen kunnen de voorzitter van het mini- trialcomité in onderling akkoord ter aanvaarding voordragen aan het benoemingscomité of de voorzitter.

3. Voor zijn/haar benoeming of bevestiging, ondertekent de voorzitter van het mini-trialcomité een verklaring van aanvaarding, beschikbaarheid en onafhankelijkheid. Hij/zij deelt schriftelijk aan het secretariaat de feiten en omstandigheden mee, die van dien aard zijn dat deze in de ogen van de partijen aanleiding zouden kunnen geven zijn/haar onafhankelijkheid in twijfel te trekken.

Het secretariaat deelt deze informatie schriftelijk mee aan de partijen en stelt een termijn waarbinnen zij eventuele opmerkingen kunnen indienen.

4. Indien in de loop van de arbitrageprocedure zich feiten en omstandigheden voordoen van dezelfde aard als deze vermeld in lid 2 van dit artikel, brengt de voorzitter van het mini-trialcomité deze onmiddellijk schriftelijk ter kennis van het secretariaat en de partijen.

5. De beslissingen van het benoemingscomité of de voorzitter inzake de benoeming, de bevestiging of de vervanging van een voorzitter van het mini-trialcomité zijn niet aanvechtbaar. De motivering van de beslissing wordt niet meegedeeld.

6. Door het aanvaarden van zijn/haar opdracht verbindt de voorzitter van het mini-trialcomité er zich toe om deze tot het einde uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement.

7. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen, legt de voorzitter van het mini-trialcomité zichzelf het verbod op om de functie van arbiter, vertegenwoordiger of raadsman van een partij te vervullen in een arbitrale of gerechtelijke procedure betreffende het geschil dat het voorwerp is geweest van een mini-trial.

Artikel 10. Samenstelling en taak van het mini-trialcomité

1. Het mini-trialcomité bestaat uit: de voorzitter van het mini-trialcomité en twee bijzitters, die elk de partij die hen heeft aangewezen kunnen verbinden krachtens een algemene of bijzondere volmacht.

2. Wanneer meer dan twee partijen in de mini-trial betrokken zijn, wijst elk der partijen, behoudens andersluidende overeenkomst, één bijzitter aan om deel uit te maken van het mini-trialcomité.

3. Het benoemingscomité of de voorzitter benoemt of bevestigt de voorzitter van het mini-trialcomité wanneer de provisie voor mini- trialkosten voorzien in artikel 21 integraal werd voldaan. Het houdt hierbij meer bepaald rekening met de beschikbaarheid, de kwalificaties en de bekwaamheid van de voorzitter van het mini-trialcomité om de mini-trial te voeren overeenkomstig dit reglement.

4. De voorzitter van het mini-trialcomité heeft de taak om de partijen te helpen om een minnelijke regeling te vinden die een einde maakt aan hun geschil. Dit akkoord tracht hij/zij tot stand te brengen via overleg met zijn/ haar bijzitters.

5. De bijzitter is de hooggeplaatste verantwoordelijke, die door een partij wordt aangewezen om, in naam en voor rekening van de partij die hem/ haar aangewezen heeft en onder leiding van de voorzitter van het mini- trialcomité, te trachten een minnelijke regeling te vinden over het gerezen geschil. De bijzitter kan het ondernemingshoofd zelf of een hoger kaderlid van de partij die hem/haar aanwijst zijn, maar eveneens een derde, zoals een advocaat of iedere andere vertrouwenspersoon aan wie de partij de bevoegdheid verleent om haar te verbinden.

Artikel 11. Vervanging van de voorzitter van het mini-trialcomité

1. Bij overlijden, wraking, behoorlijk aanvaarde terugtrekking, verhindering of op verzoek van alle partijen, wordt de voorzitter van het mini-trialcomité vervangen.

2. De voorzitter van het mini-trialcomité wordt eveneens vervangen indien het benoemingscomité of de voorzitter vaststelt dat deze de jure of de facto verhinderd is zijn/haar functie uit te oefenen of zijn/haar functie niet uitoefent in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement of binnen de toegekende termijnen.

In dit geval, neemt het benoemingscomité of de voorzitter een beslissing nadat het de betrokken voorzitter van het mini-trialcomité, de bijzitters en de partijen heeft uitgenodigd om hun opmerkingen schriftelijk aan het secretariaat over te maken, binnen de door het secretariaat bepaalde termijn. Deze opmerkingen worden meegedeeld aan de partijen en aan het mini-trialcomité.

DE MINI-TRIALPROCEDURE

Artikel 12. Overhandiging van het dossier aan het mini-trialcomité

Het secretariaat overhandigt het dossier aan het mini-trialcomité na zijn benoeming en wanneer de provisie voor mini-trialkosten voorzien in artikel 21 integraal werd voldaan.

Artikel 13. Taal van de mini-trial

1. De partijen bepalen in onderling akkoord de taal waarin de mini-trial wordt gevoerd. Bij gebrek aan overeenstemming tussen de partijen bepaalt de voorzitter van het mini-trialcomité, na overleg met zijn/haar bijzitters, de taal of talen van de mini-trial, rekening houdend met de omstandigheden en met name de taal van de overeenkomst.

2. De voorzitter van het mini-trialcomité beslist, na overleg met zijn/haar bijzitters, wie en in welke verhouding de eventuele vertaalkosten draagt.

Artikel 14. Plaats van de mini-trial

1. Het benoemingscomité of de voorzitter bepaalt de plaats van de mini- trial, tenzij de partijen deze zijn overeengekomen.

2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen en na hen geraadpleegd te hebben, kan het mini-trialcomité op elke plaats die het daartoe geschikt acht, zittingen en bijeenkomsten houden.

3. Het mini-trialcomité kan beraadslagen op elke plaats die het daartoe geschikt acht.

Artikel 15. Onderzoek van de zaak

1. De voorzitter van het mini-trialcomité kan, na overleg met zijn/haar bijzitters, de partijen verzoeken bijkomende toelichtingen en stukken voor te leggen.

2. De voorzitter van het mini-trialcomité bepaalt, na overleg met zijn/ haar bijzitters, de dag, het uur en de plaats van een bijeenkomst in aanwezigheid van de partijen.

3. De voorzitter van het mini-trialcomité zit de bijeenkomst voor en biedt de partijen de gelegenheid hun standpunt uiteen te zetten.

4. De zittingen zijn niet openbaar. Behoudens toestemming van het mini-trialcomité en van de partijen zijn de zittingen niet toegankelijk voor personen die niet in het geding betrokken zijn.

5. De partijen verschijnen in persoon, via een behoorlijk daartoe gevolmachtigde en/of raadsman.

6. Na de bijeenkomst overlegt de voorzitter van het mini-trialcomité met zijn/haar bijzitters met het oog op het bereiken van een akkoord. De voorzitter van het mini-trialcomité beschikt hierbij over de ruimste bevoegdheid om te ondernemen wat volgens hem/haar redelijkerwijze een akkoord kan bewerkstelligen. Hij/zij kan te dien einde onder meer in overleg treden met elk van zijn/haar bijzitters afzonderlijk.

Artikel 16. Vertrouwelijkheid van de mini-trial

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, of er een wettelijke verplichting tot bekendmaking is, is de mini-trial vertrouwelijk.

Artikel 17. Vertrouwelijkheid van de mededelingen

Alle mededelingen tussen de partijen en/of de voorzitter van het mini-trialcomité vanaf zijn/haar aanstelling door CEPANI of die door deze worden gedaan in de loop en ten behoeve van de mini-trial zijn vertrouwelijk. Het is partijen verboden om er melding van te maken buiten het kader van de mini-trial. Behoudens andersluidend akkoord van de partijen, geldt dit evenwel niet voor de kennisgeving van de beëindiging van de mini-trial zoals voorzien in artikel 19 hierna, noch voor het akkoord dat tussen partijen zou gesloten worden bij het einde van de mini-trial.

Vooraf bestaande documenten of documenten die een partij ontvangt buiten het kader van de mini-trial en die medegedeeld worden tijdens de mini-trial en ten behoeve ervan tussen partijen, aan de voorzitter van het mini-trialcomité of door de voorzitter van het mini- trialcomité aan de partijen of aan één van hen, zijn niet gedekt door deze vertrouwelijkheidsregel. Zij kunnen, desgevallend, door de partijen gebruikt worden voor andere doelstellingen dan deze van de mini-trial, behoudens wanneer zij specifiek onder de dekking van de vertrouwelijkheid van de mini-trial werden meegedeeld. Behoudens toestemming van alle partijen in de mini-trial, is het de partijen verboden om, op welkdanige wijze dan ook, melding te maken van het feit dat de mededeling van deze documenten gebeurd is in het kader van de mini-trial.

HET AKKOORD EN EINDE VAN DE MINI-TRIAL

Artikel 18. Akkoord

1. Wanneer het overleg tot een akkoord tussen de partijen leidt, wordt dit in een schriftelijke en door de bijzitters, in naam en voor rekening van de partijen, ondertekende akte vastgelegd. Deze akte bevat de precieze verbintenissen van iedere partij.

De voorzitter van het mini-trialcomité stelt vervolgens een proces-verbaal op dat vaststelt dat de partijen een akkoord bereikten en ondertekent dit samen met de bijzitters, die in naam en voor rekening van de partijen ondertekenen. Hij/zij stuurt een kopie van dit proces-verbaal aan het secretariaat.

2. Wordt er geen akkoord bereikt, dan neemt de voorzitter van het mini- trialcomité dit gegeven op in een proces-verbaal dat hij/zij ondertekent en ter kennis brengt van het secretariaat.

Artikel 19. Einde van de mini-trial

1. Indien het overleg tot een akkoord leidt, neemt de mini-trial een einde door de ondertekening door de bijzitters, in naam en voor rekening van de partijen, en de voorzitter van het mini-trialcomité van het proces-verbaal dat het akkoord vaststelt.

2. Indien geen akkoord werd bereikt, neemt de mini-trial een einde door de schriftelijke kennisgeving door de voorzitter van het mini-trialcomité van het proces-verbaal dat dit gegeven vaststelt aan het secretariaat.

3. Indien een partij, na behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschijnt, neemt de mini-trial een einde door de schriftelijke kennisgeving van dit feit door de voorzitter van het mini-trialcomité aan het secretariaat.

4. Elke partij kan te allen tijde weigeren de mini-trial voort te zetten. In dat geval neemt de mini-trial een einde door de schriftelijke kennisgeving van deze weigering aan het secretariaat en aan de voorzitter van het mini- trialcomité, voor zover deze laatste reeds benoemd is.

5. De voorzitter van het mini-trialcomité kan, na overleg met zijn/haar bijzitters, beslissen dat het voortzetten van de mini-trial niet langer gerechtvaardigd is. In voorkomend geval neemt de mini-trial een einde door de schriftelijke kennisgeving van dit feit door de voorzitter van het mini-trialcomité aan het secretariaat.

DE MINI-TRIALKOSTEN

Artikel 20. Aard en bedrag van de mini-trialkosten

1. De mini-trialkosten omvatten het honorarium en de kosten van de voorzitter van het mini-trialcomité, evenals de administratiekosten van CEPANI. Ze worden door het secretariaat vastgesteld rekening houdend met het totaalbedrag van de vorderingen, en overeenkomstig de tarieflijst voor mini-trial geldig op het ogenblik van de aanvangsdatum van de mini-trial.

2. De honoraria en kosten van de bijzitter zijn ten laste van de partij die hem/haar aanstelde. De andere kosten en uitgaven verbonden aan de mini-trial, zoals de uitgaven gedaan door de partijen voor hun verdediging en deze met betrekking tot de bewijsvoering en met de hulp van deskundigen en getuigen, behoren niet tot de mini-trialkosten. Zij vallen ten laste van de partij die ze maakt.

3. Indien bijzondere omstandigheden dit vereisen, kan het secretariaat de mini-trialkosten vaststellen op een hoger of lager bedrag dan wat uit de toepassing van de tarieflijst voor mini-trial voortvloeit.

4. Bij gebrek aan een totale of gedeeltelijke raming van de vorderingen stelt het secretariaat, op basis van de beschikbare elementen, het totaalbedrag van het geschil vast, op basis waarvan de mini-trialkosten zullen worden berekend.

5. In de loop van de procedure kan het secretariaat het bedrag van de mini-trialkosten aanpassen indien uit de omstandigheden van de zaak of uit nieuwe vorderingen blijkt dat het geschil omvangrijker is dan aanvankelijk werd bevonden.

Artikel 21. De provisie voor mini-trialkosten

1. Ter dekking van de mini-trialkosten bepaald overeenkomstig artikel 20, lid 1, moet, voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter van het mini- trialcomité door het benoemingscomité of de voorzitter, aan CEPANI een provisie voor mini-trialkosten worden betaald.

2. Indien de mini-trialkosten in de loop van de procedure moeten worden aangepast, geeft dit, op dat ogenblik, aanleiding tot het vaststellen van een aanvullende provisie.

3. Zowel de provisie als de aanvullende provisie is in gelijke delen verschuldigd door de partijen. Iedere partij kan evenwel de totaliteit van de provisie ten laste nemen, indien de andere partij nalaat haar deel van de provisie te betalen.

4. Indien het bedrag van de provisie € 50.000,00 overschrijdt, kan de betaling van de provisie door middel van een bankgarantie geschieden.

5. Indien aan een verzoek tot betaling van een aanvullende provisie niet wordt voldaan, kan het secretariaat, na raadpleging van het mini- trialcomité, het uitnodigen zijn opdracht op te schorten en een termijn van minstens vijftien dagen vaststellen, na verloop van welke de vordering en/of tegenvordering op basis waarvan de aanvullende provisie werd berekend, geacht wordt ingetrokken te zijn. Een dergelijke intrekking verhindert niet dat de betreffende partij op een later tijdstip dezelfde vordering of tegenvordering opnieuw indient.

Artikel 22. Beslissing over de mini-trialkosten

1. Het definitieve eindbedrag van de mini-trialkosten wordt door het secretariaat vastgesteld.

2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen, betalen de partijen een gelijk deel van de mini-trialkosten.

3. Het proces-verbaal dat het tot stand gekomen akkoord tussen de partijen vaststelt, vermeldt de mini-trialkosten, zoals deze definitief werden vastgesteld door het secretariaat en vermeldt het eventuele akkoord van de partijen betreffende de verdeling ervan.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 23. Beperking van de aansprakelijkheid

De voorzitter van het mini-trialcomité, CEPANI en zijn leden en personeel zijn niet aansprakelijk voor enige handeling of nalatigheid in het kader van een mini-trial, behalve in geval van bedrog of zware fout.

Bijlage II: Gedragsregels voor de CEPANI-procedures

Bijlage III: De partijkosten

Download het Reglement

TYPE BEDING VOOR  DESKUNDIGENONDERZOEK

De partijen die naar het reglement inzake het deskundigenonderzoek van CEPANI willen verwijzen, wordt aanbevolen om in hun contracten het hiernavolgende type beding op te nemen.

“De partijen verbinden zich ertoe voor alle geschillen die uit of met betrekking tot deze overeenkomst mochten ontstaan, een

deskundigenonderzoek volgens het reglement van CEPANI te laten plaatsvinden.”

Dit type beding kan worden aangevuld met de volgende bepalingen1:

“De zetel van het deskundigenonderzoek is [          ]”. “De taal van het deskundigenonderzoek is [    ]”.

“Het deskundigenonderzoek zal uitgevoerd worden door [een] of [drie] deskundigen”.

“De vaststellingen en besluiten van de deskundige(n) binden de partijen [niet].”

VOORAFGAANDE BEPALINGEN

Artikel 1. Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie

Het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie (“CEPANI”) is een onafhankelijke instelling die de procedures van deskundigenonderzoek administreert overeenkomstig dit reglement. Het beslecht zelf geen geschillen en oefent niet de taak van deskundige uit.

HET INLEIDEN VAN DE PROCEDURE

Artikel 2. VerZoek tot deskundigenonderzoek

1. De partij die een beroep wenst te doen op het deskundigenonderzoek overeenkomstig het CEPANI-reglement, dient daartoe een verzoek tot deskundigenonderzoek in bij het secretariaat.

Het verzoek tot deskundigenonderzoek bevat onder meer de volgende gegevens:

  1. naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, geldig e-mailadres en in voorkomend geval het BTW- nummer van ieder der partijen;
  2. een bondige uiteenzetting over de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;
  1. het doel en de aard van het gevraagde deskundigenonderzoek;
  2. aanwijzingen betreffende de plaats en de taal van het deskundigenonderzoek.

Het verzoek moet vergezeld zijn van een kopie van de gesloten overeenkomsten en alleszins van de overeenkomst tot deskundigenonderzoek en van alle overige nuttige stukken.

Het verzoek tot deskundigenonderzoek en de bijlagen bij dit verzoek dienen elektronisch alsook in één papieren exemplaar te worden ingediend.

De eiser moet bovendien bij het verzoek tot deskundigenonderzoek het bewijs voegen van de kennisgeving van het verzoek en de bijlagen hiertoe aan de verweerder.

1. De procedure wordt geacht aan te vangen op de dag waarop het secretariaat het verzoek tot deskundigenonderzoek en de bijlagen hiertoe, evenals de betaling van de registratiekosten heeft ontvangen. Ieder verzoek tot deskundigenonderzoek moet vergezeld gaan van een betaling van € 750,00 excl. BTW als voorschot op de administratiekosten. Dit bedrag is niet terugvorderbaar en wordt in mindering gebracht op het door de eiser verschuldigd deel van de provisie voor kosten van het deskundigenonderzoek.

Het secretariaat bevestigt de aanvangsdatum van het deskundigenonderzoek aan de partijen.

Artikel 3. Antwoord op het verzoek tot deskundigenonderzoek

1. Binnen een termijn van vijftien dagen na de aanvangsdatum van het deskundigenonderzoek, moet de verweerder zijn antwoord op het verzoek tot deskundigenonderzoek bij het secretariaat indienen.

Het antwoord bevat onder meer de volgende gegevens:

  1. naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, geldig e-mailadres en in voorkomend geval het BTW- nummer van de verweerder;
  2. zijn bondige commentaar betreffende de aard en de omstandigheden van het geschil, dat aan de vordering ten grondslag ligt;
  3. zijn standpunt betreffende de door de eiser geformuleerde opdracht;
  4. zijn houding betreffende de taal en de plaats van het deskundigenonderzoek.

Het antwoord en bijlagen bij dit antwoord dienen elektronisch alsook in één papieren exemplaar te worden ingediend.

2. De verweerder moet bovendien bij het antwoord het bewijs voegen van de kennisgeving binnen dezelfde termijn van vijftien dagen, van het antwoord en de bijlagen hiertoe aan de eiser.

3. Op gemotiveerd verzoek van de verweerder of zelfs ambtshalve, kan het secretariaat de in lid 1 bepaalde termijn verlengen.

Artikel 4. Ontbreken van een prima facie overeenkomst tot deskundigenonderzoek

Bij gebrek aan een prima facie overeenkomst tot deskundigenonderzoek, kan geen deskundigenonderzoek plaatsvinden indien de verweerder niet binnen de in artikel 3 voorgeschreven termijn van vijftien dagen zijn antwoord op het verzoek tot deskundigenonderzoek indient of indien hij het deskundigenonderzoek overeenkomstig het CEPANI-reglement betwist.

Artikel 5. Gevolgen van de overeenkomst tot deskundigenonderzoek

1. Indien de partijen overeenkomen een beroep te doen op het deskundigenonderzoek overeenkomstig het CEPANI-reglement, onderwerpen zij zich aan het reglement, met inbegrip van de bijlagen, dat van kracht is op het ogenblik van de aanvangsdatum van het deskundigenonderzoek, tenzij zij uitdrukkelijk overeenkomen om zich te onderwerpen aan het reglement van toepassing op het tijdstip van de totstandkoming van de overeenkomst.

2. Als, niettegenstaande het bestaan van een prima facie overeenkomst tot deskundigenonderzoek, één van de partijen weigert deel te nemen aan het deskundigenonderzoek of zich van deelname onthoudt, zal het deskundigenonderzoek desalniettemin doorgaan.

Artikel 6. Schriftelijke kennisgevingen of mededelingen en termijnen

1. Het verzoek tot deskundigenonderzoek, het antwoord op het verzoek tot deskundigenonderzoek, de memories of conclusies, de benoeming van de deskundige(n), kunnen geldig gebeuren onder voorbehoud van artikel 15, lid 2, wanneer de kennisgeving of mededeling in elektronische vorm aan een geldig e-mailadres wordt gedaan. In deze gevallen draagt de verzender de bewijslast van de verzending. In geval er geen bekend e-mailadres voorhanden is voor een partij, zal de kennisgeving of mededeling geldig kunnen gebeuren wanneer zij gedaan wordt per koerier tegen ontvangstbewijs, per aangetekende brief of per telefax.

2. indien een partij vertegenwoordigd wordt door een raadsman, gebeuren de kennisgevingen en mededelingen aan deze laatste, tenzij deze partij anders verzoekt.

De kennisgevingen of mededelingen zijn geldig als zij verstuurd zijn aan het laatst bekende adres van de bestemmeling, zoals dit meegedeeld werd door de bestemmeling zelf of desgevallend door de tegenpartij.

3. Een kennisgeving of een mededeling verricht in overeenstemming met lid 1, wordt geacht te zijn gedaan wanneer zij werd ontvangen of zou moeten ontvangen zijn door de partij zelf, haar vertegenwoordiger of haar raadsman.

4. De in dit reglement bepaalde termijnen, beginnen te lopen op de dag na die waarop een kennisgeving of mededeling overeenkomstig het voorgaande lid geacht wordt gedaan te zijn. Indien de laatste dag van de verleende termijn een officiële feestdag is of geen werkdag is in het land waar de kennisgeving of mededeling moet worden gedaan, verstrijkt de termijn aan het eind van de eerstvolgende werkdag.

Een kennisgeving of mededeling die in overeenstemming met lid 1 van dit artikel verzonden werd vóór of op de laatste dag van de toegekende termijn, wordt geacht tijdig ingediend te zijn.

DE DESKUNDIGE

Artikel 7. Algemene bepalingen

1. Uitsluitend personen die onafhankelijk zijn ten opzichte van de partijen en hun raadslieden en die de gedragsregels voor de CEPANI procedures naleven, kunnen als deskundige in een CEPANI-deskundigenonderzoek optreden.

2. Het benoemingscomité of de voorzitter benoemt de deskundige(n). De partijen kunnen ook de deskundig(n) in onderling akkoord ter aanvaarding voordragen aan het benoemingscomité of de voorzitter.

3. Voor zijn benoeming of bevestiging, ondertekent de voorgedragen deskundige een verklaring van aanvaarding, beschikbaarheid en onafhankelijkheid. Hij deelt schriftelijk aan het secretariaat de feiten en omstandigheden mee, die van dien aard zijn dat deze in de ogen van de partijen aanleiding zouden kunnen geven zijn onafhankelijkheid in twijfel te trekken.

Het secretariaat deelt deze informatie schriftelijk mee aan de partijen en stelt hen een termijn waarbinnen zij eventuele opmerkingen kunnen indienen.

4. Indien in de loop van de procedure zich feiten en omstandigheden voordoen, van dezelfde aard als deze vermeld in lid 3 van dit artikel, brengt de deskundige deze onmiddellijk schriftelijk ter kennis van het secretariaat en de partijen.

5. De beslissingen van het benoemingscomité of de voorzitter inzake de benoeming, de bevestiging of de vervanging van een deskundige zijn niet aanvechtbaar. De motivering van de beslissingen wordt niet meegedeeld.

6. Door het aanvaarden van zijn opdracht, verbindt iedere deskundige er zich toe om deze tot het einde uit te voeren in overeenstemming met dit reglement.

7. Behoudens met akkoord van de partijen, legt de deskundige zichzelf het verbod op om de functie van arbiter, vertegenwoordiger of raadspersoon van een partij te vervullen in een arbitrale of gerechtelijke procedure betreffende het geschil dat het voorwerp is geweest van een procedure van  deskundigenonderzoek.

Artikel 8. Benoeming van de deskundige

1. Het benoemingscomité of de voorzitter stelt de deskundige aan of bevestigt deze in overeenstemming met de hiernavolgende regels.

2. De partijen bepalen de opdracht van de deskundige(n). Indien de deskundige wordt aangesteld tijdens een arbitrageprocedure, bepaalt het scheidsgerecht na consultatie met de partijen de opdracht van de deskundige. Indien de deskundige wordt aangesteld tijdens een mediatie, bepaalt de mediator na consultatie met de partijen de opdracht van de deskundige.

3. Het benoemingscomité of de voorzitter benoemt of bevestigt de deskundige(n) nadat de in artikel 17 voorziene provisie voor kosten van het deskundigenonderzoek werd betaald door de partijen of één van hen. Het houdt hierbij meer bepaald rekening met de beschikbaarheid, de kwalificaties en de bekwaamheid van de deskundige(n) om het deskundigenonderzoek te voeren overeenkomstig dit reglement.

Artikel 9. Vervanging van de deskundige(n)

1. Bij overlijden, wraking, behoorlijk aanvaarde terugtrekking, verhindering of op verzoek van alle partijen, wordt een deskundige vervangen.

2. Een deskundige wordt eveneens vervangen indien het benoemings- comité of de voorzitter vaststelt dat deze de jure of de facto verhinderd is zijn functie uit te oefenen of zijn functie niet uitoefent in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement of binnen de toegekende termijnen.

In dit geval neemt het benoemingscomité of de voorzitter een beslissing nadat het de betrokken deskundige, de eventuele andere deskundigen en de partijen heeft uitgenodigd om hun opmerkingen schriftelijk aan het secretariaat over te maken, binnen de door het secretariaat bepaalde termijn. Deze opmerkingen worden meegedeeld aan de partijen en aan de deskundige(n).

HET DESKUNDIGENONDERZOEK

Artikel 10. Overhandiging van het dossier aan de deskundige(n)

Het secretariaat overhandigt het dossier aan de deskundige(n) na hun benoeming of aanvaarding en wanneer de provisie voor kosten van het deskundigenonderzoek voorzien in artikel 17 integraal werd voldaan.

Artikel 11. Taal van het deskundigenonderzoek

1. De partijen bepalen in onderling akkoord de taal waarin het deskundigenonderzoek wordt gevoerd.

Bij gebrek aan overeenstemming tussen de partijen, bepaalt (bepalen) de deskundige(n) de taal of talen van de procedure, rekening houdend met de omstandigheden en met name de taal van de overeenkomst.

2. De deskundige(n) beslist (beslissen) wie en in welke verhouding de eventuele vertaalkosten draagt.

Artikel 12. Plaats van het deskundigenonderzoek

1. Het benoemingscomité of de voorzitter bepaalt de plaats van het deskundigenonderzoek, tenzij de partijen deze zijn overeengekomen.

2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen en na hen geraadpleegd te hebben, kan (kunnen) de deskundige(n) op elke plaats die hij/zij daartoe geschikt acht(en), zittingen en bijeenkomsten houden.

Artikel 13. Onderzoek van de zaak

1. De deskundige(n) verricht(en) de onderzoeksdaden op tegenspraak binnen de grenzen van de opdracht.

2. De partijen verschijnen in persoon, of via een behoorlijk daartoe gevolmachtigde en/of raadsman.

3. De partijen vergemakkelijken met alle middelen de uitoefening van de opdracht van de deskundige(n), onder meer door de nodige stukken voor te leggen of door toegang te verschaffen tot de plaatsen waar de vereiste vaststellingen en onderzoeken moeten gebeuren.

4. Behoudens andersluidende overeenkomst, verbinden de vaststellingen en adviezen van de deskundige(n) de partijen net als hun contractuele bepalingen.

5. De zittingen zijn niet openbaar. Behoudens toestemming van de deskundige(n) en van de partijen zijn de zittingen niet toegankelijk voor personen die niet in het geding betrokken zijn.

6. Het deskundigenonderzoek is slechts vertrouwelijk, in zoverre de partijen dit overeenkomen.

HET DESKUNDIG VERSLAG EN HET EINDE VAN DE OPDRACHT

Artikel 14. Het deskundigenverslag

De deskundige(n) beëindigt (beëindigen) de opdracht met het opmaken van een definitief verslag waarin het zijn (hun) bevindingen en/of adviezen weergeeft.

Artikel 15. Kennisgeving van het deskundig verslag

1. Wanneer het deskundig verslag werd opgesteld, maakt (maken) de deskundige(n) dit aan het secretariaat over in zoveel originele exemplaren als er partijen zijn, meer een bijkomend origineel exemplaar voor het secretariaat.

2. Het secretariaat brengt een origineel van het door de deskundige(n) ondertekende verslag ter kennis van de partijen per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs en een kopie daarvan per e-mail, voor zover de kosten voor het deskundigenonderzoek volledig aan CEPANI zijn betaald.

DE KOSTEN VAN HET DESKUNDIGENONDERZOEK

Artikel 16. Aard en bedrag van de kosten van het deskundigenonderzoek

1. De kosten voor het deskundigenonderzoek omvatten de honoraria en kosten van de deskundige(n), evenals de administratiekosten van CEPANI. Ze worden door het secretariaat vastgesteld rekening houdend met de aard en omvang van de aan de deskundige(n) toevertrouwde opdracht.

2. De partijkosten omvatten de kosten van de partijen, de kosten voor hun verdediging en deze met betrekking tot de bewijsvoering. Zij behoren niet tot de kosten van het deskundigenonderzoek en zijn ten laste van de partij die ze maakt.

In de loop van de procedure kan het secretariaat het bedrag van de kosten voor het deskundigenonderzoek aanpassen, indien uit de omstandigheden van de zaak of uit nieuwe opdrachten blijkt dat de zaak omvangrijker is dan aanvankelijk werd bevonden.

Artikel 17. De provisie voor kosten van het deskundigenonderzoek

1. Ter dekking van de overeenkomstig artikel 16, lid 1 bepaalde kosten van het deskundigenonderzoek wordt, voorafgaand aan de benoeming of aanvaarding van de deskundige(n) door het benoemingscomité of de voorzitter, en na consultatie met de deskundige, door de partijen aan CEPANI een provisie voor kosten van het deskundigenonderzoek betaald.

2. Bij de benoeming van de deskundige of de omschrijving van zijn opdracht, wordt de provisie vastgesteld in samenspraak met de deskundige.

3. Indien de kosten van het deskundigenonderzoek in de loop van de procedure moeten aangepast worden, geeft dit op, dat ogenblik, aanleiding tot het vaststellen van een aanvullende provisie.

4. Zowel de provisie als de aanvullende provisie is in gelijke delen verschuldigd door de eisende partij en de verwerende partij. Iedere partij kan evenwel de totaliteit van de provisie ten laste nemen, indien de andere partij nalaat haar deel van de provisie te betalen.

5. Indien het bedrag van de provisie € 50.000,00 overschrijdt, kan de betaling ervan door middel van een bankgarantie die onherroepelijk en op eerste verzoek is, geschieden.

6. Indien aan een verzoek tot betaling van een aanvullende provisie niet wordt voldaan, kan het secretariaat, na raadpleging van de deskundige(n), hen uitnodigen hun opdracht op te schorten en een termijn van minstens vijftien dagen vaststellen, na verloop van welke de uitbreiding van de opdracht op basis waarvan de aanvullende provisie werd berekend, geacht wordt ingetrokken te zijn. Een dergelijke intrekking verhindert niet dat de betreffende partij op een later tijdstip dezelfde vordering of tegenvordering opnieuw indient.

Artikel 18. Beslissing over de kosten van het deskundigenonderzoek

1. Het definitieve eindbedrag van de kosten van het deskundigenonderzoek wordt door het secretariaat vastgesteld.

2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen, betalen de partijen een gelijk deel van de kosten van het deskundigenonderzoek.

3. Het definitief deskundigenverslag, vermeldt de kosten van het deskundigenonderzoek, zoals deze definitief werden vastgesteld door het secretariaat en vermeldt het eventuele akkoord van de partijen betreffende de verdeling ervan.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 19. Beperking van de aansprakelijkheid

De deskundige(n), CEPANI en zijn leden en personeel zijn niet aansprakelijk voor enige handeling of nalatigheid in het kader van een procedure van deskundigenonderzoek, behalve in geval van bedrog of zware fout.

Bijlage II: Gedragsregels voor de CEPANI-procedures

Bijlage III: De partijkosten

Download het Reglement

TYPE BEDING VOOR DE AANPASSING VAN OVEREENKOMSTEN.

De partijen die naar het reglement inzake de aanpassing van overeenkomsten willen verwijzen, wordt aanbevolen om in hun contracten het hiernavolgende type beding op te nemen.

“De partijen verbinden zich er toe om op verzoek van één van hen toepassing te maken van het reglement van CEPANI betreffende de aanpassing van de overeenkomsten.”

Het advies van de conform dit reglement aangestelde derde geldt als (aanbeveling) of als(beslissing).1

Dit type beding kan worden aangevuld met de volgende bepalingen:

“De zetel van het verloop van de procedure is [            ]”. “De taal van de procedure is [      ]”.

“De procedure tot aanpassing van de overeenkomst zal op verzoek van één der partijen gevolgd worden door een arbitrageprocedure volgens het arbitragereglement  van CEPANI”.

VOORAFGAANDE BEPALINGEN

Artikel 1. – Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie

Het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie (“CEPANI”) is een onafhankelijke instelling die de procedures voor de aanpassing van overeenkomsten administreert overeenkomstig dit reglement. Het lost zelf geen geschillen op en oefent niet de taak van derde uit.

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 2. Toepassingsgebied

1. Dit reglement is van toepassing wanneer één of meerdere partijen beroep willen doen op een derde wiens/wier opdracht erin bestaat hetzij een tussen partijen gesloten overeenkomst aan te passen en te vervolmaken daar waar partijen dit niet deden, hetzij de gemeenschappelijke wilsuiting van partijen die aan de basis van een bepaalde overeenkomst lag aan nieuwe situaties aan te passen.

2. Enkel partijen die de toepasselijkheid van dit reglement in een specifiek beding overeenkwamen, kunnen beroep doen op deze procedure. Volgens de draagwijdte die de partijen haar geven neemt de opdracht van de aan te stellen derde uiteindelijk de vorm van een aanbeveling of een beslissing aan.

HET INLEIDEN VAN DE PROCEDURE

Artikel 3. Verzoek tot aanpassing van de overeenkomsten

1. De partij die een beroep wenst te doen op de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten overeenkomstig het CEPANI-reglement dient daartoe een verzoek tot aanpassing van de overeenkomsten in bij het secretariaat.

Het verzoek tot aanpassing van de overeenkomsten bevat onder meer de volgende gegevens:

a)naam, voornaam en volledige benaming, hoedanigheid, adres, telefoon- en faxnummer, geldig e-mailadres en in voorkomend geval het BTW- nummer van ieder der partijen;

b)een bondige uiteenzetting van het standpunt van de eiser; c)aanwijzingen betreffende de plaats en de taal van de procedure en de toepasselijke  rechtsregels;

d)het bewijs van de betaling van de registratiekosten.

Het verzoek moet vergezeld zijn van een kopie van de betreffende overeenkomst(en) en de overeenkomst die de toepasselijkheid van het reglement tot aanpassing van de overeenkomsten voorziet, van de briefwisseling tussen de partijen en van alle overige nuttige stukken.

2. Ieder verzoek tot aanpassing van de overeenkomsten moet vergezeld gaan van een betaling van € 750,00 excl. BTW als voorschot op de administratiekosten. Dit bedrag is niet terugvorderbaar en wordt in mindering gebracht op het door de eiser verschuldigd deel van de provisie voor kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten.

3. Het verzoek tot aanpassing van de overeenkomsten en de bijlagen bij dit verzoek dienen elektronisch alsook in één papieren exemplaar te worden ingediend.

Na ontvangst zendt CEPANI een exemplaar van het eenzijdig verzoek per e-mail aan de wederpartij en/of aan de andere betrokken partijen.

In het geval er geen bekend e-mailadres voorhanden is voor de wederpartij en/of de andere betrokken partij(en), dient het verzoek te worden ingediend in zoveel originele en ondertekende exemplaren als er betrokken partijen zijn, vermeerderd met één exemplaar voor het secretariaat.

Artikel 4. Antwoord op het verzoek tot aanpassing van de overeenkomsten

1. Binnen de twee weken na het doorzenden van het verzoek zoals bedoeld in artikel 3, zal de wederpartij haar hun opmerking omtrent dit verzoek meedelen aan het secretariaat.

Indien binnen voormelde termijn geen reactie van de wederpartij is ontvangen, wordt het verzoek tot aanpassing van de overeenkomsten geacht te zijn afgewezen door de wederpartij.

2. Wanneer het verzoek van slechts één partij uitgaat, wordt de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten geacht aan te vangen op de dag waarop het secretariaat het verzoek en de bijlagen hiertoe ter kennis brengt van de andere partij.

Wanneer het verzoek van alle partijen uitgaat, wordt de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten geacht aan te vangen op de dag waarop het secretariaat zowel het verzoek en de bijlagen bij het verzoek, als de betaling van de registratiekosten zoals bepaald in artikel 3.1 d) heeft ontvangen.

Het secretariaat bevestigt de aanvangsdatum van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten aan de partijen.

3. Op gemotiveerd verzoek van de andere partij of zelfs ambtshalve kan het secretariaat de in lid 1 bepaalde termijn verlengen.

Artikel 5. Ontbreken van een prima facie overeenkomst tot aanpassing van de overeenkomsten

bij gebrek aan een prima facie overeenkomst tot aanpassing van de overeenkomsten kan geen procedure tot aanpassing van de overeenkomsten plaatsvinden indien de andere partij niet binnen de in artikel 4 voorgeschreven termijn van vijftien dagen zijn antwoord op het verzoek tot aanpassing van de overeenkomsten indient of indien hij de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten overeenkomstig het CEPANI-reglement betwist.

Artikel 6. Gevolgen van de overeenkomst tot aanpassing van de overeenkomsten

Indien de partijen overeenkomen een beroep te doen op de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten overeenkomstig het CEPANI- reglement, onderwerpen zij zich aan het reglement, met inbegrip van de bijlagen, dat van kracht is op het ogenblik van de aanvangsdatum van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten, tenzij zij uitdrukkelijk overeenkomen om zich te onderwerpen aan het reglement van toepassing op het tijdstip van de totstandkoming van de overeenkomst tot aanpassing van de overeenkomsten.

Artikel 7. Schriftelijke kennisgevingen of mededelingen en termijnen

1. Het verzoek tot aanpassing van de overeenkomsten, het antwoord op het verzoek tot aanpassing van de overeenkomsten, de memories of conclusies en de benoeming van de derde, onder voorbehoud van artikel 17, lid 2, kunnen geldig gebeuren wanneer de kennisgeving of mededeling in elektronische vorm aan een geldig e-mailadres wordt gedaan. In deze gevallen draagt de verzender de bewijslast van de verzending. In geval er geen bekend e-mailadres voorhanden is voor een partij, zal de kennisgeving of mededeling geldig kunnen gebeuren wanneer zij gedaan wordt per koerier tegen ontvangstbewijs, per aangetekende brief of per telefax.

2. Indien een partij vertegenwoordigd wordt door een raadspersoon, gebeuren de kennisgevingen en mededelingen aan deze laatste, tenzij deze partij anders verzoekt.

De kennisgevingen of mededelingen zijn geldig als zij verstuurd zijn aan het laatst bekende adres van de bestemmelling,zoals dit meegedeeld werd door de bestemmeling zelf of desgevallend door de wederpartij.

3. Een kennisgeving of een mededeling, verricht in overeenstemming met lid 1, wordt geacht te zijn gedaan wanneer zij werd ontvangen of zou moeten ontvangen zijn door de partij zelf, haar vertegenwoordiger of haar raadspersoon.

4. De in dit reglement bepaalde termijnen beginnen te lopen op de dag na die waarop een kennisgeving of mededeling overeenkomstig het voorgaande lid geacht wordt gedaan te zijn. Indien de laatste dag van de verleende termijn een officiële feestdag is of geen werkdag is in het land waar de kennisgeving of mededeling moet worden gedaan, verstrijkt de termijn aan het eind van de eerstvolgende werkdag.

Een kennisgeving of mededeling die in overeenstemming met lid 1 van dit artikel verzonden werd vóór of op de laatste dag van de toegekende termijn, wordt geacht tijdig ingediend te zijn.

DE DERDE

Artikel 8. Algemene bepalingen

1. Uitsluitend personen die onafhankelijk zijn ten opzichte van de partijen en hun raadslieden en die de gedragsregels voor de CEPANI procedures naleven, kunnen als derde in een CEPANI-procedure tot aanpassing van de overeenkomsten optreden.

2. Het benoemingscomité of de voorzitter benoemt de derde. De partijen kunnen de derde in onderling akkoord ter aanvaarding voordragen aan het benoemingscomité of de voorzitter.

3. Voor zijn benoeming of bevestiging, ondertekent de voorgedragen derde een verklaring van aanvaarding, beschikbaarheid en onafhankelijkheid. Hij/ zij deelt schriftelijk aan het secretariaat de feiten en omstandigheden mee, die van dien aard zijn dat deze in de ogen van de partijen aanleiding zouden kunnen geven zijn/haar onafhankelijkheid in twijfel te trekken.

Het secretariaat deelt deze informatie schriftelijk mee aan de partijen en stelt hen een termijn waarbinnen zij eventuele opmerkingen kunnen indienen.

4. Indien in de loop van de procedure zich feiten en omstandigheden voordoen, van dezelfde aard als deze vermeld in lid 3 van dit artikel, brengt de derde deze onmiddellijk schriftelijk ter kennis van het secretariaat en de partijen.

5. De beslissingen van het benoemingscomité of de voorzitter inzake de benoeming, de bevestiging of de vervanging van een derde zijn nieT aanvechtbaar. De motivering van de beslissingen wordt niet meegedeeld.

6. Door het aanvaarden van zijn/haar opdracht, verbindt iedere derde er zich toe om deze tot het einde uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement.

7. Behoudens met akkoord van de partijen, legt de derde zichzelf het verbod op om de functie van arbiter, vertegenwoordiger of raadspersoon van een partij te vervullen in een arbitrale of gerechtelijke procedure betreffende het geschil dat het voorwerp is geweest van een procedure tot aanpassing van de  overeenkomsten.

Artikel 9. Benoeming van de derde

1. De partijen kunnen in onderling akkoord een derde ter aanvaarding voordragen aan het benoemingscomité of de voorzitter. Bij gebrek aan overeenstemming tussen de partijen binnen een termijn van vijftien dagen na de kennisgeving van het verzoek tot aanpassing van de overeenkomsten aan de andere partij, of binnen een andere termijn die door het secretariaat kan worden bepaald, wordt de derde ambtshalve benoemd door het benoemingscomité of de voorzitter. Indien het benoemingscomité of de voorzitter weigert de voorgedragen derde te aanvaarden, zorgt het binnen een termijn van vijftien dagen na de datum waarop de weigering ter kennis van de partijen wordt gebracht voor vervanging van de geweigerde derde.

2. Het benoemingscomité of de voorzitter benoemt of bevestigt de derde nadat de provisie voor kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten voorzien in artikel 19 werd betaald door de partijen of één van hen. Het houdt hierbij meer bepaald rekening met de beschikbaarheid, de kwalificaties en de bekwaamheid van de derde om de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten te voeren overeenkomstig dit reglement.

Artikel 10. Vervanging van de derde

1. Bij overlijden, wraking, behoorlijk aanvaarde terugtrekking, verhindering of op verzoek van alle partijen, wordt de derde vervangen.

2. De derde wordt eveneens vervangen indien het benoemingscomité of de voorzitter vaststelt dat de derde de jure of de facto verhinderd is zijn/haar functie uit te oefenen of zijn/haar functie niet uitoefent in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement of binnen de toegekende termijnen.

In dit geval neemt het benoemingscomité of de voorzitter een beslissing nadat het de derde en de partijen heeft uitgenodigd om hun opmerkingen schriftelijk aan het secretariaat over te maken, binnen de door het secretariaat bepaalde termijn. Deze opmerkingen worden meegedeeld aan de partijen en aan de derde.

DE PROCEDURE TOT AANPASSING VAN DE OVEREENKOMSTEN

Artikel 11. Overhandiging van het dossier aan de derde

Het secretariaat overhandigt het dossier aan de derde na zijn/haar benoeming of bevestiging en wanneer de provisie voor de kosten van de procedure tot de aanpassing van de overeenkomsten voorzien in artikel 19 integraal werd voldaan.

Artikel 12. Taal van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten

1. De partijen bepalen in onderlinge overeenstemming de taal of de talen waarin de procedure wordt gevoerd.

Bij gebrek aan overeenstemming tussen de partijen, bepaalt de derde de taal of talen van de procedure, rekening houdend met de omstandigheden en met name de taal van de overeenkomst.

2. De derde beslist wie en in welke verhouding de eventuele vertaalkosten draagt.

Artikel 13. Plaats van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten

1. Het benoemingscomité of de voorzitter bepaalt de plaats van de procedure, tenzij de partijen deze onderling bepaalden.

2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen en na hen geraadpleegd te hebben, kan de derde op elke plaats die hij/zij daartoe geschikt acht, zittingen en bijeenkomsten houden.

3. De derde kan beraadslagen op elke plaats die hij/zij daartoe geschikt acht.

Artikel 14. Onderzoek van de zaak

De derde organiseert vrij de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten.

Artikel 15. – Vertrouwelijkheid van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten

Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen of er een wettelijke verplichting tot bekendmaking is, is de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten vertrouwelijk.

DE BESLISSING OF AANBEVELING EN HET EINDE VAN DE PROCEDURE TOT AANPASSING VAN DE OVEREENKOMSTEN

Artikel 16. De beslissing of aanbeveling van de derde

De derde beëindigt zijn/haar opdracht met het formuleren van zijn/haar bevindingen in een schriftelijke beslissing of aanbeveling.

Artikel 17. Kennisgeving van de beslissing of aanbeveling

1. Wanneer de beslissing of aanbeveling werd opgesteld, maakt de derde deze aan het secretariaat over in zoveel originele exemplaren als er partijen zijn, vermeerderd met één origineel exemplaar voor het secretariaat.

2. Het secretariaat brengt een origineel van de door de derde ondertekende beslissing of aanbeveling ter kennis van de partijen, per aangetekend schrijven of per koerier tegen ontvangstbewijs en een kopie daarvan per e-mail, nadat zij of één van hen de kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten volledig aan CEPANI hebben betaald.

DE KOSTEN VAN DE PROCEDURE TOT AANPASSING VAN DE OVEREENKOMSTEN

Artikel 18. Aard en bedrag van de kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten

1. De kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten omvatten het honorarium en de kosten van de derde evenals de administratiekosten van CEPANI. Ze worden door het secretariaat vastgesteld rekening houdend met de aard en omvang van de aan de derde toevertrouwde opdracht.

2. De andere kosten en uitgaven die verbonden zijn aan de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten, zoals de uitgaven gedaan door de partijen, behoren niet tot de kosten tot aanpassing van de overeenkomsten en zijn ten laste van de partij die ze maakt.

3. In de loop van de procedure kan het secretariaat het bedrag van de kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten aanpassen indien uit de omstandigheden van de zaak of uit nieuwe opdrachten blijkt dat de zaak omvangrijker is dan aanvankelijk werd bevonden.

Artikel 19. De provisie voor kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten

1. Ter dekking van de overeenkomstig artikel 18 lid 1 bepaalde kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten wordt, voorafgaand aan de benoeming of aanvaarding van de derde door het benoemingscomité of de voorzitter, door de partijen aan CEPANI een provisie betaald.

2. Indien de kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten in de loop van de procedure moeten aangepast worden, geeft dit, op dat ogenblik, aanleiding tot het vaststellen van een aanvullende provisie.

3. Zowel de provisie als de aanvullende provisie is in gelijke delen verschuldigd door de partijen. Iedere partij kan evenwel de totaliteit van de provisie ten laste nemen, indien de andere partij nalaat haar deel van de provisie te betalen.

4. Indien het bedrag van de provisie € 50.000,00 overschrijdt, kan de betaling ervan door middel van een bankgarantie geschieden.

5. Indien aan het verzoek tot betaling van een aanvullende provisie voor kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten niet wordt voldaan, kan het secretariaat, na raadpleging van de derde, hem/ haar uitnodigen zijn opdracht op te schorten en een termijn van minstens vijftien dagen vaststellen, na verloop van welke de procedure geacht wordt ingetrokken te zijn. Dit verhindert niet dat de betreffende partij op een later tijdstip dezelfde procedure opnieuw indient.

Artikel 20. Beslissing over de kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten

1. Het definitieve eindbedrag van de kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten wordt door het secretariaat vastgesteld.

2. Behoudens andersluidend beding tussen de partijen, betalen de partijen een gelijk deel van de kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten.

3. De beslissing of aanbeveling van de derde vermeldt de kosten van de procedure tot aanpassing van de overeenkomsten, zoals deze definitief werden vastgesteld door het secretariaat en vermeldt het eventuele akkoord van de partijen betreffende de verdeling ervan.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 21. – Beperking van de aansprakelijkheid

De derde, CEPANI en zijn leden en personeel zijn niet aansprakelijk voor enige handeling of nalatigheid in het kader van een procedure tot aanpassing van overeenkomsten, behalve in geval van bedrog of zware fout.

Bijlage II: Gedragsregels voor de CEPANI-procedures

Bijlage III: De partijkosten

We vestigen vriendelijk uw aandacht op het gegeven dat de procedure voortaan uitsluitend elektronisch verloopt en dat de kosten van de procedure exclusief BTW zijn.

Download het volledige reglement voor domeinnaamprocedures 

ARTIKEL 1. – BELGISCH CENTRUM VOOR ARBITRAGE EN MEDIATIE

Het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie (“CEPANI”) is een onafhankelijke instelling die de procedures voor beslechting van geschillen inzake .be domeinnamen administreert overeenkomstig zijn reglement. Het beslecht zelf geen geschillen en oefent niet de taak van de derde-beslisser uit.

ARTIKEL 2. – DEFINITIES

In dit reglement betekent:

Klachtbeheerder: CEPANI, dat verantwoordelijk is voor alle administratieve verrichtingen betreffende het geschil en de mededelingen tussen enerzijds de partijen en anderzijds CEPANI en/of de derde-beslisser en waarvan de contactgegevens vermeld zijn op haar website www.cepani.be.

Klager: de partij die een klacht indient met betrekking tot het domeinnaamhouderschap over een door de registratieautoriteit geregistreerde .be-domeinnaam.

Domeinnaamhouder: de persoon die houder is van een domeinnaam binnen het .be-domein.

Derde-beslisser: de persoon benoemd door CEPANI om de klacht inzake de geregistreerde .be-domeinnaam te beslechten.

Partij: de klager of de domeinnaamhouder.

Registratieautoriteit: de instantie die instaat voor de registratie van de domeinnamen met extensie «.be», i.e. de VZW DNS België (DNS.be), 3001 LEUVEN, Ubicenter, Philipssite 5 en met als ondernemingsnummer BE 0466.158.640.

Registratieovereenkomst: de overeenkomst tussen de domeinnaamhouder en de registratieautoriteit of haar gemachtigde.

Beleidslijnen van DNS.be: de door de registratieautoriteit op zijn website www.dns.be gepubliceerde beleidslijnen voor de geschillenregeling. Deze beleidslijnen maken een artikel uit van de algemene voorwaarden voor domeinnaamregistratie binnen het .be-domein.

CEPANI: de VZW Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie, de door de registratieautoriteit erkende geschillenbeslechtingsinstelling, met zetel te 1000 BRUSSEL, Stuiversstraat 8 en met als ondernemingsnummer BE 0413.975.115.

Klacht: een vordering gericht tegen een domeinnaamhouder tot beslissing door een derde-beslisser overeenkomstig de bepalingen van dit reglement en de beleidslijnen voor de geschillenregeling van DNS.be.

ARTIKEL 3. – DE KLACHT

3.1. Klachten moeten door een natuurlijke persoon of rechtspersoon worden ingeleid bij de klachtbeheerder overeenkomstig dit reglement.

3.2. De klacht is slechts volledig indien het zowel wordt ingediend per e-mail op info@cepani.be (voor zwaardere bestanden hetzij via www.wetransfer.com, of ieder gelijkwaardig overdrachtssysteem, hetzij middels een USB stick) als in één hard copy op de zetel van de klachtbeheerder (CEPANI, 1000 BRUSSEL, Stuiversstraat 8), is opgesteld conform het in bijlage IV van dit reglement opgenomen klachtformulier en ten minste:

3.2.1. de vraag bevat om de klacht te onderwerpen aan een beslissing overeenkomstig het CEPANI reglement ter beslechting van geschillen inzake domeinnamen en de beleidslijnen voor de geschillenregeling van DNS.be;

3.2.2. de naam, post- en geldige e-mailadressen, telefoon- en faxnummers van de klager bevat, evenals van iedere vertegenwoordiger die voor de klager kan optreden. Vertegenwoordigers, waaronder ook advocaten, moeten over een bijzondere volmacht beschikken;

3.2.3. de naam van de domeinnaamhouder bevat, zoals vermeld in de WHOIS databank van de registratieautoriteit beschikbaar op de website www.dns.be, evenals alle informatie waarover de klager beschikt om de domeinnaamhouder of zijn vertegenwoordiger te contacteren (zoals posten geldige e-mailadressen, telefoon- en faxnummers), inclusief informatie verworven uit contacten voorafgaand aan de klacht. Dit alles voldoende gedetailleerd om de klachtbeheerder toe te laten de klacht ter kennis te brengen van de domeinnaamhouder zoals beschreven in artikel 5.1;

3.2.4. de .be-domeinna(a)m(en) die het voorwerp uitma(a)k(t)(en) van de klacht vermeldt;

3.2.5. een beschrijving bevat van de gronden waarop, overeenkomstig de beleidslijnen van DNS.be, de klacht gebaseerd is. De beschrijving moet alle elementen opgenomen in voormelde beleidslijnen voor de geschillenregeling van DNS.be bevatten;

3.2.6. de aanduiding, in overeenstemming met de beleidslijnen van DNS. be, van de gezochte maatregel bevat, i.e. de overdracht of de doorhaling van de .be-domeinna(a)m(en);

3.2.7. de identificatie bevat van alle andere rechtsprocedures begonnen of beëindigd met betrekking tot de of één van de domeinna(a)m(en) die het voorwerp uitma(a)k(t)(en) van de klacht waarvan de klager kennis heeft en een kopie van elke tussengekomen beslissing;

3.2.8. de keuze bevat van de klager om: – Ofwel de domeinnaamhouder de mogelijkheid te geven vrijwillig over te gaan tot uitvoering van de verzochte maatregel, waarna de klachtbeheerder een kennisgeving hieromtrent verstuurt aan de domeinnaamhouder en hem erop wijst dat, indien de verzochte maatregel niet wordt uitgevoerd binnen een termijn van 7 kalenderdagen, de geschillenprocedure wordt verdergezet en dat, indien de derde-beslisser in de procedure oordeelt dat de domeinna(a)m(en) moet(en) worden overgedragen of doorgehaald, de domeinnaamhouder gehouden is om de kosten van de domeinnaamprocedure, met vermelding van het concrete bedrag, aan DNS.be terug te betalen overeenkomstig de beleidslijnen voor geschillenregeling van DNS.be. – Ofwel geen mogelijkheid te geven vrijwillig over te gaan tot uitvoering van de verzochte maatregel, in welk geval de procedure loop zonder de kennisgeving hieromtrent aan de domeinnaamhouder;

3.2.9. het bewijs van betaling van de in artikel 21 bepaalde kosten aan de klacht toevoegt;

3.2.10. eindigt met de volgende verklaring gevolgd door de rechtsgeldige handtekening (naar gelang het geval elektronisch of op hard copy) van de klager of zijn vertegenwoordiger: «De klager verklaart zich akkoord dat zijn vorderingen en rechtsmiddelen betreffende de registratie van de domeinnaam, het geschil of de beslechting van het geschil enkel zullen gericht zijn tegen de domeinnaamhouder en ziet uitdrukkelijk af, behoudens in geval van opzettelijke fout, van enige vordering tegen a) CEPANI, zijn bestuurders en aangestelden en b) de derde-beslisser. De klager verklaart dat de informatie die is vervat in deze klacht naar zijn beste weten volledig en juist is».

3.2.11. een elektronische copy en één hard copy bevat van alle documenten en andere bewijsmiddelen voorzien van hun inventaris waarop de klager zich baseert.

3.3. De klacht mag betrekking hebben op meer dan één domeinnaam met inachtneming van de geldende kostenregeling.

ARTIKEL 4. – INLEIDING VAN DE KLACHT

4.1. De klachtbeheerder zal binnen een termijn van 7 kalenderdagen de klacht nazien op haar volledigheid overeenkomstig artikel 3.2. van dit reglement. Wanneer de klacht volledig werd bevonden, brengt hij deze ter kennis van de domeinnaamhouder, op de wijze beschreven in artikel 5.1 en informeert hij de klager hierover, desgevallend met de vermelding van de mogelijkheid tot vrijwillige uitvoering van de verzochte maatregel.

4.2. Wanneer de klachtbeheerder vaststelt dat de klacht overeenkomstig artikel 3.2. van dit reglement onvolledig is, zal hij de klager, binnen een termijn van 7 kalenderdagen volgend op de ontvangst van de klacht, in kennis stellen van de geïdentificeerde tekortkomingen. De klager beschikt vervolgens over een termijn van 14 kalenderdagen om de tekortkomingen te verbeteren en de klacht terug te zenden aan de klachtbeheerder. Bij gebrek aan verbetering binnen voormelde termijn wordt de procedure als stopgezet beschouwd, zonder afbreuk te doen aan het recht van de klager een nieuwe klacht in te dienen. Reeds betaalde sommen blijven verworven door CEPANI.

4.3. Indien binnen de termijn van 7 kalenderdagen is overgegaan tot vrijwillige uitvoering van de verzochte maatregel, neemt de procedure een einde en zal CEPANI de betaalde kosten zoals bepaald in artikel 21, aan de klager terugbetalen, verminderd met een vergoeding voor de administratieve kosten van CEPANI.

4.4. De aanvangsdatum van de procedure is de datum waarop de klachtbeheerder de klacht overeenkomstig artikel 5.1. ter kennis brengt van de domeinnaamhouder. 4.5. De klachtbeheerder deelt onmiddellijk aan de klager, de domeinnaamhouder en de registratieautoriteit de aanvangsdatum van de procedure mee.

ARTIKEL 5. – KENNISGEVINGEN

5.1. De klachtbeheerder brengt het bestaan en de inhoud van de klacht per e-mail ter kennis van de domeinnaamhouder. Bij ontvangst van een bewijs van niet-ontvangst van een mededeling, brengt de klachtbeheerder het bestaan en de inhoud van de klacht per aangetekend schrijven ter kennis van de domeinnaamhouder op het adres opgenomen in artikel 3.2.3. De klachtbeheerder baseert zich hiervoor op de gegevens van de domeinnaamhouder opgenomen in de WHOIS databank van de registratieautoriteit beschikbaar op de website www.dns.be en/of hem medegedeeld door de klager.

5.2. Alle mededelingen aan de klachtbeheerder gebeuren:

5.2.1. per e-mail op het e-mailadres van CEPANI: info@cepani.be

5.2.2. per post op het adres van CEPANI: 1000 BRUSSEL, Stuiversstraat 8 5.3. Alle elektronische documenten worden door CEPANI bewaard tot 10 jaar na de kennisgeving van de beslissing aan de partijen. Alle originele documenten worden door CEPANI bewaard tot 30 dagen na de kennisgeving van de beslissing aan de partijen. Na het verstrijken van deze termijnen, worden de documenten vernietigd, behoudens wanneer een partij vóór het verstrijken van deze termijn om de teruggave van haar documenten heeft verzocht.

5.4. Behoudens indien anders bepaald in dit reglement kunnen alle kennisgevingen in uitvoering van dit reglement geldig gebeuren per e-mail, door afgifte tegen ontvangstbewijs, per aangetekend schrijven, per koerier, of door ieder ander communicatiemiddel dat toelaat een bewijs van verzending te bekomen.

5.5. Mededelingen zullen gebeuren in de taal beschreven in artikel 12. Elektronische mededelingen (e-mail) gebeuren volgens de bepalingen vermeld in bijlage VII.

5.6. Iedere partij mag gedurende de geschillenbeslechtingsprocedure zijn contactgegevens wijzigen door de klachtbeheerder te verwittigen. Zulke wijziging sorteert evenwel pas effect op de vijfde kalenderdag na datum van de kennisgeving aan de klachtbeheerder.

5.7. Behoudens indien anders beslist door de derde-beslisser, zullen alle mededelingen voorzien onder dit reglement geacht worden te zijn ontvangen:

5.7.1. per e-mail: op de datum waarop de mededeling werd ontvangen, voor zover deze datum verifieerbaar is;

5.7.2. per aangetekend schrijven, door afgifte of per koerierdienst: op de datum vermeld op het ontvangstbewijs;

5.8. Alle termijnen die aanvangen vanaf de ontvangst van een bepaalde mededeling, beginnen te lopen op de dag na die waarop de mededeling geacht wordt te zijn ontvangen overeenkomstig artikel 5.7. waarbij het de vroegste dag is die de termijn doet lopen.

5.9. Vanaf de aanvangsdatum van de procedure zullen alle mededelingen:

5.9.1. door een partij aan de derde-beslisser en omgekeerd, door de derde-beslisser aan de partijen in overeenstemming met de bepalingen van artikel 9 langs de klachtbeheerder om gebeuren;

5.9.2. door de klachtbeheerder aan een partij in kopie gezonden worden aan de andere partij en aan de derde-beslisser, voor zover deze reeds benoemd is;

5.9.3. door een partij aan de klachtbeheerder in kopie gezonden worden aan de andere partij.

5.10. Indien de laatste dag van een termijn een officiële feestdag is of geen werkdag is in het land waar de kennisgeving of mededeling moet worden gedaan, verstrijkt de termijn aan het eind van de eerstvolgende werkdag.

5.11. Wanneer een verzendende partij een bewijs van niet-ontvangst van een mededeling ontvangt, zal zij de klachtbeheerder hiervan onmiddellijk op de hoogte brengen. De klachtbeheerder stelt de derde-beslisser, indien deze reeds werd benoemd, hiervan in kennis. Alle verdere mededelingen en antwoorden hierop zullen gebeuren op de wijze opgelegd door de derde-beslisser of bij gebreke hieraan, door de klachtbeheerder.

ARTIKEL 6. – HET ANTWOORD

6.1. Binnen een termijn van 21 kalenderdagen na de aanvangsdatum van de procedure moet de domeinnaamhouder zijn antwoord aan de klachtbeheerder sturen.

6.2. Het antwoord is slechts volledig indien het wordt ingediend per e-mail op info@cepani.be (voor zwaardere bestanden hetzij via www.wetransfer.com, of ieder gelijkwaardig overdrachtssysteem, hetzij middels een USB stick), is opgesteld conform het in bijlage V van dit reglement opgenomen antwoordformulier en ten minste:

6.2.1. een antwoord vormt op de stellingen en beschuldigingen van de klacht en alle mogelijke elementen bevat om de registratie te behouden en het gebruik van de betwiste domeinn(a)am(en) door de domeinnaamhouder te ondersteunen.

6.2.2. de naam, post- en geldige e-mailadressen, telefoon- en faxnummers van de domeinnaamhouder bevat, evenals van iedere vertegenwoordiger die voor de domeinnaamhouder kan optreden; Vertegenwoordigers, waaronder ook advocaten, moeten over een bijzondere volmacht beschikken. 6.2.3. de identificatie van iedere andere reeds begonnen of reeds beëindigde rechtsprocedure met betrekking tot de of één van de domeina(a) m(en) die het voorwerp uitma(a)k(t)(en) van de klacht en waarvan de domeinnaamhouder kennis heeft bevat samen met een kopie van elke tussengekomen beslissing voor zover deze niet reeds met de klacht werd meegedeeld.

6.2.4. de bevestiging dat een kopie van het antwoord en de bijlagen hierbij per e-mail toegestuurd werd aan de klager op het e-mailadres vermeld in artikel 3.2.2;

6.2.5. eindigt met de hiernavolgende verklaring, gevolgd door de rechtsgeldige handtekening van de domeinnaamhouder of zijn vertegenwoordiger: “De domeinnaamhouder verklaart zich akkoord dat zijn vorderingen en rechtsmiddelen betreffende de registratie van de domeinnaam, het geschil of de beslechting van het geschil enkel zullen gericht zijn tegen de klager en ziet uitdrukkelijk af, behoudens in het geval van opzettelijke fout, van enige vordering tegen a) CEPANI, zijn bestuurders en aangestelden en b) de derde-beslisser. De domeinnaamhouder bevestigt dat de informatie die dit antwoord bevat naar zijn beste weten volledig en juist is.”

6.2.6. een elektronische copy van alle documenten en ander bewijsmateriaal waarop de domeinnaamhouder zich beroept bevat samen met een geïnventariseerde lijst ervan.

6.3. Op verzoek van de domeinnaamhouder kan de klachtbeheerder de termijn waarbinnen het antwoord moet worden geformuleerd verlengen. De termijn kan eveneens worden verlengd door een schriftelijk attest van beide partijen, voor zover dit attest door de klachtbeheerder werd goedgekeurd. De klachtbeheerder kan de termijn ook ambtshalve verlengen indien daar gegronde redenen voor zijn.

6.4. Wanneer de domeinnaamhouder geen antwoord toestuurt, zal de procedure onverkort voortgang vinden en zal de derde-beslisser het geschil beslechten op basis van de klacht.

6.5. Binnen een termijn van 7 kalenderdagen na ontvangst van het antwoord, kan de klachtbeheerder de domeinnaamhouder verwittigen bij een eventuele materiële fout.

ARTIKEL 7. – AANSTELLING VAN DE DERDE-BESLISSER

7.1. CEPANI beschikt over een publiek beschikbare lijst van erkende derde-beslissers met vermelding van hun kwalificaties. Deze lijst wordt gepubliceerd op de website van CEPANI en wordt twee keer per jaar geactualiseerd.

7.2. Het benoemingscomité of de voorzitter van CEPANI stelt uiterlijk binnen een termijn van 7 kalenderdagen na ontvangst van het antwoord of na het verstrijken van de daarvoor toegekende termijn, een derde-beslisser aan uit CEPANI’s lijst van erkende derde-beslissers.

7.3. Eens de derde-beslisser werd aangesteld, deelt de klachtbeheerder aan de partijen de identiteit mee van de derde-beslisser, evenals de termijn waarbinnen de derde-beslisser zijn/haar beslissing moet toesturen aan de klachtbeheerder.

ARTIKEL 8. – ONAFHANKELIJKHEID VAN DE DERDE-BESLISSER

Uitsluitend personen die onafhankelijk zijn ten opzichte van de partijen en hun raadslieden kunnen als derde-beslisser worden benoemd. Voordat hij/zij zijn/haar benoeming aanvaardt, vervolledigt en ondertekent de derde-beslisser een verklaring van beschikbaarheid, aanvaarding en onafhankelijkheid (bijlage II). Hierin deelt hij/zij schriftelijk aan de klachtbeheerder de feiten en omstandigheden mee, die er toe zouden kunnen leiden zijn/haar onafhankelijkheid in de ogen van de partijen in twijfel te trekken. Wanneer nadien in de loop van de procedure nieuwe omstandigheden aan het licht komen die gerechtvaardigde twijfel omtrent zijn/haar onafhankelijkheid kunnen doen ontstaan, deelt de derde-beslisser onmiddellijk deze omstandigheden mee aan de klachtbeheerder. Op basis van de inhoud van deze documenten heeft de klachtbeheerder de bevoegdheid om aan het benoemingscomité of de voorzitter van CEPANI te vragen de derde-beslisser te vervangen. Door het aanvaarden van zijn/haar benoeming, verbindt iedere derde-beslisser zich er toe zijn/haar opdracht tot het einde uit te voeren in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement.

ARTIKEL 9. – COMMUNICATIE TUSSEN DE PARTIJEN EN DE DERDE-BESLISSER Geen van de partijen, noch enig persoon handelend voor één der partijen mag op enigerlei wijze rechtstreeks of onrechtstreeks contact hebben met de derde-beslisser. Alle mededelingen tussen enerzijds een partij en anderzijds de derde-beslisser gebeuren steeds langs de klachtbeheerder om.

ARTIKEL 10. – SAMENSTELLEN EN OVERMAKEN VAN HET DOSSIER AAN DE DERDE-BESLISSER De klachtbeheerder stuurt het dossier toe aan de derde-beslisser bij zijn/ haar benoeming. Een derde-beslisser kan steeds de overlegging van de originele stukken bevelen. Hij/zij moet deze raadplegen op de zetel van CEPANI.

ARTIKEL 11. – ALGEMENE BEVOEGDHEDEN VAN DE DERDE-BESLISSER

11.1. De derde-beslisser leidt in overeenstemming met dit reglement, de beleidslijnen voor de geschillenregeling van DNS.be en met de registratieovereenkomst de procedure op de wijze die hij/zij geschikt acht.

11.2. De derde-beslisser waakt er steeds over dat de partijen gelijk worden behandeld en dat iedere partij haar rechten kan doen gelden.

11.3. De derde-beslisser behartigt een vlot verloop van de procedure. Hij/ zij kan – op verzoek van een partij of ambtshalve – ten uitzonderlijke titel – de termijnen zoals bepaald in dit reglement verlengen of de debatten heropenen.

11.4. De derde-beslisser oordeelt over de toelaatbaarheid, relevantie en bewijswaarde van het bewijsmateriaal.

11.5. Het benoemingscomité of de voorzitter van CEPANI beslist ambtshalve of op vraag van een partij over de samenvoeging van verschillende klachten, rekening houdend met het samenhangend of onsplitsbaar karakter van de geschillen. Deze beslissing is definitief.

ARTIKEL 12. – TAAL EN PLAATS VAN DE PROCEDURE

12.1. Behoudens andersluidende overeenkomst tussen partijen is de taal van de procedure de taal gebruikt in de vermelding van de betwiste domeinn(a)am(en) in de WHOIS databank beschikbaar op de website www.dns.be. In bijzondere omstandigheden kan de derde-beslisser de taal wijzigen.

12.2. De derde-beslisser mag eisen dat bij ieder document dat toegestuurd werd in een andere taal dan de taal van de procedure een volledige of gedeeltelijke vertaling wordt gevoegd in de taal van de procedure. Bij gebrek aan mededeling van de gevraagde vertaling is de derde-beslisser gerechtigd het document uit de debatten te weren.

12.3. De plaats van de procedure is de zetel van CEPANI.

ARTIKEL 13. – BIJKOMENDE MEMORIES OF STUKKEN – SLUITING VAN DE DEBATTEN

De debatten worden geacht te zijn gesloten na het verstrijken van een termijn van 7 kalenderdagen na de aanstelling van de derde-beslisser. Tijdens deze termijn kan de klager bij de derde-beslisser een verzoek indienen tot het bekomen van een aanvullende termijn om een wederwoord in te dienen. Dit verzoek en de eventuele stukken worden in overeenstemming met de bepalingen van artikel 9 aan de klachtbeheerder gericht, die het onverwijld aan de derde-beslisser overmaakt. De derde-beslisser beslist onherroepelijk over de inwilliging van die vraag en treft desgevallend schikkingen voor het verdere verloop van de procedure. Indien de derde-beslisser meent dat het dossier onvolledig is, kan hij/zij tijdens deze termijn de partijen of één van hen uitnodigen aanvullende 19 informatie over te maken. Hij/zij respecteert hierbij steeds het principe van de tegenspraak.

ARTIKEL 14. – VERSCHIJNINGEN IN PERSOON Slechts indien de derde-beslisser dit beslist, zullen de partijen worden gehoord.

ARTIKEL 15. – IN GEBREKE BLIJVEN DOOR ÉÉN VAN DE PARTIJEN Wanneer een partij niet reageert binnen de door dit reglement of de derde-beslisser vastgestelde termijnen, kan de derde-beslisser overgaan tot het nemen van zijn/haar beslissing.

ARTIKEL 16. – BESLISSING VAN DE DERDE-BESLISSER

16.1 De derde-beslisser oordeelt over de klacht met inachtneming van de standpunten van de partijen en in overeenstemming met de beleidslijnen voor de geschillenregeling van DNS.be, de registratieovereenkomst en de bepalingen van dit reglement over de klacht.

16.2 Behoudens uitzonderlijke omstandigheden, bezorgt de derde-beslisser zijn/haar beslissing over de klacht aan de klachtbeheerder binnen een termijn van 14 kalenderdagen na de sluiting van de debatten overeenkomstig artikel 13, en dit in drie originele en gehandtekende exemplaren.

16.3 De beslissing van de derde-beslisser is schriftelijk en ondertekend, is voorzien van de redenen waarop zij gebaseerd is, met aanduiding van de datum waarop de beslissing werd genomen en bevat de identiteit van de derde-beslisser.

16.4 Indien de derde-beslisser na onderzoek van de zaak oordeelt dat de klacht te kwader trouw werd ingediend, stelt hij/zij in zijn/haar beslissing het misbruik van de procedure vast.

ARTIKEL 17. – KENNISGEVING, PUBLICATIE EN UITVOERING VAN DE BESLISSING

17.1. Binnen een termijn van 7 kalenderdagen na de ontvangst van de beslissing van de derde-beslisser, brengt de klachtbeheerder de volledige tekst van de beslissing ter kennis van elke partij en van de registratieautoriteit. De registratieautoriteit deelt onmiddellijk aan de klachtbeheerder de datum mee waarop de beslissing overeenkomstig de beleidslijnen voor de geschillenregeling van DNS.be zal worden uitgevoerd. De klachtbeheerder verwittigt hiervan onverwijld de partijen.

17.2. Wanneer de derde-beslisser de klacht gegrond verklaart en beslist tot de overdracht of de schrapping van de domeinnaamregistratie, zal de registratieautoriteit deze beslissing na het verstrijken van een termijn van 15 kalenderdagen na de kennisgeving van de beslissing aan de partijen uitvoeren, tenzij de domeinnaamhouder binnen deze termijn hoger beroep instelt overeenkomstig artikel 18. In dit laatste geval blijft de betwiste domeinn(a)am(en) “on hold” tot wanneer er definitief beslist wordt in hoger beroep.

17.3. Behoudens wanneer de derde-beslisser anders beslist, publiceert CEPANI de tekst van de beslissing en de uitvoeringsdatum op een publiek toegankelijke website van CEPANI.

ARTIKEL 18. – BEROEP TEGEN DE BESLISSING VAN DE DERDE-BESLISSER

18.1. Iedere partij heeft het recht om binnen een termijn van 15 kalenderdagen vanaf de kennisgeving van de beslissing hoger beroep in te stellen tegen de beslissing van de derde-beslisser. Op straffe van verval, wordt het hoger beroep ingesteld door het indienen van een verzoek en door de betaling van de beroepskosten (artikel 21).

18.2. Het beroepschrift is slechts volledig indien het zowel wordt ingediend per e-mail op info@cepani.be (voor zwaardere bestanden hetzij via www.wetransfer.com, of ieder gelijkwaardig overdrachtssysteem, hetzij 21 middels een USB stick) als in één hard copy op de zetel van de klachtbeheerder (CEPANI, 1000 BRUSSEL, Stuiversstraat 8) en is opgesteld conform het in bijlage VI van dit reglement opgenomen klachtformulier.

18.3. Het verzoek tot hoger beroep bevat naast de identiteit van de partijen, het identificatienummer van de beslissing waartegen men beroep instelt en de identiteit van de derde-beslisser, een gedetailleerde uiteenzetting van de gronden en redenen van het beroep.

18.4. Binnen een termijn van 7 kalenderdagen na de datum waarop de klachtbeheerder zowel het verzoek tot hoger beroep, als de betaling van de beroepskosten heeft ontvangen, brengt de klachtbeheerder het verzoek tot hoger beroep per e-mail ter kennis van de andere partij. Bij ontvangst van een bewijs van niet-ontvangst van een mededeling, brengt de klachtbeheerder het verzoek tot hoger beroep per aangetekend schrijven ter kennis van de andere partij.

18.5. De partij tegen wie het hoger beroep werd ingesteld beschikt over een termijn van 14 kalenderdagen na ontvangst van de kennisgeving ervan om een antwoord in te dienen. Dit antwoord bevat een gedetailleerde uiteenzetting van de gronden en redenen waarom het beroep zou moeten worden afgewezen.

18.6. Binnen een termijn van 7 kalenderdagen na de ontvangst van het antwoord of na het verstrijken van de termijn hiertoe, stelt het benoemingscomité of de voorzitter van CEPANI uit de lijst van erkende derde-beslissers een college van drie derde-beslissers (het beroepscollege) aan. Elk van deze derde-beslissers moet voldoen aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden zoals uiteengezet in artikel 8.

18.7. De bepalingen van de artikelen 13, 14, 15 en 16 van dit reglement zijn evenzo van toepassing op het beroepscollege, behalve dat:

  • het beroepscollege in principe zijn beslissing moet nemen binnen een termijn van 30 kalenderdagen nadat het dossier hen ter beschikking werd gesteld;
  • de beslissingen van het beroepscollege niet vatbaar zijn voor hoger beroep.

ARTIKEL 19. – MINNELIJKE SCHIKKING OF ANDERE WIJZEN VAN BEËINDIGING VAN HET GESCHIL – VERHINDERING VAN DE DERDE-BESLISSER

19.1. Wanneer de partijen, voordat de derde-beslisser een beslissing neemt, tot een minnelijke regeling komen, brengen zij de klachtbeheerder hiervan op de hoogte. De klachtbeheerder informeert op haar beurt de registratieautoriteit en de derde-beslisser. Indien de minnelijke regeling door de registratieautoriteit wordt goedgekeurd, verklaart de derde-beslisser de procedure voor beëindigd.

19.2. Wanneer, voordat de derde-beslisser een beslissing heeft genomen, blijkt dat om eender welke reden het niet nodig of onmogelijk is de procedure voort te zetten, maakt de derde-beslisser zijn/haar voornemen om de procedure te beëindigen kenbaar en verklaart deze binnen een redelijke termijn hierna beëindigd, tenzij een partij binnen de door de derde-beslisser opgelegde termijn hiertegen een gerechtvaardigd bezwaar uit.

19.3. Bij verhindering van de derde-beslisser om eender welke reden voorziet het benoemingscomité of de voorzitter van CEPANI in zijn/haar vervanging en geeft hiervan kennis aan de partijen. In voorkomend geval, past de klachtbeheerder de toegekende termijnen aan.

19.4. In alle voormelde gevallen blijven de kosten zoals gedefinieerd in artikel 21.1 verworven door CEPANI.

ARTIKEL 20. – GEVOLGEN VAN PROCEDURES VOOR DE RECHTBANKEN

20.1. Indien voorafgaand aan of tijdens de procedure een geding werd ingeleid voor een rechtbank dat betrekking heeft op het geschil betreffende de domeinna(a)m(en) die het voorwerp uitma(a)k(t)(en) van de klacht, oordeelt de derde-beslisser of de procedure geheel of ten dele wordt geschorst.

20.2. Indien een partij tijdens de procedure een geding start voor een rechtbank, stelt zij de klachtbeheerder hiervan onmiddellijk in kennis. Zij deelt tevens een kopie mee van het stuk waarmee het rechtsgeding werd ingeleid.

ARTIKEL 21. – KOSTEN

21.1. De kosten van de procedure worden bepaald overeenkomstig de tarieflijst voor geschillen inzake domeinnamen (bijlage I) die integraal deel uitmaakt van dit reglement en vallen ten laste van de klager. De kosten omvatten de erelonen en kosten van de derde-beslisser(s) evenals de administratieve kosten van CEPANI. Zij moeten tegelijkertijd met het indienen van de klacht en/of verzoek tot hoger beroep aan CEPANI betaald worden.

21.2. Tot aan de ontvangst van het integrale bedrag van de kosten stelt CEPANI geen enkele handeling met betrekking tot de klacht en/of verzoek tot hoger beroep.

21.3. Wanneer CEPANI binnen een termijn van 10 kalenderdagen na de ontvangst van de klacht, geen volledige betaling van de kosten heeft ontvangen, wordt de klacht en/of verzoek tot hoger beroep geacht te zijn teruggetrokken.

21.4. Indien de voortgang van de procedure bijzondere prestaties vergt waarvan de kost redelijkerwijze niet gedekt is door de gevraagde kosten worden deze prestaties slechts vervuld na storting door de meest gerede partij van het door CEPANI vastgestelde bedrag voor aanvullende kosten.

21.5. In ieder geval blijven de reeds betaalde sommen verworven door CEPANI, zonder afbreuk te doen aan artikel 4.3.

ARTIKEL 22. – UITSLUITING VAN AANSPRAKELIJKHEID

Behoudens in geval van opzettelijke fout, is noch CEPANI, noch de derde-beslisser aansprakelijk ten opzichte van een partij of de registratieautoriteit voor een daad of nalatigheid met betrekking tot de procedure overeenkomstig dit reglement.

ARTIKEL 23. – ALGEMENE BEPALINGEN

De meest recente versie van dit reglement is beschikbaar op de website van de registratieautoriteit (www.dns.be) en van CEPANI (www.cepani.be). CEPANI behoudt zich het recht voor dit reglement te wijzigen. Een klacht blijft beheerst door het reglement dat van toepassing is op het ogenblik van de indiening ervan.

BIJLAGEN

Bijlage I: Kostenregeling
Bijlage II: Onafhankelijkheidsverklaring
Bijlage III: Erkende derde beslissers
Bijlage IV: Klachtformulier
Bijlage V: Antwoordformulier
Bijlage VI: Hoger beroep